Life goes on

Is er leven na de borstkanker? Jazeker. Nu de expeditie voor mijn gevoel is afgerond, neemt het gewone leven weer steeds meer ruimte in en dat vind ik heerlijk. Tot nu toe ben ik niet in het voorspelde zwarte gat gevallen en ik zit ook niet vol met angsten over de toekomst of wrok en onverwerkt verdriet over wat me is overkomen. Nee, ik geniet eerder van wat ik weer allemaal kan, ben dankbaar dat ik zo goed uit de strijd tevoorschijn ben gekomen en heb voor mijn gevoel het hoofdstuk kanker afgerond. Ik zit nu duidelijk in een nieuwe fase. Een nieuw leven, waarin de kanker iets lijkt uit een ver verleden.

De pruik is gewassen, de lijst met bijwerkingen ritueel verscheurd en in de woonkamer is weer ruimte om te lopen nu alle hulpmiddelen in tijden van chemo zijn opgeruimd. Alleen het bed hebben we laten staan, omdat we het zo gezellig vinden om samen op bed films te kijken. En ook de hometrainer is er nog, maar de massage tafel en alle puzzels zijn opgeruimd.
Mijn conditie gaat met sprongen vooruit. Vorige week ben ik voorzichtig weer met hardlopen begonnen. Op aanwijzing van Evy Gruyaart en met een lekker muziekje in mijn oren loop ik telkens een minuutje om dan vervolgens weer even te wandelen. Zo bouw ik het langzaam op. Met de vakantie heb ik heerlijk gewandeld in de bergen, gezwommen in koele bergmeertjes en gemerkt dat ik ook het gezelschap van grotere groepen weer aan kan.

Natuurlijk zit ik pas op de helft van de immuuntherapie en ben ik voorlopig nog niet af van de hormoontherapie, maar het komt regelmatig voor dat ik dit bijna vergeet. Afgelopen dinsdag ging ik voor het eerst met mijn grijze koppie naar de dagbehandeling oncologie. Toen ik hallo zei tegen een bekende verpleegkundige liet ze van verbazing het kopje koffie uit haar handen vallen. Blijkbaar had ze mijn uiterlijk niet in verband gebracht met mijn stem. Ze konden er niet over uit dat ik helemaal grijs ben geworden en maakten er grapjes over, waar ik gelukkig goed tegen kan.

Mijn dagen vullen zich grotendeels met werkzaamheden voor publicatie van mijn eerste boek. Aangemoedigd door de enthousiaste reacties op mijn blog ben ik de teksten gaan redigeren en bewerken, ik ben druk bezig met het ontwerpen van de omslag, het op papier zetten van het voorwoord, de opmaak van de tekst en natuurlijk de laatste tekstcorrecties. Het kost veel tijd en ik moet mezelf manen dat ik niet te ongeduldig ben en het snel afmaak om resultaat te hebben, maar stapje voor stapje werk aan een boek dat de moeite waard is om te lezen. Er heeft zich namelijk een kinderlijke opgewondenheid van mij meester gemaakt en ik kan bijna niet wachten tot mijn boek te koop is bij bol.com. Geduld is wederom het sleutelwoord.
uitsnede

Wildschönau

Van de winter toen ik nog nauwelijks iets kon, hebben we plannen gemaakt om van de zomer met mijn zus, zwager, neefjes, nichtje en mijn ouders op vakantie te gaan naar Wildschönau in Oostenrijk. Aanleiding was mijn grote neef die een cursus schermvliegen (paragliden) in de bergen wilde volgen.  Frans was natuurlijk razend enthousiast en zo ontstond het plan om met de hele familie te gaan. Mijn broer en zijn gezin hadden andere plannen anders was het feest compleet geweest. Destijds leek het nog eindeloos ver weg en het was een prachtig doel om naar toe te leven en nu ineens is het zo ver.
We hebben een donkerhouten huisje ergens halverwege een helling waar je alleen met een klein, steil weggetje kan komen. De beneden verdieping zit voor een groot deel onder de grond en vanaf het balkon heb je een heerlijk uitzicht op de bergen. Een lekker plekje om tot rust te komen na de ellenlange files op de heenreis en een gezellige pleisterplaats voor de familie. We zijn dankbaar dat we hier met zijn allen samen zijn en dat het zo goed gaat. Mijn zwager heeft, gebogen over topografische kaarten, een aantal redelijk vlakke, maar toch aantrekkelijke wandelingen met mooi uitzicht uitgekozen, zodat mijn ouders en ik mee kunnen lopen. De eerste dag maken we een wandeling door de Kundler Klamm. Het is warm en de tempo’s lopen uiteen, maar we houden een gezamenlijke picknick en aan het eind van de route gaan we met zijn allen pootje baden in de rivier om af te koelen. Na enige discussie (niet iedereen houdt van pizza, maar een aantal anderen heeft geen zin om weer in een schnitzelparadijs terecht te komen) schuiven we aan in een pizzeria en zitten al snel achter een grote pul bier. Na een paar slokjes voel ik de alcohol al naar mijn hoofd stijgen en dan zie ik ineens twee gezichten die me bekend voorkomen, maar met mijn chemobrein kom ik niet op de namen. Door de alcohol ben ik iets loslippiger en ik roep ‘kijk daar heb je twee bekenden’. ‘Van de volleybal’ roep ik erachter aan. De bekenden, die met een groepje van vijf zijn, kijken mijn kant op en dan ineens schieten de namen me te binnen. Het zijn Ronald en Michel Mulder. Niets volleybal. Het zijn de schaatsers die op de olympische spelen zo goed hebben gepresteerd. Ze hebben vast gehoord wat ik zei. Gênant. Ik verschuil me snel achter mijn halve liter bier.

De volgende dag is het bewolkt en een beetje regenachtig. We maken een wandeling rond de ‘Reintaler See’, een lieflijk groenblauw meer verscholen in het groen, eten een ijsje op de boerderij met Haflinger paarden en wollige langoor konijnen en bezoeken het oude stadje Rattenberg. In de kerk steken we twee kaarsjes aan en staan we even stil bij het feit dat we er allemaal nog zijn en dat het ook heel anders had kunnen gaan. Bij toeval lopen we een winkel binnen waar net een demonstratie glasblazen wordt gegeven en waar een grote collectie met glazen voorwerpen is uitgestald.

De derde dag gaan we kijken naar de vorderingen van mijn neef aan de paraglider. Van de vliegschool krijgen we een extra radio, zodat we mee kunnen luisteren naar de instructies die mijn neef krijgt. We zijn net op tijd om hem ‘oortjes’ te zien trekken, dat is een oefening om sneller te kunnen dalen, mocht je snel naar beneden willen. Hij landt keurig op het grasveld naast het terras waar wij aan de koffie zitten. Inmiddels hebben Frans en een vriend, die we in de winter inhuren als skileraar, zich bij ons gevoegd en ontstaat er een gesprek over tandemen. Mijn kleine neef van tien jaar wil wel met Frans de lucht in. Mijn zus zal dan tegelijkertijd met de vriend aan de tandem gaan hangen, want zij wil ook wel eens ervaren hoe het is om te vrij door de lucht te zweven. Ik ga mee naar boven om de starts te filmen. En zo zitten we even later in de gondel op weg naar de top. Mijn neefje is heel rustig en rent – precies zoals Frans heeft gezegd – de berg af, maar zijn benen zijn zo kort dat hij al snel in het luchtledige aan het sprinten is en met zijn voeten tegen de bovenbenen van Frans aan trappelt. Na de landing is het de beurt van mijn vader van 76 jaar en van mijn zwager om mee omhoog te gaan. Mijn vader gaat met Frans mee de lucht in en ze hebben samen een mooie vlucht, mijn zwager gaat mee aan de tandem van onze vriend. We hebben er allemaal van genoten.

Mijn zwager en mijn zus trekken samen een dagje de bergen in, Frans en mijn neef vertrekken zoals iedere ochtend al vroeg om te gaan paragliden en mijn ouders, mijn neefje, nichtje en ik gaan naar een mooi meertje om te zwemmen. Na enig zoeken vinden we een lekker rustig plekje aan de oever van het meer waar we de dag doorbrengen met zwemmen, kletsen en spelletjes doen. De dag daarop gaan we weer met zijn allen op stap, behalve dan mijn neef en Frans, want die vliegen iedere dag. We rijden naar Westendorf en pakken de Alpenrosenbahn omhoog. Het is vandaag boven de dertig graden en dat maakt dat we maar moeizaam vooruit komen op het eerste stuk dat iets omhoog gaat. Na de picknick in de schaduw gaat het beter en na een duik in een fris meertje omringd met lekkere ligbankjes is de terugweg een makkie. Beneden lessen we onze dorst met bier en Hollunder siroop. Als afsluiting van de dag gaan we naar een forellenkwekerij, waar we de parapent groep ontmoeten. Ik vind het fijn te merken dat ik de drukte van zo’n grotere groep weer aankan en geniet van het gezelschap en de smakelijke zalmforel, terwijl buiten het onweer losbarst.

Vrijdag de dag voordat we allemaal weer onze eigen kant op zullen gaan, wordt een beetje een hangdag. Dat komt omdat het ruim boven de 30 graden is en eigenlijk te warm is om iets te gaan doen. ’s Middags gaan we nog wel zwemmen bij het meertje en dat is leuk. Zaterdagmorgen gaan we nog samen op een terrasje ‘Kaffee und Kuchen’ doen en dan is het tijd om afscheid van elkaar te nemen. Mijn ouders gaan naar huis, Frans en ik blijven nog een dagje hier en de rest gaat via de Grossglockner Hochalpstrasse naar Heiligenblut voor een meerdaagse huttentocht. Frans en ik gaan bij Niederau omhoog en maken een leuk wandelingetje naar een meertje dat er ijskoud uitziet, maar heerlijk van temperatuur is, daarna lopen we naar beneden en wandelen naar het centrum van Niederau. We sluiten de dag en de vakantie af met een etentje met de parapentgroep en de nieuwe cursisten die net zijn aangekomen. Heel toevallig zit ik naast de man waarvan we vorig jaar een fles prosecco hebben gekregen, toen we net wisten dat ik borstkanker had. Het is een hartelijk weerzien. ’s Avonds slapen we in de camper met de deur wagenwijd open kijkend naar de sterrenhemel. Prachtig.
Een memorabele vakantie zit er op. We hebben ervan genoten.

 

 

Winkelen

Afgelopen jaar was een goedkoop jaar. Ik heb geen enkele winkel vanbinnen gezien en ook shoppen via internet heb ik tot een minimum beperkt. Winkelen is geen hobby van mij. Als kind had ik er al een hekel aan om met mijn moeder naar de stad te gaan en langs alle etalages te drentelen of eindeloos te staan treuzelen bij de kledingrekken. Ik was meer van het type doelgericht een winkel binnenstappen en tien minuten later weer met het gewenste artikel naar buiten komen. Mij zul je niet snel in een stad aantreffen om gezellig te gaan shoppen.
Maar vandaag is een uitzondering. Ik heb er zin in om eens lekker kleding in te kopen. Sportkleding wel te verstaan. Frans heeft een vrije dag en samen brengen we een bezoek aan de Decatlon in Apeldoorn. Al snel loop ik enthousiast rond met een arm vol T-shirts, broeken, shorts en truitjes die ik allemaal ga passen, waarna driekwart afvalt, omdat het niet past of ik het toch niet mooi vind staan als ik het aanheb. Frans vraagt of ik niet moe ben, en ik constateer verbaasd dat ik blaak van de energie. Telkens vind ik weer ergens een nog leuker shirt of beter passend broekje, die ik dan weer omruil met mijn bestaande keuze. De oogst van de dag is: vier T-shirts, één short, één wandelbroek van stretch, twee sportbh’s (uitzonderlijk dat ze die in mijn maat hebben) en een zacht truitje. Frans heeft in de tussentijd niet stil gezeten en is gezwicht voor twee T-shirts, een shirt met lange mouwen, een wandelbroek van stretch, twee paar sokjes en een camel bag met rugzakje. De kassière gooit alles in een grote plastic zak en dan lopen we tevreden de winkel uit.
Plotsklaps komt de vermoeidheid opzetten. Frans gaat in de grote AH snel twee maaltijdsalades kopen, die we even later in de auto verorberen met het eveneens gekochte plastic bestek, omdat het buiten pijpenstelen regent. De rest van de avond zijn we bezig met het verwijderen van de kaartjes en het losknippen van de labels, terwijl de bank bezaaid ligt met onze nieuwe kleding aankopen. Af en toe is winkelen best leuk.

Pijn

Op een dinsdag rijd ik naar onze architect die een ontwerp heeft gemaakt voor de nieuwe ruimte van Dolfijncoaching. Als ik een half uurtje binnen ben sta ik even op om de benen te strekken. Ineens gaat er een ferme pijnsteek door het kleine teentje van mijn rechtervoet, even later gevolgd door een tweede steek. Het doet zo zeer dat ik mijn schoen uitdoe om te kijken wat er aan de hand is. Tot mijn grote verbazing valt er een wesp uit mijn schoen, die even dizzy op de grond blijft liggen en dan weer vrolijk verder vliegt. Hoelang zit die wesp er al? Hoe komt die wesp in mijn schoen? Het blijven vragen waar geen antwoord op komt. De architect komt aanlopen met een fles azijn en een tissue om mijn voet mee te deppen, maar ondanks dit huismiddeltje zwelt de voet flink op en blijft de pijn irritant aanwezig, zodat ik van de rest van het gesprek nauwelijks meer iets meekrijg.

Thuis ga ik in een bak met koud water zitten waar ik zout in heb opgelost, maar het koude water doet zo zeer dat ik mijn voet er snel weer uittrek. De voet is warm, rood en opgezwollen tot precies onder de enkel. Die nacht slaap ik slecht. Het lijkt wel of ik iedere paar seconden opnieuw gestoken word. Telkens weer trekt die stekende pijn opnieuw door mijn kleine teentje.

Ik moet denken aan wat ik heb gelezen in het boek over chronische pijn van neurowetenschapper Dr. Ben van Cranenburgh, dat ik te leen heb van mijn schoonzus. Ik heb pijn altijd beschouwd als een signaal dat er iets mis is. En in principe is dat ook zo, maar er zijn uitzonderingen. Het pijnsysteem kun je vergelijken met een alarmsysteem. De bedoeling is dat als er een inbraak is het alarmsysteem afgaat. Maar het gebeurt ook wel eens dat er vals alarm is of dat het systeem niet meer uitschakelt en maar signalen door blijft geven. Het alarmsysteem staat dan eigenlijk te strak afgesteld. Ook het pijnsysteem kan door verschillende oorzaken te strak staan afgesteld. Het is sensitiever geworden voor prikkels en de prikkels kunnen als ernstiger worden geïnterpreteerd dan nodig is. Ik denk dat dit op het moment geldt voor mijn pijnsysteem, want ik heb niet het idee dat er iets ernstigs aan de hand is, maar de pijn is buitenproportioneel heftig. Ik ben er misselijk van en kan nauwelijks op mijn voet staan.
Ik besluit dat het tijd is om de verschillende pijn bestrijdingsmethodes uit het boek uit te proberen. Methode één is afleiding. De hersenen besteden aandacht aan de prikkels die het heftigst doorkomen. De prikkels concurreren dus met elkaar. Als je zorgt voor extra prikkels in de vorm van mooie muziek, een spannend boek of ontroerende film zal dat de pijn verminderen, omdat de aandacht wordt afgeleid. Simpelweg omdat  je hersenen niet overal tegelijkertijd aandacht aan kunnen besteden, het is óf de pijn óf dat mooie boek.
Ik ga vandaag echter voor methode twee: beweging. Hoewel het tegen natuurlijk voelt om bij pijn te bewegen, is aangetoond dat beweging vaak zorgt voor een pijnverlichting, mits er natuurlijk geen verwonding aan ten grondslag ligt. Ik ga voorzichtig op mijn voet staan, dan draai ik wat rondjes met mijn enkels, doe wat rek- en strekoefeningen en ga tenslotte op mijn tenen staan. Ik herhaal dit een paar keer en tot mijn verbazing neemt de pijn af. De voet blijft rood en dik, maar de stekende pijn is weg.

DSCN4975

Een lange zomer

We maken er een heerlijke, lange zomer van, vol uitstapjes, bezoekjes aan vrienden en logeerpartijtjes. We halen alles – wat we een jaar lang niet hebben gekund – ruimschoots in en doorkruisen met de camper het hele land. Ik heb nauwelijks meer tijd om te bloggen….

We beginnen met een weekendje Brugge waar we een bezoek brengen aan onze Vlaamse vrienden die we twaalf jaar geleden op Hawaii hebben leren kennen. Het is fijn hen na meer dan een jaar weer te zien, hoewel de aanleiding minder fijn is: de begrafenis van de vader van onze vriendin. Toch is het geen droevig weerzien. Dat komt waarschijnlijk ook, omdat de vader zijn naderende dood had geaccepteerd, toen er in april kanker bij hem werd geconstateerd waar de artsen geen antwoord op hadden. Hij had gezegd: ‘ik aanvaard het, ik heb een mooi leven gehad.’ Hij had nog volop genoten van zijn laatste maanden en iedereen had gelegenheid gehad om afscheid te nemen en aan het idee te wennen.
De vier kinderen hebben een mooie afscheidsviering in elkaar gezet, die hun vader eer aandoet. Verrassend voor iedereen is dat de vader zelf ook iets heeft geregeld: de pastor bedankt namens de vader alle kleinkinderen, de kinderen en zijn vrouw, die een prachtige bos bloemen krijgt, omdat ze meer dan 45 jaar aan zijn zijde heeft gestaan. Er wordt menig traantje weggepinkt en ook bij mij stromen de waterlanders overvloedig, omdat er zoveel liefde spreekt uit dit gebaar. En dan ineens klinkt er ‘lalalalala, pour een flirt, avec toi’  door de kerk en iedereen is verbaasd, maar het is het dansnummer waarop ze elkaar hebben leren kennen en dat het begin van hun relatie markeert. Het geeft een vrolijke noot aan het afscheid.
We voelen ons vereerd dat we worden uitgenodigd voor de warme maaltijd die eigenlijk alleen voor de naaste familie is, maar zij vinden het bijzonder dat we helemaal uit Nederland komen om erbij te zijn. Na een aperitief in de prachtige tuin met vijver, stroomt iedereen naar binnen voor een uitgebreid drie gangendiner. Rond vier uur is het bijzetten van de urn op het kerkhof. Anders dan in Nederland krijg je de urn met de as van de overledene nog dezelfde dag en de vader heeft gekozen voor een plaatsje op het kerkhof. Wij gaan niet mee naar deze besloten gelegenheid die we echt iets vinden voor de naaste familie, bovendien ben ik inmiddels behoorlijk moe.
Frans rijdt de camper naar De Haan, een mondain plaatsje aan zee, waar we eerst een dutje doen in de camper en vervolgens een duik nemen in de golven. Ter nagedachtenis aan de vader, die aardappelhandelaar was, eten we een patatje en ik moet terug denken aan een bijzonder moment. Onze vriendin had gevraagd of we licht naar haar vader wilden sturen en verbinding wilden maken met de engelen om zijn overgang te vergemakkelijken. Als Frans en ik ons in gedachten afstemmen op de vader en de engelen vragen om hem te omringen met liefde, horen we een zacht, klapperend geluid dat we niet goed thuis kunnen brengen. We kijken op en zien tot onze verbazing een grote vlinder, die met zijn vleugels klappert. Het lijkt wel of de vlinder dat doet om onze aandacht te trekken. Waar is die vlinder nu plotseling vandaan gekomen vragen we ons af. Hoe heeft de vlinder binnen kunnen komen terwijl alle ramen en deuren gesloten zijn?  We openen het raam en de vlinder vliegt weg de wijde wereld in. Precies op dat moment voel ik een fontein van licht en blijdschap in me stromen. Ik heb het gevoel dat dit de ziel van de vader is die zich losmaakt van het lichaam. Ik voel een onbeschrijfelijke vreugde en ervaar een intens gevoel van vrijheid. Het is een moment dat ik niet snel meer zal vergeten. Als we een paar dagen later bij onze vrienden in België arriveren, gaan we even in de tuin zitten, omdat zij wat later thuis komen dan gepland. We hebben ons nog niet in de lekkere, luie tuinstoelen genesteld of er komt een grote, fleurige vlinder op mijn hand zitten. Even later vliegt de vlinder naar Frans toe. We hebben allebei het idee dat het de vader van onze vriendin is die ons even komt begroeten. Ik heb het altijd een bijzondere man gevonden en had hem nog wel graag een keer gesproken voor zijn overlijden, maar door mijn eigen ziekte lukte dat niet. Nu is het net of we toch even contact hebben gehad.

Hoewel de kinderen, twee jongens, nog klein zijn en we hen meer dan een jaar niet gezien hebben, ontstaat er toch weer snel een vertrouwensband en vinden ze het superleuk om ’s nachts bij ons in de camper te slapen, die we langs de kant van de weg hebben geparkeerd. De volgende dag worden mijn zintuigen flink geprikkeld als we met zijn allen naar een subtropisch zwemparadijs gaan. Er is een wildwaterbaan die erg in de smaak valt, maar waar ik met mijn arm niet vanaf durf, wel ga ik samen met onze vriend op een band van de glijbaan. Het is dolle pret.

Direct de volgende dag hebben we met mijn zus afgesproken om naar de kinderboerderij in Holten te gaan, omdat ze daar heel veel leuke jonge konijntjes hebben, die je in een mandje op schoot mag zetten om te knuffelen. De kleine konijntjes zijn handtam en er aan gewend om geknuffeld te worden. Ze zijn erg schattig, vooral de zwarte met grote hangoren vallen bij mij in de smaak, maar we kunnen de verleiding weerstaan om er direct één of twee mee te nemen. We moeten er nog eens goed over nadenken vind ik. Aan de ene kant is het heerlijk om weer zo’n knuffel te hebben, aan de andere kant zijn we veel weg en genieten we ook erg van onze vrijheid.
Het is die dag ruim boven de dertig graden en we gaan met bijna de voltallige familie afkoelen in een zwemplas bij Zutphen. De barbecue in de tuin maakt het vakantiegevoel compleet.

Frans wil nog wel naar zee om samen met onze neef te ‘ground handlen’ – het oefenen van technieken om de paraglider beter onder controle te krijgen – en zo ontstaat het plan om met degene die daar zin in hebben volgend weekend naar Wijk aan Zee te gaan. Omdat Frans met mij had afgesproken om dat weekend te gaan fietsen in Drenthe komen we tot een compromis: zaterdag samen fietsen over de bloeiende heide bij het Dwingelerveld en zondag en maandag naar het strand. Een plan waar we allebei blij mee zijn.
We vinden in het Drentse Ruinen een gezellige camping van waaruit we onze fietstocht DSCN4920
beginnen. Ik vind het landschap erg mooi met de vele vennen en heidevelden. De volgende dag rijden we via de afsluitdijk naar Wijk aan Zee. Het is de eerste keer dat ik over de afsluitdijk rijd en ik verbaas me over het verschil tussen de rustige Waddenzee die rechts van ons ligt en het woeste water van het IJsselmeer dat links van ons ligt. Toch bijzonder dat wij Nederlanders dit hebben kunnen bouwen denk ik trots.
Om elf uur treffen we mijn zus en de kinderen op de parkeerplaats van Wijk aan Zee. In een strandtentje drinken we koffie en thee en dan lopen we door het mulle zand naar het gebied waar paragliders op het strand zijn toegestaan. Er breekt enige hilariteit uit onder de kinderen als blijkt dat dit ook tevens het naaktstrand is. Hoewel het een stralende dag is, is het op dit gedeelte van het strand echter vrijwel verlaten. Niemand die zich druk maakt of we nu met of zonder badpak de zee in gaan. Alle mensen concentreren zich rondom de strandtentjes en strandopgangen, die we in de verte als kleine stipjes zien liggen.
Het is lang geleden dat ik een hele dag naar het strand ben geweest en ik bescherm mezelf met een flinke dosis zonnebrand en een petje. Door de zonnebrand is mijn gezicht helemaal wit uitgeslagen en zie ik eruit als een Pierrot-clowntje. De dag gaat voorbij met zwemmen, kletsen en naar de paragliders kijken. Vandaag is een bijna windstille dag en de zee is glad als een spiegel. Te weinig wind voor de jongens om lekker te ground handlen. We gaan naar camping de Banjaard waar we onze camper en een klein tentje opzetten en door mijn zus zelfgemaakte tomatensoep eten. Onder de douche spoelen we het zand van ons af en ik moet denken aan vorig jaar, toen ik hier samen met Frans was en ik tijdens het douchen aan de knobbel in mijn borst voelde en bang was dat de tumor zich aan het uitzaaien was. Ik wilde het liefst ter plekke die knobbel weghalen. En nu is het alweer ruim een jaar verder en ligt het grootste deel van de behandeling al achter me. Ik weet al zoveel meer en ben al zoveel ervaringen rijker dan vorig jaar. Wat is een jaar? Wat is tijd? Het is voorbij voor je het weet. En dat geldt eigenlijk voor het hele leven. Het gaat zo snel voorbij, ik kan bijna niet geloven dat ik hier al bijna vijftig jaar rondloop, het voelt nog maar zo kort.

’s Avonds spelen we harten jagen (het kaartspel!) en dan duiken we ons bed in: drie personen in de tent en drie in de camper.

De volgende dag waait het stevig en de mannen moeten alles uit de kast halen om de paraglider in bedwang te houden. Ze genieten met volle teugen en dat doen wij ook. We maken een flinke strandwandeling en spelen in de golven. We sluiten de dag af met een warme maaltijd in een strandtent en dan keren we huiswaarts. Moe maar voldaan.

DSCN4946DSCN4932


 

 

 

 

 

We brengen een bezoek aan mijn broer in Gennep, waar ik door de kinderen met een waterpistool helemaal nat word gespoten (ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik weinig moeite heb gedaan om het te vermijden of misschien zelfs wel enigszins heb uitgelokt…), waarna ik besloot om dan maar met kleren en al in het zwembad te springen en de anderen ook nat te spetteren. We worden uitgenodigd door vrienden die in de Ooijpolder op een huis passen om te genieten van de tuin, lekker te eten en weer eens bij te praten. We maken een wandeling langs de Waalstrandjes en door het natuur landschap met wilde paarden. ’s Nachts slapen we in de camper die we op de inrit hebben geparkeerd. De volgende dag bezoeken we vrienden in Berg en Dal. We horen de verhalen van deelname aan de  Norseman ondersteund met foto’s, maken een lekkere wandeling door de bossen, eten samen en wisselen ervaringen uit. Het leven is goed.

En dan is er nog het logeerpartijtje van twee nichtjes en een neefje waar we geweldig veel plezier aan beleven. Op verzoek van de kinderen eten we ‘foppertjes’: friet met poffertjes en doen we een cola test. We testen welke cola het lekkerst is en ook proberen we te raden welke cola we proeven. Van tevoren mag je zeggen hoeveel je er goed denkt te hebben. Frans en de kinderen hebben boodschappen gedaan en maar liefst zes soorten cola gevonden. Er komt geen unanieme winnaar uit de bus; de meningen zijn verdeeld. Verder spelen we eindeloos potjes tafeltennis en doen we een hilarisch tekenspel, waarbij ik de slappe lach krijg.

DSCN4973

DSCN4972

 

 

 

 

 

 

In het gehucht Sinderen bij speeltuinboerderij Groot-Nibbelink is in een maisveld een doolhof gemaakt en een speurtocht uitgezet waarbij je letters en cijfers moet verzamelen. Van de letters kun je een zin maken en de cijfers moet je bij elkaar optellen. We maken twee groepen: de jongens tegen de meisjes. De meisjes mogen beginnen en al snel lopen we door het maisveld te dolen, maar het duurt niet lang of de jongens halen ons in. Dat ligt niet aan de meiden, die werkelijk door het doolhof sprinten, maar aan mij. Ik kan het tempo niet bijbenen en ze moeten regelmatig op me wachten.

We spreken met de jongens af om bij de volgende splitsing elk een eigen kant op te gaan. Voor de meiden pakt dat heel goed uit: we komen bij een doodlopend stukje waar een letter en een cijfer hangen. We noteren de gegevens en sluipen dan stiekem achter de jongens aan. We hebben op twee na alle gegevens die we nodig hebben. De jongens willen een dealtje sluiten, maar dat slaan we arrogant af. Nogmaals gaan we speurend door het hele doolhof, maar we vinden niet één letter of cijfer meer. Het is warm tussen het mais, ik ben moe en heb honger en vraag me af, waarom ik toch altijd zo fanatiek moet zijn. Als we het maisveld uitkomen zitten de jongens al lang klaar en wat nog erger is: ze hebben alle cijfers en letters gevonden.

Het spannende speurwerk heeft zijn tol geëist: we zijn allemaal moe en hebben honger. Ineens komt bij mij het idee binnen om pannenkoeken te gaan eten bij het Pannenkoekenhuis in Westendorp. Dit idee slaat aan en even later genieten we allemaal van een pannenkoek inclusief wespen. ’s Middags neemt Frans de kinderen mee naar de bioscoop en ga ik uitgeput naar bed. Ik slaap maar liefst twee uur en ben net op tijd wakker voor het avondeten. Na zoveel snacks en zoetigheid snak ik naar een beetje groente. Dus ik maak snel een groentesoepje en een salade, die ik bij de broodmaaltijd serveer. Ik vind het leuk om te merken dat de kinderen open staan om nieuwe dingen te proeven en uit te proberen. Eéntje vind de groentesoep lekker, een ander probeert geitenkaas met honing en walnoot en een derde gaat aan de avocado. Nog één keer tafeltennissen en nog één keer het tekenspel en dan is het tijd om ze terug te brengen naar hun ouders; aan alles komt een einde.

Eind augustus bezoeken we onze vrienden in Maastricht. In mei hadden ze een speciale dag DSCN4966te vieren, maar destijds was het voor mij nog te vermoeiend om er bij te zijn, daarom doen we het nu dunnetjes over. We eten bij restaurant La Fleurie in Valkenburg waar we ons laten verwennen met zalm, garnalen, kreeft, heilbot en tournedos, alles vers bereid en gekruid met bloemessences, dat speciale smaaksensaties geeft. We overnachten op camping Den Dries in het hartje van Valkenburg. De volgende dag toeren we door Zuid-Limburg, lunchen bij boshut Het Hijgende Hert en maken bij Vijlen een mooie wandeling. We sluiten af op een terras, voor we richting Elst rijden, waar we onze camper voor twee weken omruilen voor een grote Volvo. Kennissen van ons gaan er twee weken mee op vakantie. Na twee weken gaat Frans met hun Volvo richting de Alpen om een weekje te paragliden en zal de grote wisseltruc nogmaals plaatsvinden.

Wat ik met dit verhaal wil aangeven is dat we van de zomer één lange vakantie hebben gemaakt. Héérlijk!

Intake hyperbare zuurstoftherapie

Woensdag 26 augustus  heb ik een intakegesprek in het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem voor hyperbare zuurstoftherapie. Frans en ik voelen allebei een aversie om het Rijnstate ziekenhuis binnen te gaan. Het herinnert ons aan het heftigste moment van de hele behandeling: het onderzoek naar metastases vorig jaar augustus. De hyperbare zuurstoftherapie zit ergens in een uithoek van het ziekenhuis. Eerst lopen we langs grote wachtruimtes met balies die me doen denken aan een ongezellige vliegtuighal. Hier zitten de specialisaties dermatologie en plastische chirurgie. Via een smal gangetje en een zware deur, komen we uit in de wachtruimte van de hyperbare zuurstoftherapie waar een grote witte tank staat met negen grote, groene stoelen. Vanbinnen lijkt het geheel een beetje op een bus. Alleen dan een bus met zuurstofmaskers.
Toevallig zit er net een groep te wachten om de tank binnen te gaan en er ontstaat al snel een praatje, waarin ik hoor dat de therapie bij de meeste goed aanslaat, maar dat je er erg moe van wordt en dat je er ook pijn van kunt krijgen. Dat laatste is een teken dat de therapie aanslaat. Bij hyperbare zuurstof therapie krijg je namelijk onder hoge druk 100% zuurstof toegediend, deze zuurstof zorgt voor weefselherstel in het bestraalde gebied en de aanleg van nieuwe bloedvaatjes waardoor het hele gebied beter doorbloed raakt. En juist die aanleg van nieuwe bloedvaatjes kan pijnlijk zijn, aldus één van de patiënten.
Ik zie twee vrouwen met hetzelfde korte, dikke, krullende haar als ik. Het is direct duidelijk dat ze allebei net als ik met chemotherapie behandeld zijn.  Eén van de twee vrouwen met een kort, krullenkoppie vertelt dat ze voor de behandeling lang, steil haar had en de krullen voor haar een enorme verrassing waren. Een man zegt: ‘nou bij mij is het haar helemaal niet uitgevallen’. ‘Oh’, zegt de vrouw met het krullenkoppie weer: ‘ik dacht dat je zou zeggen, dat je altijd krullen hebt gehad, maar er nu steil haar voor in de plaats hebt gekregen.’ De sfeer in de groep is vrolijk en open en ik voel me er snel bij thuis. Voordat ze de tank instappen, komt er nog een vrouw naar me toe om me persoonlijk mee te geven dat de therapie heel goed helpt en het echt de moeite waard is om te proberen.

Hyperbare zuurstoftherapie wordt vooral ingezet om de late gevolgen van bestralingsschade te verzachten. Bij borstkanker helpt het om het littekenweefsel in de borst te verzachten en soepeler te maken en het lymfoedeem aan borst en arm te verminderen. Ik leer dat de bestraling nog jaren doorwerkt en je zelfs na tien jaar nog klachten kan krijgen.

In het gesprek met de arts wil ik weten wat de hyperbare zuurstof therapie voor mij kan betekenen én wat de risico’s zijn. Zou het zinvol zijn voor mij en is het veilig om te doen of kan het eventueel nog aanwezige kankercellen activeren? Als er ook maar enig risico is dat deze therapie de kanker weer kan doen opvlammen dan ga ik er natuurlijk niet aan beginnen. Ik heb zo mijn twijfels. Dat komt omdat ik in een TED-talk heb geleerd dat de kankercellen bepaalde cellen van het afweersysteem kunnen ‘gijzelen’ en kunnen dwingen om voor hen bloedvaatjes aan te leggen, die voor de bevoorrading van de kankercellen moeten zorgen. Ik met mijn nuchtere verstand, heb nu zelf bedacht, dat als er in mijn lichaam door de zuurstof therapie nieuwe bloedvaatjes worden aangelegd, dit de kankercellen in de kaart kan spelen. Op internet vind ik wel onderzoeken hiernaar die voorzichtig lijken aan te tonen dat hyperbare zuurstof therapie de tumorgroei en angiogenese (aanleg van bloedvaatjes voor de tumor) niet stimuleert, maar helemaal zeker is het niet. De jonge, vrouwelijke arts, die tegenover me zit, kijkt me aan alsof ze vuur ziet branden als ik mijn twijfels aan haar uit. Ik begin te hakkelen en voel me gefrustreerd, omdat ik niet duidelijker kan uitleggen wat ik bedoel. Ik weet gewoon niet de precieze terminologie en ook niet hoe het nou exact werkt. Ik heb de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt. Ik had gehoopt dat de arts hier duidelijke informatie over zou hebben, maar dat blijkt niet het geval. Ik heb al wel gemerkt, dat ik vaak vol zit met allerlei vragen, maar dat ik er zelden een bevredigend antwoord op krijg.

Na het gesprek met de arts komen we bij een verpleegkundige die de praktische zaken regelt. Ik mag mondkapjes passen, formulieren invullen en krijg een lijst met wat er allemaal wel en vooral niet mee mag de tank in. Zo mag je alleen de tank in met katoenen kleding, omdat zuurstof licht ontvlambaar is en er met synthetische kleding een te grote kans op brand is. Mijn idee om te studeren in de tank valt ook in duigen, want je mag alleen een papieren boek meenemen. Geen e-boek, geen tablet, geen MP3-speler en zelfs geen pen. Die zouden allemaal uit elkaar springen door de hoge druk. In de tank wordt de druk opgevoerd alsof je 15 meter onder water zit. Je moet dan ook oefenen om je oren te klaren.

Er zijn drie ploegen: de vroege ochtendploeg van half negen tot half elf, de late ochtendploeg van elf tot één uur en de middagploeg van half twee tot half vier. Ik kies voor de middagploeg. We maken een voorlopige afspraak, die ik nog tot een week voor tijd kan afbellen, als ik besluit om het niet te doen.

Al met al heeft de intake ruim twee uur geduurd en ik ben nogal beduusd van alle informatie en de twijfel giert door me heen. Ik heb echt geen idee of ik het wel of niet ga doen.  Ik bedenk dat ik niet heel veel last heb van mijn arm. Ik kan er eigenlijk alles mee doen, maar soms ineens is het alsof er een tang omheen zit en is het pijnlijk en opgezwollen. Laatst was ik in een winkel een blouse aan het passen, maatje 38 waar ik normaal ruimschoots in pas, kreeg ik ineens niet over mijn arm. De verkoopster zei dat ik zulke gespierde armen had en dat was natuurlijk vleiend, maar ik wist zelf ook wel dat dat niet de reden was dat mijn arm niet in de blouse paste. Ongemerkt was de arm volgelopen en hing als een zwaar log ding aan mijn lijf. Ook moet ik tweemaal daags flink rekken anders is het bindweefsel binnen de kortste keren verhard en ingekort en krijg ik de arm nauwelijks meer gestrekt. Het bindweefsel kan in de loop der jaren flink verharden als gevolg van de radiotherapie en juist hiervoor kan de hyperbare zuurstof therapie helpen.

Waarom zou ik het niet doen denk ik bij mezelf. Ik heb een indicatie, het wordt vergoed door de zorgverzekering, lotgenoten zijn er enthousiast over en de kans op herstel is aanwezig. Maar de weerzin tegen wéér een behandeling, een zware behandeling van acht weken lang gedurende iedere werkdag, is groot. Bovendien lijkt het me een nare behandeling, omdat je door een zuurstofmasker moet ademen. En ik ben ook bang dat ik weer last krijg van geïrriteerde luchtwegen of dat de behandeling andere schadelijke effecten heeft. Ik heb geen zin om weer doodmoe te worden, (vermoeidheid is één van de bijwerkingen van de zuurstoftherapie) net nu ik me steeds fitter en energieker ga voelen. Bovendien vraag ik me af of  ik het kan combineren met de immuuntherapie en de hormoontherapie of  dat dat te zwaar is voor mijn lichaam.

Ik kan het ook gewoon laten, zo mijmer ik in mezelf. Maar krijg ik dan geen spijt als de klachten later toenemen? Moet ik niet gewoon even doorbijten om de rest van mijn leven er profijt van te hebben? Ik kan het ook uitstellen tot na de immuuntherapie, maar aan de andere kant is er nu de tijd. Ik heb nog weinig verplichtingen en ik kan het zien als een herstelperiode. Ik kan er een rustige, aangename periode van maken met tijd voor mezelf.

Ik moet denken aan de lijfopstellingen die ik heb gehouden. Mijn lichaam sprak duidelijke taal: ‘beginnen met die hyperbare zuurstof therapie, hoe eerder hoe beter! Hyperbare zuurstof therapie vraagt veel van het lichaam, omdat het een structurele oplossing biedt. Het blaast het hele gebied schoon. Lymfedrainage, rekoefeningen en dolfijnen healingen helpen wel iets, maar het blijft aanklooien voor de rest van je leven.’ Ik denk aan de vrouwen die ik met een steunkous om de arm heb gezien. Dat lijkt me zo vreselijk. Ik hoop echt dat ik dat nóóit hoef. Aan de andere kant leken wel meer dingen vreselijk en vielen die in de praktijk reuze mee. Ik ben op het moment redelijk tevreden met de huidige status quo van mijn arm. Er is geen noodzaak voor hyperbare zuurstof therapie, dat maakt de keuze extra moeilijk.

Ja, wat ga ik doen? Ik weet het echt niet. Ik houd jullie op de hoogte.

Op eigen kracht

Na de intake van de hyperbare zuurstoftherapie lopen we naar de auto en koppelen mijn fiets af die achterop de fietsendrager staat. Ik heb namelijk het plan opgevat om terug te fietsen. In mijn eentje. Ik heb alleen globaal een route in mijn hoofd en ik weet niet zeker of mijn lichaam de hele tocht wel aan kan, maar dit avontuurlijke aspect doet mijn bloed sneller stromen. Dit soort uitdagingen vind ik leuk. Zelf alle beslissingen nemen, op eigen kracht varen en telkens voelen of het nog klopt of dat ik mijn plan moet bijsturen. Ik moet terug denken aan mijn reis naar Amerika, waarbij ik alleen door het landschap reed en ik mezelf zo’n goed gezelschap vond. Ik had de grootste lol alleen in het zwembad, alleen in de whirlpool en alleen op mijn hotelkamer. Bij dit uitstapje komt hetzelfde gevoel naar boven.

Ik fiets eerst naar een bordje met fietsknooppunten, zodat ik een overzicht heb van de route. Het duurt even voor ik het routebord vind en ik kom erachter dat ik eigenlijk twee kilometer de verkeerde kant op ben gefietst. Het kortst is het om nu door te fietsen over bekend terrein, maar dat vind ik niet leuk. Ik fiets om leuke nieuwe routes te ontdekken. Dus ploeter ik terug de berg op en sta even later weer bij het beginpunt. Nu steek ik recht over en daar wacht een nieuwe heuvel die bedwongen wil worden, maar daarna suis ik naar beneden langs prachtige, boomrijke lanen en vijvers met fonteinen. Ik fiets door park Angerenstein en kom uit op de weg naar Velp. In het centrum van Velp stop ik bij patisserie Christian en trakteer mezelf op een mok thee met een gebakje van caramel.

Dan ineens besef ik dat ik al tijden geen bordje meer heb gezien. Ik heb er vast één gemist. Ik weet dat ik ergens rechtsaf moet om op de route te komen, maar waar dat is de vraag. Gelukkig krijg ik hulp van boven, want daar verschijnt een mevrouw op de fiets met op haar stuur een routekaartje met knooppunten. Ik vraag of ik even mag kijken en prent de nummers in mijn hoofd. En verder gaat het weer. Ik fiets over een prachtig oud landgoed. Landgoed  Biljoen. Daarna fiets ik de snelweg onderdoor en kom via een verlaten landweggetje in de uiterwaarden van de IJssel. Ik twijfel of ik goed zit en keer zelfs weer om, omdat ik bang ben dat ik nergens de rivier over kan komen, maar dan kom ik de mevrouw met het knooppunten kaartje weer tegen. Ik mag weer even spieken en ontdek dan dat er een pontje vaart tussen Rheden en Lathum. Nu nog hopen dat die vandaag ook in de vaart is.

Al snel zie ik de gele pont die tussen de oevers op en neer vaart. Voor  95 cent vaar ik naar de overkant waar ik met moeite de fiets tegen de steile helling omhoog duw. Mijn hart bonkt als een bezetene en ik voel me ineens doodmoe. Tijd voor een pauze. Ik zoek een plekje aan de kant van het water en overzie de Giesseplas, terwijl de harde wind schuimkoppen op het water blaast. De lucht is zwaar bewolkt en een beetje verkleumd eet ik mijn boterhammen op in het klamme gras.

Dan ga ik op zoek naar het volgende pontje dat me over het water naar Giesbeek zal brengen. Ik fiets een stukje langs het water op en moet even zoeken voor ik de plaats van het pontje heb gevonden. Ik druk op de bel en ja hoor, in de verte maakt zich een klein grijs bootje los van de oever. Ik vraag aan de schipper of het vandaag druk is met fietsers, maar hij antwoord: ‘nee, helemaal niet, dat komt omdat er noodweer is voorspeld voor vanmiddag, dan durven de mensen niet hé.’ Enigszins geschrokken kijk ik naar de zwarte lucht die zich achter me bevindt en ik vraag me af hoe mijn reis verder zal gaan. Ik ben blij dat het pontje nog niet uit de vaart is genomen vanwege de harde wind en focus me op de stukjes blauwe lucht die voor me liggen.

Eenmaal aan de overkant kom ik via de weilanden Giesbeek binnen fietsen. Wat zal ik doen, op de thee gaan bij een vriendin in Giesbeek of juist aankloppen bij een vriendin in Doesburg of waag ik de tocht naar huis? Het voelt toch het beste om gewoon door te fietsen en met de wind in de rug sjees ik over het fietspad langs de IJssel, terwijl ik af en toe omkijk om te zien of de zwarte lucht me al inhaalt. Op de één of andere manier blijf ik ongeveer stabiel op de grens fietsen tussen de zwarte lucht die achter me ligt en de blauwe lucht die heel symbolisch voor me ligt. Een mooie metafoor voor de huidige stand van mijn leven schiet het ineens door me heen. Ik heb de zwarte periode met ziek zijn en kanker achter me gelaten en voor me ligt een stralende toekomst, ik heb de wind in de rug, maar toch is er de dreiging dat de zwarte lucht me opnieuw inhaalt en overvalt en de kanker terugkomt. Het geeft net als de dreiging van het onweer en de voorspelde hagelstenen een bepaalde spanning en intensiteit aan het leven die niet onprettig is. Zowel voor het leven als de fietstocht geldt: gewoon doorgaan, genieten waar mogelijk en maar zien waar de tocht eindigt.

Ik rijd van knooppunt naar knooppunt en kom in een intens, verlaten gebied waar ik nog nooit ben geweest. Ik geniet er enorm van. Het is leuk om nieuwe gebieden te verkennen. Uiteindelijk kom ik uit in Angerlo, waar ik op een bankje bij de kerk even pauzeer en een appeltje eet. Het is nog steeds droog. Over een dijkje langs de IJssel bereik ik Laag-Keppel en kom ik weer in bekend gebied. Ik ben inmiddels een beetje slap en krijg behoefte aan eten. Gelukkig weet ik in Hummelo een prettig restaurantje en zo strijk ik even later neer op het terras van De Gouden Karper. Het zonnetje schijnt, de tomatensoep is heerlijk en het leven lacht me toe. Even krachten opdoen voor de laatste etappe.

De laatste vijf kilometer gaan door de Kruisbergse bossen. Om iets voor vijven fiets ik de Kruisbergseweg op. Ik heb het gehaald! Met een voldaan gevoel plof ik in de ligstoel op het terras, terwijl ik me laat verwarmen door de late zonnestralen. Het dreigende onweer en de zwarte lucht zijn in alle opzichten ver weg.

Alleen

Frans heeft er al maanden naar uitgekeken: een weekje vliegen in de bergen met een groepje vrienden van het parapenten. Ik vind het fijn dat hij zo blij en enthousiast is en ik gun het hem van harte, maar ik verheug me er niet op. Het betekent een week alleen thuis zijn en dat vind ik niet leuk. Nu heb ik wel allemaal leuke uitstapjes gepland en mezelf her en der bij vrienden uitgenodigd op het eten, maar toch komt er onvermijdelijk een moment dat ik thuiskom in een verlaten huis en ik word overvallen door een gevoel van eenzaamheid. Niemand die er op me zit te wachten. Niemand die er naar uitkijkt me weer te zien. Ik kan wel een week dood in bed liggen, denk ik mistroostig, als ik terugkom van mijn eerste Herceptin kuur zonder begeleiding van Frans. Het voelt kwetsbaar zonder mijn geliefde beschermer.

Het is niet dat ik niet goed alleen kan zijn. Ik kan prima alleen zijn. Ik vind het soms heerlijk om alleen te zijn en helemaal mijn eigen gang te kunnen gaan, om er alleen op uit te trekken en met niemand rekening te hoeven houden. Ik heb het af en toe zelfs nodig om alleen te zijn om me weer op te laden. Het geeft me een gevoel van kracht en zelfstandigheid om dingen alleen te doen. Maar alleen thuis blijven, terwijl Frans op vakantie is, is een ander verhaal. Dan voelt alleen voor mij al snel zielig en in de steek gelaten en krijgt het karakter van lijdzaam moeten wachten tot de ander eindelijk weer terug komt. Ik kan me ineens inleven in kankerpatiënten die niemand hebben. Wat moet dat ontzettend moeilijk zijn. Ik kan wel voelen dat het heel lastig is om die zware chemokuren aan te gaan als er geen liefhebbende partner, familie of vrienden zijn om je er door heen te slepen.

Ik heb deze week ook nog een controle bij de oncologie verpleegkundige. Ze vraagt of ik bang ben dat de kanker terug komt en ik hoor mezelf met grote overtuiging antwoorden dat ik altijd bang ben geweest om kanker te krijgen, maar dat ik nu weet, dat als het terug komt, ik het wel aankan. Ze kijkt me verbaasd aan en zegt: ‘dat is wel een omslachtige manier om er achter te komen’. Ze onderwerpt me ook nog aan een fysiek onderzoek, maar kan geen afwijkingen vinden.

Omdat ik erg zat te dubben over de hyperbare zuurstoftherapie had ik mijn oncoloog een briefje gestuurd met een aantal vragen en bedenkingen van mijn kant. Ik wilde graag zijn mening. Toen ik hem tegenkwam in de wachtruimte, knikte hij vriendelijk mijn kant op en fluisterde me toe: ‘ik zou het maar doen’.  ‘Ja?’, vroeg ik. ‘Ja’, antwoordde hij bemoedigend. En weg was hij weer. Op weg naar een volgende patiënt.

Als ik terugkom uit het ziekenhuis belt Frans om te vragen hoe het gesprek met de oncologie verpleegkundige is gegaan. Hij vertelt over het vliegen, de bergen en het zonnige weer en ik word overvallen door een intens verlangen om samen op vakantie te gaan en lekker te wandelen in de bergen. Ik kan niet wachten tot december als de zuurstoftherapie is afgelopen en het weer koud en nat is, ik wil nú op vakantie. Tot mijn verbazing heeft Frans er net zo’n zin in als ik en twee minuten later hebben we een plan. Frans zal over twee dagen met zijn vliegmaatje in de camper richting huis gaan en ik rijd hen met de Renault tegemoet. Ergens onderweg zullen we elkaar ontmoeten en van auto wisselen. Het vliegmaatje keert dan met onze Renault huiswaarts en Frans en ik gaan met de camper richting de Dolomieten in Italië.

Ik ben opgewonden als een klein kind en begin direct met het inpakken van spullen en het afzeggen van reeds gemaakte afspraken. Ik heb er zo’n zin in. Tijdens het eten koken sta ik vrolijk te zingen vanwege dit heerlijke vooruitzicht. ’s Avonds ga ik naar een lezing in het inloophuis, waar mijn oncoloog vertelt over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van kankerbestrijding. Ik ben getroffen door zijn brede expertise en vakkennis. Hij komt op mij gedreven, maar sceptisch over. De nieuwe ontwikkelingen zijn bemoedigend, maar het is nog te vroeg om te juichen. Kanker is een complexe aandoening waar we nog lang niet alles van weten.

Flow

Soms gaan de dingen die je wilt bijna als vanzelf en lijkt de realiteit zich te vormen naar je wensen; dit noem ik ‘in de flow zitten’. De vakantie met Frans in de Dolomieten zat duidelijk in de flow. Al leek dat niet zo in het begin, toen ik rondom Dortmund drie maal in een lange file kwam te staan en ik na een paar uur nog nauwelijks iets was opgeschoten. We hadden nota bene de route Dortmund, Kassel, Würzburg afgesproken om files te omzeilen. Tegen vier uur ben ik behoorlijk moe en voorbij Kassel bij Autobahnkreuz Kirchberg rijd ik een autohof op om te pauzeren. Ik sms mijn locatie door naar de mannen in de camper en tien minuutjes later rijden ze de parkeerplaats op waar ik op een bankje in de zon lig te dutten. We hebben elkaar moeiteloos gevonden.

We laden de bagage van mij over naar de camper en even later zwaaien we het parapent maatje van Frans uit die wegrijdt in onze Renault. Na een lange omhelzing gaan we eerst een hapje eten in het wegrestaurant, terwijl we honderd uit kletsen om elkaar alles te vertellen wat we afgelopen week hebben beleefd. We zijn beiden best moe en besluiten in plaats van verder te rijden richting Italië een camping in de buurt te zoeken. En zo staan we even later tegenover een allervriendelijkste oma die ruim de tijd neemt om ons te registreren voor een camperplaats voor 15 euro per nacht. We zoeken een leuk afgelegen plekje bij de struiken op en vertrekken direct voor een wandeling door de heuvelachtige omgeving met landerijen, bos en grasland.

De eerste nacht in de camper moet ik altijd wennen. Zo ook deze nacht. Eerst vond ik het te warm, toen lag de matras niet lekker en kreeg ik pijn in mijn rug, toen zoemden er muggen bij mijn oor en greep ik snel naar de DEET om mijn rechterarm te vrijwaren van muggensteken, toen draaide Frans telkens als ik net bijna in slaap was gevallen… uiteindelijk hebben we het dak uitgeklapt en ben ik boven gaan liggen. We vonden het allebei lekker ruim liggen zo in ons eentje. ’s Nachts regent het pijpenstelen, maar als we de volgende ochtend wakker worden staat de zon warm en krachtig aan de hemel. Tot mijn verbazing zijn alle campers al vertrokken en zijn we helemaal alleen op de camperplaats achtergebleven. We ontbijten uitgebreid in de zon met warme broodjes, thee en koffie en het is dan ook al rond half twaalf als we uiteindelijk vertrekken richting het zuiden.

Autorijden is niet ons sterkste punt. Meestal hebben we moeite om kilometers te maken en pauzeren we liever dan dat we rijden. Maar ja, om ergens te komen is het soms gewoon nodig om even door te zetten. Het is druk op de weg richting München en het schiet niet erg op. Het is met 25 graden een heerlijke dag en ik zou veel liever buiten zijn dan de hele dag in de auto te zitten, vooral met de wetenschap dat er voor morgen een bak regen wordt verwacht in de Alpen. Buiten op een bankje in de zon genieten we van een ijsje, terwijl de eerste wolkjes aan de hemel verschijnen. Niet veel later rijden we in mist en regen over de Brenner pas. De temperatuur is gezakt naar een schamele elf graden. We besluiten te koersen op Brixen, oftewel Bressano in het Italiaans, omdat we niet met mist en regen over de Sella pas willen rijden. We vragen de dolfijntjes een fijn plekje voor ons te regelen waar Frans morgen ook kan werken. En zo rijden we niet veel later bij een chic hotel de parkeerplaats op om in te checken voor de camping die in de tuin van het hotel ligt. We vinden een beschut plekje voor de camper en lopen gewapend met een grote paraplu het gezellige restaurant binnen waar we uitgebreid gaan tafelen met witte wijn, pasta, pizza en tiramisu. Tot slot nog een avondwandelingetje om het eten te laten zakken. Het is inmiddels droog en aangenaam van temperatuur. De grote bomen bij het hotel zijn romantisch verlicht.

De volgende ochtend regent het stevig, precies zoals voorspeld. We hebben de luifel uitgezet om enigszins droog de camper in te kunnen stappen. Frans en ik vinden in het hotel een houten nisje met tafel en gezellige zitbankjes waar we ons terugtrekken met een kopje kamille thee en een espresso. Frans zit achter zijn laptop te werken en ik lees een triller. Begin van de middag wordt het droog en lopen we naar het centrum van Bressano met zijn gekleurde huizen en grote, gele basiliek. We slenteren door de straatjes, kopen fruit op de markt en neuzen wat rond in kledingwinkeltjes. Als we terug lopen naar de camping in Vharna, een voorstadje van Bressano, zien we een onheilspellend zwarte lucht boven de bergketen van de Brenner hangen met af en toe een flinke bliksemflits. Tegen de verwachting in arriveren we droog bij de camper waar ik ga koken, terwijl Frans nog even iets voor zijn werk doet. We sluiten de avond af met een echt Italiaans ijsje in het restaurant.

Als we wakker worden hangt er een grote wolk in het dal, maar die trekt al snel op en weldra
DSCN4991 kijken we naar een strak blauwe hemel. Via een prachtige route door de bergen komen we bij het mondaine plaatsje Wolkenstein waar we even pauzeren om inkopen te doen en in een theeroom genieten van huisgemaakte abrikozentaart. Daarna vervolgen we onze tocht over de Sella pas naar het hart van de Dolomieten met de Pass Pordoi en Col de Rodella. We parkeren de camper aan de voet van de Pass Pordoi, trekken onze winterjassen aan en nemen de grote gondel die DSCN4995ons omhoog brengt naar 2.900 meter. Boven waait een ijzig koude wind, die ons bijna omver blaast. De grote, grijze wolken hangen vlak boven de gigantische, granieten rotsen en zorgen voor een woeste aanblik van dit onherbergzame landschap. We hebben geluk dat het droog is en de wolken net hoog genoeg hangen om een mooi uitzicht te hebben. We maken een voor mij pittige wandeling richting Rifusio Piz Boë. Ergens halverwege, voel ik me ineens misselijk en moe en
DSCN5022we lassen een pauze in, waarin we brood met een pittig salamiworstje en bergkaas eten. Ik kijk naar een gitzwarte vogel met een gele snavel die brutaal afwacht of hij een hapje van mijn boterham krijgt. Ik vind hem een beetje eng. ‘Hahaha’, zegt Frans, ‘kijk eens achterom’. En dan zie ik dat er nog drie van die zwarte vrienden op nog geen tien centimeter afstand van mij zitten.

We lopen nog een stukje verder, waarbij we over DSCN5025
rotsblokken omhoog klauteren en af en toe gebruik maken van trapjes en stangen om ons aan vast te houden, tot we op de top van een massief komen. Er is nog geen spoor van de hut te bekennen en we besluiten om terug te gaan. Ik ben moe en enigszins bang dat ik het eindstation niet ga halen, vooral omdat we nog een flinke klim voor de boeg hebben. Ik heb de neiging om te snel te willen lopen. Zodra ik mijn tempo verlaag gaat het beter en stapje voor stapje komen we dichter
bij het station van de gondel. Onderweg zien we nog een kleine hut die op de rand van de afgrond gebouwd lijkt te zijn. Hier zijn we een paar jaar geleden via een onmogelijk steil pad naar beneden gelopen. Er loopt een varkentje rond bij de hut die vrolijk knorrend contact met me maakt.

Boven op de pass Pordoi bij de gondel staan we nog even te genieten van het uitzicht als een Nederlandse vrouw ons aanspreekt over hoe mooi het hier is. ‘Ja’, zegt Frans, ‘en vanuit de lucht is het nog mooier. Ik heb hier vorige week gevlogen. Prachtig.’ De vrouw reageert enthousiast. Blijkt dat ze een formatievlieger is. Dit betekent dat ze vanaf 4.000 meter hoogte uit een vliegtuig springt in een vrije val en daarbij met medevliegers in de vrije val een formatie vormt, terwijl ze met een vaart van 200 km per uur naar beneden suizen. Ze had ook wel eens een tandemvlucht met parapenten gedaan, maar vond dit vrij saai. Ongemerkt zijn we flink afgekoeld, terwijl we daar zo in de wind stonden te praten. Bij de camper neem ik eerst een warm kopje thee en dan neemt Frans me mee naar de camping in Campitello. Frans had het al gezegd: de toiletten en de douches zijn hier uitzonderlijk mooi. Ik dacht toen nog: wat kan er zo bijzonder mooi zijn aan een toilet, maar ik moet beamen dat het echt klopt. Het toiletgebouw is zo groot dat je er bijna in kan verdwalen. Elk afzonderlijk toilet bestaat uit een ruimte met een wastafel, toilet en bidet, alles prachtig rond vormgegeven en met leuke fleurige tegeltjes en marmeren wastafels met zeep. De douches zijn heerlijk ruim met een houten bankje, voldoende haakjes om je kleding op te hangen en je kunt de temperatuur en de kracht van de waterstraal zelf instellen.

Of het komt van de kou, de hoogte, de inspanning of een combinatie van alles weet ik niet, maar ik voel me niet zo lekker. Het is een naar en onbestemd gevoel dat ik niet goed kan omschrijven. Volgens Frans komt het gewoon, omdat ik conditie aan het opbouwen ben. Na een warme douche en een voedzame maaltijd door Frans bereid, trek ik weer wat bij. Het is guur en koud buiten en we duiken snel onder ons dikke dekbed.

Vanochtend is de pass Pordoi gehuld in een dik wolkendek en verschuilen de grote, rotsformaties zich onder een grijze mist. Wat een geluk dat we gisteren omhoog zijn gegaan. We rijden naar de Col de Rodella en het hoogste punt van de Sella Pas, maar vandaag ziet alles er mistroostig uit en er waait een gure wind die het bijzonder onaangenaam maakt. We hebben beiden geen zin om onder deze omstandigheden te wandelen en besluiten af te dalen naar het dal waar het vast warmer is. En zo rijden we twee uur later het oude stadje Klausen of Chiusa (alle plaatsen hebben hier een Duitstalige en een Italiaanse naam) in, waar we rondlopen tussen de oude huizen, langs de rivier slenteren en dan bij een oude watermolen op een terrasje pizza en pasta eten. Als ik naar het toilet loop zie ik een bordje met ‘convento’ dat omhoog wijst naar een trapje onder de wijngaarden. We besluiten dit bordje te volgen en zo wandelen we even later via een steil pad door de wijngaarden omhoog naar een prachtige vesting die hoog boven het dorpje uittorent. Eerst komen we bij de ‘Onze Lieve Vrouwenkerk’ die verrassend licht is vanbinnen met een ronde koepel als plafond en vrolijke muurschilderingen heeft. Er hangt een fijne sfeer. Daarna lopen we verder naar het klooster dat een grote ommuurde vesting is met diverse kerken en gebouwen. We genieten even van het uitzicht en wandelen dan via de andere kant terug naar de bebouwde kom.

Na afloop van het parapenten had Frans een klein foutje in zijn parapent ontdekt: ergens was een oogje afgebroken en dat moest worden vervangen. Aangezien de fabriek van zijn UP scherm min of meer op de route ligt, besluiten we hier naar toe te rijden om te kijken of zijn scherm gerepareerd kan worden. We volgen een prachtige route langs Innsbruck, Zirl, Seefeld en Mittenwald naar Garmisch Partenkirchen waar we een campingplaats vinden met uitzicht op de Zugspitze, een 2901 meter hoge, grijze berg. Naarmate we dichter bij Duitsland kwamen werd het weer steeds beter. Op de Brenner was het slechts 9 graden, maar hier is het met 22 graden bijzonder aangenaam.

De doorgang over de Brenner pas was trouwens een bijzondere belevenis: er stond een 20 km lange file van vrachtwagens waar wij als personenwagen gelukkig langs op konden rijden. Ik heb nog nooit zo ontzettend veel vrachtwagens op een rij gezien, er leek geen einde aan te komen. De meeste vrachtwagens hadden de motor uitgezet en de chauffeurs deden een dutje, want het was wel duidelijk dat dit nog uren, zo niet dagen kon duren. Zouden ze aan de grens op vluchtelingen controleren zo vroeg ik me af, of is het normaal dat het zo druk is bij de grensovergang?

We bakken een omelet met tomaat en salami die we buiten voor de camper met uitzicht op de bergen en de prachtig ondergaande zon opeten, terwijl we plannen maken voor de volgende dag. Frans maakt nog even gebruik van de saunafaciliteiten van de camping en dan gaan we vroeg naar bed. Vanuit mijn bed heb ik uitzicht op de bergen. Vanwege de aangename temperatuur laten we de deur open en kijk ik rechtstreeks naar de sterrenhemel.

DSCN5038De lucht is blauw, de zon is warm en we gaan vroeg op pad, want eind van de middag gaat het
weer omslaan en we willen vandaag graag een lekkere wandeling maken. We pakken de kabelbaan omhoog naar de Alpspitze en krijgen een appje van de oudste broer van Frans die in het nabij gelegen Seefeld blijkt te zitten met een vriend. We overwegen nog even om elkaar te ontmoeten, maar daarvoor is de afstand net te groot. Bij de Alpspitze is een grote uitzichttoren DSCN5043gebouwd, waarbij je boven het ravijn hangt. Als je door de gaten in het rooster naar beneden kijkt zie je heel ver onder je de rotsige, witte bodem. Het is net of je vliegt. Ik vind het super cool.

Min of meer bij toeval ontdekken we een intrigerend klein paadje dat langs de machtige rotswand leidt en onze nieuwsgierigheid prikkelt. Al vrij snel verspert een groot rotsblok het pad. Er zijn trapjes gemaakt om er overheen te klauteren DSCN5061en al snel hang ik aan handen en voeten om over het rotsblok heen te komen, aan de andere kant wacht een groene weide met prachtige vergezichten. Na een lunchpauze met brood en kaas hervatten we onze wandeling over het
spectaculaire paadje. Niet veel later komen we bij een passage die er heftig uitziet, maar in de praktijk wel meevalt. Voor de zekerheid houd ik me vast aan de staalkabels die er langs het pad gespannen zijn. En dan komen we bij een in de DSCN5058rotsen uitgehakte tunnel. We hebben geen zaklamp bij ons, maar er is net voldoende licht om iets te kunnen zien. Ik schuifel voetje voor voetje vooruit en maak me klein, maar dat is eigenlijk niet nodig, want de tunnel is behoorlijk ruim.
Halverwege is er ergens een uitstapje met uitzicht over een ravijn. Dan gaat het weer verder in een nieuwe tunnel, totdat we even later met onze ogen staan te knipperen in het felle licht. Er is nu niet meer echt een pad en we achten het allebei te gevaarlijk om zonder klimgordel verder te gaan, dus keren we om en lopen nogmaals deze spectaculaire wandeling. Rond één uur zijn we terug bij de gondel. Ik heb nog wel zin om te wandelen en daarom kiezen we een route uit die ons in ongeveer anderhalf uur DSCN5056naar bergstation Kreuzeck zal brengen. Het blijkt een pittige afdaling te zijn en mijn knieën zijn blij als we na een uurtje bij een hut aankomen met heerlijke ligbedjes. We drinken een Johannisbeer saft en genieten van de zon liggend op onze bedjes als we ineens regendruppels voelen. Binnen tien minuten betrekt de lucht en is het gedaan met het mooie weer. We wandelen snel verder naar het station en pakken de gondel die vanwege de harde windstoten eindeloos langzaam naar beneden gaat. Ik vind het best eng met die harde wind, maar we komen heelhuids aan en gaan op zoek naar de vestiging van UP voor de reparatie van het parapent scherm van Frans.

Terwijl het scherm wordt gerepareerd doen wij een dutje in de camper op een mooi plekje onder de bomen. Rond vijf uur rijden we alvast een stukje huiswaarts. Via de Fernpass komen we nog even in een stukje Oostenrijk om even later via Füssen de Duitse grens weer te passeren. Bij Sulzberg, een klein plaatsje bij Kempten vinden we een verlaten camping waar we het wandelzweet van ons afdouchen en op zoek gaan naar een lekker restaurant. Ik kies een gerecht met ‘Pfifferlingen’ wat een soort paddenstoelen blijken te zijn. Ze smaken een beetje apart en ik ben enigszins huiverig dat er een giftige paddenstoel tussen zit en ik vannacht zwetend en met heftige buikkramp zal wakker worden.  Buiten op het terras loopt een langharig konijn rond. Het meisje dat ons bedient zegt dat het het huiskonijn is dat vrij rondloopt en af en toe een worteltje komt halen. Ik loop even naar het konijn toe, maar ze laat zich niet aaien.

De volgende ochtend willen we vroeg vertrekken, maar de receptie van de camping gaat pas om 8.00 uur open. We zijn al om half acht klaar voor vertrek en besluiten om dan maar eerst boodschappen te doen bij de plaatselijke supermarkt en later terug te komen om de camping te betalen. De supermarkt gaat echter ook pas om 8.00 uur open en zo vertrekken we dan rond half negen richting Ulm. In de buurt van Kassel is een heftig ongeluk gebeurd, waarbij de brandweer uit moet rukken. We staan een tijdje vast in de file en moeten een ‘Rettungsgasse’ vormen voor brandweer en ambulance. Er zijn wat auto’s over de kop geslagen en het ziet er niet plezierig uit. Gelukkig kunnen we na een half uurtje veilig onze weg vervolgen.

Rond zes uur arriveren we in Doetinchem waar we de camper uitpakken en eten koken. Een heerlijke vakantie zit er weer op.

Hyperbare zuurstoftherapie

Donderdag 8 oktober ben ik – onder aanmoediging van mijn oncoloog en mijn huisarts – begonnen met hyperbare zuurstoftherapie. Iedere werkdag verblijf ik met acht lotgenoten van half twee tot half vier in een grote, ronde tank om pure zuurstof in te ademen. Als iedereen heeft plaatsgenomen in de ruime stoelen sluiten de zware deuren en wordt de cabine op druk gebracht. In tien minuten tijd wordt de druk opgebouwd naar 1,5 bar; dat komt overeen met 15 meter onder water. We proberen onze oren te klaren door op snoepjes te sabbelen, kleine slokjes water te drinken en door onze neus te blazen. Dan zetten we allemaal ons masker op en kijken film, lezen een tijdschrift of puzzelen wat. Alleen in de korte pauzes kunnen we even kletsen. Er zijn vier sessies van 20 minuten met telkens vijf minuten pauze, daarna wordt in tien minuten de druk in de cabine weer afgebouwd.

DSCN5107

De eerste keer in de tank vond ik best eng. Ik vond het een naar idee dat je er niet zomaar uit kan als er iets gebeurt en ik was bang dat ik mijn oren niet goed zou kunnen klaren. Gelukkig bleek dat bij mij geen probleem. Bij mijn buurvrouw is helaas het trommelvlies geknapt en mijn overbuurvrouw heeft buisjes gekregen om het probleem met klaren te verhelpen. Toen het masker voor het eerst bij mij werd opgezet, dacht ik dat ik zou stikken en voelde ik een lichte paniek opkomen. Het masker zoog vacuüm en daarom kreeg ik geen lucht binnen. Ik plaats het masker nu iets hoger op mijn gezicht, zodat mijn neus vrij is. De ene keer gaat het ademen makkelijker dan de andere keer. Het ademen door het masker vergt meer kracht dan een normale ademhaling en na een aantal keren had ik echt pijn aan de spiertjes van mijn ribben. Ik probeer zo rustig mogelijk te ademen, maar soms merk ik toch dat ik aan het hyperventileren ben. Ik ben niet de enige, iedereen heeft last van deze kwaaltjes en ik ben erachter gekomen dat de meeste rustgevende druppels innemen voor ze de tank ingaan.

Een goede film leidt de aandacht af van het ademen. Helaas is de beeldkwaliteit van de monitor heel slecht en moet ik echt moeite doen om de film te kunnen volgen. Meestal zijn het ook nog eens hele slechte films. Iemand had een spannende serie meegenomen, maar op de één of andere manier klopte de volgorde niet en keken we eerst naar aflevering drie, dan naar aflevering tien en tenslotte naar aflevering vier. Er was geen touw aan vast te knopen. The Kings Speech is een mooie film, maar boet aan kwaliteit in als deze super Engelse film in het Frans is nagesynchroniseerd. Het geeft wel hilarische effecten.

In tegenstelling tot mijn medetankgenoten die allemaal met de taxi komen, heb ik tot nu toe de meeste keren zelf gereden en dat ging best goed. Vanaf heden zal dat niet meer gaan, want mijn ogen zijn plotsklaps ernstig achteruit gegaan. Ik dacht eerst dat er iets mis was met onze televisie, want het beeld was zo onscherp, maar toen ik uit het raam keek en de supergrote gevelletters van mijn overbuurvrouw niet meer kon lezen, wist ik dat het echt aan mijn ogen lag. Een bekende, tijdelijke bijwerking. Ik leef nu in een in alle opzichten wazige wereld. Niet alleen mijn ogen laten mij leven in een mistige omgeving, ook mijn hersenen doen daar aan mee in de vorm van concentratiegebrek en verminderd geheugen. Ik heb grote moeite om logisch na te denken. Ook een bekend verschijnsel, zo blijkt bij navraag in de tank. Medetankgenoten hebben het hele huis vol briefjes hangen om maar niets te vergeten en kunnen nauwelijks nog een boodschappenlijstje produceren of bedenken wat ze zullen eten.

Ik ben zelf erg geschrokken van mijn conditionele achteruitgang. Sprong ik in het begin van de behandeling nog even snel op de fiets om wat boodschappen te doen, kon ik voorzichtig weer wat joggen en toch zeker twee uur wandelen, nu ineens haal ik met moeite het Slingeland ziekenhuis. De eerste keer overviel het me met wandelen, zomaar ineens kreeg ik pijn op de borst, knikkende knieën en duizelde mijn hoofd alsof er een tornado inzat. Ik moest op een bankje uitrusten voor ik weer verder kon. Het voelde echt helemaal niet goed. Ik dacht nog even dat ik misschien te weinig had gegeten, maar dat was het ook niet. Toen het een paar dagen later weer gebeurde ben ik langs het ziekenhuis gewandeld en is er een hartfilmpje gemaakt en bloed geprikt. Ze hebben niets afwijkends kunnen vinden en ook de hartscan, die de pompfunctie van het hart meet, was prima. Volgens mijn oncoloog ben ik kerngezond. Deze mededeling gaf wel even een boost, maar verandert er niets aan dat ik me bij tijd en wijle erg beroerd voel. Ik heb moeite deze extreme vermoeidheid te accepteren net nu het allemaal zo lekker ging. Het verschil met een paar weken geleden is gigantisch groot en ik maak me zorgen of ik ooit nog wel terugkom op mijn oude niveau. Als ik een trap oploop ben ik doodmoe, als ik een klein stukje wandel zak ik bijna in elkaar. Dat kan toch niet goed zijn, zo redeneer ik in mezelf, maar in het ziekenhuis halen ze er hun schouders over op.

Vorige week stond ik op het punt om te stoppen met de hyperbare zuurstoftherapie, maar de arts wist me toch over te halen om door te gaan. Ik ben met negentien behandelingen bijna op de helft en dan pas begint de behandeling zijn vruchten af te werpen. Vanaf twintig keer begint het te werken, het lichaam gaat dan nieuwe bloedvaatjes aan leggen. Vanaf dertig keer krijg je echt profijt van de behandeling, maar voor het echt goede resultaat moet je door tot de veertig. Nu stoppen betekent eigenlijk dat de behandeling voor niets is geweest.

In de tank zitten allemaal mensen die al veel hebben meegemaakt. Veel vrouwen met borstkanker die heftige klachten hebben overgehouden aan de bestraling. Sommige daarvan kregen pas tien jaar na de laatste bestraling klachten. De zuurstoftherapie moet het weefsel in het bestraalde gebied herstellen. Hoe eerder je ermee start, des te beter het eindresultaat. Tegenover me zit een oudere man die er slecht aan toe is. Hij is gekoppeld aan een infuus en een plaszak, die zich gedurende de sessie vult met een bloederige substantie. De eerste keer geinden we nog: ‘nou die plaszak zal wel worden afgekoppeld, want straks spat die onder invloed van de hoge druk kapot en spletst de inhoud  door de hele tank.’ Maar tot onze verbazing ging de oude man met infuus en plaszak de tank in. Dat verraste iedereen, want we worden echt aan strenge eisen onderworpen voor we de tank in mogen. Zo mag je geen medicijnen, eten, mobieltjes, tablets of e-readers mee naar binnen nemen. Zelfs een pen is verboden. In verband met het brandgevaar moet je kleding uit minimaal 85% katoen bestaan en mag je geen crème, make-up, bodylotion, haargel of deodorant gebruiken. Ook mensen met een pruik of gehoorapparaat mogen er niet in.

Als ik me niet zo beroerd zou voelen, zou ik het een interessante ervaring noemen. Hoewel je elkaar nauwelijks spreekt, krijg je toch een band met de mensen in de tank. Je ziet elkaar tenslotte dagelijks en brengt 80 uur samen door in een kleine ruimte. Morgen begeleidt Frans me naar de tank voor de 20e keer. Afgelopen vrijdag had ik een zwelling aan mijn oog die ze niet vertrouwden en mocht ik de tank niet in. Er werd een afspraak gemaakt bij de oogarts om te checken of ik geen verhoogde oogdruk (glaucoom) had en of mijn netvlies door de hoge druk geen schade had opgelopen. Dat bleek gelukkig niet zo te zijn. Mijn ogen waren sterk geïrriteerd en ik kreeg een beschermende gel voorgeschreven, die mijn ogen zal beschermen tegen de zuurstof die uit het masker lekt. Ik moest ook nog een leestest doen, maar daar bakte ik niets van. Ik zag een N voor een H aan en dacht een B te zien terwijl het een S was. Ik gokte maar wat. Als het goed is herstelt mijn zicht weer na de zuurstoftherapie.

Komende week rijden een paar lieve vrienden me naar Arnhem, voor de weken daarop ben ik taxivervoer aan het regelen. Het taxivervoer wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Alleen ben je er best veel tijd mee kwijt, want het is groepsvervoer en je moet een kwartier voor tijd klaar staan en als je te laat bent rijden ze gewoon weg. Dat overkwam een tankgenoot die even naar het toilet was, toen de chauffeur kwam.

Nog 21 keer in de zuurstoftank. Ik hoop dat ik het volhoud en me niet nog beroerder ga voelen. Ik heb er helemaal geen zin meer in om zo moe te zijn en vind het lastig om de moraal hoog te houden. Mijn lichaam heeft genoeg van alle behandelingen. Het wil rust en leuke dingen doen. Ik snak naar het einde van het traject. Vandaag weer een nieuwe immuunkuur gekregen. Nog drie te gaan. De allerlaatste keer is vandaag gepland: twaalf januari om half tien. De verpleegkundige had een grappig vlaggetje getekend op mijn afsprakenkaartje, ten teken dat dat de allerlaatste behandeling is.

Lana en Coco

Sinds zaterdag hebben we weer twee konijntjes. Ze zijn heel verschillend. Lana, het vrouwtje is zacht en pluizig. Ze is soepel, speels en heel relaxt. Ze kan languit bij je op schoot gaan liggen en is een echt knuffelkonijn. Ze is ondernemend, nieuwsgierig en vindt het superleuk om door de tunnel (konijnenspeelgoed) te rennen. Coco, het mannetje is bruin en pezig gebouwd. Hij voelt zich nog niet helemaal op zijn gemak, maar wil wel graag geaaid worden en eet ook al voer uit mijn hand. Hij schrikt wat sneller en is voorzichtiger van aard, maar ook heel lief. Ik hoop dat ze samen dikke maatjes worden. Ze zijn met tien en acht weken nog jong, maar je kan aan de achterpoten en de grote hangoren al wel zien dat het reuzen konijnen worden. Het zijn allebei vrolijke Franse Hangoren.

Beiden zitten ze in de bijkeuken en elk heeft zijn eigen hok. Ze mogen om de beurt loslopen, want samen gaat het nog niet helemaal goed. We beleven er allebei veel plezier aan en brengen heel wat uurtjes door in de bijkeuken.

DSCN5092DSCN5099

 

Expeditie borstkanker het boek

Vandaag is een memorabele dag: mijn boek is uitgekomen! Sinds augustus ben ik al bezig met het redigeren van de tekst. Dit betekent alles nog eens zorgvuldig nalezen en controleren op spelfouten, kromme zinnen en tegenwoordige en verleden tijd. Telkens weer als ik het manuscript doorlees vallen me nieuwe foutjes op die ik eerder over het hoofd heb gezien. Vooral in het gebruik van leestekens ben ik niet sterk. Ik weet eigenlijk niet zo goed wanneer je bijvoorbeeld dubbele punt of puntkomma gebruikt. Het gebruik van aanhalingstekens bij een uitgesproken tekst is ook iets wat ik nog wel eens vergeet. Volgens een website van een uitgeverij, die vol staat met tips en die ik regelmatig raadpleeg om informatie op te doen over het uitgeven van een boek, is het verstandig een manuscript door maar liefst zeven mensen te laten controleren. Zover ga ik niet. Eén vriend neemt de taak op zich, ondanks zijn drukke baan, mijn hele boek op spel- en taalfouten te controleren. Op mijn verzoek geeft hij ook aan welke stukken hij oninteressant of langdradig vindt, zodat ik die eventueel kan schrappen. Het redigeren en verwerken van de opmerkingen is een intensieve klus. Het kost me meer energie dan het schrijven van het boek, dat eigenlijk vanzelf is gegaan. Schrijven vind ik leuk om te doen. Schrijven is voor mij een manier om dat wat in mij leeft naar buiten te brengen. In het dagelijks leven ben ik vaak overweldigd door alle indrukken die de wereld om me heen op me maakt en heb ik niet zo snel mijn antwoorden paraat, maar met schrijven stromen mijn gedachten, gevoelens en ideeën als vanzelf de wereld in. Ik ben met schrijven openhartiger en minder geneigd me sociaal gewenst te gedragen dan in face-to-face contacten, waarbij ik toch al snel inschat hoe de ander er in staat en ik soms uit verlegenheid mijn mening of visie voor me houd.

Na het redigeren van de tekst kwam de opmaak van het boek aan bod. Ik verdiepte me in bladspiegels, lettertypes, papiersoorten en interlinies. Ik pakte diverse boeken uit mijn eigen boekenkast, niet om ze te lezen, maar om ze te bekijken. Ik keek naar het formaat van een boek, de leesbaarheid van het lettertype en de uitstraling van de koppen. Verder moest ik beslissen of ik het boek wilde uitgeven via een uitgeverij of in eigen beheer. Het mooie van deze digitale tijd is dat een boek uitgeven geen grote geldinvestering meer vraagt van de schrijver, er zijn diverse platforms die je helpen je eigen boek uit te geven. Ik koos voor Brave New Books dat gekoppeld is aan Bol.com. De voordelen zijn dat ik geen kosten hoef te maken, er is een beproefd format om het boek vorm te geven en de verkoop gaat via Bol.com. Nadeel is dat de verkoopprijs hoger is dan ik zelf graag zou willen en dat 90% van de winst naar Bol.com gaat.  Nu vind ik dat niet zo erg, want mijn belangrijkste drive is dat mijn boek gelezen wordt. Ik hoop dat mensen er iets in herkennen, dat het ze steun en inspiratie geeft of zomaar aan het denken zet.

Na de vormgeving van de tekst was de omslag aan de beurt. Met behulp van een format van Brave New Books ontwierp ik de kaft van mijn boek. Ik gebruikte hiervoor een foto van een vakantie uit Noorwegen waar ik samen met Frans opsta, omdat ik die goed vond passen bij de titel: Expeditie borstkanker. Verder voegde ik in de tekst wat zwartwit foto’s toe, die het verloop van het proces en de metamorfose die ik heb ondergaan goed weergeven. Tenslotte was er nog de tekst op de achterkant die beschrijft waar het boek over gaat.

Vorige week lag het proefexemplaar op de deurmat. Ik was er verrukt over. Ik vond het er fantastisch uitzien en ik begon direct in mijn eigen boek te lezen. Expeditie borstkanker herlezen is therapeutisch voor mij; ik beleef alles nog een keer en ben verwonderd over wat ik allemaal heb meegemaakt en wat ik zonder boek beslist deels zou zijn vergeten.

En nu is het zover. Ik heb mijn boek gepubliceerd en het is te koop via Bol.com. Ik had niet verwacht dat ik er zo trots op zou zijn.  DSCN5114

De tank

Ik heb mijn boek meegenomen naar de tank en laten zien aan de acht vrouwen die allemaal borstkanker hebben gehad. Voor de meeste is het al jaren geleden dat ze met de ziekte te maken kregen, maar de gevolgen zijn nooit uit hun leven verdwenen. Alle verhalen zijn anders; de één heeft te maken met een open wond in het borstgebied, de ander met heftige pijnen in de arm waartegen ze al jaren zware pijnstillers slikt, een oudere dame krimpt ineen als ik vertel dat ik weer onder de scan moet voor controle, weer een ander heeft uitzaaiingen en weet dat ze de komende tien jaar waarschijnlijk niet gaat halen. Allemaal staan ze er anders in, toch herkennen ze veel in mijn boek zo vertellen ze even later als ik terugkom van mijn consult bij de arts.

Na dertig zuurstofbehandelingen in de tank is er een evaluatiegesprek met de arts. Ik merk nog weinig verandering in mijn borst en arm en ik ben sceptisch over het resultaat. Ik vraag me af waarom ze bij de intake foto’s maken van de borst en het bestraalde gebied en er vervolgens nooit meer naar kijken. Je zou de beginsituatie toch op zijn minst willen vergelijken met het eindresultaat lijkt mij. De arts vertelt dat de eerste dertig behandelingen het belangrijkst zijn. In deze fase wordt het lichaam geprikkeld om nieuwe bloedvaatjes aan te leggen in het bestraalde gebied. De laatste tien behandelingen zijn eigenlijk een bonus. Het is niet noodzakelijk, maar geeft net een iets beter eindresultaat. Ik mag zelf kiezen hoe lang ik door wil gaan.

Familie en vrienden zijn verbaasd dat ik de zuurstoftherapie zo zwaar vind. Ze vragen aan mij: ‘Hoe kan dat nou? Na alles wat je hebt doorstaan, is dit toch peanuts?’ of  ze zeggen: ‘Jeetje wat zit jij in een dip, zo ken ik je niet, nog maar een paar weekjes joh dan is alles achter de rug.’  Ik weet zelf ook niet precies wat het zo zwaar maakt. Ik gooi het op een combinatie van weinig vertrouwen in de behandeling, extreme vermoeidheid en algehele ontregeling van mijn lichaam en afgenomen veerkracht na anderhalf jaar behandeling. Mijn emmertje zit vol en de zuurstoftherapie is net de druppel die mijn emmertje met incasseringsvermogen doet overlopen.
De behandeling is ook gewoon fysiek zwaar. Eén van mijn medetankgenoten vertrouwde me toe dat ze spontaan in huilen was uitgebarsten bij de arts, omdat ze het niet langer zag zitten om door te gaan. Ze kon ’s nachts niet slapen van het idee dat ze de volgende dag weer in de tank moest. Ze zei: ‘ik heb al heel wat meegemaakt, waaronder twee keer een infectie na de operatie, maar dit vindt ik veruit de naarste en zwaarste behandeling tot nu toe.’ Niet iedereen denkt er zo over. Sommige vrouwen ervaren juist meer energie en hebben het idee beter te slapen door de zuurstoftherapie. Ik denk dat de psychische component en vertrouwen in de behandeling hierbij een belangrijke rol spelen.

Na vijfendertig behandelingen in de tank ben ik gestopt en dat voelt ongelooflijk goed. Die laatste vijf keer heb ik mezelf cadeau gegeven. Het was een overwinning om mezelf toe te staan voortijdig te stoppen in plaats van braaf door te gaan tot het einde. Gewoon gestopt omdat dat het beste voelde. De laatste week was de samenstelling in de tank weer veranderd. Ik zat nu tegenover een logge man met open voetwond, die als een luie kikvors zwetend in zijn stoel hing, terwijl zijn geurende voet op een krukje rustte dat net voor mijn neus stond. Dit maakte de tanksessies nog onaangenamer voor mij.
In de tank is enige spanning ontstaan tussen de koukleumen en de zweters. De ene helft van de mensen ervaart een hitte explosie zodra de druk in de tank wordt opgevoerd en zit zich continue koelte toe te waaieren, terwijl het zweet hoofd en haren nat maakt. Zij willen de airco op standje maximaal. De koukleumen zitten met een handdoek om te rillen en vertellen dat ze uren daarna nog koud zijn en in bad moeten om weer op temperatuur te komen. Ik behoor tot de uitzondering die het afwisselend matig koud en matig warm heeft. Omdat de artsen denken dat het psychisch is hebben ze de temperatuurmeter in de tank afgeplakt, tot grote hilariteit van de tankgebruikers.
Naast mij zit een man met een hood; dat is een plastic kap om het hoofd waar de zuurstof instroomt. De man heeft een plastic opening bij zijn luchtpijp waar hij door ademt. Hij kan niet praten en niet slikken. Het is een grappige man. Hij heeft een schriftje met potlood bij zich. De eerste keer toen hij iets opschreef, was ik in de veronderstelling dat er iets met hem aan de hand was, maar hij had geschreven: ‘Waar zijn de vissen?’
De gezichten van de mensen tegenover me zien er lijkbleek uit na twintig minuten pure zuurstof inademen en ik vraag me af of ik er ook zo naargeestig uitzie. Dat kan toch niet gezond zijn?

Aan alles komt een einde. Zo ook aan de eindeloos lijkende zuurstoftherapie. De laatste keer in de tank is een verademing die ik vier door mijn medetankgenoten te trakteren op een chocolaatje. Een andere vrouw die tegelijk met mij stopt, zegt ‘oh ik heb vanochtend gedanst door de kamer, zo blij ben ik dat het erop zit.’ En dat heb ik ook: ik kan wel dansen en springen van plezier. Zo opgelucht ben ik dat het voorbij is.  DSCN3131

Een hartverwarmende kerst

De eerste week nadat ik gestopt was met de hyperbare zuurstoftherapie voelde ik me nog ontzettend moe en lag ik ’s avonds om acht uur al in bed om niet voor de volgende ochtend negen uur weer te ontwaken. Maar sinds een week begint mijn energie weer terug te komen en het gaat in net zo’n steile lijn omhoog, als het aan het begin van de therapie omlaag is gegaan. Bijzonder om te merken vind ik dat. Ik spring weer ongemerkt op de fiets om even naar de tandarts te gaan, ik stofzuig even de keuken en de bijkeuken en ik heb ook alweer een keer boodschappen gedaan, terwijl twee weken terug het uitruimen van de vaatwasser al een enorm zware klus was waar ik echt even van moest bijkomen.

Ik merk het ook aan mijn hoofd dat volop bezig is met het produceren en uitwerken van leuke ideeën. Ik maak kerstkaarten, ben actief op facebook, heb mijn opleiding Kindercoaching afgerond, heb een leuk feestje gepland, heb weer inspiratie voor meditaties en nieuwe cursussen, maak plannen voor vakanties en heb vooral heel veel zin om iedereen weer te zien en te spreken. Ik geniet enorm van de sociale contacten en ik weet nu van mezelf dat ik erg moet uitkijken dat ik niet alles vol plan met leuke activiteiten, omdat dat ook snel teveel kan worden. Ik ben nu eenmaal iemand die ook tijd nodig heeft om alle opgedane indrukken rustig te verwerken en dat kan ik het beste als ik alleen ben.

De een na laatste immuunkuur is een feit. Het voelt eigenlijk best raar dat ik vanaf half januari niet meer iedere drie weken in het ziekenhuis zal zijn. Ik zal de contacten met de oncologie verpleegkundigen en de oncoloog best gaan missen denk ik. Het voelde toch een beetje als een warm bad. Ik heb ze mijn boek aangeboden, waarin ik een persoonlijke boodschap voor hen had geschreven. De verpleegkundigen reageerden heel enthousiast en ze gaan het boek bij toerbeurt lezen. Ze zijn benieuwd naar mijn ervaringen en of ze er nog iets van kunnen leren. De oncoloog stond eigenlijk vooral perplex dat ik het boek nu al af had. Hij zei: ‘nu al een boek, dat is eigenlijk een jaar te vroeg. Je bent nog onder behandeling en veel vrouwen ervaren een moeilijke periode juist als de behandeling is afgerond.’ ‘Nou’, flapte ik eruit: ‘ik ben er wel helemaal klaar mee, voor mij is het afgerond.’ Ik ben wel heel benieuwd wat hij van mijn boek vind. Ik hoop dat ik dat nog eens te horen krijg.

Ik ben sowieso nieuwsgierig naar wat mensen van mijn boek vinden. Hoe ze het vinden om te lezen. Het is tenslotte heel persoonlijk en ik kan moeilijk inschatten hoe het bij anderen overkomt, omdat het voor mij juist zo gewoon is wat ik allemaal beleef. Ik heb al wel een paar leuke reacties. Zo hebben we bijvoorbeeld, na drie jaar in het half donker te hebben gezeten, nieuwe verlichting aangeschaft via een binnenhuisarchitecte die ons hierover adviseerde. Zij zag mijn boek op tafel liggen en heeft het spontaan gekocht bij bol.com. Toen ik haar laatst tegenkwam in het bos, vertelde ze dat ze het in één ruk heeft uitgelezen. Dat vind ik heel bijzonder.

Ik hoop dat mijn boek ook een rol mag spelen voor mensen met kanker en hun naasten. Dat het hen inspiratie en kracht geeft, dat ze er dingen in herkennen of dat het hen helpt bij de verwerking van hun verdriet en bij alles wat ze hebben meegemaakt.

We gaan de kerst en het nieuwe jaar vol verwachting tegemoet. Er staan een hoop leuke uitstapjes en ontmoetingen te wachten.  De uitslag van de halfjaarlijkse MRI-scan was goed. Dat was een fijn cadeau zo net voor de kerst. Twaalf januari is de allerlaatste immuunkuur en veertien januari gaat de port-a-cath eruit. En dan ben ik echt helemaal klaar. Op de hormoonkuur na dan, die gaat nog een paar jaar door, maar dat is prima te doen.

Rest mij nog iedereen een hartverwarmende kerst toe te wensen en dat in 2016 ieders wensen mogen uitkomen!

DSCN0143

Overweldigend

Gisteren ben ik vijftig jaar oud geworden! Ik voel me blij en dankbaar dat ik deze leeftijd heb mogen bereiken. Hoewel ik mijn verjaardagsfeestje pas ergens in januari wil houden en ik van plan was de dag van mijn verjaring rustig samen met Frans te vieren, is het één van mijn mooiste en onvergetelijkste verjaardagen uit mijn leven geworden.

De dag was rustig begonnen. Ik had lang geslapen en we hebben samen knus op de bank ontbeten, luisterend naar de top 2000, terwijl op mijn mobieltje de felicitatie appjes binnenstroomden. Ik las nog wat verjaardagskaarten voor, die ik pas die dag mocht openen en voelde me heel tevreden. Frans vroeg of ik het niet erg vond dat hij geen cadeautje voor me had. Ik antwoordde dat een dagje samen met hem doorbrengen nog altijd het leukste cadeau is dat ik me kan wensen. Ik vond het wel enigszins opvallend dat hij drie keer achter elkaar zei dat hij helaas geen cadeautje voor me had, maar er ging geen belletje rinkelen. Er waren immers wel meer verjaardagen geweest waarop ik geen cadeautje had gekregen.

Frans stelde voor om lekker samen te gaan wandelen op de Posbank en dat vond ik een goed idee. We zouden rond half twaalf vertrekken. Dan hadden we alle tijd voor de wandeling en zouden we op tijd terug zijn voor een paar goede vrienden die tussen drie en vier uur ’s middags op bezoek zouden komen. Toen ik bijna klaar was voor vertrek, besloot Frans nog even te gaan drummen. Ik zocht hier niets achter en ging er rustig bij liggen op de bank. Ik voelde me bijzonder relaxed. Pas later hoorde ik dat het drummen een list was geweest om tijd te rekken, zodat we niet te vroeg zouden aankomen op de afgesproken plaats. Mijn eerste vermoeden dat er misschien iets aan de hand was, ontstond toen ik brood wilde smeren om mee te nemen en Frans met een geheimzinnig glimlachje om zijn mond zei dat we daar wel een soepje zouden eten. De manier waarop hij dit zei wekte mijn achterdocht en ik vroeg of hij wel zeker wist of het restaurant open was op zondag.

Ik kreeg het vermoeden dat er op de Posbank misschien een paar goede vrienden zouden zijn om met ons mee te wandelen of wat familieleden, dat kon ook. Ik rekende op een kleine, leuke verrassing en spinde als een tevreden poes. In tegenstelling tot wat mensen vaak van mij denken, houd ik van verrassingen. Ik vind het leuk als mensen mij verrassen. Ik word er blij en opgewonden van als een klein kind. Mijn vermoeden werd bevestigd toen ik een goede vriendin van ons bij hun auto zag staan. Ik dacht nog: ‘zie je wel, een leuke, kleine verrassing’.

Ik was op geen enkele manier voorbereid op de verrassing die me te wachten stond toen ik het markante gebouw van het Posbank Paviljoen binnenliep en ik met geklap en een luid gezongen ‘lang zal ze leven’ werd begroet door een grote schare mensen, waarin ik steeds meer familieleden en vrienden herkende. Ik werd overweldigd door ontroering en blijdschap en lachte en huilde tegelijk. Ik was totaal overdonderd. Misschien naïef, had ik er niet bij stilgestaan dat mensen wellicht mijn verjaardag zouden willen vieren. Ik had het echt helemaal niet verwacht en dat maakte het ook zo bijzonder. Eén voor één ging ik iedereen begroeten en huggen. Het voelde als een warm bad. Dat ál deze mensen speciaal voor mij waren gekomen en blijkbaar blij zijn dat ik er ben, deed me gloeien van trots en emotie. Ik was helemaal in mijn element en fladderde als een vlinder langs alle personen in het gezelschap om even een paar woorden te wisselen, samen te lachen of te knuffelen. Dit is voor mij veruit het mooiste cadeau wat ik kan krijgen: het gezelschap van dierbare mensen om me heen.

Frans had dit alles georganiseerd in samenwerking met mijn zus en een vriendin en geheel buiten mijn weten om. Ik had er niets van gemerkt, tot die opmerking over de soep. Frans vertelde dat het lastig was geweest om het voor mij geheim te houden, omdat we gewend zijn bijna alles met elkaar te bespreken. Hij vertelde dat hij verschillende scenario’s had overdacht. Zo was er bijvoorbeeld de mogelijkheid dat ik geen zin had om te wandelen op de Posbank en ik iets heel anders had willen doen op mijn verjaardag of dat het spetterde van de regen, dan zou het moeilijk geweest zijn mij mee te krijgen. Maar ik ging verbazingwekkend makkelijk overal in mee en liet me, geheel tegen de verwachting in, leiden als een mak schaapje.

Voor de uitnodiging had hij zich beperkt tot familie en een groepje vrienden uit de buurt. De vrienden die verder weg woonden of waarvan hij dacht dat het leuker was hen onder vier ogen te spreken had hij niet uitgenodigd. Het idee was een paar weken van tevoren ontstaan. Contacten verliepen telefonisch of via de mail, want ik ben nu eenmaal nieuwsgierig en raadpleeg regelmatig de telefoon van Frans om zijn appjes voor te lezen. Frans was blij verrast dat bijna iedereen kon en aanwezig wilde zijn. En zo stonden er voor mijn vijftigste verjaardag bijna vijftig mensen voor mij te zingen en te klappen! Een overweldigende ervaring.

Voor iedereen stond een heerlijke lunch met soep en broodjes klaar. Na de lunch gingen de meeste gasten naar huis, maar met een klein groepje maakten we nog een wandeling over de glooiende heuvels van de Posbank. Eenmaal thuis was ik misselijk van vermoeidheid en lag ik met een knetterende hoofdpijn in bed te stuiteren van de adrenaline die door mijn aderen kolkte van alle opwinding en de indrukken die ik moest verwerken. En ik straalde van puur geluk. Mijn mooiste verjaardag ooit.

foto feest

Opvliegers

Bijna alle vrouwen in de overgang kennen het fenomeen opvlieger; een onverwachte hittegolf die als een tsunami door je lijf stroomt en je volledig in vuur en vlam zet. Soms gaat de opvlieger gepaard met hartkloppingen, een zweetaanval en een pijnlijk, loom gevoel in armen en benen, veroorzaakt door het plotseling openzetten van alle aders. Door mijn anti-hormoonkuur kan ik er extreem veel last van krijgen. Vooral de nachten zijn berucht voor hun zweetaanvallen. Er zijn vrouwen die drie keer per nacht hun pyjama en beddengoed verschonen, omdat alles drijfnat is van het zweet. De verpleegkundig specialist oncologie informeert in de controlegesprekken regelmatig voorzichtig en begripvol of ik erg veel last heb van de opvliegers. Ik voel me dan altijd een beetje ongemakkelijk, waarom weet ik niet precies. Op de één of andere manier vind ik opvlieger een gênant woord dat ik niet snel zelf zal gebruiken. Je zult mij niet horen zeggen, zoals een aantal vrouwen in de tank wel deden wapperend met hun waaier: ‘oh pfff ik heb een opvlieger.’

Ik heb besloten dat opvliegers voor mij geen probleem zijn. Natuurlijk heb ik dagelijks een aantal keren te maken met zo’n hitteaanval, maar als ik eerlijk ben is het niet eens een onaangenaam gevoel die onverwachte warme golfstroom. Ik vroeg me wel af of die innerlijke warmte ook zichtbaar zou zijn aan de buitenkant. Mijn vermoeden werd bevestigd door mijn neefje van acht: ‘tante Dorothé je wordt zo rood als een tomaat’, riep hij me uitdagend toe.

Ik heb denk ik het geluk dat ik van nature een koukleum ben. Ik loop al mijn halve leven rond in dikke truien, terwijl ik bewonderend kijk naar mensen om me heen in dunne blouses en leuke shirtjes. Soms probeer ik het weleens om ook iets luchtigs aan te trekken, maar halverwege de dag switch ik dan meestal toch weer naar mijn behaaglijk warme trui. Tegenwoordig draag ik meestal een vest dat ik bij mijn warmte aanvallen kan uitdoen en dat weer aangaat zodra de temperatuur gedaald is.

Opvliegers kunnen zorgen voor gebroken nachten. Door de te hoge lichaamstemperatuur kom je niet in je diepe slaap terecht. Ik heb ontdekt dat het de kunst is ervoor te zorgen dat de omstandigheden in de slaapkamer zo zijn dat ik nét niet lig te bibberen van de kou. Het raam staat wagenwijd open en ik lig onder een zomerdekbedje met een fleecedeken bij de hand voor als het té guur wordt in bed.

Een ander verschijnsel van de anti-hormoonkuur is beharing op ongewenste plaatsen. Mijn eens zo gladde benen zijn veranderd in behaarde onderstaken en ook op mijn bovenlip heb ik een aantal dikke, zwarte exemplaren getraceerd. Het grapje van Frans is nu: ‘wat is de overeenkomst tussen Dorothé en haar vader?’ Antwoord: ze hebben allebei een snor. Ik kan smakelijk lachen om dit soort humor. Een beetje relativeren is gezond. Het voordeel van kanker is dat je je alleen nog druk maakt om de dingen die er echt toe doen in het leven en het hebben van een ongewenste snor hoort daar niet bij. Bovendien heb ik een man die van me houdt; of ik nou wel of geen snor heb. En dat is wat telt.

casper

De laatste

Vandaag – 12 januari 2016 – heb ik mijn allerlaatste kuur gekregen. Aan anderhalf jaar behandeling is zomaar een einde gekomen. Het voelt onwerkelijk, bijna net zo onwerkelijk als toen ik net gehoord had dat ik borstkanker had en een behandeltraject van opereren, bestralen, chemotherapie en immuuntherapie voor de boeg had. Toen leek het een eindeloos traject; een onoverbrugbare berg waar ik overheen moest zien te komen. En nu is het voorbij. Zomaar voorbij.

Voor deze laatste keer zit ik voor het eerst in de groepskamer: een groot vertrek met een aantal stoelen waar vrouwen aan het infuus zitten. Ik vind het wel leuk om dit groepsvertrek ook eens mee te maken, maar ik ben ook blij dat ik alle andere keren een privé kamertje heb gekregen. De andere vrouwen worden allemaal in een ader in hun arm aangeprikt voor het infuus. Ik heb de luxe van een port-a-cath. Ze zien er moe en futloos uit en dragen duidelijk een pruik. Het doet mij denken aan een jaar geleden, toen was ik nog midden in mijn zware chemokuur en werd ik half januari met een infectie in het ziekenhuis opgenomen. Wat lijkt dat alweer onwaarschijnlijk lang geleden en wat voel ik me nu – in vergelijking met toen – geweldig energiek en fit.

Als Frans een foto maakt van het memorabele moment dat ik voor de allerlaatste keer aan het infuus zit voor mijn immuunkuur met Herceptin, vraagt de verpleegkundige of ze de slingers op moet hangen. Ik moet lachen en denk dat het een grapje is. Maar ze zegt: ‘die hebben we echt hoor’ en even later komt ze terug met een rijtje kleurige vlaggetjes die ze vastplakt aan het infuusrekje en de stoel waar ik opzit. Zo zegt ze: ‘omdat we zo blij zijn dat we jou nooit meer hoeven te zien’. Ze flapt de woorden er spontaan uit en het is duidelijk een grapje, maar ze bloost ervan, omdat ze zich ineens realiseert dat ik het ook verkeerd zou kunnen opvatten. Dat is echter niet het geval. Ik vind dit soort humor juist erg leuk.

En dan is het moment aangebroken dat ik voor het laatst wegloop bij de dagbehandeling oncologie. Ik geef de aanwezige verpleegkundigen een hand en bedank hen voor de goede verzorging. Ik zal ze toch een beetje gaan missen en ik bedenk met enige spijt dat ik van een paar fijne verpleegkundigen die me regelmatig hebben begeleid geen afscheid heb kunnen nemen. Gelukkig is er ergens in maart nog een evaluatiegesprek.

Bij het restaurant van het ziekenhuis nemen we een kop thee met een brownie. Als de serveerster vraagt of we een kortingskaart willen, zegt Frans trots: ‘nee, die hebben we niet nodig, dit is de laatste keer.’ De serveerster zegt uit gewoonte: ‘tot ziens’. Om er dan snel achteraan te roepen: ‘nee hoor, niet tot ziens, fijn dat jullie hier niet meer hoeven te zijn, het ga jullie goed.’

laatste kuur 3

Port-a-cath

Donderdag 14 januari is mijn port-a-cath operatief verwijderd. Om negen uur werd ik opgeroepen door een verpleegkundige met operatiekleding aan en een mondkapje voor. Nadat ik in een klein kleedhokje volgens instructie mijn bovenkleding had uitgedaan, mocht ik de operatiekamer inlopen en op de tafel gaan liggen. De chirurg was er nog niet. Om de tijd te doden begon ik een praatje met de operatieverpleegkundige en vertelde dat ik een boek had geschreven over mijn ervaringen met de behandeling van borstkanker. Ze was direct geïnteresseerd en schreef de titel van het boek op een blaadje. Na een kwartiertje wachten stak de chirurg haar hoofd om de deur, verontschuldigde zich snel, vertelde dat het erg  hectisch was geweest op de afdeling en verdween weer om even later terug te komen in haar operatietenue. Ik herkende haar als de chirurg die me vanaf nu begeleidt bij de halfjaarlijkse controles. Terwijl ze haar handen en onderarmen ontsmette, vroeg ik aan mijn gidsen of de operatie soepel en zonder complicaties mocht verlopen en de chirurg rustig en geconcentreerd te werk zou gaan. De verpleegkundige vertelde dat ze de klus met z’n tweetjes zouden klaren. Normaal is er nog een tweede operatieverpleegkundige   bij, maar die had zich vanochtend ziek gemeld.  Ik kreeg eerst een aantal verdovende prikken die een venijnig, branderig gevoel gaven. Toen kon het snijwerk beginnen. Ik hoorde het geluid van een tang of schaar vlak bij mijn oor en ook bemerkte ik geduw en getrek, toch leek het net of de chirurg met iemand anders bezig was. Mijn lichaam had de port-a-cath ingekapseld en dat kapsel moest worden losgeknipt.

Onder de werkzaamheden door praatten we over het wonder van het menselijk lichaam en de schoonheid van het chirurgenvak. Frans vertelde later dat hij ons op de gang had kunnen horen. Ik vond het boeiend haar over haar vak te horen vertellen en voelde bijna enige spijt toen de operatie was afgerond. De chirurg liet me de port-a-cath zien, die ik eigenlijk best groot vond. Zeker het slangetje dat er aan zat en dat rechtstreeks in een grote ader naar het hart liep. Ik vertelde dat ik erg blij ben geweest met mijn port-a-cath. ‘Ja’, zei ze: ‘gelukkig heb je geen complicaties gekregen. Soms ontstaat er een infectie in het reservoir of het slangetje van de port-a-cath, omdat de antibiotica daar nauwelijks kan komen, kun je daar ernstig ziek van worden.’ Terwijl ze de laatste hand legde aan de hechting van de wond kreeg ik wat instructies mee voor thuis: de wondpleister 24 uur laten zitten, de wond niet laten weken en tien dagen rustig aandoen met mijn arm. Mocht de wond rood worden of gaan ontsteken, direct naar het ziekenhuis komen. Ik kreeg nog snel een hand, waarbij ze benadrukte dat ik echt de groeten moest doen aan mijn man en toen liep ze naar de naastgelegen operatiekamer waar de volgende patiënt alweer lag te wachten.

Als ik me weer aankleed in het kleedhokje bedenk ik dat Frans de port-a-cath vast graag even port-a-cathhad gezien. Impulsief loop ik weer de operatiekamer binnen en vraag aan de operatieverpleegkundige, die alles aan het opruimen is, of het mogelijk is de port-a-cath even aan mijn man te showen. Ze zegt: ‘laat hem maar binnen komen’. Snel loods ik Frans naar binnen, waar de verpleegkundige de port-a-cath voor ons uit de vuilniszak vist. Frans maakt snel een foto met zijn mobieltje. Ik ben weer een interessante ervaring rijker.

’s Avonds gaat de wond best zeer doen, maar ik bedenk dat dat niet vreemd is, want ik heb helemaal geen pijnstillers genomen. Een paracetamol doet wonderen. En tien minuten later lig ik pijnvrij en tevreden op ons bedbankje naar een mooie film te kijken.

Klaar

Het verwijderen van de port-a-cath was de allerlaatste stap in het proces naar genezing. Het is nu echt helemaal klaar. Dat voelt vreemd en een beetje leeg, zoals wel vaker na het bereiken van een langgekoesterd doel. Er ligt een weids en uitgestrekt leven voor me, waaraan ikzelf weer invulling mag geven, zonder het houvast van alle geplande behandelingen. Ongemerkt ben ik toch gehecht geraakt aan de aandacht van de mensen om me heen, de zorg en de contacten met het medische personeel en een doel waaraan ik me volledig kon geven.

Het voelt een beetje melancholisch, net als bij een reis die ten einde loopt. Je bent blij dat het doel is gehaald, maar denkt ook met enige weemoed terug aan alles wat je hebt meegemaakt. Op de laatste dag van je vakantie ga je op zoek naar souvenirs die herinneringen aan deze periode levend kunnen houden, terwijl als je thuis bent deze ineens zo misplaatst kunnen lijken. Tenminste bij mij is dat vaak zo.

Zo vroeg ik me gisteren ineens af of ik toch mijn port-a-cath als aandenken had willen meenemen uit het ziekenhuis, terwijl ik best weet dat ik er dan waarschijnlijk nooit meer naar om had gekeken. Maar toch. De port-a-cath heeft ruim vijftien maanden als een kleine, zichtbare bobbel bij mijn linkersleutelbeen gezeten. Ik kan nooit meer zachtjes met mijn handen over deze bobbel strijken en liefkozend zeggen: ‘mijn port-a-cathje’, want op deze plek zit nu een grote bloeduitstorting en een litteken van een centimeter of zes. Ik ben dankbaar dat de artsen destijds hebben besloten dat ik in aanmerking kwam voor een port-a-cath. Het heeft me zo’n 36 keer prikken in de bloedvaten van mijn linkerarm bespaard. Dat was de twee kleine operaties dubbel en dwars waard.

Een ander aandenken van de chemo waar ik aan gehecht ben geraakt zijn mijn chemolokken. De eerste haren die na de chemo opkwamen waren spierwit en superzacht. Het waren dikke, volle haren. De buitenste twee centimeter van mijn haren hebben deze structuur, daarna komt er een ander haartype: dunner, stugger en zwarter. De combinatie geeft een leuk effect. Net of ik een chemo-soleil-coupe heb. Eigenlijk wil ik deze witte, zachte plukjes aan het uiteinde van mijn haren niet kwijt, maar mijn haren zijn nu echt toe aan een knipbeurt en dan zullen de witte plukjes ongetwijfeld sneuvelen onder het regiem van de kappersschaar.

Na de laatste immuunkuur wilde ik het bed uit de woonkamer hebben. Ik zag het als afsluiting van een markante periode. Toen het bed echter met veel inspanning door Frans en onze huishoudelijke hulp naar de zolder was gesjouwd, miste ik het enorm. Het bed heeft anderhalf jaar in de woonkamer gestaan en ik lag er bijna dagelijks wel even op uit te rusten. Vreemd dat ik me niet heb gerealiseerd dat ik na de operatie met de port-a-cath lekker op bed zou willen liggen. Maar gelukkig hebben we een bedbankje voor de televisie staan. En zo hebben we tijdelijk toch weer een bed in de kamer.

Ik voel me deze week letterlijk een beetje onthand. Ik moet rustig aandoen met mijn linkerarm en merk eigenlijk nu pas hoeveel ik met links ben gaan doen om rechts te ontlasten. Nu is rechts opeens weer mijn sterkere arm, terwijl dat afgelopen anderhalf jaar juist mijn linkerarm was. Ik moet nu heel bewust nadenken anders doe ik de zwaardere dingen met links. Af en toe vergis ik me en dan schiet er een pijnscheut door mijn borststreek. De wond trekt een beetje, maar geneest verder voorspoedig.

Omdat ik nog niet zo actief kan zijn als ik graag zou willen, heb ik vandaag alle kaartjes die ik tijdens mijn genezingsproces heb gekregen nog eens doorgelezen. Én geloof me, dat zijn er heel veel en ik heb ze allemaal bewaard. Ik ben opnieuw geraakt door alle lieve wensen en wijze woorden die familie, vrienden en bekenden me hebben toegezonden.

Kortom, klaar zijn, staat deze week nog niet in het teken van me verheugen op wat voor me ligt, maar vooral van koesteren, afscheid nemen en loslaten van wat is geweest.

Feest

Zaterdag 23 januari geef ik voor familie en vrienden, die me afgelopen anderhalf jaar intensief hebben ondersteund met onder andere ritjes naar het Arti, soepjes in de diepvries of een luisterend oor, een feest. Het feest is drieledig: om te vieren dat ik de magische grens van vijftig jaar heb mogen bereiken, dat de behandeling van mijn borstkanker is afgerond én de geboorte van mijn boek ‘Expeditie borstkanker’.

Om op mijn feestje goed voor de dag te komen laat ik me in de voorafgaande week flink verwennen. Van mijn moeder heb ik een bon gekregen voor een gezichtsbehandeling. De schoonheidsspecialiste kent me nog, hoewel ik er voor het laatst geweest ben vlak voor ons trouwen en dat is toch alweer bijna tien jaar geleden. Toen zei ze nog dat mijn huid gezond was en niets nodig had. Nu zegt ze dat mijn huid er vaal en moe uitziet. Bovendien heb ik een hele dunne huid gekregen. Jakkes, dat wil ik helemaal niet horen. Ik geniet van de gezichtsmassage en de warme stoom op mijn gezicht.

Ook ga ik die week voor het eerst sinds anderhalf jaar weer naar een kapper. Mijn oude vertrouwde natuurkapper zat in Nijmegen, maar dat vind ik te ver weg, dus pluk ik op goed geluk een kapper van internet en maak een afspraak. Als ik binnenkom knipper ik even met mijn ogen, want deze kapper lijkt als twee druppels water op een parapentvriend van ons. Het zou zomaar zijn broer kunnen zijn. Vooraf had ik me enigszins zorgen gemaakt of het wel zo’n goed idee was om zo kort voor mijn feest naar een onbekende kapper te gaan. Ik vind het moeilijk om aan een kapper uit te leggen wat ik wil met mijn haren. Als snel ontspint zich tussen de kapper en mij een bijzonder interessant gesprek over ziekzijn, kracht en die dingen doen die je wil doen in je leven. Door het fijne gesprek is mijn kapsel ineens bijzaak geworden, zoals ik dat wel vaker heb na intense ontmoetingen. Maar gelukkig kan ik ook over mijn haren tevreden zijn.

En dan is er nog de ‘Verwendag’ van het Inloophuis voor kankerpatiënten en hun naasten. Een dag met allerlei verwenworkshops, zoals onder andere een fotoshoot, knutselen, kleuradvies, nagelstyling en haaradvies. Als ik binnenloop kom ik in een kakofonie van geluid terecht en ik heb de neiging om direct rechtsomkeer te maken. Zo’n drieëntwintig vrouwen zitten om de keukentafel aan de koffie en ik heb helemaal geen zin om me in dit gezelschap te mengen en sociaal te doen. Maar ik blijf braaf zitten. Uiteindelijk komt het allemaal goed: ik krijg een heerlijke voetmassage, heb een leuk gesprek met een vrijwilligster over mijn boek én ga op de zolder een dutje doen. De les die ik van die dag heb opgestoken is om duidelijk te zijn in wat ik wil en waar ik behoefte aan heb. Het is uiteindelijk een hele leuke dag geworden. Een echte verwendag.

Op de dag van het feest hul ik mij in miDorothé leest voorjn nieuwe jurkje, trek mijn grijze laarsjes aan en laat me door Frans naar de feestlocatie rijden. Al snel stromen de gasten binnen en kan ik iedereen hartelijk verwelkomen. In een korte speech bedank ik mijn familie en vrienden en neem ik hen mee naar markante punten uit mijn expeditie door stukjes uit mijn boek voor te lezen. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een speech houd en ik ben trots, omdat ik vind dat het goed gelukt is. Aan het einde roep ik Frans naar voren om hem en plein publiek te huldigen voor zijn liefde en steun tijdens mijn  lange weg naar genezing. Ik had willen vragen om een luid applaus voor Frans, maar helaas ben ik dat vergeten. Dan toosten we met alle aanwezigen op het leven en dat wat ons verbindt: liefde en vriendschap.

De sfeer is fijn, de locatie gezellig en het eten is heerlijk; een buffet van allemaal kleine hapjes met voor elk wat wils. Ik heb me er niet mee bemoeid en alles aan het vakmanschap van de kok overgelaten en dat is een goede keuze gebleken. Ik vind het leuk om te zien dat familie en vrienden mengen en geanimeerde gesprekken voeren. Dat mensen elkaar ontmoeten en leren kennen op mijn feestje. Zelf probeer ik met zoveel mogelijk mensen even contact te maken, maar het lukt me niet om iedereen te spreken.

De tijd vliegt voorbij en voor ik het weet is het alweer tijd om naar huis te gaan. Het was voor mij een feest om nog jaren met plezier op terug te kijken. Een bijzondere dag, met bijzondere mensen voor een bijzondere herinnering. Ik voel me dankbaar.

 Dorothé leest voor

 

Wankel evenwicht

Het herstel van mijn gezondheid, energie en conditie verloopt in grillige lijnen en gaat niet zo snel als ik had verwacht en gehoopt. Mijn bolletje energie is nog steeds klein en ik moet heel bewust kiezen hoe ik mijn energie besteed. Als ik iets meer energie heb vergeet ik dat snel en dat betekent meestal dat ik teveel doe, wat weer resulteert in een dag op bed liggen met knallende hoofdpijn. Het lastige is dat ik niet aanvoel wat mijn lichaam wel en niet aankan. Misschien zit ik wel teveel in mijn hoofd en te weinig in mijn lijf. Nu de behandelingen zijn afgelopen moet ik van mijn hoofd ook weer van alles. Ik heb nu immers geen reden meer om te lantefanteren.

Ik vind het frustrerend te merken dat mijn conditie erg slecht blijft, vooral als ik het vergelijk met een half jaar geleden. Waarom herstelde ik toen zo wonderwel en lukt het me nu voor geen meter? Er is ook telkens wat. Eerst kreeg ik last van mijn rug en heeft een manueel therapeut mijn bekken rechtgezet en wat gewrichten losgemaakt. Ik was er twee dagen doodmoe van. Toen ging geheel onverwachts het litteken van mijn port-a-cath ontsteken en moest ik naar de huisarts om het abces te laten verwijderen. Uit voorzorg kreeg ik een crème met antibiotica. En nu ben ik geveld door griep en verkoudheid. Ik voel me al de hele week beroerd met koorts, snotneus en irritante kriebelhoest.
Je zou misschien denken dat een griepje makkelijk te verdragen is na zo’n zwaar behandeltraject als wat ik achter de rug heb, maar het tegendeel is waar. Ik kan er helemaal niet meer tegen. Ik ben het spuugzat om alsmaar ziek te zien. Ik ben boos en chagrijnig dat ik me weer beroerd voel.

Ik hang als een zombie de hele dag in mijn pyjama voor  de buis en kan me tot geen enkele actie aanzetten. Ik ben zó moe. Bijna net zo moe als tijdens de chemokuren, denk ik opstandig en ik vraag me af of het ooit nog wel ‘goed’ zal komen met mij. Of ik mijn conditie weer op peil krijg. Of ik weer aan het werk kom. Ik ben bang dat ik nergens meer gewoon leuk aan mee kan doen, omdat ik overal te moe voor ben. Neem nu de wintersport. We hebben net een heerlijke sneeuwvakantie met familie in de Dolomieten achter de rug. Het was fijn om samen op vakantie te zijn, te praten en te eten, maar ik had het nóg leuker gevonden als ik daar ook iets had kunnen doen.  Er waren hele mooie sneeuwwandelingen uitgezet en ik had me er erg op verheugd om er daar een paar van te maken. Maar al na de eerste wandeling met mijn schoonzus merkte ik dat mijn lichaam echt nog maar weinig aankan. De kleine wandeling, door de maagdelijk witte sneeuw, bezorgde me een knetterende hoofdpijn. De rest van de week deed ik heel voorzichtig aan en liep slechts minieme stukjes. Ik vind het bijzonder frustrerend omdat ik een half jaar geleden – voor de start van de hyperbare zuurstoftherapie – nog zonder problemen kon joggen, fietsen en wandelen in de bergen.

‘Wat heb je nodig?’, vraagt Frans aan mij. ‘Geduld’, antwoord ik spontaan en tot mijn eigen verbazing. Geduld en leven in het nu. Me niet vergelijken met een half jaar geleden. Gewoon accepteren hoe het nu is. Rustig aan doen. Relaxen. En vooral niet teveel willen.

Als Frans mijn blog leest, (ik laat mijn blog voor publicatie meestal eerst door Frans lezen) zegt hij dat hij meer de nadruk zou leggen op de fijne vakantie die we hebben gehad. En daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Het was een fijne vakantie. Ik heb genoten van de verse sneeuw, de mooie vergezichten op de top, de zon in mijn gezicht en lekkere pasta’s en pizza’s. Aan het gezelschap lag het zeker ook niet. Het was gezellig elkaar te treffen in een berghut tijdens de lunch en ik vond het lief dat ze hun best deden me gezelschap te houden. We hadden fijne gesprekken. Toch kan ik er niets aan doen dat ik soms het gevoel had een uitgerangeerde tachtigplusser te zijn, die buiten de boot valt terwijl de anderen plezier maken, als zij met z’n allen gingen skiën en ik braaf met de stoeltjeslift weer naar beneden ging. Het haakt in op een pijn uit mijn kindertijd, toen ik menig kinderfeestje of speelpartijtje heb moeten missen, omdat ik weer eens crepeerde van de oorpijn of met een piepende ademhaling van de bronchitis op bed lag. Als kind haatte ik het om ziek te zijn, omdat ik dan allerlei leuke dingen miste. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Geduld is een schone zaak. Ik hoop dat ik het op kan brengen.

DSCN5781 DSCN5785

Lana en Coco

Onze twee schattige babykonijntjes zijn uitgegroeid tot flinke, Franse hangoren van ruim vier kilo per stuk, die bijna niet meer samen in één hok passen. Ze zijn dikke maatjes sinds we Coco hebben laten castreren. Het zijn echte knuffelkonijnen, die zich graag laten aaien. Hoewel we ons vast hadden voorgenomen ditmaal consequent te zijn en de konijnen slechts in een afgebakend stukje van de tuin te laten, dartelen ze nu toch door het struikgewas, maken ze binky’s en sprongen in de lucht op het grasveld, knabbelen ze aan grassprietjes en rietstengels, vreten ze alle bloemen op die net met hun prille groen boven de grond uitkomen en graven diepe holen in de zwarte grond, waarna ze met vuile poten en natte oren via het kattenluikje naar binnen komen en de net gedweilde bijkeuken en keuken bevuilen. Vorige week toen Frans en ik samen op kantoor aan het werk waren, renden ze de trap op en kwamen even buurten. Schattig vonden wij dat. Totdat ik opeens geen geluid meer had op mijn computer en het niet meer lukte om de foto’s van het fototoestel op de computer te krijgen en ik, gealarmeerd door een smeulende geur, de draden ging inspecteren en ik een rafelige koperdraad ontdekte die door het kunststof heen naar buiten stak. Shit. Stom. Met al onze konijnenervaring hadden we toch beter moeten weten.

’s Avonds liggen we languit met zijn viertjes op ons bedbankje televisie te kijken. Gezellig. Overdag vermaken de konijnen zichzelf. Opvoedkundig zijn we niet sterk; te inconsequent en te ongestructureerd, vooral ik. Frans is consequenter en geduldiger. Ik stimuleer bij mens en dier vooral  zelfstandigheid, zelfredzaamheid én aangeven wat je nodig hebt. Gelukkig zijn Lana en Coco hiertoe prima in staat. Laatst bleven ze maar voor mijn voeten lopen, ik struikelde bijna over ze, totdat ik zag dat hun voerbakje leeg was… (ze konden nog wel gewoon hooi, stro en gras knabbelen hoor!). Zowel Lana als Coco zijn al een keer door het ijs op de vijver gezakt. Ik zag Lana lopen op het dunne laagje ijs dat de vijver bedekte en gilde naar Frans dat hij haar moest redden. Dat deed Frans. Hij was net op tijd om haar uit het water te vissen. Bij Coco zag ik alleen een kletsnat konijn, dat zich spetterend zat te wassen op het grasveld naast een wak in de vijver. Hij had zichzelf in veiligheid gebracht. Ja, van het vrouwtje moet je het niet hebben. Lana is dol op onze rozenstruik en haalt halsbrekende toeren uit om een paar blaadjes te kunnen afknagen. Eerst sprong ze op een tuinstoel, vervolgens hupte ze op de vensterbank en toen liep ze over de schuine, smalle vensterbank naar de rozenstruik om ongegeneerd te genieten van het malse groen.

Onze tuin is een afgekloven en uitgegraven bende, het huis is een half uur na het poetsen alweer smerig, onze apparatuur laat het afweten door afgevreten kabels, toch zijn we heel blij met onze grote, Franse hangoren. Kijk maar.

DSCN5822DSCN5882
DSCN5851
DSCN5812

Kansberekening

Net nu mijn conditie weer vooruit gaat en ik me steeds fitter begin te voelen, word ik geconfronteerd met een vraag waar ik me – tot nu toe – verre van heb gehouden: hoeveel kans heb ik op uitzaaiingen? Ik had me net weer aangekleed na een controle van mijn borsten, toen de verpleegkundig specialist oncologie me vertelde dat ze mij een medicijn wilden aanbieden om de kans op uitzaaiingen naar de botten te verkleinen. Het overdonderde me. Ik dacht alle behandelingen te hebben afgesloten en nu kwamen ze met dit op de proppen. Uit grootschalig onderzoek was naar voren gekomen dat vrouwen die het medicijn – een middel tegen botontkalking – gebruikten, twee tot vijf procent minder kans hadden op uitzaaiingen naar de botten dan vrouwen die dit middel niet gebruikten. Ook waren er van de gebruiksters na vijf jaar iets meer vrouwen in leven dan gemiddeld. Ik zou het zoledroninezuur, bekend onder de merknaam Zometa, ieder half jaar via het infuus krijgen toegediend gedurende drie jaar. De bijwerkingen zouden te vergelijken zijn met een pittige griep; inclusief koorts, rillingen, pijn in de botten en spierpijn.

Hoeveel kans op uitzaaiingen naar de botten heb ik eigenlijk? Ik durfde het niet te vragen. Ik wil het  niet weten en ik wil me er niet mee bezighouden. Ik weet dat één op de vijf vrouwen te maken krijgt met uitzaaiingen. En als je uitzaaiingen krijgt ga je dood. Twintig procent van de borstkanker patiënten sterft vroeg of laat aan de ziekte. Minuscuul kleine kankercelletjes kunnen zich jarenlang ergens slapend verschuilen om zich dan zonder aanwijsbare oorzaak te gaan vermenigvuldigen en uit te groeien tot metastasen. Statistisch gezien is mijn kans op uitzaaiingen groot, ik voldoe aan alle vier de risicofactoren: agressieve tumor, uitgezaaid naar de lymfeklieren, tumor verbonden met een bloedvat en leeftijd onder de vijftig.

Toch voelt het niet dat ik dit medicijn wil gaan gebruiken. Hoe ver moet je gaan in het zoeken naar zekerheid die er toch niet is? Zou ik net bij die paar vrouwen horen bij wie het middel uitzaaiing naar de botten voorkomt? Er zijn evenveel argumenten voor als tegen te bedenken; mijn intuïtie zal de doorslag moeten geven.  Verstandelijk denk ik: ach waarom ook niet. Dit kan er ook nog wel bij. Maar gevoelsmatig is het goed zo. Ik wil me focussen op LEVEN. Leven in het nu. Als ik kies voor het medicijn blijf ik bezig met behandelingen, met ziek zijn, met de kans verkleinen dat ik binnen een paar jaar doodga. Leven is risico nemen en ik heb besloten het risico te nemen dat ik doodga. Dat is dan maar zo. Beter dan alsmaar te leven met de handrem erop.

Ik las een stukje uit het boek ‘Levenshaast’ van een vrouw met een uitgezaaide hersentumor. Nu ik met het thema uitzaaiingen bezig ben, herken ik die levenshaast in mezelf. Ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb, hoelang ik nog gezond zal zijn, dit zorgt ervoor dat ik niets meer uitstel en veel daadkrachtiger ben in de uitvoering van wat ik wil. Als ik het wil, moet het NU gebeuren. De dingen doen die belangrijk zijn en de rest laten voor wat het is. Voor mijn feestje in januari heb ik diverse cadeaubonnen gekregen en ik heb ze bijna allemaal al verzilverd: ik heb een prachtige bos bloemen voor mezelf gekocht, een regenbroek voor onze fietsvakantie, een paar boeken gelezen, ik heb genoten van een heerlijke massage en binnenkort ga ik me laten verwennen in de sauna. Nú voel ik me goed, dus nú moet ik ervan genieten. Levenstijd is kostbaar.

Toen ik mijn nieuwe paspoort ophaalde en hoorde dat de nieuwe geldigheidstermijn tien jaar is, dacht ik onwillekeurig: zou ik er dan nog zijn? Zou ik nog toekomen aan een nieuw paspoort? Samen met Frans keek ik naar het programma Kijken in de Ziel, waarbij mensen werden geïnterviewd die ongeneeslijk ziek zijn. Ik vond het boeiend om hun kijk op het leven te horen. Het raakte wel iets diep vanbinnen dat er twee vrouwen bij zaten, bij wie de borstkanker was terug gekomen, nadat ze genezen waren verklaard. Het deed me beseffen: dat kan mij ook overkomen. Mijn scenario zou er ook zo uit kunnen zien. Ik zag dat het Frans ook raakte. Een vriendin van me zei: ‘je moet ook niet naar dat soort programma’s kijken’. Maar ik vind dit soort levensthema’s nu eenmaal boeiend, dus waarom zou ik niet kijken. Ik kan de eindigheid van het leven maar beter onder ogen zien en er mee om leren gaan. En het is echt niet zo dat ik er niet van kan slapen of dat het continue door mijn hoofd spookt. En of ik nou wil of niet, ik word er toch mee geconfronteerd.

Bij Frans op het werk is een man wiens vrouw een aantal jaren terug borstkanker heeft gehad. Ze heet toevallig ook Dorothé en ik heb even contact met haar gehad toen ik net de diagnose had gekregen. Ze schonk me haar mutsjes en sjaaltjes voor mijn kale hoofd, omdat zij ze niet meer nodig had. En nu is de kanker bij haar terug gekomen in de vorm van uitzaaiingen naar de hersenen. Dit nieuws sloeg keihard in.  Ze hebben hun laatste hoop gevestigd op een nieuwe vorm van immunotherapie, die nog niet overal wordt toegepast omdat het extreem duur is.

Zou immunotherapie over een paar jaar de oplossing zijn voor borstkanker? Ik hoop het maar. Hiermee stijgen mijn overlevingskansen voor als de kanker terugkomt. Het mooist is natuurlijk als ik  dat nooit nodig heb en gewoon, gezond en kankervrij verder leef.

DSCN5914DSCN5907

Eindelijk dan de Reschenpas

Twee jaar geleden wilde ik al een fietstocht maken van de Reschenpas op de grens tussen Oostenrijk en Italië naar het Gardameer. En nu is het dan zover. We gaan het echt doen. Lekker met z’n tweetjes. De fietsen hebben een beurt gehad, we hebben Reitsma’s fietsroute aangeschaft en bedacht wat we mee willen nemen. We hebben er heel veel zin in en dan zie ik twee dagen voor vertrek per ongeluk het weerbericht. Bah, dat kan toch niet waar zijn. Precies deze week is er een lage drukgebied in heel Europa, dat zorgt voor kou en nattigheid. Voor Oostenrijk is sneeuw tot in de dalen voorspeld. Tien dagen lang zie ik alleen maar zwarte wolkjes met sneeuw afgebeeld in de Weather Pro app, die Frans wel eens voor het vliegen gebruikt. Ik vraag me af of we wel moeten gaan. Een beetje regen vind ik niet erg, maar een week lang regen wel.

Na rijp beraad besluiten we de fietsvakantie te verplaatsen naar eind mei. Voor nu gaan we zolang mogelijk genieten van het goede weer, dat volgens de voorspellingen nog precies één dag zal aanhouden. We gaan een fietstocht maken langs de fruitbloesems in de Betuwe nu de zon nog schijnt. En zo rijden we vrijdag 22 april niet naar het natte zuiden, maar naar de in bloei staande Betuwe. We maken een prachtige fietstocht over dijkjes met appelbomen die nog net niet in bloei staan, nemen een pontje over de rivier bij Deil en fietsen over de landerijen van landgoed Mariënwaerdt. IMG_20160422_135458We pauzeren in het rustieke plaatsje Buren. Achter een kop thee en een Bossche bol gluur ik naar mijn buurvrouw die me zo bekend voorkomt. Ineens weet ik het: het is een oud-collega van de Zorggroep, die ik al zeker vijftien jaar niet meer heb gezien. Het is een hartelijk weerzien. In tien minuten tijd praten we elkaar bij over onze levens. Ze blijkt ook borstkanker te hebben gehad en heeft net na tien jaar haar laatste controle gehad. We wensen elkaar het beste en stappen weer op de fiets. Na 34 km fietsen ben ik moe maar voldaan en doe ik een tukkie in de camper, terwijl Frans de fietsen op de camper sjort. We besluiten deze geslaagde dag in Tiel bij restaurant ‘ bij Casper’ waar we genieten van verse asperges en drentelende schoolmeisjes in galajurken, die naar hun eerste bal gaan. Ik vind het leuk om naar alle verschillende jurken te kijken.

Op de terugweg in de auto pak ik nogmaals de Weather Pro app erbij en zie dat de verwachtingen iets zijn bijgesteld. Donkere wolkjes hebben plaatsgemaakt voor kleine zonnetjes, die voorzichtig achter een wolk tevoorschijn piepen. Nog wel erg koud, maar niet meer zo nat. De Reschenpas begint toch weer te kriebelen. En weer stellen we onze plannen bij: we gaan toch. Reschenpas here we come.

Zaterdag pakken we onze spullen in, nemen afscheid van onze konijnen en koersen door wind en regen richting Oostenrijk. Als de avond valt daalt de temperatuur richting de drie graden en verandert de regen bijna in natte sneeuw. Ik ben gespannen voor wat we op de Fernpass, die we nog moeten trotseren, gaan aantreffen en zie mezelf al een week ingesneeuwd in de bergen staan. Frans is echter vol vertrouwen, ook al hebben we onze sneeuwkettingen en winterbanden thuisgelaten. Volgens hem kunnen we het beste doorrijden zolang het nog gaat, als het vannacht gaat sneeuwen, dan is het de volgende ochtend nog moeilijker om de pas over te komen. Rustig tuffen we door in de stromende regen, terwijl ik angstvallig de temperatuur in de gaten houd. Als we door een lange tunnel rijden loopt de temperatuur op en als we aan de andere kant naar buiten komen is het ineens tien graden warmer. Rond half tien ‘s avonds vinden we nog een plekje op een camping in Imst waar we snel het bed induiken. Hoewel ik moe ben van de reis kan ik de slaap niet vatten. Ik heb het veel te warm onder ons superdikke donsdekbed en krijg last van claustrofobie, daarom zet ik de escape in en vraag Frans om het dak omhoog te zetten. Normaal slapen we allebei beneden, maar voor nu prefereer ik de koelere bovenverdieping van de camper.

De volgende ochtend is het tien graden en er is nergens sneeuw te bekennen. We gaan op weg richting de Reschenpas. We zijn gisteravond helemaal vergeten een autobahnvignet te kopen, maar durven de tien kilometer snelweg die we moeten overbruggen wel zonder vignet af te leggen. We zijn al tientallen keren in Oostenrijk geweest, hebben altijd braaf een vignet gekocht en zijn nog nooit gecontroleerd, dus dat risico nemen we. Net na de afrit van de snelweg worden we aangehouden door een drietal controleurs. Frans doet nog een vage poging om onschuldig te lijken en murmelt iets van ‘ wir sind es ganz vergessen’, maar we weten allebei dat het kansloos is. Dom, dom,dom. Na het betalen van de boete mogen we doorrijden, dat vignet gaan we dus nooit meer vergeten.

Bij de Reschenpas is het rond de drie graden en er waait een striemende, ijskoude wind. We laden de fietsen van de camper, trekken onze dikke winterjassen aan, zetten onze muts op en trekken de handschoenen aan, dan zijn we klaar voor vertrek. We vinden vrij snel het IMG_20160424_123745
vrijliggende fietspad dat ons via een lichte stijging door de weilanden omhoog brengt naar de rand van de Reschensee, die er stralend blauw bij ligt als de zon zich even laat zien. Het sneeuwt licht, maar de route is adembenemend mooi. Via de oostelijke oever van het meer gaat het afwisselend omhoog en omlaag. Bij de lastige stukken krijg ik ‘ trapondersteuning’  van Frans die me dan een duwtje in de rug geeft. Na de Reschensee volgt de lieflijke Haidersee waar we in een observatiehut een boterhammetje eten en naar de dansende schuimkoppen op het meer kijken. Het waait stevig, maar gelukkig hebben we de wind in de rug. Ik heb mijn regenbroek en een onooglijke regenjas van Frans aangetrokken om me te beschermen tegen de snerpende wind. Als ik moet stoppen, blijf ik met de jas achter het zadel haken en boem daar lig ik op het asfalt. Een paar blauwe plekken rijker begin ik aan de afdaling richting Burgeis. Het is een bochtig fietspad met een helling van 10 tot 15%. Ik durf niet harder dan 35 km per uur te gaan en knijp de remmen flink in. Het is een prachtige afdaling langs kleine, klaterende  beekjes, groene weiden en oude burchten. We blijven maar dalen en ik krijg zere handen van het remmen. Uiteindelijk bereiken we Glurnsch, een ministadje met een oude stadsmuur en vier poorten uit het jaar 1580. We parkeren de fietsen en nemen de bus terug richting de Reschenpas waar we onze camper oppikken. Omdat de temperatuur niet boven de twee graden uitkomt, DSCN5961trakteren we onszelf op een hotelovernachting en een warm bed. Hotel zur Post is een oud familiehotel en we krijgen een kamer met houten vloer en een groot balkon met uitzicht op de tuin met fruitbomen en een rustieke, houten schuur. Na een warme douche en een klein dutje wagen we ons aan het drie gangenmenu van de dag en witte Nosia wijn uit de streek. Daarna rollen we zo het bed in en slapen een gat in de dag.

Na een heerlijk ontbijt zetten we onze fietstocht langs het bruisende riviertje de Adige voort. De vogeltjes fluiten, de zon schijnt over de ontelbare boomgaarden met appelbloesems, maar het is nog steeds flink koud en we zijn blij met onze dikke jassen, sjaals en handschoenen.
DSCN5948De fietsroute is werkelijk heel mooi en verloopt geheel over vrijliggende fietspaden en autoluwe wegen, door rustieke dorpjes, fruitgaarden en wijngaarden. Vandaag hebben we ook weer flinke afdalingen, waarvan een stukje onverhard met een hellingshoek van 20%. We fietsen met de harde wind pal in de rug, terwijl het fietspad licht daalt, zodat we nauwelijks hoeven te trappen en eigenlijk vanzelf vooruit suizen. Frans zegt: ‘leuker dan dit zal fietsen nooit worden’. Midden in het DSCN5958
bos komen we ineens bij een meertje met een zonnig terras waar we huisgemaakte aardbeien tiramisu nemen met een warme kop thee. Rond een uur of vier heb ik de pijp leeg. We parkeren onze fietsen in het plaatsje Naturns en nemen de trein terug naar Glurnsch waar we bij hotel Zur Post onze camper oppikken. Op de camping in Naturns bereidt Frans een voedzame maaltijd.
Op de kleine camping hebben ze heel verrassend een binnenzwembad en een sauna, die we na een DSCN5955uitgebreid ontbijt met roerei en verse jus, gaan uitproberen. De campings zijn tegenwoordig echt lux met overal toiletpapier en zeep om je handen te wassen. In principe hoef je nooit meer met een rol wc-papier over de camping te slenteren. Ik wist dat nog niet en had ons keukenkastje volgestouwd met een hele voorraad.
We pakken de camper en rijden richting Merano waar we midden in het centrum een camping vinden. We willen eigenlijk met de trein en de DSCN5973fietsen terug naar Naturns om de route te vervolgen, maar we komen er achter dat de eerstvolgende trein pas eind van de middag gaat, daarom stellen we onze plannen bij. We
fietsen via kleine klimmende steegjes naar kasteel Trauttmansdorf dat op de mediterrane heuvels van Merano ligt en van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op de omgeving. We brengen de middag door in de botanische tuinen die ik echt geweldig mooi vind en sluiten de dag af met een DSCN5989pizza en tiramisu.

Merano is een stad met een mediterraan klimaat, maar daar is vanochtend weinig van te merken. Storm en regen geselen de camper. De palmbomen zuchten
in de wind. Merano heeft een traditie als kuuroord met warmwater bronnen en zo liggen we even later in een warmwater bad met uitzicht op de groene heuvels. Er zijn verschillende baden met
IMG_20160427_131822bronwater en zoutwater, maar mijn ‘iceman’ vindt ze allemaal véél te warm en gaat vrolijk een kwartier in het koude bad zitten.
Eind van de middag rijden we de camper naar het plaatsje Auer, ook wel Ora genoemd. We zitten in het gebied dat Alte Adige of Zuid-Tirol heet en waar bijna alle plaatsen een Duitse en een Italiaanse naam hebben. De taal is voornamelijk Duits, het eten voornamelijk Italiaans. Een prima combi. We maken een mooie fietstocht langs de IMG_20160425_153750Kalterer see waar we pauzeren bij een terrasje aan het water. Het is met 10 graden nog steeds fris, maar de zon schijnt en dat maakt veel goed.

Op de camping in Auer hebben ze een klein onverwarmd buitenzwembad waar wij nog voor het ontbijt een plons in nemen, terwijl we door oude Italiaanse mannetjes hoofdschuddend worden aangekeken. Vandaag vervolgen we onze fietstocht langs de Adige richting Trento. We DSCN6006
fietsen langs metershoge rotswanden tussen de wijnvelden door. Iets voor Trento bij het plaatsje Lavis zijn bij mij de knollen op. We pakken eerst de stoptrein naar Trento en gaan dan met de fietsen in de trein terug naar Auer waar onze camper bij het station geparkeerd staat. We rijden met de camper naar de Kalterer see en gaan lekker uit eten.
De laatste dag alweer van onze fietsvakantie. We starten bij het station van Rovereto en pikken hier DSCN6013de route weer op. Rovereto is een leuk, oud Italiaans plaatsje en het  is even spoorzoeken voor we ons fietspad weer hebben gevonden. De laatste dag heeft pittige klimmetjes met als toetje een steile afdaling van maar liefst 2 km. Terwijl we in de verte het blauwe Garda meer zien blinken, suizen we in sneltreinvaart naar beneden. Mijn handen doen zeer van het remmen, mijn haren wapperen in de wind als we ons doel naderen: Lago di Garda. We zijn er. Tevreden likken we aan DSCN6016een Italiaans ijsje met uitzicht op het golvende water. Deze fietsvakantie is ons heel goed bevallen en is voor herhaling vatbaar.

Mooi Slovenië

Na onze fietsweek in Italië rijden we naar het plaatsje Nova Gorica net over de grens tussenIMG_20160502_175215
Italië en Slovenië. Frans gaat een week lang als hulpinstructeur cursisten begeleiden bij hun eerste paragliding ervaringen in de lucht. Hij helpt ze met wegstarten, geeft theorieles en houdt tandeminstructievluchten.
We strijken neer in ‘Kamp Lijak’, een camping op 400 meter van de landingsplaats. In eerste instantie word ik afgeschrikt door de aanblik van een krakkemikkig ogend gebouw. ‘Ze zullen toch wel douches hebben?’, zo vraag ik me af.  Als ik het gebouwtje binnenloop voor een toiletbezoek tref ik een verrassend vrolijk en modern interieur aan. Gelukkig.

DSCN6045In de loop van de week ga ik me steeds meer thuisvoelen op deze camping, die gerund wordt door een hardwerkend jong stel met twee kleine kindjes. Ze hebben grootste plannen en willen van Kamp Lijak een buitensport centrum maken.
Voorafgaand aan de vakantie had ik op diverse sites informatie verzameld en allerlei uitstapjes gepland, maar in de praktijk lijkt dit toch lastig uit te voeren. Het is voor mij een hele klus om de camper rijklaar te maken, dan nog een eind te rijden en dan óók nog energie te hebben voor een uitstapje. Gelukkig heb ik twee leuke vrouwen ontmoet die me helpen met het opklappen van het bed, die Frans in alle vroegte de berg op rijden en die zelfs voor me afwassen. Samen maken we DSCN6063uitstapjes naar de grotten van Postonja, de azuurblauwe kloof van de Tolminka rivier en het meer van Tolmin. Het is heel gezellig samen en ik ben blij met hun gezelschap. Ook kijken we samen naar de paragliding kunsten van onze mannen, zowel bij de start als de landing.

Eén van de vrouwen heeft net als ik Sociale Geografie in Nijmegen gestudeerd en we halen samen herinneringen op aan onze studietijd. We bespreken docenten, excursies, vakken en stages in het buitenland. Dat gebeurt niet vaak, dat ik iemand tref die dezelfde studie heeft gevolgd als ik.

IMG_20160502_152003Slovenië heeft een prachtige natuur, met frisgroene bossen, rotsige heuvels vol watervallen en azuurblauwe rivieren, kloven en hangbruggen. Het is een land voor buitensporten als kanoën, raften, paragliden, mountainbiken en fietsen, maar de nationale sport in  Slovenië is wandelen. Iedereen houdt er bijna van wandelen.
Ik wil er heel graag nog een keertje terug, want ik heb nog lang niet alles gezien. Ik wil nog naar de IMG_20160508_154653echt besneeuwde toppen bij Bovec, wandelingen maken in de Julische alpen, zwemmen in de Soca rivier, naar de kustplaatsjes Piran en Koper, de hoofdstad Lublijana bezoeken en de meren van Bled en Bohinje bekijken.
Na afloop van de cursus heb ik nog twee extra dagen met Frans, die we doorbrengen in Kobarid gelegen aan de Soca rivier. In de regen maken we een wandeling naar de Kozjak waterval, waarbij we bijna struikelen over de zwartgele IMG_20160507_200718salamanders. De volgende dag maken we een wandeling door de bossen die gedeeltelijk door de loopgraven van de Italiaanse troepen uit de eerste wereldoorlog leidt. Via spectaculaire trappen klimmen we steeds hoger en hoger voor een prachtig uitzicht. Er is hier hard gevochten en er zijn ontelbaar veel doden gevallen. Aan het eind van de middag rijden we via Bovec naar de Julische Alpen alvast een stukje richting huis. De vakantie zit er weer op. Het heeft me goed IMG_20160507_194107gedaan. Ik ben helemaal uitgerust, op krachten gekomen en mijn conditie is sterk verbeterd. Ik voel me weer gezond en vitaal. Klaar om het gewone leven weer op te pakken. De toekomst lonkt. IMG_20160508_111657

Memorabele data

Begin juni is een tijd met memorabele data. Allereerst is er drie juni de dag dat Frans en ik tien jaar getrouwd zijn. Als verrassing neemt mijn liefje me mee naar hotel de Wilmersberg in de Lutte waar we ongeveer een jaar geleden ook zijn geweest, toen om te vieren dat mijn chemokuren erop zaten. Wauw wat een verschil met vorig jaar, toen ik nog met pruik rondliep en niet van huis durfde zonder het noodnummer van het ziekenhuis bij de hand te hebben. In het kleine zwembad van het hotel herinner ik me hoe ik een jaar geleden voor het eerst met mijn kale hoofdje voorzichtig een baantje ging trekken, hoe heerlijk het aanvoelde om weer te kunnen zwemmen en hoe uitgeput ik daarna was. Nu spetter ik er vrolijk op los en zwem zeker een kwartier lang baantjes heen en weer. Na het driegangen menu maken we een wandeling door de tuin en de landerijen van het landgoed. Het is  heerlijk om buiten te zijn, na het heftige onweer van vanmiddag, waardoor we min of meer noodgedwongen uren op bed hebben doorgebracht met het kijken naar de kwartfinale van Roland Garros tussen Kiki Bertens en Timea Baccynski. De tuin en het landgoed waren veel kleiner dan ik ze in mijn geheugen had opgeslagen. Een beetje zoals je als kind iets een enorm groot gebouw kan vinden en wanneer je het als volwassene terug ziet er niets van deze grootsheid is terug te vinden, zoals bijvoorbeeld de klas van je kleuterschool. Ik zag het belachelijk kleine rondje dat we vorig jaar hadden gelopen en waarvan ik het idee had dat het een kilometerslange wandeling was. Ik zag ook de grappige, stenen bankjes die ongeveer om de honderd meter te vinden waren en waarvan ik regelmatig gebruik maakte om even uit te rusten. Nu waren we met tien minuutjes lopen al aan de rand van het landgoed en wandelden we door de bloeiende Rododendronlaan die vorig jaar nog onbereikbaar ver weg leek. Wat heerlijk dat ik al weer zoveel meer kan dan vorig jaar. We maken een lange avondwandeling en genieten van de mooie omgeving. De volgende dag is het stralend weer en maken we een pittige fietstocht door de omgeving met hier en daar een klimmetje. Het is prettig te merken dat ik ook die alweer aankan.

Dinsdag 7 juni was het precies twee jaar geleden dat ik het knobbeltje in mijn borst ontdekte en expeditie borstkanker begon. Niet te geloven dat het alweer twee jaar geleden is. Het eerste jaar staat nog in mijn geheugen gegrift, maar het tweede jaar lijkt voorbij gevlogen zonder dat ik er erg in heb gehad. Nu na twee jaar voelt de expeditie als een afgerond geheel. Niet alleen de behandelingen zijn afgelopen, ik heb ook het gevoel dat ik het emotioneel heb afgesloten. Dinsdag 7 juni is dan ook geen beladen dag. Het is een gewone, leuke dag waarop ik cursus geef en een coachgesprek voor de volgende dag voorbereidt. Ook de mammografie die voor volgende week gepland staat roept geen extra spanning op. Ik denk gewoon dat alles goed is.

Frans heeft deze week een vlucht gemaakt met z’n parapent over Oost-Nederland en landde bij een bloemenkwekerij. Mijn schat heeft twee prachtige bossen met geurende pioenrozen voor me genomen.  Het leven is een groot avontuur waarvan ik hoop dat ik het nog lang mag meemaken.

DSCN0706

Samenloop voor Hoop

Vrienden van ons hadden maanden geleden al gevraagd of we hen wilden sponsoren en aanmoedigen tijdens de Samenloop voor Hoop marathon, een 24-uurs wandelestafetteloop om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Ik had er nog nooit van gehoord, maar vond het een sympathiek doel. En zo reed ik afgelopen zaterdag naar de voetbalvelden van Eibergen, waar ik de auto parkeerde op een groot weiland en waar de vrolijke muziek me al tegemoet schalde. Ik had geen idee wat ik kon verwachten. Ik besloot eerst maar eens rustig rond te kijken, dan zou ik mijn vrienden vast wel snel vinden. In de verte zag ik in ieder geval al onze camper staan die we aan hen hadden uitgeleend, zodat ze tussendoor een tukkie konden doen om even uit te rusten.

Bij een stand kocht ik voor vijf euro een papierenzak die ik mocht versieren en waar later – tijdens de lichtceremonie – een kaars in zou komen. Ik wist eigenlijk niet goed wat ik op de zak moest zetten, dus kleurde ik een groot hart met de tekst ‘hou van het leven’. Daarna liep ik een stukje van het parcours en zag dat er al honderden, misschien wel duizenden zakken (ik kon niet zo goed getallen inschatten) langs de rand van het parcours waren gezet. Het was ontroerend al die zakken met tekeningen, herinneringen en aanmoedigingen te zien staan.

Na een uurtje rondsnuffelen had ik mijn vrienden nog steeds niet gevonden en ik besloot de hulp in te roepen van de whatsapp. Niet snel daarna konden we elkaar omhelzen. We waren nog net op tijd voor de lichtceremonie die om half elf begon. De survivors – mensen die waren genezen van kanker – droegen fakkels om de hoop brandend te houden voor de mensen die op dit moment ziek zijn en strijden tegen kanker én om de mensen te herdenken die in die strijd zijn gesneuveld. Er werden mooie speeches gehouden met woorden van troost, waarvan ik dacht: ‘die moet ik onthouden’, maar die ik toch weer vergeten ben. Ik leerde dat het evenement niet alleen wordt gehouden om dierbaren te gedenken en mensen met kanker een hart onder de riem te steken, maar vooral om het leven te vieren. En dat vond ik een prima insteek. Een jonge vrouw van 34 jaar vertelde haar persoonlijke verhaal over haar strijd tegen borstkanker. Ze vertelde open en eerlijk haar indrukwekkende verhaal en raakte vele mensen die stonden te luisteren. Er was mooie muziek. Toen het nummer ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij werd gezonden, voelde ik me ineens wat verloren en alleen staan tussen al die mensen die gearmd tegen elkaar aan stonden. Precies op dat moment kreeg ik een arm om mijn schouders van een vriendin. Perfecte timing. Direct barstte ik in huilen uit, tranen van ontroering liepen over mijn wangen. Fijn om hier samen te zijn. Jammer dat Frans met zijn vliegcluppie in het Sauerland zit en er niet bij kan zijn.

Dan lopen we met z’n allen het parcours waar alle zakken met lichtjes zijn neergezet. Overal waar je kijkt zijn lichtjes: op iedere stoel van de tribune staat een lichtje, de hele route is afgezet met lichtjes en er is een groot bord met de tekst HOOP, helemaal gemaakt van lichtjes. Overal teksten met hoop, aanmoediging en troost, namen om te herinneren, fleurige tekeningen, foto’s en hartjes. Heel indrukwekkend om hier tussendoor te lopen in het donker. En ik besef: al deze mensen hebben iets met kanker. Of ze hebben het zelf, of ze hebben een familielid die ermee kampt, of ze hebben een dierbare verloren aan kanker. Het geeft een gevoel van saamhorigheid. Kanker is ellendig, maar er komen ook mooie dingen uit voort. Ellende verbindt.

De volgende dag zoek ik op internet naar Samenloop voor Hoop. En wat schetst mijn verbazing? Volgende jaar is het in Doetinchem! Op 2 en 3 juli wordt er op de atletiekbaan in Doetinchem een wandelestafette gehouden van 24 uur om geld in te zamelen voor onderzoek naar kanker. Ik doe mee! Wie sluit zich bij mij aan?

Schotland avontuur

Het begint ergens in augustus 2015 wanneer onze vriendin Indra, die triatleet is,  mijn man Frans vraagt of hij haar wil begeleiden tijdens de Celtman: ‘ the extreme Scottish triathlon’, die ze heeft gekozen als nieuwe uitdaging.  Haar man Jan en ik zullen ook deel uitmaken van de crew, maar Frans is haar ‘supporter’ en  heeft de eer  met haar mee te mogen rennen tijdens de laatste kilometers van het looponderdeel dat dwars door de Schotse wildernis zal leiden. We zeggen ja, maar weten eigenlijk niet precies waar we ja tegen zeggen, dat zal gaandeweg het traject duidelijk worden.

20160625_173544Frans stort zich vol overgave met zijn five-finger schoenen op trailrunning, ons huis verandert in een verzamelplaats van camelbags, trailrugzakjes en hardloopjackjes. Ik regel boottickets voor de overtocht. Al snel ontdekken we dat de “Celtman” echt in een afgelegen deel van Schotland zal plaatsvinden: het plaatsje Shieldaig ligt in de Highlands, zo’n acht uur rijden vanaf de boot van Newcastle. De volgende uitdaging is het vinden van geschikte accommodatie. Alles in de omgeving is volgeboekt, maar gelukkig vinden we op de valreep een huisje in Shieldaig. En nu is – na alle voorbereidingen – eindelijk de grote reis aangebroken.

Na de vijftien uur durende boottocht van IJmuiden naar Newcastle upon Tyne rijden we in drie uur tijd naar Edinburgh waar we een bezoek brengen aan onze Schotse vrienden. We ontmoeten Dave in het ziekenhuis waar hij werkt als hartspecialist. Hij ontvangt ons in ‘his pyjama’s’, zoals hij zijn operatiekleding noemt, maar kleedt zich snel om, voordat we samen gaan lunchen in de kantine van de Edinburgh University. We krijgen de sleutel van hun huis, zodat we ons alvast kunnen installeren in de ruime logeerkamer met eigen badkamer. Dave en Jo wonen in een oud Victoriaans huis met een grote hal en ruime keuken met uitzicht op de tuin. Er staat een Aga-cooker, een fornuis dat altijd aan staat en tevens dienst doet als verwarming. We maken een kopje thee en genieten van de Engelse tuin die vol staat met bloeiende bloemen en kruiden. Daarna maken we een wandeling door de buurt. We treffen één van die zeldzaam zonnige dagen in Schotland. ’s Avonds praten we met Dave en Jo en de kinderen alsof we elkaar gisteren nog hebben gezien, terwijl dat toch alweer vier jaar geleden is. De volgende dag wandelen we naar het centrum van Edinburgh, eten taart op een terrasje in de zon, slenteren door parken en bezoeken de National Galery met meesters uit de Gouden eeuw. Het is fijn om weer bij onze Schotse vrienden te zijn geweest. Ik hoop dat ze snel een keertje naar Nederland komen.

De volgende etappe in de reis leidt ons naar Kyleakin, gelegen op Island Skye, ver weg van de bewoonde wereld. De wegen worden steeds smaller, de natuur steeds ruiger.  Het is een hele mooie tocht waar we, inclusief pauzes, zeven uur op rijden. Als we rond vier uur aankomen in Kyleakin maken we eerst een wandeling naar de vervallen burcht die op een schiereilandje ligt en van waar je een prachtig uitzicht hebt op de baai en de achterliggende highlands. Jan en Indra arriveren rond zeven uur en we gaan samen eten, nadat ze eerst alle spullen – inclusief twee racefietsen – in de hotelkamer hebben gezet. In een mum van tijd is de kamer veranderd in een enorme chaos. Iemand die van orde houdt, zou hier gillend gek worden. Gelukkig heb ik daar geen last van.

IMG_20160622_215108We genieten van een prachtige zonsondergang met uitzicht op de brug die Island Skye met het vasteland verbindt. De avonden zijn hier lang in juni. Pas rond een uur of elf begint het te schemeren.

Nog voor het ontbijt testen Indra en Frans de temperatuur van het water: Indra gehuld in heatseeker, neopreenpak, compressiekousen, neopreensokken en een dikke neopreen muts en
20160623_082038 (1280x720)Frans slechts gehuld in zijn groene zwembroek duiken samen het zilte nat in.

Het is inmiddels donderdag, nog twee dagen voor de race en de spanning voor de wedstrijd begint voelbaar te worden. Indra besteedt deze dag aan het inpakken en ordenen van de spullen voor het zwemmen, het fietsen en het hardlopen. Ze is

SAMSUNG CAMERA PICTURESdruk in de weer met de juiste voeding, reserveonderdelen, reservekleding en tijdschema’s. De crew laat haar alleen achter op de hotelkamer en gaat een mooie kustwandeling maken op het Island Skye.

We maken kennis met de Schotse one-lane- roads; wegen die slechts ruimte bieden aan één auto. Tegenliggers kunnen worden gekruist op de speciale passeerzones, die om de paar honderd SAMSUNG CAMERA PICTURESmeter aanwezig zijn. Het vergt hoffelijkheid en een vooruitziende blik, anders word je zo nu en dan genoodzaakt achteruit te rijden.

Schotland is het land van ontelbare muggen en meren. De muggen heten hier ‘midges’.  De meren worden Loch genoemd, al klopt dat woord niet helemaal. Een Loch staat in tegenstelling tot een meer meestal in verbinding met de zee en heeft zout of brak water. Er zijn ontelbaar veel loch’s. Tussen de loch’s in ligt een rotsig, groen landschap vol heuvels (Munro’s genoemd), die in mijn beleving best het predicaat berg verdienen.  Verder bestaat het landschap uit schuimende, zwarte rivieren, watervallen en sprookjesachtige bossen met varens en berkenbomen.

Vrijdagochtend aan het ontbijt vernemen we dat de Brexit een feit is: 52% van de Britten hebben voor het verlaten van de Europese Unie gestemd. De Schotten zijn het er niet mee eens en overwegen of ze zich los zullen maken van Groot-Britannië en zich als Schotland kunnen aansluiten bij de Europese Unie. De serveerster die ons full Scottisch breakfast (scrambled egg, bacon, worst en witte bonen in tomatensaus) komt brengen heeft de tranen in de ogen. Ze zegt: ‘I can’t believe it, this is so bad.’

Frans en Indra vertrekken met de camper richting Shieldaig, een dromerig gehuchtje met een 20160624_120249paar witte huizen gelegen aan de baai van Loch Torridon, waar morgen de Celtman begint en Indra vandaag meedoet aan ‘the social swim’, een gelegenheid om kennis te maken met de atleten die meedoen én de watertemperatuur te testen. Eén ding is duidelijk: het zal koud zijn. ’s Middags gaan we naar Torridon voor de inschrijving en de briefing in het gemeentehuis dat stampvol atleten 20160624_154214zit. Bij het parkeren rijden we het rechtervoorwiel van de camper in een onder het gras verborgen slootje. Het ziet er dramatisch uit en ik ben al bang dat we hier nooit meer wegkomen, maar een groepje vriendelijke, sterke Schotten helpt ons uit de sloot. Oeps, dat is goed afgelopen.

We hebben in Shieldaig een prachtig huisje aan de 20160624_121447rand van de baai, midden in de transitie-zone van het fietsen. De woonkamer van het huisje wordt gebombardeerd tot triatlonkamer en staat vol met fietsen, reserveonderdelen, tassen met kleding, kratten met voeding en rondslingerende schoenen. In de badkamer hangen de heatseeker, het neopreen zwempak en de watersokken.  In de eetkamer maken we een oplaadstation voor de mobieltjes, wedstrijdcomputers en fototoestellen. Nog eenmaal een voedzame pastamaaltijd, het wedstrijdschema met de verwachte tijden doornemen en dan om acht uur het bed in.

De Celtman: belevenissen van de crew
Vanuit mijn bed heb ik uitzicht over Loch Torridon. Het is half zes in de ochtend  en ik spiek of ik de eerste zwemmers al zie aankomen. Vannacht om half drie is het avontuur voor Indra en Frans al begonnen: eerst registreren en de gps-tracker ophalen in het kerkgebouw van Shieldaig, de fiets klaar zetten en daarna naar de bussen die de atleten naar de start van het zwemmen brengen. Om vijf uur knalt het startschot voor de race. Frans duikt na het wegbrengen van Indra nog even het bed in.

20160625_054521Als ik twee kano’s aan zie komen, weet ik dat de eerste zwemmers zich aandienen, snel schiet ik wat kleding aan en loop met een kopje thee naar buiten. In het nevelige ochtendlicht dansen miljoenen, minuscule midges. Gelukkig heb ik, net als de meeste toeschouwers, mijn charmante muggennet bij me. De sfeer is heroïsch. Op de
oever is, als baken voor de zwemmers, een P1080063Keltisch vuur ontstoken. Een viertal in Schotse kilten gehulde mannen speelt prachtige muziek op drums en doedelzak. De met muggennet gewapende toeschouwers klappen en joelen om de eerste helden die uit het water klauteren aan te moedigen. Ik voel een diepe ontroering als ik kijk naar de zwemmers die ijskoud en  gedesoriënteerd het water uit kruipen en ondersteund door hun supporter hun eerste wankele schreden aan wal zetten. En daar is Indra. Na 57 minuten zwemmen door het ijskoude water begeleidt Frans haar naar de fiets en helpt haar bij het uittrekken van het zwempak dat aan haar lijf zit vastgekleefd. Snel afdrogen, insmeren met muggenspray, de fietskleding aan en hup de fiets op voor 202 kilometer fietsen.

We pleuren de natte zwemkleding in de badkamer en  gaan eensgezind als crew met de camper op weg naar de eerste foerageplaats. Het is onze taak om Indra op tijd te voorzien van voeding. Ongeveer om de vijfentwintig á dertig kilometer moeten we klaar staan met twee vers gevulde bidons met proteïnen en koolhydraten aangemaakt met bronwater. Verder hebben we een krat met mueslireepjes, wafels, bananen, gelletjes en een tas met fietsbroeken, shirtjes, jasjes, muggenspray en vaseline. Toiletpapier, reserveonderdelen en twee extra wielen maken het geheel compleet.
Het eerste deel van de route rijden we in file over een one-lane-road waar we nog niet mogen supporten. De fietsers bepalen het tempo, slechts af en toe kunnen we er één inhalen en we zijn een beetje bang dat we niet op tijd zullen zijn om Indra haar eerste voeding aan te kunnen20160625_082854 geven. Indra heeft het tempo er goed in en het duurt een hele tijd voor we haar hebben ingehaald. We stoppen op de eerste de beste plaats waar dat mogelijk is. We staan nog maar net klaar of daar komt Indra al aan gefietst. Snel twee verse bidons aanreiken en hup ze gaat weer verder. Aan haar lach te zien heeft ze het goed naar de zin.

P1080077Wij gaan ook weer verder, op weg naar Gairloch waar ons een ontbijt wacht. Ik heb het gevoel dat ik verzeild ben in de Tour de France met al die wielrenners en hun volgauto’s. Via het schema rekenen we uit hoeveel tijd we ongeveer hebben om te ontbijten, voordat Indra weer langskomt. Om haar niet te missen, blijft Jan op zijn post tot wij hebben ontbeten. Het ontbijt is uitgebreid en biedt voor elk wat wils. Het is leuk om kennis te maken met de supportcrews van andere atleten. We zijn net op tijd terug om Indra te zien aankomen fietsen en schreeuwen luidkeels onze aanmoedigingen. Twee verse bidons, een gelletje en een wafel en dan is ze weer op weg. Ze heeft inmiddels zo’n 65 kilometer in de benen zitten maar dat is haar niet aan te zien. Ik doe een tukkie in de camper, terwijl de mannen koffie gaan drinken in het ontbijtcafé.

Indra zal ruim acht uur op de fiets zitten en toen ik er van tevoren over nadacht, leek me dit een onoverbrugbaar lange tijd voor mij als supporter, maar in de praktijk vliegt het voorbij. 20160624_133302Voor we het weten is het middag en zijn we toe aan de lunch, die ik klaar maak in de ‘kookpit’ in de camper. De dag gaat voorbij met stukjes rijden, wachten, kletsen, eten, bidons klaarmaken, aanmoedigen van fietsers die langskomen en praatjes maken met crews van andere deelnemers. Soms wandelen we een stukje en soms doen we een dutje. Naarmate de middag vordert neemt bij Frans de spanning toe. Zal hij in staat zijn om Indra goed te begeleiden? Hoe zwaar zal het worden? Wat kan hij verwachten? Zal hij zijn gevoel volgen en kiezen voor de five-finger schoenen, hoewel iedereen het hem afraadt of zal hij toch kiezen voor de trailschoenen?

Het weer is uitzonderlijk goed voor Schotse begrippen: droog met weinig wind. Af en toe komt de zon zelfs tevoorschijn en stijgt de temperatuur tot een aangename 16 graden. Dit is de vijfde editie van de Celtman en het weer is ‘incredible beautiful’ aldus één van de vrijwilligers die alle edities van de Celtman heeft meegemaakt. Meestal is het mistig, regent het pijpenstelen en waait er een striemende, koude wind.

De goede omstandigheden helpen Indra om de limiet te halen. Na acht uur en dertig minuten 20160625_151136fietsen, precies volgens schema, komt ze het laatste klimmetje voor de fietswissel oprijden. Ze oogt fris en gretig. We hebben een stoel voor haar klaar gezet, haar loopkleding en schoenen liggen klaar om aan te trekken en het trailrugzakje is gepakt. We helpen haar met omkleden, spuiten haar in met midge-spray en hangen het trailrugzakje op haar rug. Enigszins zwabberend door de overgang van fietsen naar lopen gaat ze op weg. Al snel is ze achter de horizon verdwenen. Wij pakken de camper en rijden naar het punt waar Frans haar gaat begeleiden. Frans gaat zich omkleden en voorbereiden op zijn tocht, Jan en ik klauteren een stukje Ben Eich op en kletsen wat op een rots bij de rivier.

IMG_20160625_180240Het is inmiddels vier uur geweest en de limiet voor de hoge route met beklimming van Ben Eich is net gesloten. Het is nu wachten op Indra. Zal ze op tijd zijn om van start te mogen gaan voor de lage route, die weliswaar minder hoogtemeters kent, maar zeker niet minder pittig is? Het moet voor haar een stimulans zijn dat Frans op haar staat te wachten en dat ze samen het stuk door de Schotse wildernis zullen afleggen. Mocht ze de limiet van zes uur niet halen, dan hoeft Frans niet P1080108in actie te komen en dat zou heel erg jammer zijn, niet alleen voor Indra, maar ook voor Frans. Maar iedereen heeft er vertrouwen in dat Indra op tijd zal binnenkomen. En ja hoor, rond half zes komt ze aan gelopen. Ik ren een klein stukje met haar mee tot aan het checkpoint. Hier wordt gekeken of het nog verantwoord is om door te lopen, of alle verplichte spullen zoals zaklamp, waterdichte kleding en eerste hulpkit in de rugzak zitten en of

IMG_20160625_190954je op tijd bent natuurlijk.

Rond kwart voor zes gaan Frans en Indra samen op weg voor de laatste 20 km. Eindelijk dan. Wat zal de tocht hen brengen? Terwijl Jan en ik met de camper naar ons huisje in Shieldaig rijden waar ik even ga rusten, terwijl Jan een soepje maakt, stuurt Frans het ene na het andere appje met prachtige foto’s van de trail door. Het is vooral een pad met keien, modder en gras. Frans IMG_20160625_191617bekent later dat zijn five-finger schoenen niet het meest geschikte schoeisel waren. Door de vele uren trainen op deze schoentjes krijgt hij niet al teveel last van zijn voeten. Frans is vooral enthousiast over de prachtige natuur en huppelt als een jonge hond over het parcours.

Na ons soepje rijden Jan en ik met de camper een steile weg omhoog naar de plaats waar Indra en Frans uit het bos tevoorschijn zullen komen. We besluiten hen een stukje tegemoet te lopen en komen via een klein bospaadje bij een bruisende waterval. We zijn nog maar net op weg of we zien ze al aankomen, luid kwebbelend met z’n tweetjes. Jan en ik duiken de struiken in en springen als struikrovers tevoorschijn op het moment dat Indra en Frans langskomen. Ze zijn blij verrast ons te zien. Voor Indra breekt de allerlaatste etappe aan. Jan en ik haasten ons naar de finish. Om iets over negenen finishen Indra en Frans: Indra moe maar voldaan, Frans nog fris, maar zeker ook voldaan. Indra heeft er dan ruim zestien uur sporten opzitten. Je gaat bijna denken dat het normaal is.

20160625_211239

Bij mij zijn de knollen wel op. Ik ben zo moe dat ik nog nauwelijks kan praten. We eten met z’n allen nog een pastamaaltijd die door de vrijwilligers van Torridon is gekookt en rijden dan huiswaarts. Ik rol meteen het bed in, maar Indra kan door de adrenaline de slaap nog niet vatten. Het was een memorabele dag.

IMG_20160626_115335

De dag na de wedstrijd bemachtigt Indra haar felbegeerde witte t-shirt als finisher in de
Celtman. Ze is veertiende geworden van de deelnemers die het lage parcours hebben afgelegd. Wow. Petje af. Respect.  De dag van de wedstrijd stroomden er continue berichtjes met woorden van deze strekking binnen op de aangemaakte groepsapp. En terecht natuurlijk. Wat een prestatie.

 

groetjes van de crew:

P1080095P1080099SAMSUNG CAMERA PICTURES







Mijn persoonlijke Celtman

Twee dagen later besluiten we een stuk van de trail die Frans en Indra hebben gerend te gaan
wandelen, omdat de natuur er zo ongelooflijk mooi is en we het leuk vinden om te zien wat Indra en Frans samen hebben beleefd. We starten bij de waterval in het sprookjesachtige bos SAMSUNG CAMERA PICTURESmet berken en varens en volgen een licht stijgend pad. We lopen parallel aan een zwarte, schuimende rivier die steeds woester wordt. Het pad ligt vol met keien, waardoor je goed moet kijken waar je je voeten neerzet. De wolken hangen over de toppen van de Munro’s en bij tijd en wijle regent het pijpenstelen. Mijn regenjas is niet meer helemaal waterdicht, daarom draag ik er een plastic poncho over heen. Ik zou eigenlijk maar een uurtje wandelen en dan omkeren, maar
SAMSUNG CAMERA PICTURESwe besluiten nog een half uur verder te lopen. Gewoon omdat het zo mooi is. Een half uur later vertelt Indra dat ik bíjna op de helft ben en dat ik dan net zo goed door kan lopen naar
het eindpunt dan omkeren.  Ik voel een lichte opwinding door me heengaan, gevolgd door golfje van vreugde: ja, dat is wat ik wil, de hele wandeling doen. Ik voel me ook onzeker of mijn lichaam het wel aankan. Ik twijfel of ik mezelf niet ongelooflijk ga tegenkomen, maar de opwinding en het verlangen winnen het van de angst en de twijfel. Indra en Jan bieden aan om terug te lopen en de camper naar het eindpunt van de wandeling te rijden, Frans en ik zullen dan de complete trail lopen.  Wat ben ik blij met zulke vrienden. Gewapend met stokken om het evenwicht te bewaren hobbel ik van steen naar steen langzaam omhoog. We klimmen steeds
IMG_20160627_164503iets verder over het immer glooiende, groene landschap. Uiteindelijk komen we bij een hoogvlakte met diverse meren. We pauzeren regelmatig om op adem te komen en iets te eten, al nodigt het weer hier niet echt toe uit. De tijd vliegt voorbij en in de afdaling zie ik
ineens Jan tevoorschijn komen. Hij is ons tegemoet komen lopen en 20160627_183401heeft een lekkere appelflap voor ons bij zich. Na deze versnapering zet ik de eindspurt naar de camper in. Na een paar bochten komt ook Indra ons tegemoet. Je zou niet zeggen dat ze pas een triatlon in de benen heeft, zo fit als ze oogt. Yes, ik heb het gehaald. Ik heb zomaar dertien kilometer in de bergen gewandeld. I’m back!

De volgende dag pakken we de spullen in en nemen afscheid van Shieldaig. Samen met Jan en Indra rijden we naar Aberfeldy een leuk oud plaatsje in het midden van Schotland en voor ons al een eind in de richting van Newcastle waar we morgen de boot terug naar IJmuiden pakken.  Jan en Indra hebben hier een echte Engelse cottage gehuurd en wij mogen een nachtje bij hen in de woonkamer slapen. Eind van de middag maken we een wandeling naar de ‘Birks of Aberfeldy’ langs mooie watervallen. Als afsluiting van deze avonturentocht gaan we met z’n vieren uit eten.

Schotland is prachtig. De Celtman was spectaculair. De grenzen die we hebben verlegd geven voldoening, maar het mooiste van alles is toch dat we vrienden zijn door dik en dun.

20160624_104912

Preventieve screening

Voor veel vrouwen roepen de mammografie controles van de borsten een leven lang spanning op als ze eenmaal zijn geconfronteerd met borstkanker. Blijkbaar roept de mammografie herinneringen op aan het moment dat de borstkanker werd ontdekt. Ik heb hier tot mijn eigen verbazing eigenlijk niet zoveel last van. Misschien komt dat omdat ik mijn knobbel zelf heb ontdekt en deze niet door controles aan het licht is gekomen. Misschien komt het ook, omdat ik eigenlijk niet geloof dat er zich in mijn andere borst ook borstkanker zal ontwikkelen of dat de tumor in mijn aangedane borst terugkomt. Want dat is waar ze op screenen met de mammografie en de MRI-scan die ik nog tien jaar lang elk half jaar zal krijgen. Begin juli zat ik dan ook vrij relaxed bij de chirurg voor de uitslag van de mammografie, die – geheel volgens mijn eigen verwachting – niets afwijkends liet zien.

Waar ik wel bang voor ben zijn uitzaaiingen. Bij borstkanker zijn uitzaaiingen naar de botten, de longen, de lever en de hersenen het meest voorkomend. Op uitzaaiingen wordt echter niet preventief gescreend. Toen ik mijn chirurg vroeg waarom dit eigenlijk niet gebeurt, antwoordde ze: ‘bij uitzaaiingen ben je sowieso te laat. Op het moment dat we een uitzaaiing kunnen vaststellen is het kwaad al geschied en is genezing niet meer mogelijk. Bovendien weten we niet waar we moeten zoeken, een uitzaaiing kan overal in het lichaam zitten en zonder klachten hebben we geen clou waar we moeten beginnen. We kunnen niet jaar in jaar uit het hele lichaam screenen op mogelijke uitzaaiingen. Dat is gewoon te duur, maar zeker ook niet gezond met al die straling van foto’s en scans.’  Ik was blij met dit duidelijke antwoord. Het geeft me rust. Jaar in jaar uit mijn hele lichaam laten screenen lijkt me inderdaad geen optie.

Ik houd het voorlopig bij de halfjaarlijkse mammografie en MRI-scan van mijn borsten. Ook al denk ik zelf dat daar niets uit zal komen en stel ik me via deze onderzoeken natuurlijk ook bloot aan extra straling die belastend is voor het lichaam en die het risico op kanker verhoogt.

Realisme en hoop

Ik zit tegenover mijn vrouwelijke chirurg met rood haar. Ze vindt me er anders uitzien dan een half jaar geleden: stralender en krachtiger. Trots vertel ik haar dat ik me sinds een maand of twee ook echt goed voel. Ik heb steeds meer energie om dingen te doen. Ik ben weer aan het sporten, ik geef weer cursussen en ik heb net een intensief trainingsweekend achter de rug voor mijn opleiding tot kindercoach. Ik vertel dat het trainingsweekend nog wel erg vermoeiend voor me was en dat ik moeite had om me de hele dag te concentreren en nieuwe lesstof in me op te nemen. Zonder enige waarschuwing schakelt mijn chirurg ineens over op een serieuze toon. Stellig zegt ze: ‘En je moet erop rekenen dat die vermoeidheid en die concentratieproblemen blijvend zijn. In het begin is er een steile curve van vooruitgang, maar die neemt af en stopt na verloop van tijd.’ Ik kijk haar perplex aan en weet even niets te zeggen, terwijl ik me afvraag waarom ze dit zo stellig meent te moeten zeggen tegen mij. Ze lijkt het heel bewust te doen, alsof ze me wil behoeden voor teleurstelling, alsof het belangrijk voor me is om realistisch te zijn. Ze heeft waarschijnlijk niet in de gaten dat het alle hoop op verbetering de grond in boort en helaas ben ik niet zo strand haar hier op te wijzen. Ik heb er zelf juist alle vertrouwen in dat ik weer helemaal herstel. Iedere keer weer een klein stapje vooruit en voor mijn gevoel zit ik al op 95% van mijn kunnen, dat is toch al een mooie score. Ik ben er in ieder geval heel tevreden mee.

Ze vraagt of ik me wil uitkleden voor de fysieke controle. Bij de fysieke controle voelt ze of er geen knobbeltjes of afwijkend weefsel te vinden zijn in mijn borsten. Ook kijkt ze naar mijn beide armen, die ik gestrekt opzij moet houden. Terloops zegt ze: ‘je rechterarm is duidelijk dikker dan je linkerarm. Ik zou niet te lang wachten met oedeemtherapie, meestal nemen de klachten toe in de loop der jaren.’ Deze opmerking blijft lang na spoken in mijn hoofd. Ineens ben ik me scherp bewust van mijn rechterarm, die warm en dik aanvoelt en pijn doet. Een scherpe, brandende pijn, die ik wel vaker heb, maar waar ik nooit zo’n acht op sla. Nu voelt het bijna ondraaglijk door het idee dat dit in de loop der jaren alleen maar erger gaat worden. Ik voel me een paar dagen down van dit weinig hoopvolle perspectief.
Dan bel ik mijn ex-tennismaatje (tennissen is één van de dingen die ik niet meer doe met mijn arm, uit angst dat deze nog dikker wordt, net als naar de sauna gaan of met een rugzak op lopen), die oedeemtherapeut is, voor een afspraak. Ze meet mijn beide armen op en constateert inderdaad een verschil, maar ze vindt het niet schrikbarend. In tegendeel. Ze vindt dat ik geen oedeemtherapie nodig heb en dat is voor mij een hele geruststelling. Ze leert me hoe ik mijn eigen arm kan masseren om de weefsellagen die op elkaar geplakt zijn weer zachtjes los te maken, waardoor het vocht makkelijker kan worden afgevoerd. Ik vind het heel fijn dat ik dat nu zelf kan doen en niet meer afhankelijk ben van een therapeut. Hoopvol keer ik huiswaarts.

Wat ik in dit blog wil duidelijk maken is dat de woorden van een arts of therapeut zo’n impact op me kunnen hebben. Ik begrijp wel dat artsen soms in een spagaat zitten; dat ze graag hoop willen bieden, maar dat ze ook realistisch willen zijn en dat die twee niet altijd hand in hand samen gaan. Een te rooskleurig beeld schetsen kan misleidend zijn en zorgen voor teleurstelling en valse hoop. Eerlijke en betrouwbare informatie is belangrijk om als patiënt goede keuzes te kunnen maken en af te kunnen wegen of je een behandeling wel of niet wilt ondergaan. Ik vind het prettig als artsen open en eerlijk vertellen wat mijn diagnose is en een realistisch beeld schetsen van wat ik kan verwachten, dan kan ik me daar op instellen. Maar positivisme en vertrouwen op een goede afloop heb ik ook nodig. Heel hard nodig. Het is de motor naar herstel. Als de behandelaar geen vertrouwen heeft in de behandeling of in mijn herstel, dan slaat dat de bodem onder mijn voeten weg. Een hoopvolle boodschap geeft me vleugels. Hoop doet leven en kan wonderen verrichten.

Eerlijkheid en vertrouwen. Realisme en hoop; ik heb het allebei nodig als patiënt. Soms vraagt dat van een arts of therapeut een voorzichtig laveren tussen die twee. Aftasten en aanvoelen wat bij mij als patiënt op dat moment het beste is. Wat dat betreft heeft mijn oncoloog het heel goed gedaan. En de chirurg die mijn tumor heeft weggesneden ook. Hij zei: ‘het is kanker, borstkanker, maar we hebben hele goede behandelmethoden en we gaan u weer beter maken.’ Natuurlijk kon hij op dat moment helemaal niet weten óf hij me beter kon maken, maar zijn vertrouwen in mijn herstel waren heel belangrijk voor me en ik weet zeker dat het heeft bijgedragen aan mijn genezing. Mijn devies is dan ook: ‘kies niet alleen een arts of therapeut waar jíj als patiënt vertrouwen in hebt, maar ook één die vertrouwen in jou heeft en die gelooft in je herstel. Ikzelf gedij het best bij een vrolijke, optimistische arts met gevoel voor humor.

DSCN2433

Dolomieten en Spanje

Vrijdag 16 september om elf uur rijden we – na een uitgebreide knuffelsessie met Lana – weg van ons witte huis aan de Kruisbergseweg. De spullen zijn gepakt voor vijf weken rondtoeren door Europa. We zijn nog maar net op weg als we een vreemd geluid horen dat we beiden vrijwel direct associëren met een kapotte uitlaat. Dus eerst maar even langs de garage. Het euvel is snel verholpen, maar Frans begint over een of ander oplaadsnoertje voor de telefoon en deze technische ingreep duurt ruim een uur. Rond half één rijden we richting Groessen om nog even de gerepareerde vakantiebroek van Frans op te pikken bij een lieve tante die deze voor ons heeft gemaakt. En dan hebben we honger. Dus besluiten we eerst nog maar eens lekker te lunchen. Bij van de Valk in Duiven nemen we een omelet en een maaltijdsalade en dan zijn we eindelijk echt klaar voor vertrek. Het is inmiddels drie uur ‘s middags en het duurt dan ook niet lang voor we in de vrijdagmiddag spits in Duitsland terechtkomen.

Twee jaar geleden hadden we al de wens om met de camper naar Spanje te gaan, maar door mijn behandelingen voor de borstkanker kon dat toen niet. Nu zijn we vrij om te gaan en te staan waar we willen. Het oorspronkelijke plan was om samen vier weken weg te gaan, maar omdat de jaarlijkse vliegweek van Frans toevallig net voor onze vakantie viel, hebben we die er maar aan vast geplakt. De eerste week staat daarom volledig in het teken van vliegen. Ik word gedoogd, maar heb geen eigen inbreng in het groepje gepassioneerde paragliders. De avond voor vertrek is het nog onduidelijk waar we naar toe zullen gaan. Dit wordt bepaald door de twee weergoeroes van het vliegclubje. Vrijdagochtend krijgen we het bericht dat het zeer waarschijnlijk de Dolomieten in Italië gaan worden, maar dit kan zonder opgaaf van reden worden aangepast. Flexibiliteit is een vereiste deze eerste week. Ik suggereer voorzichtig het meer van Annecy, omdat dat nog een beetje in de richting van Spanje is, maar mijn opmerking wordt genegeerd.

Ik realiseer me ineens dat het koud kan zijn in de bergen en ben blij dat ik op het laatste moment nog wat warme kleding heb toegevoegd aan alle zomerjurkjes en korte broeken. Het voelde wat surrealistisch om een dikke fleecetrui in te pakken voor de vakantie, terwijl het zweet in straaltjes van mijn oververhitte lijf liep, door de uitzonderlijk hoge najaarstemperaturen in Nederland. Het kwik kwam zelfs boven de dertig graden, hoewel in het bos de eikels al naar beneden vielen. Raar idee om straks terug te komen in een landschap met kale bomen en lage temperaturen.

Langzaam maar gestaag vervolgen we onze weg door Duitsland. Het is prima weer om te rijden, bewolkt maar droog en met twintig graden een aangename temperatuur. Zoals gewoonlijk zijn er veel wegwerkzaamheden, die de nodige vertraging opleveren. Vooral tussen Karlsruhe en Stuttgart is het drama en rijden we zelfs op vrijdagavond tien uur nog in de file, die zich als een lang slingerend lint met rode lampjes voor ons uitstrekt. Frans vind via de app van NKC (Nederlandse Kamper Club) een kleine camperplaats in het plaatsje Kirchberg am Neck. Hier parkeren we onze camper en installeren we ons voor de nacht.

De volgende dag is het rustig herfstweer met een waterig zonnetje en een aangename temperatuur. Als snel krijgen we een appje vanuit de Dolomieten met de mededeling dat het regent en vier graden is. Ik vraag of de plannen niet beter bijgesteld kunnen worden in de richting van Frankrijk, maar hier wordt niet op in gegaan. Omdat het niet erg aantrekkelijk is om op een camping te zitten in de regen bij vier graden, besluiten we te genieten van het heerlijke weer nu het nog kan en eerst een lekkere wandeling te maken. Frans stuurt de camper van de snelweg bij Bad Ditzenbach. Een van de vele plaatsjes in de heuvelachtige omgeving van Stuttgart met een thermaal bad. Het is een omgeving met veel kuuroorden. Na ons ontbijt op de parkeerplaats van het thermaal bad, trekken we onze wandelschoenen aan en klimmen de steile Galgenberg op. Bovenop hebben we een mooi uitzicht over de met herfstkleuren getooide beboste heuvels. Het is al veel meer herfst dan in Nederland. De bodem is bedekt met een tapijt van geelgekleurde bladeren. Eigenlijk wilden we maar een uurtje wandelen, maar we lieten ons verleiden om het pad verder te volgen in plaats van om te keren. We liepen verder over glooiende velden met plukjes bos en weidse vergezichten. Het liep allemaal behoorlijk uit en voor we het wisten was het één uur en stopten we bij een leuk terras waar we alleen iets wilden drinken, maar waar de ober zo enthousiast zijn versgebakken pruimentaart – met pruimen uit de naastgelegen boomgaard – aanbeveelde, dat we deze wel moésten proeven. Mmmm, echt lekker. Voldaan lopen we verder over een hooggelegen pad met mooi uitzicht op de omgeving richting Bad Ditzenbach. Rond half drie zijn we terug bij de camper en vervolgen we onze weg richting de Dolomieten. Het is echter nog ruim zes uur rijden en dat betekent dat we niet voor het donker aan zullen komen. We besluiten daarom te overnachten in Brixen (Bressanone) en de laatste etappe door de bergen te bewaren voor de volgende dag. In Brixen weten we een leuke camping in de tuin van een hotel met als bijkomend voordeel een heerlijk Italiaans restaurant. Hier gaan we naar toe. We laten ons de pizza en de risotto met witte wijn goed smaken en rollen daarna samen onze knusse camper in.

Na een uitgebreid ontbijt rijden we via een prachtige, slingerende weg naar het hart van de Dolomieten. In Wolkenstein stoppen we voor een koffiepauze en maken kennis met de Italiaanse tiramisu. De laatste etappe is echt heel mooi. We rijden tussen de kilometers hoge rotspartijen door. De imposante reuzen van de Dolomieten. Rond twaalf uur zijn we op de camping in Campitello waar het zachtjes regent en ik kennismaak met het vliegclubje van Frans. Het is een leuk gezelschap en ik voel me al snel op mijn gemak. De sfeer is gemoedelijk. En we gaan eerst gezamenlijk onder de luifel van een grotere camper uitgebreid brunchen. ‘s Middags maak ik met Frans een wandelingetje langs de rivier naar Canazei waar we wat drinken en dan langzaam teruglopen. Ik ben moe en heb last van de hoogte. Het lijkt wel of mijn benen gewoon niet vooruit willen. Terug bij de camper ga ik even plat en dan gaan we met de hele groep eten bij de pizzeria in het dorp waarbij de rode wijn rijkelijk vloeit.

Maandag 19 september is het weliswaar een zonnige dag, maar de wind is hard en komt uit het noorden en dat betekent dat de föhn actief is. Het is gevaarlijk om nu te vliegen, omdat de föhn van over de hoge bergen naar beneden blaast. Maar het is een heerlijke dag om te wandelen. Drie mannen van ons groepje gaan omhoog naar de Passo Pordoi om een pittige wandeling te maken naar een hooggelegen berghut. Wij maken met Loes en Joost een wandeling vanaf de Col de Rodella langs de voet van de Langkofel. Er waait een stevige, koude noorden wind en we pakken ons dik in met mutsen en handschoenen. Gelukkig komen we al snel een berghut tegen waar we ons kunnen warmen aan koffie met chocoladetaart. We nemen dezelfde route terug, maar dat is geen straf, want het is echt een prachtige wandeling langs de voet van alle imposante bergtoppen van de Dolomieten. ’s Avonds gaan we BBQen bij een temperatuur die dicht tegen het vriespunt aanzit. We zijn allemaal behoorlijk verkleumd als we naar bed gaan.

De eerste sneeuw is al gevallen. De mannen die op de Passo Pordoi hebben gewandeld laten foto’s zien van hun tocht. Het lijkt wel een expeditie naar de Noordpool. ’s Avonds slaap ik voor het eerst in een half jaar weer onder een dekbed en ik heb niet eens last van opvliegers. We zitten echt op het einde van het seizoen. Er zijn nog maar een paar liften open en die gaan over twee weken ook dicht, totdat met Kerst het winterseizoen begint.

De camping in Campitello is echt top en ligt hoog op ruim 1.400 meter. Niet alleen heb je naar alle kanten een prachtig uitzicht, ook het sanitair is wonderbaarlijk mooi met overal marmeren stenen, mozaïek, ruime douches met een zitbankje en niet te vergeten een verwarmde ruimte waar we met de hele groep kunnen zitten. De mannen dopen deze ruimte om tot ‘mancave waar vrouwen welkom zijn’ en waar ze iedere avond hun vluchten van die dag uploaden en de vliegroute voor de volgende dag uitzetten. Er wordt uitvoerig naar het weerbericht gekeken, er worden afspraken gemaakt over de route die ze gaan volgen en natuurlijk wordt alle apparatuur opgeladen.

IMG_20160920_131255Dinsdag is het dan eindelijk zover. Het is vliegbaar, zoals ze dat noemen. Opgewonden en licht gespannen treffen de mannen hun voorbereidingen om een lange overland vlucht te maken. Het weer is echter toch niet zo goed als was voorspeld en het is lastig starten met nulwind op de steile helling. Toch kiezen ze allemaal het luchtruim en al snel zie ik vanaf de camping de vrolijke kleurtjes van al die parapents hoog in de blauwe lucht. Ze proberen een grote ronde te IMG_20160920_131307vliegen, waarbij ze eerst hoogte opbouwen en dan de oversteek over het dal wagen naar het volgende bergmassief. Tegen de middag ga ik met de gondel omhoog naar de startplek. Samen met Loes, de enige andere vrouw in het gezelschap – waar ik het gelukkig prima mee kan vinden – lopen we met de mannen mee naar de lager gelegen zuidstart. Twee van de zes mannen hangen nog steeds in de lucht, de andere vier zijn geland en met de gondel weer omhoog IMG_20160920_132908gekomen. Zij gaan voor hun tweede vlucht. Helaas begint het licht te regenen en Frans besluit niet meer te starten. Met z’n drietjes klauteren we de steile grashelling omhoog en gaan met de gondel weer omlaag.

 

Woensdag hangen de wolken in het dal. De mannen gaan omhoog met de gondel in de hoop dat de wolken in de loop van de ochtend optrekken en zij toch nog lekker kunnen vliegen. Ik maak er een rustig dagje van bij de camper met lekker lezen en mijn blog schrijven. Loes heeft een portofoon en een verrekijker, hiermee kunnen we de capriolen van onze mannen in de lucht volgen. Via de portofoon kunnen we met elkaar communiceren en weten we wie waar uithangt. Met de verrekijker turen we naar de lucht, maar we weten niet goed wie welk scherm heeft. Eind van de middag lopen Loes en ik naar het landingsterrein om onze mannen te verwelkomen. We kijken goed naar alle schermen en prenten de kleuren in ons hoofd. Frans heeft een blauw met groen scherm. In een café sluiten we de dag af met een biertje. De stemming zit er goed in. Daarna koken we allemaal ons eigen potje en gaan vroeg slapen.

IMG_20160922_155801Donderdag is door de mannen bestempeld als de beste vliegdag van de week. Er is voldoende zon en de wolkenbasis hangt hoog genoeg om een verre tocht te maken. Loes en ik besluiten een mooie wandeling te maken hoog in de bergen. We pakken eerst de bus naar Canazei en vandaaruit twee gondels omhoog naar de Col de Rossi waar we een paadje over de kam van de berg volgen. We genieten van de telkens wisselende uitzichten. Loes is prettig gezelschap en we hebben bijna hetzelfde wandeltempo. Halverwege bij Via del Piane pauzeren we in een berghut met thee en vers gemaakte linzentaart. Daarna vervolgen we onze wandeling met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Marmolada, de hoogste berg van de Dolomieten en het azuurblauwe stuwmeer aan de voet van deze imposante reus. Het laatste deel van de wandeling is een steile afdaling met hier en daar een kabel om ons aan vast te houden. Rond
vier uur zijn we bij het stuwmeer. We hebben nog tijd om in het zonnetje een drankje te nuttigen, voordat de laatste bus van die dag ons weer naar Campitello brengt. Ik heb erg genoten van deze wandeling. Via de portofoon horen we dat de mannen inmiddels ook allemaal weer veilig aan de grond staan. Sommigen hebben zo’n zes uur in de lucht gehangen. Frans heeft een mooie tocht van 35 kilometer gemaakt in twee en half uur vliegen. Hij landt in de buurt van Moena en lift terug. ’s Avonds gaan we met de hele groep uit eten bij onze vaste pizzeria van het dorp. We worden vrolijk begroet door de bediening, die ons inmiddels als vaste klanten beschouwt.

Vrijdag gaan we met z’n allen omhoog naar de Col de Rodella. Het is goed vliegweer en het is dan ook behoorlijk druk op de top. Overal liggen parapents klaar voor de start. Loes en ik kijken hoe de zes paragliders van ons clubje één voor één starten en volgen ze in de lucht met de portofoon en de verrekijker. Ze proberen met z’n allen een tocht te maken. Helaas heeft Frans geen verbinding met de portofoon en mist daardoor de aansluiting in de lucht, omdat de koers vanwege de wind is gewijzigd. Frans maakt vandaag twee vluchten, waarvan één helemaal naar Monte ….. in een zijdal van Predazzo. Hij maakt een zogenaamde buitenlanding – een landing buiten het officiële landingsterrein – en komt via drie liften van vriendelijke bewoners weer terug in Campitello. Loes en ik maken in de tussentijd een wandelingetje, eten taart op een terrasje, omdat het eindelijk heerlijk weer is en gaan dan naar het landingsterrein waar we de week afsluiten met een biertje. Het was een supergezellige week. Nog een laatste keer uit eten en dan zit het erop.

Volgens de weersberichten wordt het morgen een dag met laaghangende bewolking, waardoor de mannen eensgezind besluiten om naar huis te rijden in plaats van nog een dagje te vliegen. Met knuffels nemen we afscheid van elkaar en gaan we in groepjes uit een. Alleen Frans en ik blijven achter in Campitello. We moeten even wennen aan de nieuwe situatie en gaan eerst achter de laptop zitten om de kaart van Europa te bekijken. Alles ligt open. Onze Belgische vrienden, die we half oktober in Valencia zouden treffen, hebben afgezegd omdat hij zijn enkelbanden heeft gescheurd en waarschijnlijk eerst geopereerd moet worden. We bewaren Valencia wel tot een andere keer. Wat zullen wij gaan doen? Waar zullen we terecht komen?

We besluiten in ieder geval nog een dag in de Dolomieten te blijven en een mooie wandeling te maken ondanks de lage bewolking die de bergtoppen verbergt. Op weg naar de lift komen we langs een sportwinkel waar mijn aandacht wordt getrokken door een wandelbroek, die sterk is afgeprijsd. Al snel sta ik in een pashokje kleding te passen. Er zijn veel leuke spullen voor een aantrekkelijke prijs en zo staan we een half uurtje later weer buiten met drie wandelbroeken, sokken en een shirtje. Frans heeft een donkerblauwe afritsbroek gekozen. Ik een grijze en een zuurstok roze. We gaan eerst onze nieuwe aankopen terugbrengen naar de camper en dan is het middagpauze met de lift. We besteden de tijd goed door te lunchen en gaan dan met de eerste gondel omhoog. We wandelen langs de Langkofel naar de Alberto Pertini hut waar we maandag ook geweest zijn met Loes en Joost. Na een heerlijke Hollunder siroop kiezen we voor een steile afdaling via het Val du Duron naar Campitello. Dit blijkt een goede keuze te zijn. Het is een enorm steil pad vol keien en glijdend grint en het is een aanslag voor onze knieën, maar het is ook erg mooi met frisse bergweiden, geurende dennenbomen, bruisende beekjes en uitzicht op de toppen met een strakblauwe lucht, want de wolken zijn inmiddels allemaal verdwenen. De blauwe lucht is vol met kleurige parapents. De afdaling lijkt eindeloos te duren en mijn benen trillen gewoon van de inspanning. Uiteindelijk komen we uit op een breder pad dat ons naar een pittoreske hut leidt waar we thee en chocoladetaart nemen om krachten op te doen voor de laatste etappe. Het is inmiddels al rond zes uur. Een ree kruist ons pad en kijkt ons nieuwsgierig aan. Een roodbruin eekhoorntje volgt ons springend van boom naar boom. Rond half zeven lopen we het gehuchtje Piane binnen en zien we Campitello beneden ons liggen. We dalen via trappen af naar de kerk van Campitello en bereiken de camping rond zeven uur.

Zondagochtend gaat Frans eerst een paar uur aan het werk voor een klant, terwijl ik de afwas doe, de spullen inpak en zorg voor een kopje thee. Rond half één nemen we afscheid van Campitello, we voelen ons een beetje weemoedig om deze fijne plek achter ons te laten en langzaam laten we ook de Dolomieten achter ons. Het is een mooie route richting Trento waar we zowaar het fietspad herkennen waar we van het voorjaar hebben gefietst. Toen stonden de appelboomgaarden in bloei, nu hangen er volop rijpe appels. We rijden bij toeval tegen een idyllisch gelegen restaurant aan waar we stoppen voor een middagpauze. De menukaart oogt aantrekkelijk en we besluiten tot een warme maaltijd met uitzicht op de rotswanden van Trento. Ik heb last van een naar, branderig gevoel in mijn keel en slokdarm. Ik ben er chagrijnig van. Het slaat ook op mijn stem, waardoor ik moeite heb met praten. Ik ben er nog niet uit of het van mijn maag komt of dat het een opkomende verkoudheid is.

We koersen richting Genua. Bij het Gardameer is het druk en staan we een stukje in de file. Frans moet goed opletten in het hectische verkeer. Op de één of andere manier klinkt Genua niet heel aantrekkelijk om de nacht door te brengen. Mijn oog valt op La Spezia en ik moet denken aan jaren geleden toen we een bezoek hebben gebracht aan de vijf dorpjes van Cinque Terre. Het besluit is snel genomen, we stellen onze koers bij en rijden richting La Spezia. Het is wel een stukje om, maar wat maakt het uit. We doorkruisen eerst de saaie Povlakte, die wel met een strijkbout lijkt bewerkt, zo vlak als die is. We zijn een beetje knorrig, omdat we op weg zijn naar iets nieuws en iets vertrouwds achter laten en nog niet weten waar we uitgaan komen. Op dit moment vinden we even niets leuk. Langzaam wordt het landschap interessanter met beboste heuvels en kleurige dorpjes. Dan doemen onverwacht de Apennijnen op. Grijze toppen in een groen landschap. Machtig mooi. De snelweg waar ik op rijd is er één vol met bochten, heftige bruggen en donkere tunnels. Ik waan me af en toe op een circuit van de formule 1 met zulke cascades van bochten. We rijden eerst naar La Spezia en dan via de kust naar Cinque Terre waar Frans in Levanto een camping heeft uitgezocht. Via een steile bergweg komen we bij een kleine, afgelegen camping. We arriveren net voor donker bij de receptie. We krijgen een minuscuul plekje toegewezen waar onze camper maar net kan staan. Mijn humeur keldert nog wat verder. Ik vind het hier helemaal niet leuk. Er hangt een muffe geur, het is warm, de toiletten zijn primitief en we kunnen nauwelijks de camper uitkomen zo krap is het. Omdat het inmiddels pikdonker is geworden, besluiten we hier toch maar de nacht door te brengen. We doen de gordijnen dicht, maken een soepje warm, drinken een kopje thee en dan is het toch gewoon weer gezellig.

Maandagochtend pakken we onze spullen in en vertrekken nog voor het ontbijt naar het centrum van Levanto waar we in een supermarkt allemaal lekkere dingen inkopen. We ontbijten in de camper en rijden dan naar het station waar we een treinkaartje kopen voor de dorpjes van Cinque Terre. We kunnen overal waar we willen uit- en instappen en hebben met het kaartje ook toegang tot het kustpad dat de dorpjes met elkaar verbindt. Een deel van het kustpad is gesloten wegens recente landverschuivingen. In oktober 2011 is er hier een overstroming geweest met allesvernietigende modderstromen en hierbij zijn het kustpad en een flink aantal huizen volledig weggevaagd. De foto’s die er hangen tonen een enorme ravage. In 2012 is het pad hersteld, maar opnieuw getroffen door noodweer en aardverschuivingen. Gelukkig is veel alweer hersteld. De dorpjes Monterosso, Vernazza en Corniglia zijn lopend te bereiken, voor de andere twee dorpjes is het pad afgesloten.

Op het station moeten we even wennen aan de drukte. We kopen een kaartje voor Corniglia, een klein plaatsje dat hoog op een berg geplakt ligt. We beginnen de wandeling met een stevige trap omhoog naar het centrum van Corniglia, waar we een terrasje met uitzicht op zee pakken om iets te drinken en naar het toilet te gaan. De wandeling gaat over een smal stenen pad dat omhoog en omlaag slingert over de groene toppen en met uitzicht op de Azuurblauwe zee. Het is warm en zonnig en ik vind de wandeling behoorlijk pittig. Een kleine twee uur later komen we aan in Vernazza. We strijken eerst weer neer op een pittoresk terrasje hoog boven de zee. Hier drinken we verse jus en eten er een lekkere bruchetta bij. Het is tenslotte lunchtijd. Via steile trappen dalen we af naar het centrum van Vernazza waar het gezellig druk is in de smalle, kronkelige straatjes met roze en geel gekleurde huizen. DSCN6248 - kopieIn de kleine baai die aan het centrum grenst, nemen we een duik in zee. Op het strandje en de grote keien rondom de baai liggen overal mensen te zonnen en te lezen, terwijl kleine bootjes de haven in en uit varen. Het water is helderblauw en ik zie overal kleine visjes wegschieten als ik voorzichtig het water in loop. De grote stenen zijn bedekt met een laagje zeewier en zijn spekglad. Het water voelt zijdezacht aan. Rond vier uur pakken we de trein terug naar Levanto waar we op zoek gaan IMG_20160926_155201 - kopie
naar een andere camping. We kiezen voor San Michele. Het voelt direct goed. De ontvangst is hartelijk en we vinden een mooie plek op een heuvel met uitzicht op de bergen. De camping is klein en primitief, maar de sfeer is goed. Van de zes toiletten, zijn er twee gesloten (volgens mij wegens verstopping), twee bestaan er uit de bekende ‘schietstoelen’ en dan is er nog een toilet met een kapotte bril, waardoor slecht één toilet overblijft. De deuren van de toiletten zien eruit IMG_20160926_140823alsof ze meer dan honderd jaar oud zijn met grote metalen schuifsloten die in een gat in de witgekalkte muur verdwijnen. Het water voor de afwas is koud, maar dit lossen we op door warm water van de douches te tappen. De douches zijn gratis en hebben lekker warm water. We hebben het hier direct naar onze zin. Frans gaat zowaar aan het bier (alcohol vrij, dat dan weer wel). We genieten nog even van de avondzon en dan ga ik kokkerellen. Frans heeft een skypemeeting over de overname van de vliegschool. We eten buiten met een kaarsje een maaltijd van pasta met verse pesto, pijnboompitjes, tonijn, salade, olijven en feta. De temperatuur is hier heerlijk. Het blijft de hele nacht aangenaam, zodat je ’s nachts rustig onder de sterrenhemel in je nachthemdje naar het toilet kan lopen. We slapen met de deur wagenwijd open. Het is hier muisstil.

We zijn echte langslapers geworden (ik was dat altijd al, maar Frans is het nu ook). We gaan rond half elf slapen en worden meestal pas weer wakker tussen acht en negen uur ’s ochtends. Daarna is het uitgebreid ontbijten – in Cinque Terre kunnen we voor het eerst deze vakantie lekker buiten eten – en dan is het vaak alweer elf uur voor we enige actie ondernemen. We besluiten ons verblijf in Cinque Terre met een dag te verlengen. Wat is dat toch wat Italië zo’n prettig land maakt? Ik denk dat het komt, omdat de mensen echte levensgenieters zijn. Ze houden van lekker eten en drinken en weten overal een gezellige sfeer te creëren. Vandaag gaan we met de trein naar Vernazza waar Frans eerst een cappuccino drinkt en we daarna een echt Italiaans ijsje nemen, alvorens te starten met de wandeling naar Monterosso. We starten de wandeling met een forse klim, daarna loopt het smalle pad redelijk vlak met hier en daar een uitschieter omhoog. Hoewel het laagseizoen is, vind ik het behoorlijk druk. Regelmatig moeten we stoppen om tegemoetkomende wandelaars te laten passeren op het smalle keien pad. Ik vraag me af hoe druk het is in het hoogseizoen. Kun je hier überhaupt nog wel lopen dan? Het laatste stuk van de wandeling gaat langs en door op terrassen aangelegde akkers met bevloeiing van kanaaltjes. We lopen over rotsen die diep beneden ons uitkomen in de zee, die helderblauw onder ons schittert. Op het strand van Monterosso trekken we onze zwemkleding aan en laten ons drijven in het zoute water. Ik heb in het water een leuke ontmoeting met een Italiaanse dame die me allerlei tips geeft voor uitstapjes in de omgeving.

Monterosso blijkt een verrassend leuke plaats te zijn en we dwalen nog wat rond door de nauwe straatjes en gezellige pleinen voor we de trein terugpakken naar Levanto. Vanaf het treinstation in Levanto wandelen we naar het centrum en daarna naar het strand. We zijn net op tijd om de zon schitterend te zien ondergaan. Bij een bar op het strand bestellen we – net als bijna alle Italianen om ons heen – een Aperol als aperatief. Het is borreltijd. Het terrasje aan zee zit stampvol met rokende en drinkende Italianen. Dat roken is wel een nadeel, maar gelukkig vinden we een tafeltje met frisse zeebries. We krijgen er een plateau met chips, olijven, pizza en foccacia bij. Zomaar van het huis. We bestellen nog een pizza die we samen delen en genieten van de golven die zacht op het strand rollen. Via het oude centrum van Levanto lopen we terug naar het station, waar de camper gelukkig nog op ons staat te wachten. Terug op de camping nemen we nog een drankje en een watermeloen bij kaarslicht op ons privé terras.

De volgende dag nemen we afscheid van ons fijne plekje en van Italië en koersen richting Frankrijk. Frans vindt het leuk om een stukje binnendoor te rijden, dus volgen we de kleine blauwe bordjes richting Genua. Al snel klimmen we over een kronkelig bergweggetje naar huiveringwekkende hoogte. Ik durf nauwelijks naar de fonkelend blauwe zee te kijken die diep beneden ons ligt. Het is de enige weg die de geïsoleerde bergdorpjes met elkaar verbindt en we komen een bonte verzameling aan vervoermiddelen tegen, uiteenlopend van een Piaggio driewielauto die een keuken vervoert die tot driekwart over de laadklep naar buiten hangt tot grappige scooters en een grote, lege bus. Na een half uur rijden zijn er geen dorpjes meer en is de weg van ons alleen. Het is een intens verlaten gebied met gele bloemen en verschroeide bomen. Maar het duurt niet lang of we komen weer in de bewoonde wereld waar we de snelweg naar Genua pakken. Het is een smalle, drukke snelweg vol met grote vrachtauto’s en om de paar honderd meter een tunnel. Ik moet wennen aan de drukte en zie overal potentieel gevaar. Frans wordt er moe van. Het branderige gevoel in mijn keel en slokdarm is overgegaan in keelpijn met een doffe hoest. Vandaag ben ik snipverkouden met intense niesbuien en traanogen. De weg blijft druk en hectisch. Langzaam maar gestaag rijden we richting Frankrijk. Rond een uur of vier passeren we de grens Italïe – Frankrijk. Frans installeert de telepass die hij van zijn broer te leen heeft op onze voorruit en zo kunnen we de talloze tolpoortjes bijna ongemerkt passeren. De Franse driebaans snelweg is een genot om te rijden: breed met soepele bochten. We weten nog niet goed waar we naar toe gaan. We proberen op internet te zoeken, maar de verbinding is slecht vanwege al de tunnels. Tot irritatie van Frans is de internet- en mobiele verbinding trouwens de hele vakantie al bedroevend slecht. We zijn in Nederland gewoon verwend.

We proberen eerst een aantal campings in de buurt van Theoel sur Meyr, maar deze zijn allemaal al gesloten. We besluiten dan naar het iets verderop gelegen Fréjus te rijden, dit is een plaats met een aantal grotere campings waarvan we denken meer kans te maken. Via het Estrelle gebergte rijden we naar Club Le Colombier. De glooiende heuvels zijn bedekt met waaiervormige naaldbomen die een glanzende groenblauwe gloed uitstralen in het late zonlicht. Club Le Colombier oogt heel sjiek. Bij de poort worden we tegen gehouden. De portier vraagt of we een reservering willen maken. We wandelen naar de receptie waar een knappe Fransman ons in het Nederlands verwelkomt. Ze hebben nog een plekje voor ons en de prijs is tot onze verrassing de laagste van alle campings tot nu toe. De Fransman rijdt ons rond op een golfkarretje en toont ons welke plekjes nog vrij zijn. Het zijn ruime, ommuurde plekken met bloeiende bloemen en een eigen watervoorziening.

We worden kosteloos lid van Club Le Colombier en krijgen een armbandje om onze pols geknoopt als teken dat we erbij horen. Op de camper komt een sticker met een code die wordt gelezen door de slagbomen, die voor ons openveren. We zijn net op tijd om nog even te zwemmen in de lagune, een rondlopend zwembad met een eilandje in het midden en drie grote glijbanen. In zomer zal het vast een gegil en geschreeuw zijn van alle kinderen in het waterparadijs, maar nu is het heerlijk rustig. We zijn helemaal alleen in het zwembad op de twee ‘safeguards’ na dan, die nauwlettend in de gaten houden of we niet verdrinken in het 1.20 diepe water. Als we naar het toilet gaan worden we verwelkomd – geloof het of niet – door meditatiemuziek. We kokkerellen wat bij de camper en eten bij kaarslicht buiten, terwijl de ondergaande zon de hemel roodpaars kleurt.

Donderdagochtend gaat Frans na het ontbijt even aan het werk voor een klant, terwijl ik ga lezen in mijn boek ‘De honderdjarige die uit het raam klom en verdween’. Wat ik nog vergeten was te vertellen: Frans heeft een boek mee over paragliding (Mastering paragliding) waar hij erg enthousiast over is en dat geschreven is door Kelly Farina. Nu heeft Frans in de Dolomieten Kelly Farina ontmoet toen ze allebei op de start stonden. Frans was erg onder de indruk en heeft nog net niet om een handtekening gevraagd. Kelly was natuurlijk erg blij dat Frans zijn boek zo goed vindt.

Tegen de middag pakken we de camper en rijden naar een grote Carrefour. Ik mis de kleine, kneuterige Italiaanse supermarktjes waar ze tot je verrassing alles blijken te hebben. In de Franse supermarkt is alles te groot: ik loop met een veel te grote winkelwagen, over een veel te groot parkeerterrein, door een winkel waar je kilometers kan afleggen. Ik raak verstrikt in de keuzemogelijkheden: dertig soorten muesli, veertig soorten brie en vijftien soorten bronwater.

IMG_20160929_174054We kopen twee lekker gevulde baguettes die we bij gebrek aan een leuke lunchplek in de camper verorberen. Daarna gaan we op zoek naar de beginplek van het kustpad voor een mooie wandeling langs de zee en over de rotsen. Hoe we ook zoeken we kunnen het niet vinden. Dan besluiten we maar om naar het eindpunt te rijden en de wandeling in tegengestelde richting te maken. Helaas kunnen we het pad ook hier niet ontdekken. Een beetje mopperig besluiten we dan maar om op het strand te gaan liggen en lekker te gaan zwemmen. Het is een mooie baai met uitzicht op de groene heuvels en kalm, blauw water. Het is er druk. Het lijkt wel of ze hier een aantal busladingen met bejaarden hebben uitgeladen en die in het water hebben gezet voor aquarobics. Het is hier mooi, maar we moeten wennen aan het drukke verkeer, de vele mensen, de schaalgrootte. Het is niet onze plek.

Vrijdagochtend vertrekken we nog voor het ontbijt richting Spanje. Van een ochtendspits is niets te merken. De driebaanssnelweg ligt helemaal voor ons open en dankzij de Telepass scheuren we langs de tolpoortjes. Na Marseille wordt het drukker en volgt er een saai, vlak landschap. Autorijden is niet zo ons ding. We hebben de neiging om meer te pauzeren dan te rijden en dat betekent meestal dat het niet erg opschiet. We houden een lange lunchpauze onder een verdorde boom, waar Frans onze tafel met stoelen heeft neergezet voor een picknick. Dan koersen we richting de Spaanse grens. Op de één of andere manier heb ik altijd gedacht dat Perpignan, een stoere stad hoog in de bergen was – misschien komt het door de naam dat ik dat altijd heb gedacht – , maar het bleek juist in een vlak stuk land te liggen dat me niet kon bekoren.

Als bijrijder zoek ik op internet naar een leuke plaats om een aantal dagen te verblijven. De keuze is beperkt, want de meeste campings zitten tot onze verbazing al dicht. Hoe zit dan met al die overwinteraars vragen wij ons af? Op het schiereiland Cap de Creuses vind ik een camping in het plaatsje Roses die het hele jaar door open is. Dit lijkt me een goede keuze. Zeker omdat ik lees dat Cap de Creuses een natuurgebied is. Rond twee uur arriveren we bij de camping. Ik heb zeker al een voorgevoel als ik Frans vraag om de camper aan de kant van de weg te parkeren en eerst te gaan kijken. We lopen een rondje over het terrein. Ik word er mistroostig van. Hier wil ik echt niet staan. Het is een ommuurde zandbak met op elkaar gestouwde caravans en kampers. Vreselijk. Hoe kunnen die mensen hier allemaal vrijwillig staan, vraag ik me af. Is dit Spanje of hebben we gewoon nog niet het goede gebied gevonden zo vragen we ons af.

We besluiten verder te rijden naar Begur, een plaatsje waar mijn zwager en schoonzus met hun gezin van de zomer zijn geweest. Ik kan me niet voorstellen dat zij drie weken voor de lol in zo’n zandbak hebben gestaan. Het moet vast een mooie camping zijn. Deze camping is nog maar twee nachten open, daarom hadden we hem niet direct uitgekozen.

Richting Begur wordt het landschap steeds mooier. Heuvelachtig groen met rustieke Spaanse stadjes. Dit begint te lijken op het beeld wat ik van Noord-Spanje heb. Camping Begur is een verademing. We kunnen een plekje uitzoeken op de vrijwel lege camping, die over twee dagen sluit. Het is er groen en we kiezen een plekje op een heuvel onder de bomen met uitzicht op het zwembad. We drinken snel iets, pakken de zwemspullen en wandelen richting Platja Aiguablava, een wandeling van twintig minuten. We komen bij een haventje uit waar we omheen wandelen, dan klauteren we via een bergpad en vele rotsen richting Platja Fonda. De route is gemarkeerd met rood-wit. Platja Fonda is een kleine baai waar de zee met donderend geweld op de rotsen slaat. We durven hier niet te gaan zwemmen. We houden het bij pootje paden en zitten een tijd romantisch samen op een rots naar de golven te kijken. Daarna lopen we in een pittig tempo terug, want het wordt al bijna donker. We maken nog even gebruik van het verwarmde zwembad op de camping dat om acht uur sluit en nemen een verkwikkende douche. Van onze schoonzus krijgen we per app informatie over een goede eetgelegenheid: de pizzeria in Calella de Parafrugell. We vinden de pizzeria vrij gemakkelijk in het gezellige plaatsje en eten een verrukkelijke pizza en ijs als dessert. De temperatuur is hier ideaal. Zelfs ’s avonds kun je nog lekker buiten zitten zonder dat het verstikkend warm is om te slapen. We slapen wel met de deur van de camper open voor de frisse lucht.

Het is tijd om te wassen en aangezien ze op de camping een wasmachine hebben, koop ik bij de receptie een muntje en doe nog voor het ontbijt de was. Daarna willen we gaan zwemmen, maar het zwembad gaat pas om tien uur open, daarom loop ik naar de supermarkt, die net naast de camping is, voor vers brood, terwijl Frans wat werkzaamheden verricht voor een klant in nood. Na een uitgebreid ontbijt lopen we eerst naar het stadje Begur (helaas op zaterdag rijden er geen bussen) vanwaar we een wandeling willen maken naar Ses Negres Reserva Marina. We hebben wat moeite om het beginpunt van de route te vinden. Er staan wel bordjes maar het vervolg zijn we telkens na een paar honderd meter kwijt. We hebben al drie pogingen gedaan als een vriendelijke, goed Engels sprekende Spaanse ons op het juiste spoor zet. Ze heeft de wandeling toevallig pas zelf gedaan. Het was wel spoorzoeken geweest, vertelde ze, maar het is ook de moeite waard en aan het einde wacht het strand als beloning, moedigt ze ons aan. Het is een woest pad langs een opgedroogd riviertje. We komen telkens sportende, groepjes mensen tegen en na een tijdje vragen we maar eens wat ze aan het doen zijn. Het blijkt dat ze meedoen aan een honderd kilometer loop: de oncotrail. Het is een estafetterace om geld in te zamelen voor kanker. Jammer genoeg is er nauwelijks publiek voor deze sportieve mensen met het hart op de goede plaats, daarom moedigen wij ze luid klappend aan terwijl we onze duim omhoog steken en af en toe ‘bueno’ roepen. Het is altijd weer leuk om te zien hoe aanmoedigingen mensen nieuw elan kunnen geven en een glimlach op de gezichten tovert. Dit weten we uit ervaring van de triatlon wedstrijden met Indra.

We komen uit bij Sa Riera, wat niet geheel volgens plan is, maar wat maakt het uit. Het is een mooi strand waar we lekker kunnen zwemmen. Daarna vervolgens we onze tocht over steile rotsen langs de kust richting Ses Negres wat we echter niet kunnen vinden. We lopen richting Aiguafreda, maar ook dit strandje vinden we niet. We besluiten dan maar om terug te gaan naar Begur. Het is naar inschatting nog een flinke wandeling en het is al bijna zes uur. Na enig speurwerk vinden we het bospad dat ons naar Begur leidt. We komen nu via een andere kant het plaatsje binnen en zijn verrast door de steile straatjes en de leuke winkeltjes en pleintjes. Terug op de camping genieten we van de stilte en eten buiten met een kaarsje een zelfgebrouwen maaltijd, terwijl we naar de sterren kijken. We gaan vroeg slapen, want ik ben moe van de lange wandeling.

IMG_20161002_170757 - kopie IMG_20161002_174340 - kopie IMG_20161003_123706 - kopie IMG_20161003_123600 - kopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jammer dat we deze fijne plek moeten gaan verlaten. We waren graag nog wat langer gebleven. Een beetje weemoedig nemen we afscheid en rijden naar camping Mas Patoxas, één van de twee campings in dit gebied die het hele jaar door open zijn. Het is een wat grotere camping met veel caravans met vaste plaatsen die zij aan zij staan opgesteld in verschillende rechte straten. Gelukkig vinden we een rustig plekje in een vrijwel lege straat. We geven het nummer door aan de receptie en vertrekken direct weer richting Pals, een middeleeuws vestingstadje met toren, kerk en huizen van gestapelde stenen. Echt de moeite van een bezoek waard. Hierna rijden we naar het strand van Tamariu waar het op de zondagmiddag gezellig druk is.

IMG_20161002_125943 - kopieWe zoeken een plekje in de beschutting van de rotsen en nemen dan een duik in zee. Het water is lekker van temperatuur en glad als een spiegel. In Nederland zou ik nooit zo diep de zee in gaan, maar hier heb je de beschutting van de baai en bovendien loopt het strand heel steil af, waardoor je met twee passen al niet meer kan staan. Je kan hier echt zwemmen in de zee en ik zwem dan ook de baai een aantal keren heen en weer. Helaas is de zon verdwenen achter de wolken en waait er een koude wind. We trekken onze kleren weer aan en volgen een rood-wit gemarkeerde route over de rotsen langs de zee. Het is een pittige klim, maar erg de moeite waard. Na een tijdje gaan we op een grote rots zitten met uitzicht op de baai. We komen nu echt tot rust. Tegen een uur of zes rijden we naar Calella de Parafruguell waar we onze pizzeria weer opzoeken. Deze is echter nog gesloten. De Spanjaarden hanteren wat andere etenstijden dan we in Nederland gewend zijn. Tussen half twee en drie uur gaan de Spanjaarden uitgebreid lunchen. Eigenlijk is dit hun hoofdmaaltijd. Tot vijf uur is dan alles gesloten en vanaf acht uur beginnen ze met het diner, maar het is ook heel gewoon om dit nog om elf uur ’s avonds te doen.

We lopen over het lieflijke strandje in Calella de Parafrugell en gaan op een bankje zitten kijken naar de ondergaande zon. Daarna is onze pizzeria open en bestellen we een bruchetta met tomaat, een gemengde salade en twee pizza’s. En niet te vergeten een glas wijn. Wat een heerlijke vakantie is het toch.

Als ik de volgende ochtend wakker word op camping Mas Patoxas zie ik dat wij als enige de camper dwars hebben neergezet in plaats van in de breedte zoals iedereen. Hierdoor hebben we een mooi uitzicht over de vrijwel lege straat met bomen. Na het ontbijt verlaten we de camping en rijden we naar Cap de San Sebastian. Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over de rotsen en de kleine badplaatsjes beneden ons. We maken een wandeling richting Tamariu door de bossen en langs de kust. Daarna parkeren we de camper in Llafranc waar we nog even gaan zwemmen. Weer een ander strandje met een andere sfeer. Het is heerlijk weer vandaag en we wisselen het zwemmen af met lezen. Ik heb mijn boek bijna uit. Ik vraag me af hoe fel de zon nog is en of het nog nodig is om me in te smeren met zonnebrand. Voor de zekerheid doe ik het toch maar, ik wil mijn huid niet laten verbranden. Als afsluiting van het strandleven nemen we nog een ijsje in Calella de Parafrugell en dan stellen we de Tomtom in op Vacarisses waar we bij Montse en Luis een AirB&B hebben geboekt voor twee nachten. Ik wilde graag naar de ronde bergen van Montserrat waar we ruim twintig jaar geleden zijn geweest met een vriendin van ons. We konden nergens in de buurt een camping vinden en toen kwam Frans op het goede idee om een AirB&B te boeken. Hier hebben we immers goede ervaringen mee.

Ik rijd langs de kust naar Barcelona waar we in de avondspits terechtkomen. Vanaf Barcelona rijden we het binnenland in tot in de verte de ronde bergen van Montserrat verrijzen. De Tomtom stuurt ons langs, kleine steile, kronkelwegen steeds verder van de bewoonde wereld af. Voor ik het in de gaten heb rijd ik over een onverhard pad met flinke kuilen. Ik houd de vaart er een beetje in, anders ben ik bang om niet tegen de heuvels omhoog te komen met onze camper. We rijden verder en verder, maar ik heb nog geen argwaan, omdat ik nog bandensporen zie in het rode zand. Na nog eens tien minuten begin ik toch te twijfelen aan de Tomtom. Dit kan toch niet goed zijn? Er komt nu een helling aan die ik niet durf te nemen met de camper. Frans en ik vinden het beiden verstandig om om te keren. Frans helpt me met keren op de helling met grote rotsen. Het doet me denken aan het rijden op de onverharde wegen van Hawaiï. Ik ben trots dat het keren zo goed lukt. Heel rustig laat ik de camper over het grindpad naar beneden rollen. Frans probeert met Google Maps te traceren waar we zijn, maar we zien alleen een blauw bolletje in een eindeloze groene zone zonder wegen. Dan maar gewoon dezelfde weg terugrijden. En ja hoor, als we weer in de bewoonde wereld aankomen, zien we dat we er gewoon straal langs op gereden zijn. Frans had namelijk Calle de Reu 5 ingetikt, omdat de Tomtom het nummer 5Bis niet begreep. We bellen aan bij de houten poort en vragen ons af of Montse de vrouw of de man des huizes is. Al snel komt er een vrouw aan lopen die de poort voor ons opent, waarna Frans de camper de steile oprit oprijdt. Het kan allemaal net, we houden geen centimeter extra over om de bocht te kunnen maken.

Montse blijkt de vrouw des huizes te zijn. Luis is een man met een grote bos grijze krullen. Ze spreken beiden voornamelijk Catalaans. Montse toont ons de gezellige houten slaapkamer met aangrenzende badkamer. We mogen gebruik maken van het zwembad en de tuin en dan is er als surprise nog een grote kelder waar het ontbijt geserveerd wordt en waar een grote televisie, een computer, een bank en een voetbalspel staan waar we allemaal gebruik van mogen maken.

Als we willen kunnen we eten laten bezorgen. Aangezien we niet veel fut meer hebben om weer met de camper op pad te gaan door deze verlaten bergstreek, lijkt ons dat een goed idee. We hebben wat tijd nodig om de menukaart te ontcijferen die in het Catalaans is en tot een besluit te komen. We vragen Luis om voor ons te bellen. We zien hem met zijn hoofd schudden, terwijl hij ‘bale, bale’ roept. Het thuisbreng restaurant is vanaf vandaag gesloten. Montse komt met een kaart aan waarop ze uitlegt waar een restaurant zit waar we kunnen eten. We rijden er redelijk gemakkelijk naar toe. Er is niet veel keus en het eten is matig. De ober is erg verstrooid. Eerst vergeet hij helemaal om ons een menukaart te geven en dan vergeet hij de drankjes te serveren en dan ontkurkt hij speciaal voor mij een fles rode wijn, terwijl ik een glas witte wijn heb besteld. Het is al laat als we terugrijden richting ons logeeradres dat niet in de Tomtom en niet in Google maps te vinden is. Ergens hebben we een afslag gemist, maar waar dat blijft een mysterie. We komen uit in een vreemde stad en het lukt ons niet om ons te oriënteren. Wonderwel komen we toch vrij snel uit bij onze overnachtingsplek.

Ik ben geurgevoelig en dat is best lastig. Ik kan genieten van heerlijke geuren, maar meestal irriteren ze me mateloos. In dit geval betrof het het beddengoed dat gewassen was met een wasmiddel dat een penetrante geur verspreide waarvan mijn neus direct dichtsloeg en me hoofdpijn bezorgde. Daarom haalde ik mijn eigen kussen, laken en fleecedeken uit de camper. Midden in de nacht constateerde ik een beginnende blaasontsteking. Hiervoor had ik middelen meegenomen: ik vroeg Frans om voor mij een limoen, een citroenpers en ontsmettingsmiddel uit de camper te halen. Het was inmiddels drie uur. Hierna kon ik de slaap niet vatten. Het leek wel of ik telkens een zacht speldenprikje in mijn benen voelde, alsof ik werd gebeten. Het idee van bedbugs kwam in me op. Ik knipte zelfs even het licht aan om te kijken of ik beestjes kon ontdekken. Maar ik zag niets en zei tegen mezelf dat ik niet van die rare dingen moest denken. Gewoon gaan slapen Dorothé zo vermande ik mezelf.

Het ontbijt bestond uit cake met warm water uit de magnetron waar we thee van maakten. Hoewel de cake prima smaakte werd ik al snel misselijk van het zoete spul in mijn maag op de vroege ochtend. Eerst maar eens een ‘supermercat’ opzoeken, zodat we met eten wat minder afhankelijk zijn van wat de pot schaft hier in Spanje. Het kost ons ruim een uur om een supermarkt te bereiken. We slaan eten in voor twee dagen en rijden dan via een spannende bergweg naar het klooster van Montserrat. Tot onze verrassing is het hier behoorlijk druk. Waar komen al die mensen vandaan? We lunchen eerst op een bankje in de zon en gaan dan op onderzoek uit. Het klooster van Montserrat is gebouwd tegen grillige rotsen aan. Hoe hebben ze het kunnen bouwen vraag ik mezelf af. Het klooster heeft een mooi binnenplein en een fraaie gevel. Binnen in is het vrij donker. Het klooster van Montserrat is onder andere beroemd vanwege de zwarte Madonna, de zwarte Maria, die al veel mensen heeft genezen en geholpen met hun problemen. Er staat een hele lange rij van mensen te wachten op een ontmoeting met de zwarte Madonna. De zwarte Madonna staat in een grote nis die helemaal versierd is met goud en edelstenen en fraaie mozaiëk. De mensen worden via een speciale route één voor één naar Maria geleid waar ze even een momentje samen hebben met de Heilige maagd. Vanuit de kerkbanken waar wij zitten kunnen we het allemaal goed bekijken.

Het is al drie uur als we aan een lange wandeling naar Saint Jeroni – de hoogste top hier in de omgeving – beginnen. Via trappen klimmen we omhoog en zien weldra het klooster diep beneden ons liggen. Het is een inspannende tocht en ik ben blij dat ik dit weer zonder problemen kan. Toch is de wandeling naar de top voor vandaag te ver. We lopen tot half vijf, nemen een pauze met uitzicht op de markante, ronde toppen en lopen dan de vele trappen weer terug naar beneden. Morgen gaan we vroeger op pad en gaan we de top vanaf een andere kant benaderen.

We parkeren de auto op een parkeerplaats in de natuur met uitzicht op het gebergte en maken een lekkere maaltijdsalade met mozzarella, tomaat, tonijn, mais en zwarte olijven. Een watermeloen maakt de maaltijd compleet. Net voor donker zijn we terug bij de woning van Montse en Luis, die ons op staan te wachten. Ze moeten met ons praten. Montse loodst ons naar de computer en start google translate op. Ze vraagt of we last hebben van bultjes en rode huiduitslag. De mensen die zondag bij hen hebben gelogeerd hebben een mailtje gestuurd: ze hebben last van jeukende huiduitslag en de huisarts heeft verteld dat dit komt door ‘bedbugs’. Ze denken de bedbugs te hebben opgelopen bij Montse en Luis. Ze willen geen risico lopen dat wij er ook last van krijgen, daarom willen ze ons een hotelkamer aanbieden in de buurt. We wimpelen dit voorstel weg. We kunnen prima in de camper slapen. Probleem is alleen dat ik mijn beddengoed in de slaapkamer heb gebruikt. Alles wat in de slaapkamer heeft gelegen, moet op zestig graden worden gewassen om de bedbugs uit te bannen. Montse zal alles voor ons wassen. Ik twijfel. Als ik mijn nieuwe roze broek en mijn zomerjurkje op zestig graden laat wassen blijft er weinig van over. We zoeken alles uit wat op zestig graden gewassen kan worden en de rest verpakken we in een aantal vuilniszakken die we dichtknopen. Hopelijk zijn ze bedbugproof. Thuis gaan deze spullen dan een week de diepvries in om het ongedierte te bestrijden.

Er dient zich een nieuw probleempje aan. We zijn vanwege de frisse lucht gewend om met een open deur te slapen, maar er lopen drie schattige katten rond, die zich graag door ons laten aaien en vast en zeker vannacht een bezoekje aan ons bed willen brengen. Straks hebben we niet alleen bedbugs, maar ook nog vlooien. Daarom zetten we het keukenraam wagenwijd open en hopen dat dit voldoende zal zijn voor de frisse lucht en dat het de katten buiten houdt. Felle tuinlampen verlichten onze slaapruimte. Frans oppert om deze af te dekken met de afwasbak, maar ik ben bang dat de boel in brand vliegt. Mijn beddengoed zit nog in de was, dus neem ik plaats onder een badhanddoek. En zo brengen we de nacht door in onze camper.

Woensdag 5 oktober proberen we eerst het zwembad van Montse en Luis uit, dan is er weer ontbijt met cake en thee. Bij het afscheid is Montse ontroert en krijgen we een stevige hug. Ze is blij dat we geen probleem van de bedbugs hebben gemaakt en dat we gewoon één nacht willen betalen. Luis is de hele kamer aan het uitmesten en gaat vandaag naar Barcelona om een nieuwe matras te kopen.

IMG_20161005_140932 IMG_20161004_140841 - kopie DSCN6271 - kopie DSCN6272 - kopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We rijden weer naar Montserrat waar we deze keer de ‘funicular’ naar St. Joan nemen. Het treintje kruipt de bijna loodrechte helling op. Boven hebben we een machtig uitzicht op de toppen van Montserrat die grappige namen dragen als ‘de olifant’ en ‘moeder met kind’. Over de wandeling die volgt ben ik verrukt. Na elke bocht sta ik stil om oh of ah van bewondering over het uitzicht te roepen en een foto te maken. Na een uur vlak lopen, begint de steile klim naar de top van Mont Saint Jeroni op 1.256 meter. Buiten adem, maar volmaakt gelukkig plof ik neer op de rotsen als we op de top zijn aangekomen. Wat een machtig uitzicht. Na een picknick wandelen we terug via het pad dat we gisteren al een eind hebben verkend. Rond vier uur zijn we terug bij het klooster. We krijgen allebei het idee om even bij de zwarte Madonna te gaan kijken. Misschien is het op dit tijdstip van de dag iets rustiger. Er is geen rij te zien. Er is zelfs geen mens te zien. We denken al dat de toegang gesloten is, ook al geeft het bord aan dat de Madonna tot zes uur te bezoeken is. Voorzichtig duwen we de deur open en lopen de hal in, erop voorbereid dat we zullen worden weggestuurd. De schoonmaakster die we tegenkomen knikt ons echter vriendelijk toe en laat ons doorlopen. We komen door een ronde marmeren poort met beelden van de apostelen en lopen een trap op met gebrandschilderde ramen en dan is er de met edelstenen en gouden mozaïek versierde nis waar de zwarte Madonna staat. Het is een uniek moment. We zijn even helemaal alleen met Moeder Maria en ik bedank haar dat ik helemaal genezen ben. Dan komen er een aantal vrouwen aan en ik laat hen de ruimte ook hun moment met Maria te hebben. Het voelt als een magisch, geleid moment en blij glimlachend lopen we naar buiten.

Gisteravond heb ik, terwijl Frans aan het werk was, een plaats in de Spaanse Pyreneeën gevonden waar je mooi kan paragliden. Het plaatsje Àger schijnt een waar paradijs voor paragliders te zijn. En er is ook nog een camping: Val D’ Àger. Ik stuur een mailtje met de vraag of ze nog open zijn en krijg vrijwel direct een leuk antwoord terug. Ze zijn nog open en wij zijn van harte welkom. Het is geen probleem als we wat later aankomen. Dus stellen we de Tomtom in op Àger en starten onze tocht door de binnenlanden van Spanje. Het landschap is goudgeel met glooiende akkers en bruingroene olijfbomen. De boeren zijn het graan aan het oogsten en ploegen hun droge land. Het is ongeveer half acht als we in Àger aankomen. We zoeken een rustig plekje op de camping. De plekjes zijn afgeschermd met stenen muurtjes, er staan veel bomen voor de schaduw en de grond is stoffig. We hebben een prachtig uitzicht op de bergketen van Mont Sec en daarachter de Pyreneeën.

Ik slaap die nacht slecht. Ik heb telkens het idee dat de bedbugs bezit hebben genomen van onze camper en me overal bijten. Het beddengoed dat Montse heeft gewassen ruikt heftig naar het waspoeder waar ik allergisch voor ben, dus slaap ik weer onder een badhanddoek. De volgende ochtend wassen we om de eventueel achtergebleven bedbugs te verdrijven én om de wasmiddelen geur uit ons beddengoed te krijgen alle lakens, slopen en dekens die we mee hebben. Het is een hele onderneming om alles weer droog te krijgen. Rond half drie wandelen we op ons gemak naar het tien minuten verderop gelegen Àger. Het kleine stadje met ommuurde straten van natuurstenen ligt er verlaten bij. Er is geen levend wezen te bekennen. Het is uitgestorven. We wandelen naar de kerk en het middeleeuwse klooster met toren die op een heuvel in het plaatsje liggen, maar alles zit dicht. Het schijnt al heel oud te zijn en zo ziet het er ook uit. Overal wappert fier de Catalaanse vlag. We ontdekken een restaurant. Tot onze verrassing is de deur open. Als we naar binnen lopen zien we een groot en modern restaurant met bar. Het is er gezellig druk. Dit hadden we helemaal niet verwacht. We nemen een drankje en wandelen dan weer terug naar de camping. Vanaf vijf uur komt Àger tot leven. Als we ’s avonds om acht uur bij het restaurant gaan eten staan de straten vol met geparkeerde auto’s en zitten er mensen op de stoep een sigaretje te roken. De vriendelijke ober vertaalt de Catalaanse menukaart voor ons in het Engels, zodat we een beetje een idee hebben wat we gaan eten. Frans kiest voor carpaccio van tomaat en tonijn en ik voor de Catalaanse pastaschotel met vis, als hoofdgerecht hebben we geroosterde kip en als toetje een taartje. We zijn alles bij elkaar dertig euro kwijt en dan hebben we ook nog wijn en water gedronken!

Vrijdag 7 oktober belt Frans eerst zijn broer om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Het is heerlijk weer en we wandelen naar Àger om brood te kopen. We vinden een bakker waar de plaatselijke bevolking aan kleine tafeltjes zit te ontbijten: espresso met zoete broodjes en taartjes. We kopen een ‘barra’, een wit, breed stokbrood en vinden dan een winkeltje waar ze op een vierkante meter alle benodigde levensmiddelen verkopen, zoals kaas, water, appelsap, meloen. Hoe langer ik kijk hoe meer ik ontdek. Omdat we het Spaanse drinkwater niet vertrouwen en het bovendien erg naar chloor ruikt, gebruiken we flessen met water waar we ons eten mee bereiden, waar we thee van zetten en dat we gewoon drinken. We kopen een fles van acht liter voor 1.20 euro.

IMG_20161008_135447 - kopie IMG_20161008_134848 IMG_20161010_104546 IMG_20161009_173827

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via een slingerende bergweg waar geen einde aan lijkt te komen rijden we naar de startplaats van de paragliders op Mont Sec. We staan op de top van een bergmassief en er waait een harde, koude wind. Ik trek snel mijn donsjack aan en zet een muts op. Dat is even wennen. Er zijn wel een paar paragliders aanwezig, maar niemand start. We komen in contact met Nicky, een Engelse die al vijftien jaar in Àger woont, omdat het hier zo vreselijk mooi is. Ze vertelt dat er op 2.300 meter een stevige noordwesten wind waait die voor turbulentie en een plafond zorgt, waardoor je niet hoger kunt komen. Zaterdag en zondag zullen betere vliegdagen worden, voorspelt Nicky, bovendien is er dan de afsluiting van de Catalaanse vliegcompetitie. Frans besluit vandaag niet te gaan vliegen. Als we naar de camper lopen zien we twee honden aankomen, een grote witte en een zwarte, wollige pup. Ze hebben de tong op hun voeten hangen en komen nauwelijks vooruit. Volgens mij hebben ze dorst. Ik geef ze een liter water dat ik beetje bij beetje uitgiet op het blik, van onze stoffer en blik. Ze slobberen het dankbaar op. Tot slot voer ik ze de plakjes ham van Frans, omdat ze ook wel honger zullen hebben. Ik ben een beetje bang dat ze tegen me op zullen springen en het eten uit mijn handen rukken als ik met iets te eten aankom, maar ze reageren goed op mijn strenge commando ‘zit’ en gaan rustig zitten, terwijl ik ze beiden twee plakjes ham toewerp die ze gemakkelijk met hun bek opvangen en met één soepele beweging doorslikken. Het lijkt erop dat het geen wilde honden zijn. In tegendeel, ze lijken wel opgevoed. Ze gaan tevreden bij onze camper liggen dutten. Nicky oppert dat ze waarschijnlijk van de geitenhoeder zijn. Ze vertelt ook dat er een hele mooie kloof is waar je kunt wandelen. Echt de moeite waard en heel dicht bij. Omdat het vliegen toch niets wordt vandaag, rijden we eerst naar het kleine dorpje Corca, waar we bordjes volgen naar La Pertusa, het beginpunt van de wandeling. Althans dat denken we. Na een kwartier rijden komen we uit bij een groenblauw meer. Nergens zijn er tekens die duiden op het beginpunt van de wandeling. Toevallig komen er net twee mensen aan en we vragen hen naar de wandeling door de kloof. Ze vertellen dat je alleen kan kanoën door de kloof. Er is geen andere mogelijkheid om er te komen. Nou blijkbaar zitten we hier niet goed. We rijden weer terug naar Corca. Hier staat echt een bordje met La Pertusa. Na even zoeken vinden we een stukje onverharde weg, dat na de bocht al snel weer asfalt krijgt. De weg is heel smal en kent steile bochtige stukken. Ik hoop maar dat we geen tegenligger krijgen, want dan moet één van ons een heel stuk achteruit. Alleen de weg naar La Pertusa is al een avontuur. Na een kilometer of drie komen we bij een parkeerplaats met een bord met uitleg over Congost de Mont Rebei. Dat is vast de kloof. We wandelen een stukje en zien het oude vervallen kerkje dat La Pertusa heet en dat hoog boven op een steile rots is gebouwd en uitziet over de kloof met smaragdgroen water. We wandelen steeds verder over de grijze rotsen en krijgen bij iedere bocht weer een nieuw adembenemend uitzicht. Na een half uur keren we om. Het is inmiddels half vijf en het lukt ons vandaag niet om de hele wandeling van zeven uur te volbrengen, dat gaan we van de week nog wel een keer doen. Dit kleine stukje was echter al zeer de moeite waard.

De Spaanse Pyreneeën zijn zo dun bevolkt dat je er heel goed naar de sterren kunt kijken. Op de helling naar Mont Sec zit een sterrenwacht: L’Oberservatorium d’Univers. Vanavond is een bijzondere avond, want het observatorium met z’n ronde koepels is geopend voor het publiek. Er zijn lezingen met uitleg over het universum en je kunt als bezoeker door de telescopen kijken. We hebben gehoord dat het verstandig is om te reserveren, omdat het anders waarschijnlijk vol is. We bellen maar krijgen een bandje. Dan sturen we een mailtje met Frans en Dorothé uit Holland die graag de avond bij willen wonen. Na de wandeling bij de kloof, rijden we de camper direct naar het observatorium, maar alles zit nog dicht. Ik bereid daarom eerst een lekkere maaltijd die we buiten op een muurtje in de zon opsmikkelen. Inmiddels is het gebouw open en ik loop naar binnen om alvast kaartjes te kopen. Helaas, alles is uitverkocht. Ik noem nog even dat we vanmiddag een mailtje hebben gestuurd om kaartjes te reserveren en dan breekt er een lach door op het gezicht van het jonge meisje. ‘Yes, from Olanda’, zegt ze stralend, en dan tovert ze twee kaartjes tevoorschijn. Ze verontschuldigt zich dat het helaas alleen in het Catalaans is. Nou ja, we zullen wel zien.

Rond acht uur stroomt de entree vol. Wij hebben dan al uitleg gehad met een walkman in het Engels over de geboorte en sterfte van sterren. Er hangen prachtige foto’s van melkwegstelsels, sterrennevels en kometen. Het is een onvoorstelbare wereld. Er zijn miljarden melkwegstelsels. In één daarvan leven wij op een minuscuul puntje, aarde genaamd. De foto van ons melkwegstelsel ziet eruit als een platte schijf met daaromheen een gedraaide staart van sterren. Wat ik het meest bijzonder vind is dat er prachtige kleuren zijn. Ja, zegt één van de medewerkers, het hele universum is in kleur, alleen onze menselijke ogen kunnen die niet zien. Ze werken met filters om de kleuren vast te stellen. Wat me opvalt is dat de astronomen over de sterren praten alsof het levende wezens zijn. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘dit is een sterrenfamilie die dicht bij elkaar leeft’, ‘dit is een tweelingster, deze sterren blijven hun hele leven met elkaar verbonden’, ‘kleine sterren leven langer dan grote sterren’.

We nemen plaats in één van de ronde koepels op grote, luie, achterover geklapte fauteuils, terwijl op het ronde dak verschillende sterrenbeelden worden geprojecteerd waar wij met onze 3D-brillen naar kijken. Hierdoor zie je het heelal in 3D en dat geeft toch echt een heel bijzonder effect. Van de uitleg in het Catalaans begrijpen we weinig tot niets. Alleen het woord ‘telescopi’, dat veelvuldig gebruikt wordt, herkennen we. Ik word al een beetje slaperig, als er plotseling een prachtige muziek klinkt. Langzaam schuift het dak open, de wanden verdwijnen en dan zitten we buiten en kijken we naar ontelbare sterren boven ons hoofd. We zien de maan en de sterrennevels van Andromeda, die eruit zien als lichte wolken. Het is een magisch en ontroerend moment.

Hierna lopen we in het donker naar de volgende koepel waar stoelen staan opgesteld rond een grote telescoop met televisieschermen. Via de schermen krijgen we te zien wat de telescoop ziet. We kijken eerst naar de ‘nubuli’, de plaats waar de sterren worden geboren. Vervolgens zien we een groep compacte sterren en tenslotte kijken we naar de maan. De medewerker legt uit hoe de telescoop werkt en wat de beelden betekenen. Dan mogen we buiten zelf nog door een telescoop naar de maan kijken. Ik zie het bekende maanlandschap met kraters en bedenk dat het allemaal in kleur is die mijn menselijke ogen helaas niet kunnen zien. Onder de indruk rijden we met stadslicht de berg af. Op de camping staar ik nog eenmaal naar de sterren.

Zaterdag 8 oktober doen we rustig aan en gaan dan tegen elf uur weer met de camper naar Mont Sec om te kijken of Frans vandaag kan vliegen. Het waait stevig en er zijn geen andere piloten. Van de Catalaanse competitie is niets te merken. Voor de zekerheid wachten we nog een tijdje, maar dan besluit Frans toch een vlucht te gaan maken. Ik vind het doodeng en heb er kramp van in mijn maag. Frans treft rustig zijn voorbereidingen en legt het scherm klaar. Ik moet het een beetje tegenhouden als de harde wind het scherm omhoog blaast. En dan gaat hij na een nette achterwaartse start de lucht in. Hij klimt al snel omhoog met zijn blauwgroene scherm en ik bid dat hij straks weer veilig landt. Ik loop een stukje over de toppen van de Mont Sec en geniet van het weidse uitzicht. Dan rijd ik rustig de lange, bergweg naar beneden terug naar de camping. Frans is al geland op het veldje naast de camping en zit op een terras met een drankje. Hij heeft anderhalf uur in de lucht gehangen en zo’n twaalf kilometer gevlogen. Hij vertelt dat de thermiek stevig was en dat hij aan het begin een flinke ‘inklapper’ heeft gehad. Gelukkig heb ik dit niet gezien. Ik sta nu eenmaal doodsangsten uit als hij in de lucht hangt.

Op de camping die vanochtend nog vrijwel verlaten was, gonst het van de activiteit. Er zijn allemaal jongelui met kleine tentjes, het terras is geopend, het restaurant van de camping is ineens in bedrijf, er wordt gevoetbald. Een bedrijvigheid die we niet meer hadden verwacht en die na het weekend ook weer is verdwenen. ’s Avonds gaan we eten in het restaurant van het dorp. De ober vraagt of we hebben gereserveerd. Dat hebben we niet. Alles lijkt vol te zitten, maar we krijgen toch nog een plekje, omdat we zo vroeg zijn. Het is half negen. We krijgen in een recordtempo de drie gerechten voorgeschoteld die in het weekend ineens vijf euro duurder zijn. Het smaakt weer goed. Vrolijk van de wijn kruipen we in ons bedje.

Bij het ontbijt merken we dat de gasfles leeg is. Frans informeert bij de receptie of er misschien ergens gasflessen te koop zijn. En ja hoor, er blijkt nóg een supermarkt te zijn in het dorp en die verkopen gasflessen. Ook op zondag. We wandelen er naartoe en kopen moeiteloos een nieuwe gasfles. Het dorpje Àger blijft ons verbazen. Eerst lijkt er niets te zijn, maar nu heeft het een bakker, twee winkels, drie paragliding scholen, een school, een bejaardentehuis en niet te vergeten een groot, modern restaurant.

Frans wil heel graag een keer vijftig kilometer vliegen. En we vragen het universum of dat vandaag mag gebeuren. We besluiten iets later in de middag naar boven te gaan, zodat de zon voldoende kans heeft om de lucht op te warmen. Rond twee uur zijn we er. Het is druk vandaag. In een mum van tijd starten de vele wedstrijdvliegers met hun uiterst ranke schermen en al snel is de lucht gevuld met kleurige paragliders. Er zijn ook veel deltavliegers. Zij rennen met hun gevaarte de berg af en duiken de diepte in. Ik begrijp nu ook waarom ze wel ‘dragon fly’ worden genoemd. Ze lijken in de lucht precies op grote libellen. Zo sierlijk en snel. Frans heeft een mooie start en ik volg hem een tijdje in de lucht. Ik heb een portofoon, waarmee we af en toe contact kunnen hebben. Hij vliegt eerst de ‘ridge’ af naar links, komt dan weer over de start gevlogen en gaat dan naar rechts richting het observatorium en de kloof. Hij vertelt later dat hij boven de kloof heeft gevlogen. Helaas kan hij geen foto’s maken, want hij is zijn GoPro verloren in de Dolomieten. Ik maak een wandeling over de toppen van Mont Sec, waarbij ik de overnachtingsplaats van de geiten tegenkom, want er liggen honderden geitenkeutels. Als ik terugkom bij de camper ligt mijn vriendje, de grote zwarte pup er, die blij verrast opspringt als hij me ziet. Tegen vijven rijd ik langzaam terug naar beneden en ben net op tijd om Frans te zien landen op het veldje naast de camping. Hij heeft bijna drie uur in de lucht gehangen en heeft 51 kilometer kunnen vliegen. Hij is helemaal gelukkig. We nemen eerst een drankje op het terras om deze mijlpaal te vieren, dan opent hij de website Xcontest om zijn vlucht met gegevens te uploaden. Zijn vlucht wordt dan vergeleken met vluchten van paragliders over de hele wereld op die dag. Hij mag trots zijn: hij is veruit de beste Nederlandse vlieger van die dag en staat op de vijfde plaats van alle vluchten die die dag in Spanje zijn gemaakt en de verste vlieger van Àger! En dat met al die wedstrijdvliegers in de lucht. Ik ben beretrots op mijn liefje.

We hebben waarschijnlijk te lang buiten gezeten, want ineens merken we dat we allebei verkleumd zijn. Na zonsondergang wordt het snel koud. Een paar dagen terug konden we nog genieten van zwoele avonden, maar dat is nu verleden tijd. We gaan lang en warm douchen en om negen uur val ik al in slaap. In ben onverklaarbaar moe. De volgende dag ben ik nog steeds moe. Ik slaap tot tien uur, laat me door Frans masseren en ontbijt met stokbrood en brie in het zonnetje. Vandaag trakteren we onszelf op een dagje helemaal niets doen. We baden ons in het zonlicht, doen een dutje, lezen een boekje, drinken een kopje thee en koken een potje. ’s Avonds maken we plannen voor het vervolg van de vakantie. Zullen we naar Valencia gaan of toch naar Bilbao? In Valencia is het nog lekker weer, maar Bilbao ligt wat meer op de route naar huis. Het is allebei nog ruim 500 km rijden. We kiezen voor Bilbao waar we een Airbnb uitzoeken in het centrum van de stad. Er is een weersomslag op komst. Morgen is het nog lekker weer, maar dan gaat het regenen. En met regen en kou is het wat relaxter om in een warm huis te zitten. We boeken de Airbnb voor drie nachten .

De wekker gaat om half acht en dat voelt als midden in de nacht. Het is nog pikdonker en behoorlijk fris met vier graden. We kleden ons snel aan en maken de camper rijklaar. Vandaag staat de wandeling naar Congost de Mont Rebei op het programma. Zodra de bakker om half negen opengaat, sprinten we naar binnen om een stokbrood voor de lunch te kopen en dan rijden we naar Corca en vandaar via de spannende, eenbaansweg naar La Pertusa. Ik voel me wat gespannen als we aan de wandeling beginnen. Ik weet niet zeker of ik het wel aankan. De wandeling is alles bij elkaar zo’n achttien kilometer en dat met veel klimmen en dalen. We gaan rond half tien van start. Het is rond de zes graden en de wolken hangen als een nevel in het dal boven het meer. Het is heerlijk wandelweer en de tocht verloopt voorspoedig. Rond twaalf uur komen we aan bij het begin van de kloof. We dalen af naar de spectaculaire hangbrug waar we duizelingwekkende foto’s maken. Als je op de brug staat kun je door de bodem naar de diepte beneden je kijken. We zien grote vissen zwemmen in het groenblauwe water en hebben nu naar twee kanten toe een fraai uitzicht op de imposante kloof. Er loopt nog een steil pad vanaf de brug naar Mont Falco waarbij ze een ‘passarel’ hebben gemaakt: een DSCN6283 - kopiehouten trap die tegen de rotsen aanhangt om af te dalen. Het ziet er spectaculair uit en het lijkt me super gaaf om er vanaf te gaan, maar dat betekent eerst nog een uur klimmen en dat moeten we allemaal ook weer terug. In plaats van naar Mont Falco te gaan, lopen we terug naar het beginpunt van de kloof en gaan dan verder dieper de kloof in. Na een flinke klim komen we bij het smalste punt van de kloof. Hier is het pad in de rotsen uitgehakt. Ik vind dit zó cool. We lopen DSCN6305 - kopie
verder en verder over het smalle pad met naast ons de afgrond. Er zijn relingen om je aan vast te houden. Rond twee uur hebben we het verste punt bereikt. We ontmoeten een Canadees die het pad vanaf de andere kant heeft gelopen. Dat is minder ver én minder inspannend. Hij biedt aan om ons met zijn auto terug te brengen naar La Pertusa, maar we slaan zijn vriendelijke aanbod af. Ik voel dat ik het hele pad ook weer terug wil lopen. Het is hier zo mooi. En ik voel me DSCN6328 - kopienauwelijks moe. Mijn lichaam is verrassend fit en het lopen gaat gemakkelijk. We zien grote roofvogels boven de rotsen in de blauwe lucht cirkelen. Frans vertelt dat hij met vliegen zo’n grote roofvogel is tegengekomen. De vogel met zijn brede kop en grote, gele snavel had hem indringend aangekeken en was daarna rustig opzij gewenkt. Het is hier oneindig stil. We horen geen vogels, geen geruis van de wind, zelfs geen gezoem van insecten. Af en toe nemen we een DSCN6333 - kopiepauze op een grote steen om het landschap op ons in te laten werken. Tijdens de wandeling helpt Frans nog een klant in nood, die daar heel blij mee is. Om kwart over vijf zijn we terug bij de parkeerplaats waar onze camper staat te blinken in de late avondzon. Terug op de camping doe ik een dutje en ga dan warm douchen. Wat een heerlijke dag. Wat fijn dat ik dit weer kan. ’s Avonds gaan we weer uit eten bij het restaurant van het dorp. Ik ga bijna van mijn graatje van de DSCN6299honger. Het duurt eindeloos voor ze langskomenmet de menukaart en de bestelling opnemen. Frans regelt alvast wat brood en olijven om de ergste honger te stillen. We genieten na van de prachtige tocht. Wat is de natuur hier imposant.

Bij de bakker doen we vandaag mee met de plaatselijke bevolking. We schuiven aan bij een tafeltje en bestellen een chocolade croissant en een appeltaartje. We drinken er thee en espresso bij. Nog een stokbrood voor de lunch en dan is het tijd om afscheid te nemen van Àger. Frans moet nog even wat werken op zijn laptop en ik ben alvast wat spullen aan het inpakken die ik vanavond mee wil nemen naar het appartement in Bilbao, als er een gestreepte kater miauwend om eten komt vragen. Ik ben wel gecharmeerd van hem, vooral als hij me kopjes tegen mijn been geeft en ik noem hem Oscar. Ik voer hem het laatste plakje ham. Nu komen er ineens overal poesjes in allerlei kleuren en maten tevoorschijn, die ook honger lijken te hebben, maar Oscar jaagt ze allemaal weg. Ik kan al die vragende blikken niet weerstaan en maak in een oud bakje een papje van stokbrood met melk. Eerst giet ik wat op het blik en geef dit aan Oscar, die het dankbaar verorbert. Dan plaats ik een bakje met de broodpap op een andere plaats, zodat de kleine poesjes hiervan kunnen eten, terwijl ik in de tussentijd Oscar afleidt. De mensen op de camping zullen zich wel afvragen wat ik aan het doen ben, want ik zet op verschillende plaatsen bakjes op de grond, zodat zoveel mogelijk katjes kunnen eten en af en toe loop ik naar Oscar om hem nog iets te eten te geven, daarna haal ik de bakjes allemaal weer op en ontsmet alles met Unicura zeep. Het zal niet voldoende zijn om ze de winter door te helpen, maar ik hoop dat ik de poesjes een fijne ochtend heb bezorgd.

Voor het eerst in twaalf weken regent het in Àger. Ik hoop dat de aarde de regen kan absorberen, want het is heel hard nodig. We rijden door een goudgeel landschap met glooiende heuvels en olijfbomen. Het is een weids landschap. De dichtstbijzijnde stad is Balaguer op 28 kilometer van Àger. Het eerste stukje is binnendoor, daarna pakken we de snelweg naar Zaragoza. De tolwegen zijn rustig en het rijdt heel relaxt. Met een lekker muziekje op de achtergrond zien we het landschap aan ons voorbij rollen. Soms vlak, dan weer vol heuvels met authentieke dorpjes. Na driehonderd kilometer komen we in Rioja, een gebied met eindeloze wijngaarden. Als we Baskenland binnenrijden passeren we een imposante bergketen en abrupt verandert het landschap van goudgeel in grasgroen. Ineens zien we weelderige loofbossen, weilanden met runderen en schapen én palmbomen.

Voor we het in de gaten hebben zijn we in Bilbao. Waar we maar moeizaam de weg kunnen vinden en we regelmatig worden opgeschrikt door toeterende auto’s. We moeten wennen aan de drukte en hectiek van de grote stad. Als we het adres van de Airbnb naderen, staan de auto’s bumper tegen bumper geparkeerd, vind ik de grote flats mistroostig en meen ik overal ongure types waar te nemen. ‘Oh nee’, zeg ik tegen Frans, ‘we zitten ook nog boven een nachtclub’, terwijl ik wijs op het rode uithangbord met de tekst ‘Eroski’. Ik weet even niet meer of ik die Airbnb midden in Bilbao wel zo’n goed idee vind. We appen naar Javi, de eigenaar van het appartement, of hij ons kan helpen een parkeerplaats te vinden, want dat ziet er vrij hopeloos uit. Als we het adres hebben gevonden, wordt Frans opgejaagd door toeterende auto’s en lukt het niet om te stoppen. We rijden het adres voorbij en komen op een weg met gescheiden rijbanen, waardoor we niet kunnen keren. Al snel zijn we helemaal de weg kwijt en de Tomtom kan het ook allemaal niet meer bijbenen. Hij stuurt ons doodlopende straatjes in waar Frans dan weer achterwaarts uit moet zien te komen. Frans moet alle zeilen bijzetten in de smalle, steile straten van Bilbao. Na ruim twintig minuten arriveren we weer bij Calixto Leguina Kalea 5 waar Frans de bus brutaal schuin de stoep op rijdt. Het duurt even, maar dan zien we iemand een eind verderop op de hoek van de straat naar ons zwaaien. Ik loop er snel naar toe. Het is Javi die een parkeerplek voor ons heeft gevonden. Hij loodst Frans een onverhard parkeerterrein op met grote, uitstekende putdeksels en flinke kuilen. Frans schampt bijna één van de geparkeerde auto’s, maar het gaat net goed. Nu niet denken aan hoe we hier ooit weer uit gaan komen. We vragen Javi of onze camper hier veilig staat, want daar hebben we een beetje onze twijfels over. Hij wijst op drie ramen. Het zijn de ramen aan de achterkant van ons appartement. We kunnen de camper vanbinnen uit in de gaten houden. Javi loopt met ons mee naar het appartement en wijst ondertussen op het uithangbord met Eroski. ‘Lekker handig, de supermarkt dichtbij’, zegt hij. Ik had bij Eroski toch echt andere associaties dan een supermarkt. Vandaag is een nationale feestdag en zitten alle winkels en waarschijnlijk ook alle restaurants dicht. Het is een feest dat je thuis met familie viert.

IMG_20161014_182358Bij het appartement vallen we letterlijk met de deur in huis. Het is een kleine, witte oase in een drukke stad. Javi heeft het appartement modern, stijlvol en efficiënt ingericht. Er is een strakke witte keuken met inductiekookplaat. Alles is aanwezig: koffie, thee, olijfolie, suiker, peper en zout, afwasmiddel. We voelen ons er direct thuis. Er zijn twee piepkleine badkamers, een lekkere slaapkamer en in de woonkamer een witte leren bank. Javi geeft ons een plattegrond en tekent met een pen voor ons uit waar de highlights van Bilbao zich bevinden en vertrekt dan naar zijn familie. We nestelen ons gezellig in het appartement. Buiten regent het en we hebben geen zin om erop uit te gaan. We halen de belangrijkste spullen uit de camper, koken met de ingrediënten uit onze campervoorraad en ik werk het blog bij. Ik kijk wel af en toe angstvallig uit het raam om te checken of de camper er nog staat.

De volgende ochtend haalt Frans stokbrood bij Eroski. Het motregent een beetje als we het centrum inlopen op zoek naar het Guggenheim museum. Het lijkt hier vaak te regenen, want in de winkels en restaurants zijn speciale paraplu bakken en bij de flats hangen overal wasrekjes buiten met daar boven een zeiltje gespannen. We komen al snel bij de rivier uit, die door het hart van Bilbao stroomt. We lopen over de glazen brug en dan vangen we al een IMG_20161014_154801glimp op van het Guggenheim museum. Het is een heel bijzonder gebouw dat je niet zomaar kan natekenen. De architect heeft zich laten inspireren door de bewegingen van een vis. Alles in het gebouw golft en lijkt in elkaar over te lopen. De buiten muren zijn van titanium en stellen de schubben van een vis voor, die het zonlicht weerkaatsen. We gaan ook naar binnen en nemen een rondleiding. Niet zozeer voor de kunst die hier hangt, maar veel meer om het gebouw ook IMG_20161013_132500 - kopievanbinnen te ervaren en meer te leren over de architectuur. Binnen biedt het gebouw telkens weer een verrassing. Hoge, ronde plafonds, glazen liften, schuin lopende puien, loopbruggen. Ik raak er een beetje gedesoriënteerd van. Er is ook bijzondere kunst met lichtreflexie en een ruimte met meerdere videoschermen waarop mensen muziek lijken te maken, alleen dan zonder hun instrument. En er is een hal met extreem, grote metalen voorwerpen waar je doorheen kunt lopen IMG_20161013_132511 - kopieen die een heel spannend gevoel geven, omdat je de schaal niet kent. We brengen de hele dag door in het Guggenheim museum. Tussendoor eten we ‘pinxos’, het Baskische woord voor ‘tapas’. Het Baskisch is een opvallende taal. Het lijkt in niets op het Spaans. Het Spaanse ‘muchas grazias’ is in het Baskisch bijvoorbeeld ‘erdil eznunk’. En de oude binnenstad wordt aangeduid met ‘erdonal litsbili’. We zijn moe van alle indrukken en besluiten terug te gaan naar ons appartement. We IMG_20161013_134433 - kopiedoen boodschappen bij Eroski en drinken dan op ons piepkleine balkon een glaasje wijn, terwijl we genieten van het uitzicht op de stad en de laatste zonnestralen van die dag. Ik vind het balkon een beetje eng. Ik krijg hoogtevrees als ik door het antieke hekwerk naar beneden kijk. Ik ben bang dat het balkon afbreekt. Het lijkt alsof we hoog boven de straat zweven zonder enig houvast.

Vrijdag slapen we lang uit en wandelen dan naar de oude binnenstad met zijn smalle straten en statige, rechte gebouwen met gekleurde luiken. We bezoeken de kathedraal van Begona waar we een tijdje zitten te mijmeren in de oude banken en waar we steun vragen voor alle DSCN6335 - kopiemensen die ziek zijn. We drinken koffie met zoete broodjes en eten pinxos in het culturele centrum van Bilbao. Ineens ziet Frans een winkel waar zijn hart sneller van gaat slaan. Ze verkopen er de nieuwe versie van de Thermomix, onze veelzijdige keukenmachine. Frans is direct enthousiast en wil graag de nieuwste versie aanschaffen. Ik denk vooral: ‘wat moeten we met weer zo’n apparaat’.

Natuurlijk wandelen we nog even langs het IMG_20161014_134013Guggenheim museum en bekijken het vanaf de overkant van de rivier vanwaar we een goed overzicht hebben op het wonderlijke bouwwerk. Voor 95 cent nemen we de ‘funicular’ omhoog voor een panoramisch uitzicht over de stad. We wandelen langzaam terug en pauzeren nog even voor een drankje en een hapje voor we ons appartement weer hebben bereikt. Na het eten wandelen we in het donker nog eenmaal langs de rivier naar het Guggenheim museum dat prachtig blauwpaars verlicht is. We maken foto’s uit allerlei hoeken en standen, zitten een tijdje op een bankje te kijken naar het lichtschouwspel en nemen dan afscheid van het Guggenheim. Moe maar tevreden duiken we het comfortabele bed in.

’s Ochtends word ik gewekt door de huislijke geluiden van de buren; de wasmachine die draait, iemand die naar het toilet gaat, een stoel die wordt verschoven. Dat heb je als je met zoveel mensen in een oud flatgebouw woont. Ik ben dankbaar dat ik in een huis mag wonen met privacy en een parkeerplaats voor de deur.

En dan komt het onvermijdelijke moment van de camper uit de parkeerplaats rijden. We hebben het lang voor ons uitgeschoven, maar nu is het moment aangebroken. Frans gaat achter het stuur zitten en ik loods hem zo goed mogelijk, centimeter voor centimeter achteruit tussen de geparkeerde auto’s door. Achter de ramen en op de balkons zie ik overal glurende ogen die ons staan te bekijken. We worden nauwlettend in de gaten gehouden. Frans manoeuvreert de camper achterwaarts tussen de auto’s door. Het gaat tot op de centimeter. Soms moet ik een spiegel van een geparkeerde auto inklappen. Maar het gaat goed. We komen er zonder krassen of deuken uit. Een goede samenwerking.

Bij de ingang van de Eroski supermarkt staat al dagenlang een vriendelijke jongen met een dikke muts en oorwarmers op. Hij houdt bescheiden een bekertje voor zich, zonder iets te vragen. Hij zegt alleen maar vriendelijk goedendag. Ik wil hem graag iets geven. Terwijl Frans op het uiteinde van de parkeerplaats staat, ren ik snel naar de jongen toe. Hij glimlacht breed als ik hem vraag wat hij daar bij de ingang van de supermarkt doet. Hij heeft geen baan én geen papieren. Hij komt uit Nigeria. Hij vraagt waar ik vandaan kom. Als ik antwoord dat ik uit Holland kom en vraag of hij dat misschien kent, antwoord hij: ‘oh yes, Oranje, plays very nice football. I like, Ruud van Nistelrooy playing with Manchester United. Ik ben telkens weer verrast hoe populair het Nederlandse voetbal wereldwijd is. Het gezicht van de jongen komt helemaal tot leven, hij is één stralende lach. Ik merk dat hij het leuk vindt om te praten, maar ik moet er vandoor, naar Frans die in de auto zit te wachten. Ja, denk ik, je zult toch in een vreemd land zijn, waar niemand tegen je praat, waar niemand je ziet staan en waar je officieel niet eens bestaat. Ik ben blij dat ik mijn gevoel heb gevolgd en hem iets heb gegeven, al is het natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat.

Via de snelweg rijden we naar Zarautz waar we een camping vinden die op een hoog plateau ligt. We krijgen een plaats met uitzicht op zee en de omringende, sappige, groene heuvels. Het is lekker weer geworden en de lucht is strak blauw. We lunchen vanaf ons mooie plekje en wandelen dan naar zee. We volgen een pad met houten treden dat tegen de steile heuvel is aangelegd. Het landschap heeft iets weg van Engeland vinden we. We komen in een prachtige, weidse baai met helder blauw water en geel zandstrand. Het water is hier fris met hoge golven. Ik durf er eerst niet goed in te gaan. Ik ben bang dat de golven me tegen de grond slaan. Van één van de vele surfers leer ik dat ik eerst door de branding heen moet zien te komen, daarachter is het veilig. Zeker omdat het nu vloed wordt. We spelen een tijdje in de golven en laten ons dan op het strand opwarmen door de zon. We maken een wandeling langs het strand en in de late middagzon nemen we op een terrasje een drankje. Het is gezellig druk. Overal zijn spelende kinderen, maken mensen gezellig een praatje met elkaar of drinken samen iets. De zee ligt vol kleine stipjes: de surfers die wachten op een hoge golf. Rond zessen wandelen we terug naar de camping. Wat is het leven toch mooi.

IMG_20161018_130857Het is zaterdagavond en we besluiten in Zarautz iets te gaan eten. We vinden een parkeerplaats voor de camper en lopen het centrum in. Het is ongelooflijk druk in de straten. Overal staan mensen op straat met wijn en bier. Het is zo druk dat we bijna niet kunnen lopen. De bars en restaurants puilen uit. We vinden een leuk restaurant, maar krijgen te horen dat alles voor vanavond vol zit. Het is feest in Zarautz. Ze vieren het feest van de vriendschap. Dit betekent dat je IMG_20161015_133421samen met je vrienden in hetzelfde T-shirt rondloopt en samen uit eten gaat. De kans dat we een plekje in een restaurant zullen vinden is nihil. We duiken net voor sluitingstijd een supermarkt in en graaien snel wat eetbare spullen bij elkaar. Het is inmiddels negen uur en we hebben flink honger. Om de ergste honger te stillen nemen we alvast een ijsje, daarna rijden we terug naar de camping. We willen eerst nog gaan koken, maar het is inmiddels tien uur geweest en we gaan aan IMG_20161015_133502de crackers met chips en nootjes als avondmaaltijd. We zitten in de camper, want achter ons staan een aantal tentjes met blowende jongeren en ik word spontaan high als ik buiten ga zitten. Ik kan de slaap niet vatten. Ik schrik telkens wakker van het lachen en praten van een groepje jongens dat buiten bij hun tentjes zit. Ik gun ze een plezierige zaterdagavond, maar om half twee stap ik uit bed en loop in mijn nachthemdje naar ze toe met het verzoek of het IMG_20161015_195650wat zachter kan, omdat ik probeer te slapen. Het werkt. Hierna is het muisstil op de camping en val ik in een verkwikkende slaap.

Zondag 16 oktober gaan we naar het twintig kilometer verderop gelegen San Sebastian, dat in het Baskisch, Donostia heet. We parkeren de auto op goed geluk in een parkeergarage en zijn stom verbaasd als we bij het naar buiten lopen op een strand uitkomen. Voor ons ligt de zee met rollende golven, links en rechts zien we mondaine gebouwen, een wandelpromenade en sierlijke lantaarnpalen. Frans vindt het tijd voor een kopje koffie met uitzicht op zee. We wandelen langs de zee richting de haven van San Sebastian. Hier vinden we een authentiek, klein visrestaurant. Het is bijna lunchtijd, dus strijken we neer op de harde klapstoeltjes en vragen aan de ober wat hij ons kan adviseren, want op de menukaart staan voor ons onbekende vissen. Vandaag beveelt hij de ‘Monkfish’ aan. We bestellen Monkfish voor twee personen en weldra komt er een schaal met een grote, witte vis met grote botten en veel gebakken knoflook met aardappels. De vis smaakt heerlijk zacht en stevig.

Met een goed gevulde maag wandelen we naar Monte Urgull; een heuvel met een middeleeuwse vesting en een immens Christusbeeld dat in de hele stad te zien is. Vanboven af hebben we een mooi uitzicht over de baai. We wandelen via de andere kant terug en komen zo in de oude binnenstad met z’n smalle straatjes, barokke kerken en kathedralen. In een bar kijken we voetbal uit de Spaanse competitie en eten diverse ‘pinxos’ (hartige hapjes), die staan uitgestald op de bar. Op het plaza de Contistution nemen we nog een drankje. Op dit plein vonden ooit bloedige stierengevechten plaats die door belangstellend publiek werden aanschouwd vanuit de genummerde balkons met luiken. Er zijn meer dan vijftig balkons.

De schemering valt en San Sebastian krijgt extra glans in het donker. Het is bijna sprookjesachtig. Het strand, de zee, de lichtjes, de roodpaarse lucht. We maken wat foto’s en dan lopen we de parkeergarage in terug naar de camper.

Wat meer naar het binnenland ligt het natuurpark Paguta waar we vandaag een mooie wandeling maken. We parkeren de auto in het pittoreske dorpje Aia en lopen via een lokaal uitgezette wandeling naar Orio. Het pad is afwisselend en biedt vergezichten over de ronde, groene heuvels met boerderijen. Het heeft iets weg van Oostenrijk. De boerderijen hebben geen adres, maar staan aangegeven met naambordjes. Elke boerderij heeft een Baskische naam. We lopen langs landerijen en weide gebieden. We klauteren over hekken en afrasteringen, dan weer komen we in het bos en wandelen langs een riviertje. Op het eind lopen we tussen de wijngaarden door.

In het bos treffen we een ranke, bruinrode koe met een klein kalfje aan. Ze kijkt ons alert aan en ziet eruit of ze bereidt is ons op haar scherpe horens te spiesen als we ook maar één vinger naar haar kalfje durven uitsteken. Ze blijft ons even indringend aankijken en loopt dan met een verrassend elegante spurt weg, dwars door greppels en sloten heen dravend met het kleintje achter haar aan. Een uurtje later zien we de twee weer terug, grazend op een sappige heuvelrug. Mams, kijkt ons weer oplettend aan en besluit dan dat we waarschijnlijk geen gevaar vormen, want ze grazen rustig verder. Dit in tegenstelling tot een ram met flinke horens die er met zijn vijf vrouwen als een razende vandoor gaat.

Onderweg treffen we wat boeren aan bij wie we over het erf lopen. Ze maken een praatje met ons.  We merken dat de mensen het hier leuk vinden dat we het pad gebruiken dat zij voor toeristen hebben uitgezet. In Orio nemen we de bus terug naar Aia. Vanuit Aia is het nog twintig minuten rijden naar onze camping in Zarautz. We hebben genoten van de landelijke wandeling en weer een betere indruk gekregen van het leven in Baskenland.

Onze laatste dag in Spanje is aangebroken. Het is vandaag met zestien graden wat frisser dan normaal, maar de zon schijnt en dat maakt veel goed. De wind is gedraaid van zuid naar noord en dat betekent dat het kouder gaat worden. We maken een wandeling langs de kust naar Getaria dat op een klein schiereilandje ligt. Bij de haven nemen we een drankje en dan pakken we de bus terug naar het strand van Zarautz. Het is eigenlijk net te koud om te zonnen, maar we doen het toch. Nog even wat vitamine D opslurpen voor we de Hollandse winter in duiken. We nemen ook een verfrissende duik in zee en springen in de hoge golven als een klein kind. Ik krijg zo’n energie van de zee, de golven en het frisse water. Ik geniet met volle teugen en voel me helemaal opgeladen als we terug de berg op klauteren naar de camping.

’s Avonds rijden we naar het centrum van Zarautz en doen inkopen voor onderweg.  We willen deze laatste avond in Spanje uit eten gaan. Maar wat schetst onze verbazing? Alle vier de restaurants van Zarautz zitten dicht. De één wegens vakantie, de ander wegens familie omstandigheden en de anderen om onbekende redenen. We hebben geen geluk bij het uit eten gaan in Zarautz: zaterdag zat alles vol, nu zit alles dicht. Op de weg terug naar de camping vinden we een afhaal pizzeria, die gelukkig hele lekkere pizza’s blijkt te hebben.

Woensdag 19 oktober staan we nog in het donker op en nemen afscheid van deze fijne plek. Dag Zarautz. Tot de volgende keer. We komen hier vast nog een keertje terug. Al snel zitten we op de snelweg richting Bordeaux en passeren we de Spaans-Franse grens. We ontbijten in Frankrijk met stokbrood en brie én een heel lekker frambozen gebakje. De 1.400 kilometer naar huis zijn voor ons te ver om in één keer af te leggen. We zullen ergens halverwege overnachten. Dit is precies in de Loire streek en ik bedenk dat het leuk is om het nuttige met het aangename te verenigen en een mooie overnachtingsplaats bij één van de vele kastelen te regelen. De keuze valt op kasteel Chamblon waar we op het terrein een nieuwe camperplaats met twaalf plaatsen vinden. We komen rond vijf uur aan op het grote landgoed waar we eerst een wandeling om het kasteel maken om ons een beetje te oriënteren en de benen te strekken na de lange autorit. Het wordt al snel donker en het begint te regenen, maar dat is niet erg want het is warm en knus in onze camper. Als we het lampje uitdoen is het echt pikdonker. Er is op het landgoed geen verlichting en ik zie letterlijk geen hand voor ogen.

IMG_20161020_100107We worden wakker van de zon die goudgeel schijnt op de bomen met herfstkleuren. De lucht is strakblauw en het kasteel ziet er imposant uit. We kopen kaartjes voor het kasteel en krijgen een tablet mee met uitleg in het Nederlands. Het pronkstuk van het kasteel is een dubbele wenteltrap die midden in het kasteel staat en die van vier kanten af te betreden is. Het zijn eigenlijk twee in elkaar draaiende trappen. Twee mensen die allebei een verschillende trap nemen komen IMG_20161020_115247elkaar niet tegen! Er zijn fraai ingerichte vertrekken met meubilair uit de tijd van de Franse koningen. Er is ook een kapel en een zogenaamde ‘bidkamer’. Hier mediteerde de Franse koning. Ik kan merken dat de kamer hier ook echt voor is gebruikt. Er hangt een hele fijne energie. In de kapel is een tentoonstelling die ‘Terre de Loire’ heet. Een Japanse kunstenaar heeft 1.000 stukjes aarde uit het Loiregebied gedroogd, gezeefd en op een wit blaadje neer gelegd. Dit geeft een prachtig mozaïek van verschillende tinten aarde. Daarnaast heeft hij een opstelling gemaakt van parfumflesjes met de verschillende stukjes aarde die een mooie kleurschakering geven. Indrukwekkend.

We lunchen uitgebreid bij de tearoom op het terrein van kasteel Chamblon en koersen dan richting Parijs. De reis verloopt voorspoedig en we zijn dan ook totaal niet voorbereid op het verkeersinfarct in de Franse hoofdstad dat ons te wachten staat. Om half drie ’s middags staan we muurvast op één van de rondwegen. We schuifelen vooruit met een gemiddelde snelheid van 6 km per uur zie ik op de tomtom. De tomtom probeert naarstig alternatieve routes te bedenken en loodst ons van snelweg naar snelweg, tot we geen idee meer hebben waar we zitten. Als de tomtom ons van de snelweg af stuurt, denken we dat hij ons met een grote boog om Parijs heen wil sturen, maar helaas, we komen nu uit in de binnenste ring van de stad en dat is niet echt een vooruitgang. Ik sta op een helling met drie rijen dik auto’s naast elkaar die proberen samen te komen tot één rijbaan. De Parijzenaars rijden arrogant en agressief. Je moet jezelf er tussendrukken, anders maak je geen kans. We houden onszelf voor dat er uiteindelijk een einde moet komen aan de file. Maar het vergt wel enig geduld. Rond zes uur hebben we 34 kilometer file gehad en komt er weer wat ruimte op de weg. We hebben het omgedoopt tot interessante ervaring. Wanneer maak je nu zoiets mee?

We krijgen het idee om langs onze vrienden in Brugge te gaan. Dat is maar een klein stukje om en dan kunnen we ze tenminste nog even zien. We sturen een appje dat we graag een kopje thee komen drinken. Nick blijkt een presentatie voor zijn werk te geven in Antwerpen en zal niet voor elf uur vanavond thuis zijn. Els geeft in Brugge een lezing. We besluiten Els te verrassen en rijden naar het adres waar ze de lezing geeft. We drukken op de bel en worden als vanzelfsprekend binnen gelaten. Niemand die ons vraagt wie we zijn of wat we komen doen. We trekken onze schoenen uit en worden al snel opgenomen door de groep. Els haar ogen worden zo groot als schoteltjes als ze ons ziet. Stralend komt ze ons omarmen. We zijn net op tijd om het gedeelte na de pauze mee te beleven. En zo zitten we even later relaxed te mediteren en te luisteren naar wat Els te vertellen heeft. Het is leuk om Els aan het werk te zien. Ze kan boeiend vertellen en het inspireert mij om zelf lezingen te gaan geven.

We gaan mee naar huis en praten in een paar uur bij onder het genot van een kopje thee. Het is al laat als we gaan slapen. Ons laatste nachtje in de camper.

De volgende ochtend worden we gewekt door de kindjes. We ontbijten samen en brengen de kinderen naar school. Nog even kletsen met Els en dan is het tijd voor de laatste etappe. Ik heb een boost energie gekregen van onze ontmoeting. Het is druk op de weg en het laatste stuk rijden valt ons zwaar. Thuis is het wennen aan de kou, aan de woonkamer die aanvoelt als een balzaal en aan Lana, die als een hondje om onze voeten drentelt en ons geen moment alleen laat. Het went snel. Het is fijn om weer thuis te zijn, ook al overweeg ik voor volgend jaar een overwintering in Spanje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lezing

Dinsdag 25 oktober ging een lang gekoesterde wens in vervulling: ik heb een lezing gegeven over mijn boek en mijn ervaringen met borstkanker. Eigenlijk was het geen echte lezing. Ik werd namelijk geïnterviewd door een journaliste. Zij stelde de vragen en ik gaf de antwoorden. Dat vond ik een gemakkelijkere vorm dan zelf een hele lezing in elkaar zetten. De dag tevoren was de journaliste bij ons thuis geweest om de sfeer te proeven en de voorgestelde opzet met vragen aan mij voor te leggen. We zouden niet ingaan op het ziekteproces, maar op mij als persoon en hoe ik met de kanker was omgegaan.

Ik kreeg een compliment van de journaliste; ze had mijn boek in één adem uitgelezen, kon er niet mee stoppen. Ze vond het echt goed geschreven. Alle zinnen volgden elkaar logisch op vertelde ze, waardoor je blijft lezen. Ze denkt dat het boek veel mensen tot steun kan zijn en dat mensen er zinvolle informatie uit kunnen halen, omdat ik alles heel nauwkeurig heb beschreven. Wauw wat een compliment, ik bloosde ervan.

Op de avond zelf was ik behoorlijk gespannen. Wat zou mijn publiek van het verhaal vinden? Met schrijven denk ik niet zo na over wat mensen ervan zullen vinden, daardoor ben ik op papier meestal openhartiger dan in gesprekken. Ik keek naar de gezichten die op mij gericht waren, maar kon er niets uit afleiden. Het was muisstil. Zou mijn verhaal voldoen aan hun verwachtingen? Zouden ze er iets aan hebben en het boeiend vinden?

In eerste instantie was ik teleurgesteld dat er maar tien mensen op mijn avond verschenen. Maar uiteindelijk was het precies goed zoals het was. Een klein groepje waardoor de sfeer intiem en veilig was. Na een korte introductie van mezelf, begon de journaliste met de vraag wat schrijven voor mij betekent.  Aan de hand van de volgende vragen ontvouwde het verhaal zich als vanzelf. Af en toe vulde de journaliste wat aan en we lazen om de beurt korte passages uit het boek voor. Mooie muziek maakte het tot een geheel en gaf mensen tijd voor hun eigen gedachten en gevoelens.

Na afloop kreeg ik positieve reacties. De mensen waren onder de indruk en hadden het een mooie, inspirerende avond gevonden. Geheel boven mijn verwachting verkocht ik vijf boeken die ik allemaal persoonlijk heb gesigneerd. Het was fijn om te doen en ik kijk er met genoegen op terug. Het is mijn wens om vaker een lezing te geven over mijn boek en mijn ervaringen met borstkanker. Ik hoop dat het mensen inspireert en kracht geeft, hen aan het denken zet of helpt bij de verwerking van wat ze zelf hebben meegemaakt.

lezing

 

Plastische chirurgie

Vrouwen die een borst hebben geamputeerd kunnen kiezen uit een uitwendige prothese, vulling met siliconen of een borstreconstructie met lichaamseigen vet. Maar ook voor vrouwen zoals ik,  die een borstbesparende operatie hebben ondergaan, zijn er mogelijkheden om via plastische chirurgie de borsten weer van gelijke omvang te maken. Hiervoor zijn twee mogelijkheden: de kleine borst kan worden opgevuld met lichaamsvet uit buik of benen óf de grote borst kan worden verkleind door weefsel weg te halen.

Sinds mijn operatie heb ik een grote borst en een borst die een stuk kleiner is en waar een litteken met een deuk in zit. Het valt niet heel erg op, maar is wel zichtbaar als je er op let. Ik vind het niet echt een probleem en durf bijvoorbeeld best naar de sauna of in bikini rond te lopen. Toch koos ik ervoor een gesprek aan te gaan met de plastisch chirurg van het ziekenhuis om deze optie te onderzoeken. Ik zou dan willen gaan voor de verkleining van mijn grote borst.

Ik werd opgeroepen door een verpleegkundige in operatiekleding, die direct allerlei vragen ging stellen. Het wekte de indruk dat alles al beslist was en ik alleen nog even hoefde te weten hoe het eruit zou komen te zien. Daarom benadrukte ik nog maar eens dat ik was gekomen voor een oriënterend gesprek en ik nog helemaal niet had besloten óf ik me wel wilde laten opereren.

De verpleegkundige schoof een map naar me toe met foto’s van verkleinde borsten. Ik vond het er allemaal niet heel erg aantrekkelijk uitzien. Daarna liet ze me alleen en moest ik nog een hele tijd wachten voor de plastisch chirurg kwam. Die vertelde dat ze zouden werken met een ankerlitteken: een groot litteken onder de borst met een lijntje omhoog naar de tepel. Het was afwachten hoe mooi het litteken zou genezen, dat was voor iedereen verschillend. Er kon ook wat hard weefsel ontstaan en een deel van de borst zou gevoelloos worden. Na de operatie zou ik zes weken lang mijn arm moeten ontzien, dus ook bijvoorbeeld geen autorijden. En ik zou zes weken lang dag en nacht een grote sport bh moeten dragen. Dat was heel belangrijk om alles goed te laten genezen. Het zou toch een grote operatie zijn met een kleine kans op complicaties als infectie of nabloeding.  Voor mij was er weinig nieuws bij, want ik had al deze informatie ook al op internet gevonden.

De chirurg vroeg of ik me even uit wilde kleden om de borsten te bekijken. Voor ik het goed en wel in de gaten had, tekende hij met een grote, zwarte viltstift lijnen op de borst, greep met zijn hand mijn borst en duwde een stuk weefsel naar binnen om te laten zien hoe het ongeveer zou worden.
Nu heb ik me de afgelopen twee jaar al behoorlijk vaak uitgekleed om mijn borsten te laten bekijken en bevoelen, maar dat gebeurde altijd respectvol en ik voelde me er nooit vervelend bij. In dit geval voelde ik me echter behandeld als een stuk vee dat gekeurd werd voor de markt. Alsof ik een stuk vlees was waar gemakkelijk wat vanaf gesneden kon worden.

Mijn besluit was snel genomen: ik zou niet in me laten snijden door deze man. Misschien dat er andere plastische chirurgen zijn die wel respectvol met menselijke lichamen omgaan, maar dat ga ik niet meer uitzoeken. Ik merk dat ik het moeilijk vind om in mijn borst te laten snijden, terwijl het een gezonde borst is waar niets mis mee is, alleen dat ik hem een beetje aan de grote kant vind. Ik wil ook geen gevoelloze borst met een groot litteken. Bovendien kan ik het echt niet opbrengen om weer zes weken rustig aan te doen, mezelf te ontzien en moe te zijn. Net nu ik me weer fit en energiek voel. Nee, er is genoeg gedokterd aan mijn lijf. Ik heb het overwogen, goed onderzocht en me laten informeren en besloten het niet te doen. Ik blijf gewoon met één grote en één kleine borst door het leven gaan. En daar ben ik blij mee.

Tennis

Op mijn veertiende kwam er in ons dorp een tennisbaan. Het was zo’n beetje het enige wat je als puber kon doen in ons dorp, dus werd ik lid van de tennisclub en leerde ik tennissen. Het begin vond ik lastig, maar toen ik de slag eenmaal te pakken had werd ik steeds fanatieker. Ik deed mee met de clubkampioenschappen en speelde competitie. Ik ben altijd blijven tennissen, al werd ik in de loop der jaren minder fanatiek. In Doetinchem speelde ik al jaren met een vast clubje dames op de maandagavond. Daar ben ik mee gestopt toen ik de diagnose borstkanker kreeg en ik moest worden geopereerd aan mijn borst, waarbij ook de lymfeklieren van mijn rechterarm zijn weggehaald.

Ik had me al verzoend met het idee dat ik nooit meer zou kunnen tennissen met mijn arm. Ik had het voorzichtig een keertje geprobeerd, maar toen was de arm warm en dik geworden. Ik wilde niets forceren en het risico op een lymfoedeem arm zoveel mogelijk vermijden. Ik zei tegen mezelf dat ik prima kon leven zonder tennis. Er bleven immers genoeg leuke dingen over. En ik was blij dat ik me weer steeds fitter en energieker ging voelen. Dus fietste ik op een maandagavond naar de tennisclub om mijn vaste tennismaatjes te informeren dat ik niet meer zou gaan tennissen, omdat ik het risico op verslechtering van mijn arm niet wilde lopen. We lunchten nog een keertje gezellig met z’n allen en daarmee eindigde dan mijn ‘tenniscarrière’.

Toch begon het weer te kriebelen. En voor ik het zelf in de gaten had, appte ik één van de tennismaatjes of ze een keertje met mij wilde tennissen om uit te proberen of ik het nog zou kunnen met mijn arm. We begonnen met mini-tennis, waarbij we maar een klein deel van de baan gebruikten en elkaar heel zacht de bal toespeelden. Ik was nog heel voorzichtig en voelde ieder trekje en pijntje in mijn arm, maar ik raakte de bal verrassend goed. Het was net of ik vorige week nog had gespeeld in plaats van twee jaar geleden. We hadden rally’s van wel dertig keer en al snel hijgde ik als een paard van de inspanning. Mijn conditie was nog minimaal. Ik had niet verwacht dat ik er zo van zou genieten om weer op de tennisbaan te staan. Het heerlijke gevoel als je de bal goed raakt en deze als vanzelf over het net vliegt. We spraken snel nog een keer af. Ik wilde een paar keer spelen en dan beslissen of ik lid zou blijven van de tennisclub of dat ik echt definitief zou stoppen.

De tweede keer kwam ik net terug van vakantie. Ik voelde me krachtig en vol energie en ik speelde al snel bijna voluit. Ik durfde weer echt te slaan en dacht nauwelijks aan mijn arm. Het ging bijna weer als vanouds. Na twintig minuten merkte ik dat ik moest stoppen. Mijn arm werd dik en zwaar. Nu werd het spannend. Hoe snel zou de arm herstellen? Hoeveel last zou ik krijgen van het tennissen? Thuis gekomen was mijn steun en toeverlaat Frans er om mijn arm zachtjes te masseren en de huidlagen los te maken, zodat het vocht makkelijker kan worden afgevoerd.  Het heeft geholpen. Na een dag was de arm weer hersteld! Daarom probeer ik nu iedere week een half uurtje te tennissen. We bouwen het langzaam op. Serveren en hoge ballen lukken nog niet. Maar wauw wat vind ik het gaaf dat ik weer een beetje kan tennissen. Het begin is er.

Humberto Tan

De journaliste die me heeft geïnterviewd bij het Inloophuis Oude IJssel vraagt of ze een artikel over mij en mijn boek mag plaatsen in het weekblad Stad Doetinchem. Nou heel graag natuurlijk.

IMG_20161130_0002

Als de krant bij mij in de brievenbus valt, blader ik snel door naar de pagina waar mijn interview staat. De titel is ‘Intens geschreven boek geeft inzicht in een leven met borstkanker’ en er staat een foto bij van mij in een boom in onze tuin. Wanneer ik het artikel met trots heb gelezen, valt mijn oog op het artikel ernaast met de kop ‘Humberto Tan naar Talententuin in Ulft’. In een split second besluit ik dat dit mijn kans is om Humberto Tan kennis te laten maken met mijn boek. Helaas lees ik op de website dat alle kaartjes voor de sessie met Humberto Tan al zijn uitverkocht, maar ik besluit me hier niet door te laten afschrikken.

Vrijdagochtend tien uur rijd ik naar het Dru terrein in Ulft waar Humberto van half elf tot elf uur een lezing zal houden. Ik parkeer mijn auto en verken het terrein. Er waait een stevige, koude noordenwind. Hoe gaat zoiets in zijn werk, vraag ik me af. Komt hij in een auto met chauffeur? Verlaat hij het pand via een geheime achterdeur? Zullen er fans zijn die net als ik staan te wachten? Zal ik worden weggehouden door beveiligingsmensen? Zullen er dranghekken zijn?

Als ik bij het gebouw aankom waar de lezing zal plaatsvinden tref ik een leeg plein aan. Er is niets dat erop wijst dat in het gebouw een bekende Nederlander aanwezig is. Er zijn geen dranghekken. Sterker nog, er is helemaal niemand te zien. Ik loop een rondje om het gebouw en zoek naar een achter uitgang. Zou hij hier straks weg sneaken of zou hij gewoon via de hoofdingang naar buiten lopen? Ik speur de omgeving af naar een auto met chauffeur maar die kan ik nergens ontdekken. Dan loop ik over het parkeerterrein om te kijken of ik zijn auto kan traceren. Bijna alle auto’s vallen direct af, omdat ze op de kentekenplaat de naam van een garage uit de buurt hebben staan. Uit mijn onderzoek komen twee opties naar voren: een donkerrode Tesla en een zwarte Audi A6. Welk van die twee zal de auto van Humberto zijn? Ik gok op de zwarte Audi met op de kentekenplaat Rai garage Amsterdam.  Ik gluur naar binnen en zie behalve een caramelkleurige leren bekleding, een afgekloven appel en een geruite jas op de achterbank liggen. Ik vind het echt een jas voor Humberto. Dus besluit ik post te vatten bij de zwarte Audi. Hij zal toch een keer zijn auto in moeten stappen en nét voor dat moment zal ik hem mijn boek aanbieden. In gedachten oefen ik wat ik tegen hem zal zeggen. Ik ben bang dat mijn stem het niet zal doen op het moment suprême of dat ik het boek niet snel genoeg uit mijn tas kan krijgen. Het is kwart over elf. Ik verwacht nu dat hij elk moment kan verschijnen. Ik sta inmiddels driekwartier buiten en mijn tenen beginnen gevoelloos te worden.

De tijd verstrijkt, maar wie er ook verschijnt geen Humberto Tan. Ik voel me net een stalker. Ik sta inmiddels ruim anderhalf uur heen en weer te drentelen voor de auto waarvan ik denk dat hij van Humberto is. Ik bedenk dat hij vast via de achterdeur is ontsnapt en al lang en breed op weg is naar zijn volgende afspraak. Misschien had ik toch op die rode Tesla moeten gokken. Maar mijn intuïtie zegt dat ik gewoon moet volharden. Geduldig afwachten. Het zou toch jammer zijn als ik hem net misloop, omdat ik te vroeg naar huis ben gegaan. Het is inmiddels bijna één uur. Alles in mijn lichaam is gevoelloos geworden van de kou.

Helaas. Het is niet gelukt. Nou ja, ik heb het in ieder geval geprobeerd. Ik loop een stukje naar de parkeerplaats waar mijn auto staat. En dan zie ik een groepje opgewonden studenten aan komen lopen en ja hoor, middenvoor loopt een kleine, chocolade kleurige man met een donderblauw pak. Is dit echt Humberto? Het voelt een beetje onwerkelijk, na al die tijd wachten. Ja, hij is het echt. Het groepje loopt in rap tempo af op de zwarte Audi waar ik ruim twee uur bij heb staan wachten. Ik realiseer me dat ik slechts één kans heb en die is nu. Ik moet snel handelen anders is het moment voorbij.

Ik stap op het groepje af en roep ‘Humberto’. Hij draait zijn hoofd naar me toe en dan zeg ik snel: ‘mag ik je mijn boek aanbieden?’. Hij loopt door,  ik loop met hem mee. Hij kijkt een beetje verbaasd en neemt dan mijn boek aan. Ik zeg: ‘ik zou het heel fijn vinden als je het wil lezen. Ik hoop dat vrouwen met borstkanker kracht en inspiratie kunnen putten uit mijn boek’.  ‘Ja, dat begrijp ik’, zegt hij, maar ik krijg erg veel boeken en kan niet beloven dat ik het ga lezen. Ik zal het in ieder geval doorbladeren.’ Ik kan hem niet zo goed zien, want ik kijk tegen de zon in. Dan steekt hij snel zijn hand uit om me te bedanken.

Daarna wordt hij overvallen door de studenten die hem omringen en allemaal met hem op de foto willen. Ik sta erbij en kijk ernaar. Ik bedenk dat ik ook wel met hem op de foto wil, maar ik sta te lang te klungelen met mijn mobiel en dan is het moment voorbij. Hij stapt in zijn zwarte Audi en rijdt rustig weg. Hij is net als op televisie: relaxed, vrolijk en vriendelijk.

Even later zit ik koud en beduusd in de auto. Het is gelukt. Ik heb mijn boek kunnen overhandigen. Nu maar hopen dat hij het ook gaat lezen. Die kans is niet zo groot, want hij krijgt heel veel boeken om te lezen. Ik zie nog zijn kleine, uitgestoken hand voor me. Het deed me denken aan de hand van Lewis Hamilton, die ik ook ooit heb geschud, alleen was die veel zachter. Maar dat is een ander verhaal.

Zingeving

Frans is samen met een kameraad aan het hardlopen in het bos achter onze woning. Ik heb afgesproken met een vriend in de sauna. Als ik de deur uitloop zie ik dat de hardloopvriend van Frans zijn auto op onze oprit heeft geparkeerd, waardoor ik er niet uit kan met de auto. Mijn eerste impuls is om vreselijk boos te worden en gedachten als ‘wie zet er ook zijn auto zomaar bij ons op de oprit’ en ‘stom dat ik er niet aan heb gedacht hem te vragen waar hij zijn auto heeft geparkeerd’ schieten door mijn hoofd. Drama ligt op de loer. Toch is er iets in mij dat een andere keuze maakt. Iets in mij dat zich afvraagt wat eigenlijk het probleem is. Dat ik er niet uit kan met de auto en misschien een half uurtje moet wachten tot de mannen terug zijn en dan iets later in de sauna zal arriveren? Is dat het waard om me zo op te winden? Ik voel direct mijn innerlijke rust terugkeren. Ik stuur mijn vriend een appje dat ik iets later kom en geniet van een kopje thee tot de mannen terug zijn.

Bij aankomst in de sauna vraagt mijn vriend hoe het voor mij was dat de oprit voor mij geblokkeerd was. Ik antwoord dat ik de neiging had om boos te worden, maar dat ik er uiteindelijk voor heb gekozen om dat niet te worden.  ‘Heel goed’, zei hij.
Als we na een warm zoutbad aan de lunch zitten, vertelt hij over de cursus die hij afgelopen week heeft gevolgd. Hij vertelt dat er vier niveaus zijn waarop je kunt reageren op een situatie. Het laagste niveau is het niveau van het ons allen welbekende ‘drama’. We bezien de situatie als iets vreselijks en onrechtvaardigs dat ons is overkomen. De tweede manier om naar een situatie te kijken is om de situatie te zien als een probleem dat opgelost kan worden. Het zit in onze genen om naar oplossingen te zoeken en het geeft ook een goed gevoel als dit lukt. Bij het derde niveau vraag je jezelf af: ‘wie wil ik zijn in deze situatie?’ en ‘hoe wil ik reageren?’. Je bent je ervan bewust dat je een keuze hebt. Op het hoogste niveau speelt de vraag: ‘wat wil er gebeuren?’ of ‘wat wil deze situatie mij duidelijk maken?’ De situatie krijgt zin en betekenis.

Ik moet terugdenken aan het moment dat ik verdrietig, boos en verslagen bij de vijver zit, omdat ik net de diagnose borstkanker heb gekregen. Ik heb het idee dat het zwaard van Damocles mijn hoofd eraf gaat hakken en ik vraag me af of ik ooit nog gelukkig zal zijn. En dan komt uit het niets het inzicht: ik kan hier een drama van maken en dan wórdt het ook een drama óf ik kan proberen er een waardevolle periode van te maken. De uitdaging is om de kanker te zien als een zinvolle ervaring die ik ga meemaken. Deze benadering heeft me veel opgeleverd en het hele proces lichter en luchtiger gemaakt.

Als ik thuiskom van een heerlijk dagje sauna, valt mijn oog direct op een grote, witte vlek op mijn lievelingskastje in de gang. Bij navraag blijkt dat Frans er een warm koffiekopje op heeft gezet. Ik probeer snel of ik de vlek weg kan poetsen. Als dit niet lukt, haal ik de pot met bijenwas tevoorschijn om de vlek te laten verdwijnen. Maar wat ik ook probeer, niets helpt. De vlek blijft duidelijk zichtbaar. Nu ik geen oplossing voor het probleem heb schiet ik door naar niveau één; ik ga tekeer als een echte ‘drama queen’. Tierend en stampvoetend loop ik door het huis. Bah, denk ik boos, nu zal ik altijd als ik binnenkom, die stomme vlek zien en aan Frans denken die zo lomp was zijn koffiekopje op míjn mooie kastje te zetten en de machteloosheid voelen dat ik niet in staat ben de vlek weg te krijgen. Ergens in mijn hoofd hoor ik de vraag: ‘Wat wil er gebeuren?’ ‘Wat wil het mij duidelijk maken?’ Zacht en mild stroomt het inzicht binnen:  altijd als ik binnenkom, zal ik de lelijke vlek zien en die zal me eraan herinneren dat ik zelf kan kiezen welke betekenis ik aan een situatie geef.

Het maakt niet uit wat er in je leven gebeurt, je hebt altijd de macht om er een waardevolle betekenis aan te geven. Je kunt zelf zin geven aan gebeurtenissen in je leven. Ook al gaat het om zoiets onnozels als een witte vlek op een kastje. Wát je overkomt, heb je niet in de hand, wél hoe je erop reageert en ermee omgaat. Waarmee ik niet wil zeggen dat je niet boos mag worden, maar wees je ervan bewust dat boosheid een keuze is. En als je ervoor kiest om boos te worden, geniet er dan van!

Dankbaar

Het bericht komt als een donderslag bij heldere hemel en verrast ons compleet. Een goede vriendin van ons is getroffen door een herseninfarct en ligt in het ziekenhuis. Het enige dat we kunnen doen is afwachten hoe het verder gaat. Het nieuws dringt nog niet echt tot me door. Het is zo onwerkelijk. Ik loop als een verdoofde zombie door het huis. Ik voel me onrustig en wil wat doen, maar weet niet wat. Ik voel de behoefte aan contact en om het aan zoveel mogelijk mensen te vertellen.

Mijn gedachten dwalen af naar Oudejaarsavond. Het was zo’n gezellige avond en we hebben samen zo gelachen. Er was niets wat erop wees dat ze drie dagen later in behoorlijk kritieke toestand in het ziekenhuis zou liggen. Ik ben blij en dankbaar dat we oudjaar samen hebben gevierd. Dit onverwachte onheil bevestigt voor mij weer eens dat het belangrijk is om zoveel mogelijk dingen in het leven te vieren. Uiteindelijk zijn dat toch de momenten waar je later in je leven met plezier op terug kijkt. Mijn vriendin is goed in het vieren van het leven. Ze is een zorgzame levensgenieter. Ik denk terug aan haar huwelijksfeestje van afgelopen voorjaar, ik zie haar voor me op haar vijftigste verjaardagsfeest en herinner me de fijne momenten dat ze er voor me was toen ik zelf ziek was. Ik hoop dat ik haar net zo kan ondersteunen als zij bij mij heeft gedaan. En dat ze goed hersteld natuurlijk.

’s Avonds krijgen we via de app gelukkig de eerste positieve berichten. Ze is bij, reageert soms op vragen en kan drie vingers van haar verlamde hand een klein beetje bewegen.  Nu is het afwachten hoe het herstel verder gaat verlopen. We zijn hoopvol gestemd.

Deze Kerst heb ik me voor het eerst in twee jaar weer fit en energiek gevoeld. Twee jaar geleden zat ik midden in de zware chemo’s en vorig jaar was ik nog doodmoe van de hyperbare zuurstoftherapie. Dit jaar sjouw ik echter met boodschappentassen, maak een kerstmenu en diverse hapjes, verbouw samen met Frans de woonkamer en tuig de kerstboom op om familie te ontvangen en samen kerst te vieren. Twee jaar lang hebben mensen voor mij gezorgd. Ik vind het heerlijk dat ik nu ook weer een beetje voor anderen kan zorgen. Dat herstelt de balans. Ik ben dankbaar dat ik dit weer allemaal kan. En ik ben dankbaar voor mijn lieve familie en trouwe vrienden.

Alleen de kerstkaarten zijn er dit jaar bij ingeschoten. Daarom wens ik iedereen een schitterend 2017 met veel momenten om samen te vieren en in dankbaarheid op terug te kijken.

bloemen

Gewoon

Het leven wordt weer langzaam gewoon voor mij en dat is een goed teken. Borstkanker is geen gespreksonderwerp meer. Ziek zijn is niet meer mijn wereld. Toch vind ik dat heel soms ook een beetje jammer. In het licht van de dood lijkt het of het leven iets magisch krijgt. Alsof het leven meer glans heeft. Alles lijkt intenser en waardevoller op het moment dat je je realiseert dat het leven eindig is. Elke dag is een geschenk die je zo goed mogelijk wil benutten. Tijd is kostbaar en helpt je om bewuste keuzes te maken. Ik heb dit echt zo ervaren en voelde me intens dankbaar en blij dat ik leefde. Toen de gewoonste dingen niet meer vanzelfsprekend waren, leek het alsof ik vanuit een ander perspectief naar de wereld keek, alsof ik het leven meer kon waarderen. Nu het leven weer gewoner wordt, spring ik geen gat meer in de lucht als ik boodschappen ga doen, doe ik geen vreugdedansje meer dat ik gewoon op de fiets kan springen en de wind door mijn haren voel waaien. Nu mijn vrienden zeggen dat de oude, vertrouwde Dorothé weer terug is, ben ik soms ook gewoon chagrijnig als ik de vaatwasser uitruim of de keutels van Lana moet opruimen. Het leven lijkt wat doffer. Gewoner.

Gisteren ben ik bij mijn vriendin met het herseninfarct op bezoek geweest. Het was een confronterend weerzien. Ik realiseerde me in één klap dat voor haar niets meer gewoon is. De kleinste dingen die ze doet worden gezien als een wonder. Ze mag nog geen vloeistof drinken, omdat er dan grote kans is dat ze zich verslikt. Haar hele linkerkant is verlamd. De thee, waar ze zo van houdt, hadden ze verdikt tot een papje en moest ze voorzichtig naar binnen lepelen. Ieder hapje vergde een enorme inspanning. Als ze het papje in haar mond had, moest ze in haar hersenen het signaal vinden om te slikken. Soms kon ze het juiste commando niet vinden en duurde het wel een minuut voor ze het papje kon doorslikken. Maar ze deed het wel. Ik ben geraakt door haar doorzettingsvermogen. Wat een power.

Vanochtend ben ik ‘gewoon’ opgestaan, ik heb gedoucht, gegeten en een mooie wandeling door de sneeuw gemaakt. Bij alles wat ik deed vroeg ik me af of mijn vriendin dit ooit weer zal kunnen. Ik realiseerde me hoe bijzonder veel dingen je doet op een dag zonder er bewust bij stil te staan en ervan te genieten dat je het kan.

Ik hoop dat mijn vriendin ooit weer gewoon kan eten en dat ík eten blijf zien als iets bijzonders. Het is fijn als het leven weer gewoon is, maar ook als het iets van zijn magische glans behoudt.

Expeditie versus pelgrimstocht

Mijn vriendin is overgeplaatst naar een revalidatie kliniek. Toen ik de eerste keer binnenkwam, moest ik wel even slikken toen ik bij de entree een rijtje ouderwetse rolstoelen zag staan op bruine vloerbedekking en een grote ronde tafel met daarom heen allemaal mensen in een rolstoel. Ik voelde direct een grote weerstand opkomen. Ik wilde hier helemaal niet zijn. Dat kwam waarschijnlijk omdat ik me voorstelde hoe ik het zou vinden om hier noodgedwongen te moeten verblijven. Vooral dat noodgedwongen is bij mij een triggerpoint.

Bij mijn tweede bezoek keek ik er al weer heel anders tegenaan. Frans en ik waren blij verrast mijn vriendin in de woonkamer aan te treffen. Ze zat in actieve houding in haar rolstoel en bladerde wat door een tijdschrift. Dat was een heel ander gezicht dan twee weken geleden in het ziekenhuis toen ze nog slap in haar rolstoel hing en me apathisch aankeek. Met tranen in haar ogen van blijdschap en ontroering, vertelde ze ons, dat ze vandaag weer had ‘gelopen’. YES, dacht ik, dit gaat de goede kant op. Uit haar verhaal maakte ik op dat het ging om lopen in een loopbrug, waarbij je met je armen op steunen hangt en het verlamde been wordt ondersteund door een spalk.

Ze vroeg naar onze vakantieplannen en vertelde dat ze hún vakanties hadden moeten annuleren, maar dat ze uitkeek naar de pelgrimstocht. Ik vroeg welke pelgrimstocht ze bedoelde. Nou, die naar Santiago de Compostella. Die wil ik gaan lopen. Ja, dacht ik trots, en dan lopen wij met je mee. Ik vind het knap, ze heeft zich een doel gesteld, ook al weet ze helemaal niet of ze ooit zover zal komen.

Op de terugweg in de auto mijmerde ik dat een pelgrimstocht eigenlijk heel toepasselijk is voor de situatie waar ze nu in zit. In tegenstelling tot mijn eigen reis, een grillige expeditie vol hoogte- en dieptepunten, met veel klimmen en dalen, is zij begonnen aan een lange, gelijkmatige voettocht, die ze letterlijk en figuurlijk stapje voor stapje zal moeten volbrengen. Een lange, zware reis ligt voor haar en het zal discipline, geduld en volharding vergen om door te gaan en de moed erin te houden. Gelukkig zijn dat eigenschappen die mijn vriendin in grote mate bezit.
Een pelgrimstocht betekent loslaten, niet alleen het dagelijks ritme, ook je  familie, je thuis, je leefwereld en je eigen gewoonten laat je tijdelijk achter je. Een pelgrim stapt gedurende enkele weken of maanden uit het gewone leven en leeft letterlijk langs de kant van de weg. Ook hier is er een parallel met de situatie waar mijn vriendin nu in zit. Ze heeft alles achter zich moeten laten wat haar dierbaar is, weg van huis, weg van haar gezin, weg uit haar leefwereld, om de onbekende wereld van het revalidatiecentrum binnen te treden.
Het ritme in het revalidatiecentrum is traag en rustig als het ritme tijdens een pelgrimstocht. Het leven is er eenvoudig en teruggebracht tot haar essentie: ademen, eten, oefenen en slapen. Maar met elke stap voorwaarts, hoe klein ook, komt ze dichter bij haar eindbestemming.

Ja, die pelgrimstocht naar Santiago de Compostella is een mooi doel en een goede stimulans, maar haar échte pelgrimstocht is al begonnen op het moment dat het bloedpropje de ader in haar hersenen afsloot. De lange weg naar herstel is haar eigenlijke pelgrimstocht, de tocht die zij moet afleggen. Wij kunnen slechts af en toe een stukje met haar meegaan, haar aanmoedigen door te gaan, de eindbestemming voor ogen te houden, maar zij zal het moeten doen. Het is haar tocht. De toekomst en de uitkomst zijn onzeker, maar elke reis begint bij de eerste stap en die heeft ze al gezet.

weg inslaan

Dikke arm

De afgelopen weken heb ik bijna ongemerkt een steeds dikkere arm gekregen. Eerst kreeg ik een harde, rode plek op mijn bovenarm, daarna zwol mijn onderarm op en op een ochtend werd ik wakker met een dikke, stijve hand. Nu ben ik wel gewend dat mijn rechterarm af en toe opzwelt van het vocht, maar tot nu toe kon ik dat met oefeningen altijd zelf weer wegkrijgen. Ik heb een heel lijstje met oefeningen die ik elke ochtend nog voor het aankleden netjes afwerk en ’s avonds in bed masseert Frans mijn arm om het vocht via de rug en de schouders af te voeren. Maar nu kreeg ik het vocht niet meer weg.
Dus contact opgenomen met de lymfetherapeut. Om te beginnen meet zij om de vier centimeter mijn beide armen op en stopt de gegevens in de computer. Mijn rechterarm is flink in omvang toegenomen sinds de laatste meting in juli en dat betekent meer vochtophoping. De uitslag is: sterk lymfoedeem. Gelukkig verwacht de lymfetherapeut dat ze mijn arm met massage en taping wel weer redelijk slank kan krijgen. Ik krijg nu twee keer per week een lymfedrainage massage en mijn rug en arm worden ingetaped om de vochtafvoer te bevorderen.
Ik word van de behandeling heel erg moe en ben die dag nauwelijks tot iets in staat. Maar voor het goede doel heb ik dat er graag voor over.

Na de eerste twee behandelingen is mijn arm echter nog meer opgezwollen en ik voel me net een Michelin mannetje: ik kan de arm nauwelijks meer buigen. Voor het eerst verlang ik naar een TEC, een elastische kous, een hulpmiddel waar ik eerst echt niet aan moest denken. Door het vocht ontstaat een hoge druk in het weefsel wat een bijzonder onaangenaam gevoel geeft, de TEC geeft tegendruk en daardoor verlichting.

De lymfetherapeut legt uit dat door de operatie en de bestraling mijn lymfevaten kapot zijn gemaakt. Op een poster toont ze het lymfevaten stelsel van het menselijk lichaam en ik begrijp dan wel waarom de afvoer van het vocht blokkeert. De buik, de oksels en de liezen zijn de hoofdwegen van het lymfestelstel en bij mij is de totale hoofdweg van de rechterarm afgesloten. Het vocht moet zijn weg vinden via minuscule vaatjes die waarschijnlijk door de bestraling ook nog stuk zijn gegaan. De lymfevaatjes zijn heel teer en kunnen door druk van buitenaf gemakkelijk dicht gedrukt worden. Daarom raden ze aan om geen rugzak te dragen, slaap ik altijd op mijn linkerzij en ben ik beducht voor mensen die me vriendschappelijk op mijn schouder slaan.

De toevoer is in tact, maar de afvoer is grotendeels geblokkeerd. Daarom is het verstandig om de toevoer te beperken. Dit betekent bijvoorbeeld mijn arm zo min mogelijk blootstellen aan zon,  warmte, extreme kou of temperatuur wisselingen. Maar ook statische belasting van de borstspier, zoals het dragen van een boodschappen tas of het tillen van een zware doos wordt afgeraden. Bewegen maar niet belasten is het devies. Beweging stimuleert de afvoer van het vocht. Het goede nieuws is dan ook dat ik wel voorzichtig mag tennissen en tafeltennissen met de arm, hardlopen is prima en zwemmen wordt sterk aanbevolen. Van de week toch maar eens een duik nemen in het overdekte zwembad bij ons in de buurt.

Het grootste risico op een dikke arm komt echter van virussen en bacteriën. Waarschijnlijk is het griepvirus dat ik in januari heb opgelopen de boosdoener. Een simpele verkoudheid, een ontsteking aan je kies of een wondje aan je vinger kan al lymfeoedeem uitlokken. Het dragen van huishoudhandschoenen wordt gepropagandeerd en kwetsuren aan de arm moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Tenslotte is vliegen door het drukverschil ook een risico om het oedeem te laten toenemen.

Ik heb ergens gelezen dat lymfeoedeem progressief is en ik vraag aan de lymfetherapeut hoe dat zit. Het blijkt dat als je last hebt van vocht dat niet kan worden afgevoerd, er een hoge druk ontstaat in de lymfevaten waardoor de in het vocht aanwezige eiwitten door de vaatwand naar buiten worden geperst. De eiwitten komen in je onderhuidse weefsel terecht en kunnen niet meer terug de lymfevaten in. In de loop der tijd vindt er een opstapeling van eiwitten plaats, dat zorgt voor een verharding van het weefsel, waardoor de afvoer van het vocht nog verder wordt bemoeilijkt. Ik was nogal verbaasd dat het lichaam de eiwitten niet opruimt, maar daar gewoon laat zitten.
In het beginstadium kunnen de eiwitten nog worden verdeeld door massage en kan de arm weer soepel worden, als het echter al te ver gevorderd is dan is de verharding blijvend. Gelukkig ben ik er op tijd bij en zijn de verwachtingen goed.

Zon, sneeuw en plezier

Vrijdag 24 februari vertrekken we richting de Dolomieten voor een skivakantie met mijn zwager, schoonzus en hun drie kinderen. Gelukkig is er van de storm en de heftige regenbuien van de avond tevoren niets meer te merken. Onder een stralend blauwe lucht doorkruisen we de Duitse Autobahn. De Tomtom signaleert diverse verkeersopstoppingen en loodst ons via een alternatieve route richting Heilbronn. Aangezien het in de avondspits overal druk is besluiten we de stad in te rijden om een hapje te eten. We parkeren de auto en lopen langs de grote kerk, een aantal leuke winkels en vinden aan de rand van de rivier een Italiaanse pizzeria waar ze verse pasta en pizza bereiden. We lopen nog een blokje om en vervolgen dan onze route richting Ulm waar we de nacht doorbrengen in een familiehotel waar we mijn zwager en schoonzus met hun kinderen ontmoeten. Na een uitgebreid ontbijt vervolgen we onze tocht, waarbij de tomtom ons een andere route adviseert dan de google maps navigatie van mijn zwager. Hierdoor lukt het helaas niet om gezamenlijk te lunchen. Hoewel het schoolvakantie is in Nederland en ik me had voorbereid op een helse tocht met lange files, valt de verkeersdrukte enorm mee. We rijden een alternatieve route langs bevroren
IMG_20170225_123951bergmeren en vers besneeuwde bomen. Sprookjesachtig. Het schiet niet erg op, maar dat vinden we niet erg. We strijken neer op een terrasje met uitzicht op een blauw meer. Het is zonnig en ik grap dat ik moet uitkijken om niet al te verbranden voordat we überhaupt zijn aangekomen op de plaats van bestemming. Ons neefje appt ons ‘dat hij de druk niet wil opvoeren, maar dat papa en mama al op het terras van ons appartement zitten te genieten’. Wij komen ruim anderhalf uur later aan. Ik heb genoten van de rit door de bergen. Duidelijk is dat er heel weinig sneeuw ligt, alleen de pistes zijn wit. Het is fijn om weer terug te zijn in Pozza di Fassa, een klein dorpje gelegen in het Fassa dal in de Dolomieten. De mannen halen bij Joey’s Pizza twee reuzen pizza’s die we met z’n allen verorberen.

Het is een stralende dag en we besluiten optimaal te profiteren van de sneeuw en de zon. We rijden naar de Carezza pas op 1.700 meter en beginnen de skivakantie met cappuccino en ‘apfelstrudel mit vanillesauce’.  Mijn schoonzus en ik maken een wandeling door de omgeving en de rest gaat met de stoeltjeslift omhoog om te skiën. Een goed begin is het halve werk.
IMG_20170227_120754Dinsdag rijden we naar het skigebied dat Passo Pellegrino heet en dat op 1.900 meter ligt. Terwijl de rest gaat skiën, maak ik een ontroerend, mooie wandeling door de sneeuw naar de Fucia hut. Het landschap is imposant en doet me denken aan Nepal. Ik voel me zo blij dat ik dit mag meemaken en dat ik dit weer kan. Op de terugweg voel ik me ineens uitgeput. IMG_20170227_124931Misschien was het toch een beetje te veel. Terug bij het beginpunt van de wandeling, plof ik neer in een ligstoel en laat me verwarmen door de zon, terwijl ik een dutje doe. Het leven is goed.
Als ik mijn ogen open doe, zie ik een steile, witte helling waar in een rustig tempo twee skiërs swingend en hangend in de bochten naar beneden IMG_20170227_130125komen. Even ervaar ik weer dat heerlijke gevoel, dat kleine zwiepje dat je krijgt als je een bocht maakt met skiën, het gevoel alsof je zweeft over de piste. Wat zou ik dat gevoel graag nog eens willen meemaken. Hoewel ik me vast heb voorgenomen niet meer te gaan skiën, omdat ik niet het risico wil lopen om mijn arm te blesseren, begint het – geheel IMG_20170227_131352tegen mijn eigen verwachting in – toch weer te kriebelen.
Dan zie ik een stel stralende kindergezichten. Mijn nichtjes en neefje vertellen opgetogen hoe heerlijk ze hebben geskied. ’s Avonds gaan we uit eten bij onze favoriete pizzeria en proberen de tiramisu uit.

Dinsdag sneeuwt het en we maken er een luie dag van. We kletsen, doen een spelletje, lezen een boekje en gaan dan lunchen bij Soldanella; een restaurant langs de skipiste. Met Frans en mijn schoonzus maak ik door de vallende sneeuw nog een wandeling naar een hut. Ik voel me de hele dag al moe en in de loop van de middag komt een irritante IMG_20170228_154822hoofdpijn op zetten. De volgende dag voel ik me nog niet fit en ik besluit een dagje rustig aan te doen. Terwijl Frans al vroeg vertrekt om de Sella Ronda te skiën en de anderen naar de Carezza pas rijden, instaleer ik mezelf in een ligstoel op ons terras. Ik geniet van het uitzicht. Alles is bekleed met een zacht, wit tapijt. De lucht is blauw en de zon al verrassend warm. Even vitamine D opsnuiven. Begin van de middag krijg ik eenIMG_20170301_093438 appje van Frans: zijn tocht van zo’n veertig kilometer verloopt vlot en we maken ergens op de route een afspraakje om elkaar te ontmoeten. Ik rijd er met de auto naar toe en loop het laatste stukje door de sneeuw. Iets over drieën kijk ik in het lachende gezicht van Frans. Hij heeft zo genoten van zijn tocht. Op de terugweg in het dorp stoppen we bij de skiverhuur. Even later kom ik naar buiten met skischoenen, ski’s, stokken en een helm. Ik ben er helemaal klaar voor. Morgen ga ik het weer proberen. Ik ga het gewoon doen.
Ze zijn allemaal verheugd dat ik weer ga skiën en ik word flink in de watten gelegd. Speciaal voor mij gaan we weer naar Passo San Pellegrino, omdat daar de lekkerste blauwe afdalingen zijn. Frans draagt mijn ski’s en mijn zwager maakt mijn schoenen vast. Ik maak me enigszins zorgen of ik het nog wel kan na drie jaar afwezigheid. Mijn schoonzus verzekert me dat het net zoiets is als fietsen; als je het eenmaal kunt verleer je het niet. En ze blijkt gelijk te hebben. Bibberden mijn benen nog een beetje onhandig bij het in- en uitstappen van de stoeltjeslift, eenmaal boven op de piste weten mijn benen precies wat ze moeten doen. Het voelt niet eens onwennig.
IMG_20170302_124337De omstandigheden zijn optimaal: verse poedersneeuw, zon, mooie pistes en natuurlijk mijn aanmoedigende familie. Beter dan dit gaat het niet worden. Ik geniet intens van het weer op de ski’s staan. Heerlijk om zachtjes naar beneden te zoeven. Mijn benen en voeten doen zeer, ik heb hoofdpijn van de inspanning, ik ben kapot, maar wat maakt het uit: I did it!
Ik rust wat uit in een restaurantje langs de piste en na de lunch ga ik opnieuw mee naar beneden. Als de anderen al beneden op een terrasje zitten, ga ik nog eenmaal omhoog. Gewoon omdat het zo lekker is.

De volgende ochtend ga ik weer mee met skiën. Het wordt nu alweer gewoner. We maken met z’n allen een tochtje en er zitten ook wat moeilijkere stukken bij. Ik ben veruit de langzaamste van de groep en Frans merkt op dat mijn streberige ik weer naar boven komt, als ik hier tegen hem een opmerking over maak. Ik kan er maar beter aan wennen, want het is gewoon een feit dat ik een langzame skiër ben. En zoals mijn neefje zegt: ‘het gaat erom, was het leuk?’ Ja, het was leuk. Super leuk.

Als afsluiting van de geslaagde vakantie nemen we in de zon een uitgebreide lunch, daarna pakken we de spullen in en vertrekken huiswaarts. Een dag eerder dan gepland vanwege de voorspelde sneeuwval in het weekend. Het lijkt een goede keuze. We hebben goed weer om te rijden en het is niet druk op de weg. Net als op de heenweg overnachten we in het familiehotel in Ulm. Zaterdagochtend scheiden zich onze wegen en rijden we de laatste etappe naar huis. Bedankt lieve familie voor deze heerlijke vakantie!

 

Anders in het leven staan

Heeft de kanker je veranderd? Sta je nu anders in het leven dan voordat je ziek werd? Intrigerende vragen die mensen me soms stellen en waar ik niet direct een duidelijk antwoord op heb. Ik ben geneigd om nee te zeggen. Ik voel me niet wezenlijk anders dan voordat ik ziek werd en ook vrienden bevestigen dat de ‘oude, vertrouwde Dorothé ‘ weer helemaal terug is. Ik heb mijn levensstijl niet aangepast, ben niet ineens anders gaan leven of veel gezonder gaan eten, misschien eerder een tikkeltje ongezonder, want mijn gezonde levensstijl heeft niet kunnen voorkomen dat ik kanker heb gekregen. Toen ik kanker kreeg had ik een optimaal lichaamsgewicht, een goede conditie, wandelde ik dagelijks in het bos en at al jaren zoveel mogelijk onbespoten, biologische groenten en fruit en vlees zonder hormonen. Ik weet zeker dat ik mijn kans om opnieuw kanker te krijgen niet ga verkleinen door nog gezonder te leven. Daarin valt geen winst te boeken voor mij. Ik geloof niet in eenzijdige wonderproducten die kanker kunnen voorkomen of zelfs genezen zoals groene thee, kurkuma of voedingssupplementen om er maar een paar te noemen, waarin sommige (ex)kankerpatiënten hun heil zoeken, daarvoor is kanker een veel te complexe ziekte. Zoals gezegd leef ik eerder een tikkeltje ongezonder en dat brengt me toch op een verandering die mijn kern raakt. Ik leef meer volgens het motto ‘pluk de dag’. Geluk op de korte termijn is belangrijker geworden dan geluk op de lange termijn. Als ik nu kan genieten van iets aangenaams zal ik dat niet nalaten, wat er later gebeurt zien we dan wel weer, dat is nog zover weg. Ik leef meer in het NU en dat is bijzonder aangenaam. Veel mensen die kanker hebben gehad, zeggen dat de angst dat het terugkomt altijd bij hen blijft en dat ze met die angst om moeten leren gaan. Bij mij is dat anders. Hoewel mijn kansen om aan kanker te sterven groter zijn dan voorheen, ben ik minder bang geworden om er aan dood te gaan. Voordat ik kanker kreeg was ik soms krampachtig bezig om te voorkomen dat ik ziek zou worden en was ik bang om dood te gaan. Ik focuste op al het onheil dat een mens kon overkomen en zag overal in mijn omgeving ellende door ziekte en dood. Nu zie ik nog steeds regelmatig mensen in mijn omgeving die worden getroffen door ziekte of dood, maar het maakt me niet meer bang en ik kijk er niet meer vol afschuw naar. Ik accepteer het meer als intense, diepgaande gebeurtenissen in het leven die ook een bepaalde schoonheid in zich hebben. Ik kijk ernaar met andere ogen. Ook mijn eigen sterfelijkheid is iets waar ik vrede mee heb. Ik weet niet welke levenstijd mij nog rest, maar ook als deze kort blijkt te zijn, kan ik dat denk ik wel aanvaarden. Dat komt ook omdat ik heel tevreden ben met mijn leven tot nu toe. Ik leid een gezegend leven. Voor nu zou ik zeggen: ‘maak er een leuke dag van!’  IMG_20170227_120754

Steunkous

Lange tijd heb ik gedacht: ‘als ik maar geen steunkous hoef’. Het leek me verschrikkelijk om altijd met zo’n stijve, ingepakte arm rond te moeten lopen en ik deed er alles aan om te voorkomen dat ik een steunkous nodig zou hebben. Maar doordat ik meer last kreeg van lymfevocht in mijn arm, groeide langzaam het idee dat een therapeutische elastische steunkous (TEK) misschien toch iets voor mij zou kunnen zijn. Inmiddels zie ik de steunkous meer als een handig hulpmiddel dan als iets waartoe ik veroordeeld ben zonder dat ik het wil.

Ik maakte een afspraak bij de bandagist om een steunkous aan te laten meten. Met de verwijzing van mijn specialist in de hand betrad ik de als huiskamer ingerichte ruimte en nam plaats op één van de eikenhouten stoelen. Op tafel lag een hoogpolig groen tafelkleed met witte bloemen erin geweven. Aan de muren hingen bh’s met borstprotheses.
De ontvangst was vriendelijk en na een kopje thee, werd mijn arm op zes verschillende punten opgemeten. Het opmeten komt heel precies, want de steunkous moet perfect passen. Is de kous te wijd dan zakt hij naar beneden. Is de kous te krap dan knelt de arm af en komen er striemen.

Toen de bandagiste vertelde dat de kous standaard in huidskleur wordt geleverd, vroeg ik of ze geen leuke kleur hadden. Ze keek me verbaasd aan. Dat had nog nooit iemand gevraagd. Iedereen had altijd gewoon de huidskleur kous genomen. Even later kwam ze terug met een folder en bleek dat er wel degelijk frisse, vrolijke kleuren beschikbaar zijn voor een steunkous.
Ik vind huidskleur gewoon een lelijke, saaie kleur en ik heb niet de illusie dat je de huidskleur kous niet zal zien zitten. Ik vind het trouwens prima als de kous zichtbaar is en dan is het wel zo leuk om een vrolijke kleur te hebben. Ik krijg twee steunkousen die ik afwisselend aan kan doen. Ik koos voor zwart en felroze.

Twee weken later werd ik gebeld. De zwarte steunkous was klaar, maar de felroze was helaas niet meer leverbaar. Nog dezelfde dag reed ik naar Gendringen om de steunkous op te halen. Eerst kreeg ik een demonstratie hoe de steunkous aan en uit te trekken. Om de kous aan te trekken moet ik eerst een gladde, groene zak over mijn arm trekken, daarna moet ik een rubber handschoen aandoen en dan pas kan ik de strakke, zwarte kous over de groene zak heentrekken. De kous moet mooi aansluiten bij de oksel en de pols. Als de kous op z’n plaats zit, moet ik met mijn gehandschoende hand de kous op zijn plaats houden en kan ik met mijn voet de groene zak eronder uit trekken door deze in een lus te steken en mijn been te strekken. Ik vond het eerst een hele toer, maar het went snel.

De bandagiste en de eigenaresse kwamen beiden vertellen dat ze het zo leuk vinden dat ik graag een kleurige kous wil hebben. De meeste mensen willen hun kous het liefst zo min mogelijk laten opvallen. Ik ga mijn kous met verve dragen, als een mooi kledingstuk.
Er waren die ochtend staaltjes binnengekomen van de nieuwe kleuren van 2017. Ik koos voor de kleur ‘deep aqua’.  Een mooie groenblauwe kleur. Als service zal de kous worden thuisgestuurd. Tevreden rijd ik huiswaarts.

Als ik thuiskom is mijn hand een beetje rood en dik, de kous knelt en mijn arm doet zeer. Ik denk dat mijn lichaam nog even moet wennen aan de constante druk die het rubber weefsel uitoefent op mijn lymfevaten. Als ik de kous afdoe zitten er allemaal striemen in mijn arm en ik vraag me af of dat zo hoort. Die avond moet ik opvallend vaak plassen en voelt mijn arm slank en licht aan. De kous lijkt nu al te helpen.

IMG_20170403_185852Ik probeer de steunkous nu iedere dag een uurtje te dragen. Ik vind het vreselijk beroerd zitten. De hele arm voelt stijf en stram aan en het knelt bij de elleboog, maar het helpt verbazingwekkend goed. Als ik de kous af doe, is de arm soepel en dun. Zo dun is mijn arm na de operatie nog niet geweest. Een handig hulpmiddel die steunkous. Laat de zomer maar
komen.

IMG_20170403_185943IMG_20170403_185951IMG_20170403_190037

Zeg me dat het niet zo is

Niet schrikken hoor, want alles is goed met mij.

Zeg me dat het niet zo is 
Zeg me dat het niet zo is 
Zeg me dat het niet waar is

Ga je mee vanavond naar ons lievelingsrestaurant 
Een tafel voor twee 
Ik heb gebeld, ze weten ervan
En we drinken totdat de zon opkomt 
En we vergeten 
De oneerlijkheid van het lot 

Zeg me dat het niet zo is 
Zeg me dat het niet zo is 
Zeg me dat het niet waar is

Kom we gaan trek je jas aan 
Anders wordt het te laat 
Kom eens hier 
Ik houd je vast Ik laat je nooit meer gaan 
En ik vertel je een grap die je laat huilen van de lach 
En we vergeten 
De blikken van de mensen in de stad 

We doen net alsof het niet zo is 
Alsof het niet zo is 
Alsof het niet waar is 

We doen net alsof ze gewoon verder leeft 
Alsof ze gewoon verder leeft

Zelfs als het niet zo is

 

Dit nummer van Frank Boeijen zat in mijn hoofd toen ik enige tijd geleden pijn in mijn onderrug had. De pijn was niet heftig, maar was wel irritant en nadrukkelijk aanwezig. Toen ik mijn lymfetherapeut terloops vertelde dat ik zo’n zeurend pijntje in mijn rug had, zag ik aan haar ogen dat ze schrok. Ze bleef professioneel rustig en suggereerde dat het verstandig was om even contact op te nemen met de oncologie verpleegkundige. Ik wist dat ze dacht aan metastasen (uitzaaiingen). De woorden van mijn oncoloog dreunden in mijn hoofd: ‘vrouwen met borstkanker die pijn in de rug krijgen, moeten – zelfs na tien jaar – niet naar de fysiotherapeut maar naar ons toe komen!’

Hoewel ik diep vanbinnen eigenlijk wel wist dat het waarschijnlijk gewoon wat spierpijn was, ging mijn hoofd ermee aan de haal. Ik bedacht dat ik mijn onderrug moeilijk kon buigen en dat dat waarschijnlijk kwam door de uitzaaiingen die daar aan het woekeren waren. Ik kon eigenlijk niet geloven dat dat echt zo zou zijn, maar dat was geen garantie dat het ook daadwerkelijk niet waar was, zo realiseerde ik mij.
Stel dat ik metastasen in mijn botten heb, zo peinsde ik, dat zou mijn hele wereld op zijn kop zetten, mijn toekomstperspectief met één klap omver gooien, mijn plannen om lezingen en workshops te geven doorkruisen. Het idee van uitzaaiingen zette alles op losse schroeven.

Ik belde met de oncologie verpleegkundige om mijn twijfels voor te leggen. ‘Ik wil eigenlijk weten dat het niet waar is’, zei ik. Ze aarzelde geen moment en stelde een botscan van het hele skelet voor. Hopelijk kunnen we met de botscan bevestigen dat alles goed is, zei ze, en dan kun je daarna rustig naar de fysio met je rugklachten. Ik was erg blij met haar daadkrachtige voorstel. Gewoon even een botscan laten maken om te bevestigen dat alles goed is, dat was precies wat ik nodig had.

Ik moest denken aan twee en half jaar geleden. Toen moest ik nog voor de botscan naar Arnhem. Ik herinner me dat ik het één van de heftigste dagen vond, omdat ik toen nog niet wist of de kanker was uitgezaaid naar andere delen van mijn lichaam. Toen was een ziekenhuisbezoek voor mij nog beladen en zag ik op tegen het onderzoek. Nu – met al mijn ervaring – draai ik mijn hand niet meer om voor een botscan. Eerst een injectie met radioactieve vloeistof, dan thuis even rusten op de bank en veel water drinken en dan terug voor de scan met gammastraling. Een grote, zacht zoemende plaat nadert mijn gezicht tot op een centimeter en glijdt dan vanaf mijn schedel langzaam over mijn skelet naar beneden naar mijn voeten.
Het is niet zo dat ik me op een botscan verheug, maar ik vind het ook niet vervelend. Het personeel is heel vriendelijk en inmiddels ken ik veel medewerkers die altijd bereid zijn even een praatje te maken, dat maakt het bijna gezellig.

In de gang kwam ik bij toeval mijn oncoloog tegen die me vriendelijk groette en me vroeg wat ik hier kwam doen. ‘Nou’, vertelde ik: ‘ik kom voor een botscan’. Hij vroeg of ik me veel zorgen maakte. ‘Ik heb eigenlijk het gevoel dat alles goed is’ zei ik: ‘maar ik heb pijn in mijn rug en ik weet natuurlijk niet hoe het voelt om uitzaaiingen in mijn botten te hebben.’ Ik zag hoe hij z’n ogen een beetje dichtkneep en me bedachtzaam aankeek. Nu is hij aan het inschatten hoe mijn kansen liggen dacht ik.
Ik greep deze onverwachte ontmoeting aan om hem te vragen naar zijn advies over het middel Zoledroninezuur, een bisfosfonaat die wordt ingezet om de kans op uitzaaiingen naar de botten te verkleinen én om osteoporose te voorkomen. ‘Doen’, zei hij resoluut. Mmm, zei ik: ‘als ik het goed begrepen heb, verkleint het de kans op uitzaaiingen naar de botten met twee procent, dat vind ik wel weinig. Dus het werkt maar bij twee van de honderd vrouwen klopt dat?’ ‘Ja’, zei hij: ‘dat is niet veel, maar ik zou het doen tegen de osteoporose. Anders heb je straks als je zeventig bent ingezakte wervels. Je bent tenger én je krijgt hormoontherapie; dubbele kans op osteoporose’. Ik vond het geruststellend dat hij blijkbaar dacht dat ik de zeventig zou halen en zich zorgen maakte over mijn – tegen die tijd – mogelijk ingezakte wervels.

Ik merkte dat de ontmoeting me goed had gedaan. Het was heel prettig om zelfs na twee jaar herkend te worden door de oncoloog die me heeft behandeld, ook al heeft hij me misschien in totaal maar vier keer gezien. Je krijgt het gevoel dat jouw persoonlijke belang telt. Dat je wordt gezien als mens achter de ziekte.

De uitslag van de botscan kregen we een week later. Toen we samen in de wachtkamer van het ziekenhuis zaten vroeg Frans of ik zenuwachtig was. Dat was ik – tot mijn eigen verrassing – eigenlijk niet. Misschien kwam dat ook door de droom die ik ‘s nachts had gehad. Hoewel de oncologie verpleegkundige in de droom vertelde dat ze iets kleins hadden gevonden in mijn onderrug, was ik heel rustig onder deze mededeling en voelde het als goed nieuws.

‘Alles is goed’, zei de oncologie verpleegkundige. Ze hadden alleen een kleine scheefgroei, een scoliose, in mijn onderrug ontdekt. Door de opluchting van de uitslag van de botscan, vergat ik te vragen of die scoliose er drie jaar geleden ook al had gezeten of dat het iets was wat zich recent had ontwikkeld. Ik bedacht dat de osteoporose misschien al in gang was gezet en dat mijn eerste wervels al aan het verzakken waren. Toch maar weer eens opnieuw overwegen of ik de behandeling met Zoledroninezuur wil ondergaan. Maar eerst op fietsvakantie langs de Donau en met mijn liefje naar Wenen.

Vrolijke Paasdagen!

IMG_20170413_131222 IMG_20170413_132306

Fietsen langs de Donau en Wenen

Een fietstocht maken langs de Donau en samen met mijn liefje een bezoek aan Wenen brengen is een lang gekoesterde wens van mij, die eindelijk in vervulling gaat. Het is rustig op de weg als we maandag 24 april rond de middag vertrekken. Filevrij trotseren we de Duitse snelwegen. Rond tien uur ’s avonds arriveren we op een verlaten camperplaats, die er in het donker wat ‘unheimisch’ uitziet, in de op de grens tussen Duitsland en Oostenrijk gelegen stad Passau.

De volgende ochtend kunnen we pas zien waar we eigenlijk terecht zijn gekomen. We staan op een zanderig terrein aan een zijtak van de Donau.
Bij een ontbijt met havermout en banaan maken we onze plannen concreet. Het idee was om de 320 kilometerlange fietstocht in zijn geheel te maken, waarbij we telkens een etappe zouden afleggen, om dan met de trein terug te reizen naar onze camper. Maar in dit deel van het dal is geen trein. De boot over de Donau leek me een romantisch alternatief, maar we komen er – gelukkig net op tijd – achter dat deze pas vanaf 1 mei in de vaart is. Daarom besluiten we om de mooiste stukjes uit de route te pikken en daar een rondje te fietsen.

Frans laadt de fietsen van de camper en we fietsten naar het oude stadscentrum van Passau dat op een schiereiland ligt waar drie rivieren bij elkaar komen: de blauwe Donau (die er in het echt grijsbruin uitziet), de groene Inn en de zwarte Ilze. We bewonderen de beroemde, barokke Stephansdom en drinken koffie met gebak bij een conditorei. Bij het oude Rathaus staat de waterstand door de jaren heen aangegeven. In 2013 stond de hele benedenstad onder water.

IMG_20170425_100953 IMG_20170425_110504 IMG_20170425_110445

 

 

 

 

We sjorren de fietsen weer op de camper en rijden naar de Slögen Slinge waar de Donau een bocht maakt van 180 graden en zich diep in het zachte gesteente heeft geboord. De route voert langs mooie, groene natuur en bloeiende fruitbomen. Via kleine fietspontjes laten we ons af en toe naar de overzijde van de rivier brengen. Er breekt een bleek zonnetje door.

IMG_20170425_133924 IMG_20170425_151327 IMG_20170425_151437

 

 

 

 

De volgende dag slaan we een stukje van de route over en rijden met de camper naar Spitz. We zijn nu in de Wachau, het wijngebied van Oostenrijk waar bekende witte wijnen als Riesling en Grüner Veltlinger vandaan komen. Het is een mooi, glooiend landschap met karakteristieke dorpjes als Spitz, Dürnstein en Krems. We overnachten op een camping aan de voet van het klooster van Melk. We eten asperges en proberen de Grüner Veltlinger van een wijnhuis uit de buurt uit. Een frisse wijn die zelfs Frans lekker vindt.

IMG_20170426_133656 IMG_20170426_133744 IMG_20170426_194711

 

 

 

 

De afgelopen dagen was het bewolkt en fris. Nu zijn de voorspellingen ronduit slecht. Met vijf graden en zware regenval lijkt het ons niet aangenaam om te fietsen, daarom maken we er een culturele dag van. Eerst bezoeken we het immense klooster van Melk met zijn imposante oude bibliotheek, daarna koersen we iets eerder dan gepland naar Wenen. We bezoeken slot Schönbrunn, het keizerlijke paleis van Sissi. Als klein meisje zwijmelde ik bij de romantische film van Sissie en Franz Joseph. In werkelijkheid was Sissi een eenzame en depressieve vrouw, weliswaar beroemd om haar schoonheid en enkellange zwarte haar.

We staan op een echte camperplaats aan de rand van Wenen. We voelen ons met ons Volkswagen busje een dwergje tussen alle reuzencampers. Het regent pijpenstelen en Frans zit te werken achter zijn laptop met zijn dikke winterjas aan. Ik doe de afwas van gisteravond en koop brood bij de plaatselijke supermarkt.

IMG_20170426_191135 IMG_20170427_105327IMG_20170428_090346

 

 

 

 

’s Middags pakken we de metro naar het centrum van Wenen, dat er somber uitziet in de regen. We bezoeken een appartementencomplex dat ontworpen is door de Weense kunstenaar Friedensreich Hundertwasser. Ook brengen we een bezoek aan het Hundertwasser Haus, een museum geheel in de vrolijke, organische bouwstijl die Hundertwasser voor ogen had. Hij liet zich inspireren door de natuur, door organische vormen en spiralen. Zijn werk is kleurrijk en golvend. Ik vind het een intrigerende man met diepzinnige ideeën. Het museum maakt indruk op ons. De vloeren zijn niet gelijk, maar welvend en met oneffenheden net als in de natuur. De muren golven en zijn bedekt met vrolijke mozaïek, overal staan kleurige pilaren en hangen groene planten. Op de balkons en daken staan bomen geplant. Het is prettig verblijven in een door Hundertwasser ontworpen gebouw.

IMG_20170428_145517 IMG_20170428_150400 IMG_20170428_145755

 

 

 

IMG_20170428_180343IMG_20170428_180305IMG_20170428_152944

 

 

 

 

Een beetje gehaast eten we iets in een ouderwets Weens restaurant met tule beklede lampenkappen. Ik ben dan ook verbaasd als ik op het ultramoderne toilet kom waar je dwars door de deur heen kijkt. De sjieke dame die uit het toilet komt ziet mijn verbazing en zegt met een knipoog:  ‘het glas wordt ondoorzichtig zodra je het slot omdraait’.

Om ons echt helemaal onder te dompelen in Weense sferen hebben we kaartjes gekocht voor een klassiek concert. Een primeur voor ons. We krijgen muziekstukken van Mozart en Strauss te horen, inclusief af en toe wat operagezang. Het klinkt prachtig. Je kunt alle instrumenten van het orkest apart van elkaar horen en daarnaast genieten van het samenspel. Ik vind het heel mooi te horen hoe de muziek aanzwelt en dan weer zacht wordt. Alles klinkt in balans en harmonie en dat zonder versterking. Vol bewondering kijk ik naar de paukenist, een jong meisje dat er lustig op los zwaait.

Omdat we voor ons gevoel Wenen nog niet echt kennen, besluiten we nog een dagje in de Oostenrijkse hoofdstad door te brengen. Vandaag is het droog en dat maakt het aangenaam om door de stad te wandelen. We gaan eerst naar de Belvedère, een imposant gebouw, met riante trapportalen, grote, ijzeren ramen en weelderig beschilderde plafonds. Hier huist de collectie van alweer een beroemde Weense kunstenaar: Gustav Klimt. ‘De kus’ is zijn bekendste werk. Het is een soort geschilderde collage met veel goud. Van een afstand lijkt het of er stukjes op een vel papier zijn geplakt, maar van dichtbij zie je dat alles geschilderd is. Zijn latere werk is allemaal in deze voor hem unieke stijl gemaakt. In zijn vroegere werk zie je dat hij iemand zo echt kon schilderen dat het een foto leek. Zo precies en gedetailleerd.

IMG_20170429_120506 IMG_20170429_134907 IMG_20170429_134927


 

 

 

We wandelen op goed geluk wat door de straten van Wenen en komen uit bij de Karlskirche. Een kerk met een grote, groene koepel en twee pilaren waar mensen gezellig op de rand van de vijver zitten met een bekertje koffie. Frans koopt ook een bekertje koffie bij de fietskar in het park. In dit deel van de stad is het minder statig. Er hangt een studentikoos sfeertje en dat klopt want hier is de Technische Universiteit van Wenen gevestigd. In een modern eethuisje lunchen we om vier uur ’s middags met geroosterde groente, knapperige salade en droge, witte wijn.

We sluiten af met het hartje van Wenen; de Stephansdom en de statige winkelstraten. Het is zaterdagmiddag en het ziet zwart van de mensen. We laten ons voortduwen door de massa, maar ik heb hier al snel genoeg van. In een zijstraatje nemen we een yoghurtijsje om even bij te komen van alle drukte, dan pakken we de metro terug naar onze camperplaats. Auf wiedersehen Wien. Frans grapt dat we alleen geen Wiener Schnitzel hebben gegeten.

Omdat we het niet handig vinden om terug te rijden en alsnog een stuk van het traject Passau – Wenen te fietsen, besluiten we de Donau te volgen in de richting van Bratislava, de hoofdstad van Slowakije. In het gebied Donau-Auen, stroomt de Donau door laagland waar het water alle ruimte krijgt. De Donau heeft hier verschillende zijtakken en stroomt door beschermd natuurgebied. We laten ons eerst met een kleine catamaran naar de overkant brengen, dan fietsen we over een hobbelig pad vlak langs de rivier. Het waait stevig, maar de zon schijnt en dat doet ons goed. We fietsen langs sappig groene weiden en grote, oude bomen over een pad waar we eigenlijk niet met de fiets overheen mogen. In de tuinen van kasteel Engelhartstetten drinken we thee op een terrasje en genieten van de geurende seringen. We vervolgen onze weg via een pad met houtsnippers en lieve, witte bloemetjes die de bodem bedekken. Het laatste stuk gaat over een saaie, rechte fietsdijk.

IMG_20170430_134240 IMG_20170430_123643 IMG_20170430_122940

 

 

 

 

We rijden nog een stuk in de richting van zuid Oostenrijk en ergens in de buurt van Graz zoeken we een camping. In een gehucht vinden we een verrassend goed restaurant met lokale spijzen. Helaas zijn er nog geen asperges; daarvoor is het te koud en te nat geweest.

De volgende ochtend gaan we eerst tanken, want de diesel is het goedkoopst in Oostenrijk. Bij de benzinepomp treffen we, Pavel en Asie, twee Poolse dokters in opleiding die in Warschau studeren en liftend op vakantie zijn. We nemen ze mee naar Klagenfurt aan de Wörthersee. Het is hier mooi en we besluiten hier een nachtje te blijven. Ik voel me direct thuis op de camping met grote bomen en weiden vol madeliefjes waar we onze camper ergens tussen parkeren. Na een lunch in de zon, bestijgen we onze fietsen en volgen de bordjes met een fietsroute. We raken echter al snel het spoor bijster en kiezen daarom zelf maar onze route langs het meer. Het is jammer dat er een grote weg langs loopt en er aan het water veel particulier terrein is, zodat je geen zicht hebt op het meer. We vinden echter een mooi plekje waar we met onze voeten in het water kunnen, dat ijskoud is.
’s Avonds willen we naar het oude centrum van Klagenfurt fietsen, maar geheel tegen onze verwachting in, begint het keihard te plenzen en kiezen we voor een eenvoudige pastamaaltijd in onze camper.

IMG_20170430_150316 IMG_20170501_165100 IMG_20170501_164712

 

 

 

Wordt vervolgd.

Vintgar kloof en de meren van Bled en Bohinje

De volgende ochtend rijden we via de Karawanken tunnel Slovenië binnen. Een klein uurtje later parkeren we de camper in de berm van een smal weggetje aan de rand van een klaterend riviertje. We picknicken op een kleedje in de berm, dan volgen we het pad dat ons naar de Vintgar kloof leidt. Via houten vlonders en smalle bruggetjes worden we over het groenblauwe water van de Radovna rivier geleid, die zich met stroomversnellingen door de smalle kloof perst. Het is hier redelijk druk met toeristen. Het is dan ook prachtig en echt de moeite waard.

IMG_20170502_130933IMG_20170502_130918IMG_20170502_132015

 

 

 

 

Hierna is het niet ver meer naar het beroemde meer van Bled. We kiezen een mooie plaats uit op de camping aan de rand van het meer. In de late middagzon fietsen we een rondje om het meer dat er betoverend uitziet. Ik vind het meer in werkelijkheid nog mooier dan op de foto’s en bekende plaatjes. Het meer heeft helder water en een eilandje met een kerk in het midden. Het water is magisch blauw. ’s Avonds zitten we op een vlondertje boven het meer en kijken hoe de ondergaande zon de wolken en lucht roze kleurt en dit weerspiegelt in het gladde water. Likkend aan een ijsje vind ik dit het toppunt van romantiek.

IMG_20170502_170146IMG_20170504_082738IMG_20170504_194522

 

 

 

De volgende dag rijden we via steile, smalle bergweggetjes naar het meer van Bohinje, dat verscholen ligt in de bergen. We nemen de gondel omhoog naar de berg Vögel vanwaar we een mooi uitzicht hebben op het meer en de omringende bergtoppen met sneeuw. Omdat er boven nog sneeuw ligt, kunnen we hier geen wandeling maken. We eten onze meegebrachte broodjes op en wagen we ons dan aan de afdaling, waarbij we 1.000 hoogtemeters moeten overbruggen. We volgen een supersteil pad over rollende keien, dat het nodige van mijn beenspieren vraagt. Het eerste deel van de wandeling zijn de bomen nog kaal en ligt er nog wat sneeuw op het pad, als we dieper het dal inkomen hebben de bomen pril groene blaadjes en wordt het steeds warmer. Aan het eind van de wandeling koelen we onze voeten in het ijskoude water van het meer.

De wolken hangen laag en het regent een klein beetje als we de volgende ochtend wakker worden. Het meer van Bohinje ligt er dromerig en stil bij zo in de zachte lenteregen. We maken een mooie, relaxte wandeling langs de rand van het meer en nemen een fluisterboot terug (motorboten zijn in verband met de vervuiling verboden). We eten vers gevangen forel bij een plaatselijk eettentje waar we een leuk gesprek hebben met de enthousiaste eigenaar die ons van alles vertelt over het leven in Slovenië en het voormalig Joegoslavië. Na het eten kom ik moeizaam op gang; ik heb spierpijn in mijn heupen van de lange afdaling van gisteren. Als een oude, stramme eend waggel ik naar de auto, terwijl Frans me uitlacht.

IMG_20170503_125746IMG_20170503_121231IMG_20170503_172529

 

 

Via een kronkelende bergweg rijden we langs de randen van Nationaal Park Triglav naar Kobarid, gelegen aan de andere kant van de Julische alpen. Onderweg pauzeren we ergens en eten heerlijke, verse forel. Voor € 7,50 krijgen we elk twee forse forellen op ons bord, daarna toeren we verder. We komen bij een wegomleiding en hebben geen idee meer waar we zijn, maar de route is mooi en dan doen we er gewoon wat langer over, uiteindelijk zullen we er wel komen.

Kobarid is bekend terrein. Hier zijn we vorig jaar al geweest. We fietsten van de camping naar het dorpje om wat inkopen te doen en koken bij de camper, terwijl zich een dreigend, zwarte lucht ontwikkeld. Na een intense regenbui, wandelen we naar de Kozjak waterval, die verscholen ligt in een grot. We trotseren de wiebelende hangbrug over de onwaarschijnlijk blauwe Soca rivier en genieten van de prachtige natuur.

IMG_20170503_162654 IMG_20170503_162332IMG_20170503_162149

 

 

IMG_20170505_175538 IMG_20170505_195556

IMG_20170505_175445

 

 

 

 

De rest van de dag besteedt Frans aan de voorbereidingen van zijn geplande vliegtocht. Morgen wil hij een magische tocht van meer dan 100 km vliegen, dit betekent dat de avond wordt ingevuld met kijken naar de weersvoorspellingen, het bestuderen van de windrichting, de regenkans en de zonuren. Dat de radio wordt opgeladen en afgesteld op de juiste frequentie, dat er mueslireepjes en appelsap worden ingepakt, evenals het plascondoom, de zonnebrandcrème en de zonnebril. De navigatieapparatuur wordt ingesteld, de hoogtemeter gecontroleerd en de kaart van het vlieggebied  wordt nauwkeurig in het hoofd geprent. Tenslotte legt Frans contact met een plaatselijke paraglider om informatie uit te wisselen en te weten te komen hoe hij op de startplek kan komen. Paragliden is nu eenmaal een sport die veel voorbereiding en concentratie vraagt. Morgen is de dag. Dan wil Frans zijn lang verwachte tocht van meer dan 100 kilometer vliegen. Hij zal uren in de lucht hangen en uiteindelijk zal ik hem ergens weer oppikken.

Althans dat was het plan. Maar als we de volgende dag wakker worden blijkt van de weersverwachting weinig te kloppen: de wind is sterker dan verwacht en waait bovendien uit een andere richting. Verder is het zwaar bewolkt en dan is er te weinig thermiek om een verre vlucht te maken. Daarom wordt besloten naar Tolmin te gaan en daar een rustig vluchtje te maken. In mijn opinie typisch voor paragliding: uren bestuderen op het weer waar uiteindelijk natuurlijk weer geen donder van klopt, zogenaamd geweldige omstandigheden die doodbloeden in wachten en teleurstellende glijvluchtjes, het altijd weer op het laatste moment bijstellen van de plannen. Maar dat mag ik natuurlijk niet zeggen. Ik houd wijselijk mijn mond, maar het is duidelijk dat het mijn sport niet is. Ik zou er stront chagrijnig van worden; van die continue wisselende plannen en omstandigheden.
Had ik me net ingesteld op een rustig dagje alleen op de camping, een leuke wandeling uitgezocht en een lekker boek klaar gelegd, belt Frans al om elf uur op of ik hem in Tolmin op wil komen halen met de camper. Dus pak ik alle spullen in, maak de camper rijklaar en rijd rustig via de slingerweg naar Tolmin waar ik net op tijd ben om Frans te zien landen. Na een kopje thee met gebak tuffen we richting Lijak waar cursisten, teamleden en instructeurs van Maurik Paragliding zich aan het verzamelen zijn voor de vliegweek in Slovenië.

DCIM100GOPROGOPR0058.JPG

Tandemvlucht

Het is er dan eindelijk toch van gekomen: ik heb een tandemvlucht in de bergen gemaakt met Frans. Veel mensen denken dat ik regelmatig samen met Frans aan de tandem hang, maar tot nu toe was het altijd bij twee korte liervluchtjes op het veld in Maurik gebleven.
Ik heb een leuk, maar inspannend fietstochtje achter de rug met iemand, die net als ik meer van fietsen dan van paragliden houdt, als we even zitten te kijken bij het landingsterrein van de paragliders. Frans wil nog een rustig tandemvluchtje maken en zoekt een vrijwilliger die met hem mee wil. Dat blijkt geen probleem, er zijn veel mensen die met Frans de lucht in willen. Als ik echter aarzelend lispel dat ik misschien wel mee wil, maakt iedereen ruim baan en moedigt me aan om mee te gaan. Ik twijfel. Ben ik niet te moe? Heb ik niet teveel honger? Is mijn kleding niet te luchtig?

De omstandigheden zijn ideaal wordt me verzekerd. Het zal een rustig avondvluchtje worden. Snel worden voor mij een helm en handschoenen geregeld, ik sprint nog even naar het toilet, prop een mueslireep naar binnen en dan neem ik samen met zeven anderen plaats in het busje dat ons met vliegende vaart omhoog de berg op brengt.

Het busje zet ons na zo’n twintig minuten af bij de startplek waar inmiddels een donkere lucht hangt. Het ziet er dreigend uit. Snel worden de schermen uitgelegd en Frans start één voor één iedereen veilig weg. Dan zijn wij aan de beurt. De startplek ligt er verlaten bij. Alleen wij twee zijn nog over. Frans maakt mijn harnas vast en checkt nog een keer extra of alles goed zit. Dan lopen we de berg af. Met een paar passen hangen we in de lucht en geniet ik van het uitzicht op de steile rotswand onder ons.

In plaats van het rustige glijvluchtje dat me is beloofd, gaan we voor mijn gevoel steeds hoger en hoger. Dat komt blijkbaar omdat er warme dalwind opstijgt. Ik wil echter naar beneden. Ik ben bang om steeds hoger te gaan en denk aan het verhaal waarbij een paraglider in een onweerswolk is gezogen tot een hoogte van 5.000 meter. Shit, denk ik, terwijl ik schuin achter ons een dreigend zwarte lucht zie. ‘Ik wil naar beneden’, zeg ik enigszins paniekerig met een ijl stemmetje, ‘ik ben bang dat we niet meer beneden komen.’ Frans lacht en zegt: ‘er is nog nooit iemand in de lucht gebleven, uiteindelijk kom je altijd weer op de grond terecht.’ Nou ik zal blij zijn als ik weer met beide benen op de grond sta.

We blijven maar rondcirkelen en de mensen op de grond zijn piepkleine stipjes. Ik vraag aan Frans of hij geen ‘oortjes kan trekken’, ik weet namelijk dat dat een techniek is die gebruikt wordt om sneller af te dalen (door al dat gepraat over paragliding denk ik er inmiddels behoorlijk wat vanaf te weten). Frans krijgt ‘de oren’ echter niet goed in het scherm. Normaal helpt de passagier mee door aan de lijnen te trekken, maar die kracht heb ik niet met mijn rechterarm. Dus moeten we gewoon geduld hebben, aldus Frans, die natuurlijk de rust zelve is.

En ja hoor, heel langzaam komt de grond dichter bij, kan ik uit mijn zitje komen en landen we met een kleine plof in het gras, waarbij ik een knielanding maak. Pfff, gelukkig, ik heb het overleefd.

Echt genoten heb ik niet van mijn eerste tandem met Frans, maar ik ga nog wel een keer met hem mee de lucht in. In tegenstelling tot de meeste tandempassagiers, vind ik de start het leukst en niet eng. Ik heb ook geen moeite met de hoogte en geniet van de vergezichten, maar controle freak als ik ben vind ik het vervelend om niet zelf te kunnen bepalen wanneer ik naar beneden ga, om zo afhankelijk te zijn van de omstandigheden, die ook nog eens onverwacht snel wisselen zonder dat je daar iets aan kunt veranderen.

Maar, als ik nog een keer een tandemvlucht maak, zal het met Frans zijn!

IMG_20170510_173840070b3984-de4d-4215-9a0f-be6be58038d9cfc1d836-cdec-468b-9d28-9f4fe00d2ca7

 

Verrassing

Toen ik opstond en door het slaapkamerraam naar buiten keek, zag ik drie witte donsballetjes door de tuin huppelen. Ik trok snel wat kleren aan en sprintte naar beneden. Drie wit met bruin gevlekte minikonijntjes doken onder de compostton. Daar vond ik de ingang van het hol, dat Lana vakkundig en geheel buiten ons medeweten om had gemaakt om haar jongen te krijgen.

Ik had wel een vermoeden gehad, toen ik op een vroege lentedag een klein, bruin konijntje om Lana heen zag dansen. Ik had de mensen die voor Lana zorgden toen we op vakantie waren wel geïnformeerd, maar ze hadden niets bijzonders gemerkt. Nee, er was geen nestje. Nee, Lana had geen jonkies gekregen tijdens onze vakantie, zo werd ons verzekerd. We hadden zelf de tuin doorzocht op holen en niets kunnen vinden. Nou dan zou het wel niet zo zijn, dachten we nog. Maar het was dus toch waar. Alleen had Lana haar kleintjes heel goed voor ons verborgen gehouden.

Mijn moedergevoelens werden direct geactiveerd toen ik de kleintjes in de tuin zag rondspringen en ik trof maatregelen om de konijntjes – die zich toch al weken zonder mijn bemoeienis prima hadden weten te redden – te beschermen tegen vraatzuchtige katten en roofvogels. Ik was bang dat de mini’s door het gaas zouden glippen naar het terrein van de buren, of nog erger: naar het hondenuitlaatveld achter ons huis. Ik hing het net dat we altijd gebruiken om te voorkomen dat er bladeren in de vijver vallen, zo goed en zo kwaad als het ging in een struik, maar ik was er niet gerust op.

Ik stelde Frans op de hoogte via de app. De hele middag waren we in touw om de konijntjes te vangen. Ik dacht eerst dat het er drie waren, maar er bleken er zes in het hol te zitten, dat Frans voorzichtig had uitgegraven. Telkens als we een konijntje te pakken kregen, sloot ik hem op bij zijn kameraadjes op het toilet, het enige vertrek dat ik hermetisch kon afsluiten.

IMG_20170521_195331 IMG_20170521_175234 IMG_20170521_180318

 

 

 

 

Toen we dachten klaar te zijn, zag ik een klein bruin konijntje onder de heg wegduiken. Hij had een schutkleur en was moeilijk te traceren. In onze zoektocht naar het bruine konijntje vonden we nog een witte, die onder de heg heen en weer rende. Omdat het echt niet lukte deze twee konijntjes te vangen, bedachten we dat ze waarschijnlijk naar het hol zouden terugkeren, als ze dachten dat het veilig was. Daarom legden we een buis in het hol en besloten af te wachten. Een uurtje later zat het witte konijntje met grijze oortjes in de buis en konden we het gemakkelijk vangen. Ik zakte uitgeput neer in een stoel.

Frans was de hele avond in touw om een hok te timmeren in de bijkeuken. Het idee was dat de kleintjes in het hok zouden verblijven en dat Lana er bij zou kunnen om ze te voeden. We moesten dus iets maken waar Lana wel in en uit zou kunnen, maar de kleintjes niet.

Zelfs in het kleine toilet had ik moeite de konijntjes terug te vinden, die zich hadden verschanst onder de toiletpot en achter het afvalemmertje.
In hun nieuwe verblijf zetten we een kartonnen doos met wat oude doeken erover en legden we warm hooi neer. Nu maar hopen dat Lana ze zou blijven voeden. Ik maakte me zorgen over het kleine, bruine konijntje dat vannacht geen eten van zijn moeder zou krijgen en helemaal alleen in het donker zat, zonder broertjes en zusjes en met een kapotgemaakt hol. Hadden we er goed aan gedaan de konijntjes te vangen of hadden we de natuur zijn gang moeten laten gaan?

De volgende ochtend zit het bruine konijntje in de buis in het holletje en kunnen we hem gemakkelijk pakken. Het gezin is compleet: bruintje met de zeven witjes.
’s Middags missen we echter alweer twee konijntjes, die blijkbaar ontsnapt zijn uit het hermetisch afgesloten hok. Hoe kan dat nu? Uiteindelijk vinden we de twee terug. Ze hebben zich uit angst tussen de muur en de verwarming omhoog gewrongen en zitten versteend tegen de muur gekleefd. Het is nog een heel karwei om ze daar weer weg te krijgen.

IMG_20170529_192521 IMG_20170529_190959 IMG_20170525_153605

 

 

 

 

’s Avonds als we thuiskomen van een verjaardag tel ik er maar vijf. Waar is de rest gebleven? We zoeken de hele bijkeuken af en ontdekken dat ze gemakkelijk over het door Frans getimmerde schot heen kunnen springen. Ze verstoppen zich in de kleinste hoekjes en gaten en houden zich muisstil. Al snel hebben we weer zeven konijntjes, maar waar nummer acht is blijft een raadsel.

Stress krijg ik ervan. Ik wil alle acht de konijntjes redden en vind het vreselijk dat we er één kwijt zijn.
We besluiten dat de bijkeuken geen veilige plaats is. We zullen ze verplaatsen naar de keuken. En zo zit ik met mijn neef, die een nachtje bij ons blijft slapen, ’s nachts om één uur nog een nieuw hok in elkaar te schroeven. Als ik eindelijk op bed lig en mijn ogen sluit zie ik allemaal witte konijntjes heen en weer springen.

De volgende ochtend vindt een kleine verbouwing plaats. We verplaatsen de keukentafel en de vier stoelen naar de woonkamer. Maken een groot hok in de keuken, leggen stro op de grond, plaatsen bakjes en doeken waar de konijntjes zich schuil kunnen houden en hopen dat dit voldoende zal zijn. Mijn neef ziet buiten in de tuin nummer acht zitten, hij loopt ernaar toe en grijpt de deugniet bij zijn vel. Een wondertje. We zijn weer compleet.

De kleintjes groeien als kool. In een week tijd zijn ze verdubbeld in omvang, net als hun poepjes, die eerst niet groter waren dan een minuscuul speldenknopje, maar nu toch al de omvang van een flinke peperkorrel hebben.
Voor Lana is het zwaar. Ze is erg mager en futloos, terwijl ze drie keer zoveel eet als normaal. Als ik met haar naar de dierenarts ga, blijkt ze hoge koorts te hebben. Ze denken aan een ontsteking van de baarmoeder. Ze krijgt een ontstekingsremmer, antibiotica en een infuus met een oppepper. Dit moet haar er weer bovenop helpen.

Het is erg mooi om te zien als Lana de jongen voedt. Ze springt het hok in en de kleintjes rennen direct op haar af, ze liggen vechtend en spartelend op hun rug te drinken, terwijl Lana er rustig boven blijft staan. We hebben ontdekt dat ze ze ’s avonds rond elf uur voedt.

Omdat de kleintjes graag buiten zijn, hebben we een ren voor ze gekocht. Ze liepen eerst wat angstig en onwennig rond, maar al snel maakten ze de meest wilde capriolen en zaten lekker gras te knabbelen. Ze zijn erg ondernemend.

IMG_20170601_151108 IMG_20170601_211725 IMG_20170601_211832

 

 

 

 

Een groot deel van de tijd besteed ik aan het knuffelen en verzorgen van de konijntjes die inmiddels namen hebben gekregen: Snow, Cesar, Tommie, Lucca, Lazy, Jumpy, Twinnie en Stripe. Ik ben erg blij met de verrassing van Lana: ze zijn zo schattig.

Mensen vragen wel of we ze alle acht willen houden. Nou, dat denk ik niet. Als ze een week of acht oud zijn, zullen we voor allemaal een fijn tehuis zoeken. Dus mocht je zo’n schattige witbruine hangoor willen, meld je dan bij ons.


 

Missen

Vorige week vrijdag hebben we onze konijntjes naar konijnenopvang Flappus in Zwolle gebracht, die een passend tehuis voor ze gaat zoeken. Ik mis ze verschrikkelijk. Gisteravond heb ik foto’s en filmpjes zitten kijken, die we in een ontelbare hoeveelheid hebben gemaakt om alles van de konijntjes zoveel mogelijk vast te leggen. Dat maakte het gevoel van missen echter niet minder. In tegendeel het vervulde me met een droevige melancholie en weemoed.

Iets dergelijks overkwam mijn vriendin die in januari een herseninfarct heeft gehad en nu weer thuis woont. We waren in gesprek toen haar blik ineens op een cadeau viel dat we haar hadden gegeven: een bon voor een nostalgisch verrassingsweekend. Opstandig zei ze: ‘die bon moet weg, er is niets nostalgisch meer, dat is voorbij.’ De herinneringen aan een vrolijk, ongedwongen verleden waren te pijnlijk in contrast met het heden. Een pijnlijk besef dat het nooit meer zo wordt als het was, terwijl dat wel je diepste wens is. Dat is denk ik missen.

Missen heeft te maken met vasthouden aan een dierbaar verleden. Alles verandert voortdurend, maar als je iets of iemand mist wil je die verandering niet accepteren. Je wil dat alles bij het oude blijft. Mensen die gemakkelijk loslaten zullen minder missen denk ik. Zij zien eerder de nieuwe mogelijkheden die de verandering biedt en zijn dankbaar voor het moois dat hen ten deel is gevallen.
Toen ik boodschappen ging doen voor mijn vriendin kocht ik een bos zonnebloemen. ‘Voor een zonnige toekomst,’ zei ik tegen haar, ‘en die gaan we samen creëren.’ Als verleden en heden te pijnlijk zijn, richt je dan op de toekomst. Kijk of er nog iets moois voor je in het verschiet ligt. Het was het enige dat ik als troost kon bedenken.
De kleine konijntjes hebben me ontzettend veel vreugde gegeven. Ik vond het zo heerlijk als ze hun zachte, warme lijfjes tegen me aanduwden om geaaid te worden of als ze nieuwsgierig aan mijn voet snuffelden. Ik genoot ervan als ze acrobatische capriolen uithaalden, als ze luchtsprongetjes van vreugde maakten en als een dolle de trap op renden, ik vond het grappig als ze op de vensterbank zaten en naar buiten keken en ze als een grote kluwen konijnlijfjes onder een klein krukje lagen, ik genoot zelfs van ze als ze aan de trap knaagden of op de keukenvloer plasten. Ik vond het heerlijk om te zien dat ze zich op hun rug gooiden, iets wat een konijn alleen doet als hij zich heel blij en veilig voelt. Ik voelde vreugde als ze elkaar wasten, over elkaar heen sprongen of lekker lui gingen liggen.

We hadden onze keuken – tot afschuw van sommige vrienden die het maar een vieze bende vonden – omgetoverd tot een waar konijnenparadijs met dozen om in te schuilen of op te springen, lekkere warme dekentjes, hout om aan te kluiven en geurig hooi. Iedere ochtend sneed Frans een sappige wilgentak van de boom en legde die op de grond in de keuken. Het was zo leuk om te zien hoe gezellig ze er met z’n allen van knabbelden; één gezellige konijnenfamilie.

Natuurlijk begreep ik ook wel dat dit idyllische tafereel niet eeuwig kon duren. De konijntjes groeiden als kool en bij het boodschappen doen werden mijn fietstassen grotendeels gevuld met verse andijvie, witlof en bospeen. Ook kocht ik potjes peterselie en basilicum die ze tot aan de grond toe afknaagden. De keutels werden steeds groter en talrijker. Het hok was ‘s ochtends gevuld met een flinke laag, stinkende urine. Ik was veel tijd kwijt met schoonmaken. Het was erg vermoeiend dat ik telkens als ik de deur open deed moest opletten dat ze niet ontsnapten. En natuurlijk, waar veel mensen me lachend aan herinnerden, dat het niet lang meer zou duren voor ze geslachtsrijp waren en elkaar zouden gaan bevruchten.

Nu ik zoveel liefde en aandacht in ze had gestoken wilde ik maar één ding: dat ze een gelukkig leven zouden krijgen. Stichting Flappus bood hiervoor de beste garantie. Konijnenopvang Flappus heeft ruime kennis en ervaring met het plaatsen en koppelen van konijnen én niet onbelangrijk een landelijk dekkend netwerk. Ze vangen alle dieren op die op de één of andere manier niet bij hun baasjes kunnen blijven, ook degenen die ergens zijn achtergelaten of die zijn verwaarloosd en zorgen ervoor dat ze een fijn nieuw tehuis krijgen met een kameraadje, ruimte en goede zorg.

Onze Ceasar heeft al een fijn plekje gevonden in een grote ren samen met vijf andere konijnen en heel lieve baasjes. Voor zijn zeven zusjes hoop ik dat ook zij spoedig een fijn thuis vinden. Ja, Lana heeft acht kleine vrouwtjes gebaard (Ceasar is ook een vrouwtje). Een unicum in de konijnenwereld.

Ik houd van bijna alle dieren, maar konijnen met hun sociale, zachtaardige karakter passen het best bij mij. Over honden moet je de baas spelen, ze moeten luisteren en doen wat  je zegt en dat spreekt me niet zo aan. Ik val meer voor het eigenzinnige, autonome karakter van een poes, die alleen bij je komt omdat zij het wil. Maar een poes is een roofdier en dat vind ik dan weer minder. Ik houd van het speelse, ondernemende en nieuwsgierige van een konijn. Ze zijn vriendelijk, tenzij ze zich in het nauw gedreven voelen, dan kunnen ze verrassend sterk uit de hoek komen. Misschien lijk ik wel op een konijn en spreken ze me daarom zo aan.

Als ik thuiskom van het bezoek aan mijn vriendin is de keuken leeg en kaal. We hebben de vloer uitbundig gesopt en op de plaats van het hok staat nu weer een tafel met vier stoelen. Op de koelkast hangen de foto’s van de verschillende konijntjes met daaronder hun namen: Ceasar met zijn bruine hoofdje, Twinnie met het vlekje op de neus, kleine, bruine Lucca, witgrijze Snow met witte puntjes op haar oren, relaxte Lazy, ondernemende Jumpy, voorzichtige Tommie en Stripe met het streepje op haar neus. Ik ben er nog niet aan toe ze weg te halen.

Missen en houden van zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je mist iemand die je dierbaar is. Iemand waar je een hekel aan hebt kun je missen als kiespijn. Soms mis je iets pas als het er niet meer is, zoals je gezondheid. Je denkt niet voortdurend: wat fijn dat ik kan lopen, maar als je het ineens niet meer kunt, mis je het enorm.
Ik hou van de konijntjes. Ze zijn me dierbaar en de consequentie is dat ik ze mis. Alleen de foto’s en de afgeknaagde kozijnen en deurposten zijn als tastbare herinnering achtergebleven aan deze vreugdevolle periode die ik voor geen goud had willen missen.

Mocht je een goed doel willen steunen, doneer dan aan Stichting Flappus. Of verwijs naar hen door als iemand een konijn zoekt.

 

Göttingen

Toen Frans voor tien dagen naar Oostenrijk vertrok om een paragliding cursus te begeleiden, besloot ik om niet mee te gaan. Door alle vakanties van ons had ik het gevoel dat ik niet verder kwam dan inpakken, uitpakken, wassen en boodschappen doen. Ik had geen rust en inspiratie om te schrijven. Een week alleen zou me de gelegenheid geven om te beginnen aan mijn tweede boek, een boek waarin ik mijn talrijke jeugdherinneringen wil opschrijven.

De eerste twee dagen moet ik afkicken van Frans zijn vrolijke aanwezigheid; daarna vind ik het heerlijk om het rijk voor mij alleen te hebben. Geen schema’s, geen eettijden om rekening mee te houden, geen paragliding rotzooi in huis. Lekker opstaan en eten wanneer ik daar zin in heb. Het bevalt me goed en ik vind eindelijk weer de rust om te schrijven.

Als Frans echter meldt dat hij na tien dagen thuis zal komen om direct de volgende dag weer te vertrekken voor een paar dagen werk in Duitsland, merk ik dat ik weer verlang naar zijn gezelschap. Nu moet ik naast de konijntjes ook nog Frans missen.
Maar misschien kan ik wel mee naar Duitsland? Overdag als Frans aan het werk is zou ik in de camper kunnen schrijven en ’s avonds zouden we leuke dingen kunnen doen. Ik google wat op de omgeving van Göttingen en kom uit bij een camping aan de Seeburger See in Seeburg. Het is stralend weer en ik zie mezelf al liggen met een boekje aan de oever van het meer. ’s Avonds lekker zwemmen met Frans of een rondje om het meer fietsen. Frans vindt het een uitstekend idee.
Dus reserveer ik de camping en overleg met de collega van Frans of hij het een probleem vindt om Frans ’s ochtends op te halen in Seeburg om dan samen naar Göttingen te rijden. Gelukkig blijkt de collega het ook gezellig te vinden dat ik mee ga en is hij zeer coöperatief.
Er is eigenlijk maar één nadeel en dat is dat we de kwart finale van het EK vrouwenvoetbal in het Graafschap stadion in Doetinchem missen. Een vriend van ons had ons hier lang geleden al voor uitgenodigd. Gelukkig wisten we op dat moment nog niet dat de leeuwinnen de kwartfinale zouden halen om later zelfs Europees kampioen te worden.

Op het moment dat we naar Göttingen vertrekken begint het te regenen. We rijden door een mist van regen en opspattend water. De Tomtom signaleert dat de snelweg tussen Emmerich en Rees is afgesloten en leidt ons via de kleinst mogelijke sluipwegen naar Isselburg waar we de Autobahn op kunnen. De reis vordert langzaam. Er staan veel files en door het slechte zicht kunnen we niet hard rijden. Als we onderweg pauzeren voor een kopje koffie en thee, zien we op een scherm het Duitse nieuws dat voor het grootste deel in beslag genomen wordt door het noodweer in Midden-Duitsland. Vooral in Niedersaksen tussen Hannover en Kassel is het raak. We zien ondergelopen straten, modderstromen, drijvende auto’s en omgevallen bomen. Precies het gebied waar wij naar onderweg zijn….

We arriveren rond half acht bij de camping waar de regen nog immer hard uit de hemel valt. De camping eigenaar vertelt ons dat het al meer dan zesendertig uur achter elkaar regent. Hij had voor ons een mooie, ruime plek gereserveerd, maar helaas heeft hij ons moeten verplaatsen, want dat veld staat nu onder water. Er zijn twee grote pompen aanwezig om het water af te voeren en de camping zo goed en zo kwaad als het gaat droog te houden. De zandzakken liggen klaar voor het geval het riviertje gaat overlopen. Het spant erom.

IMG_20170725_180403 IMG_20170725_203803 IMG_20170726_182759

 

 

 

 

We vinden een plekje op een modderig veld. Helaas zijn we ons matje in een eerdere modderactie verloren en is het er nog niet van gekomen om een nieuwe te kopen. Frans komt er bovendien achter dat hij maar één slipper bij zich heeft. We proberen modder en nattigheid zo goed mogelijk uit de camper te houden. Het wordt manoeuvreren op de vierkante meter. Met het gezellige geruis van de regen vallen we langzaam in slaap, terwijl ik mijn vingers kruis en hoop dat de regen zal ophouden en de oevers van de rivier het houden vannacht.

Frans trekt zijn nette werkkleding aan en we poetsen zijn zwarte schoenen, hij stroopt zijn broek omhoog tot zijn knieën en houdt zijn zwarte schoenen in zijn hand, terwijl hij door de enkeldiepe modder waadt. Zijn collega staat bij de ingang van de camping te wachten. Het regent nog steeds.
Ik draai me nog een uurtje om in bed. Daarna zet ik een kopje thee en installeer de laptop op het tafeltje. Het kan allemaal net. Ik zit op het bed in kleermakerszit en type er lustig op los. Ik vraag me af wat de overburen, die tegenover me in hun voortent zitten, van me denken. Ze hebben alles keurig geordend en moddervrij weten te houden, terwijl onze camper is veranderd in een soort rovershol met een uitgeklapt bed, een tafeltje, kledingkratten, een pan met water, een laptop en modderige schoenen. Na een paar uur voel ik me net een marmot die zich voor de winterslaap heeft teruggetrokken in zijn hol. Ik besluit dat het tijd wordt om mijn hol te verlaten. Ik heb trek gekregen en moet op zoek naar voedsel. Helaas zijn we gisteravond vergeten ons in te schrijven voor de broodjes op de camping. Vandaag is er geen extra brood; alles is op. Gewapend met plu wandel ik door Seeburg op zoek naar de bakker. Ik zie het kleine winkeltje bijna over het hoofd. Het licht is uit en het maakt een verlaten indruk. Op een vergeeld kaartje zie ik de openingstijden: van half zeven tot half twaalf. Het is inmiddels één uur en ik heb best wel trek.

Terug in de camper inspecteer ik onze voorraad en bak een omelet van een paar eieren met tomaat en ham. Daarna kook ik de pruimen die ik van mijn ouders heb gekregen en verorber deze samen met een bakje kwark gemengd met vanille vla. Ik kan er weer tegen aan.
Rond een uur of vier wordt het eindelijk bijna droog. Ik heb dan de hele dag zitten typen en ben wel toe aan wat beweging. Ik trek mijn regenpak aan en fiets een rondje langs het meer. Op sommige plaatsen is het fietspad ondergelopen en het is spannend of ik er doorheen zal komen met de fiets zonder al te nat te worden.

Tegen de tijd dat de mannen me op komen halen schijnt er een waterig zonnetje. Op mijn verzoek rijden we richting Duderstadt; een middeleeuws stadje met prachtige vakwerkhuizen. Het is er bijna uitgestorven en we hebben moeite een restaurant te vinden. Als we na afloop bij de ijssalon een ijsje willen eten is deze al gesloten. De serveerster gaat echter overstag voor de charmes van Frans en geeft ons lachend een hoorntje terwijl ze in de koelkast kijkt welke ijssoorten er nog zijn. En zo likken we even later aan een bolletje ijs.

De volgende dag verloopt ongeveer hetzelfde als de dag ervoor met als enig verschil dat ik broodjes heb besteld op de camping. Het regent. Ik werk aan mijn boek. De mannen zijn werken in Göttingen. ’s Avonds halen ze me op en neemt de collega van Frans ons mee naar een gezellig restaurant in het centrum van Göttingen, dat een levendige studentenstad is.
Vrijdag zet ik mijn klapstoeltje voor de camper in de modder en geniet van het bleke zonnetje. Ik vorder goed met mijn boek en ga ’s middags een rondje fietsen. Dan komt een spannend moment. Zal ik weg kunnen rijden met de camper of moet ik hulptroepen inschakelen. De hele week heb ik gezien hoe campinggasten probeerden weg te komen uit de zuigende modder. Soms lukte het met behulp van de buren die met z’n allen stonden te duwen, soms moest er een trekker aan te pas komen om de caravan of camper los te trekken.

Ik ga Frans ophalen in Göttingen, want de collega wil graag direct na het werk naar huis rijden. Ik maak de camper rijklaar, doe een schietgebedje en rij zo rustig als ik kan het modderige veld af. Ik voel de wielen een beetje slippen en glibber wat heen en weer, maar het lukt om vaart te houden en ik merk dat de wielen langzaam grip krijgen. De buren steken een duim op. Dat heb ik goed gedaan.
Aangekomen bij het bedrijf krijg ik een rondleiding door het grote, verlaten gebouw. Op vrijdagmiddag gaat iedereen hier om half vier naar huis, behalve dan de twee Nederlandse bikkels die tot half zeven doorgaan om het werk af te ronden. De hal is van natuursteen en zo groot dat Dolfijncoaching dit een prima cursusruimte zou vinden. Er zijn ruimtes met honderden computerschermen en bureaus waar je achter kan staan; de nieuwe manier van werken.

En dan is het weekend en schitterend weer. Door de rollende gele velden en de groen beboste heuvels fietsen we over verlaten landweggetjes naar Eichsfeld dat precies op de oude grens van West- en Oost-Duitsland ligt.  We gaan naar het ‘Grenzlandmuseum’. Een museum dat het verhaal vertelt van de grens die Duitsland doormidden sneed en wat dat betekende voor de omwonenden. Indrukwekkend zijn de videofragmenten met ontsnappingsverhalen van overlevenden. In de jaren zeventig was er geen grensovergang en kon West-Berlijn alleen via de lucht worden bereikt. Begin jaren tachtig werd er bij Eichsfeld een grensovergang gemaakt, waardoor bewoners van West-Duitsland op bezoek konden gaan bij hun familie in het oosten. Inwoners van Oost-Duitsland moesten zes weken van tevoren een uitreispas aanvragen, die echter meestal zonder opgaaf van reden werd geweigerd.
Ik herinner me dat ik in 1988 met atletiek vereniging ‘Het Haasje’ in Berlijn was. We klommen op houten stellingen om over de bont beschilderde muur heen te kunnen kijken. Dat maakte indruk. We zagen een groot niemandsland met wachttorens waarin militairen met grote geweren ons beloerden vanachter hun verrekijkers. Op de oever van rivier de Spree stonden witte, houten kruisen voor alle mannen, vrouwen en kinderen die de vlucht via de rivier met hun leven hadden moeten bekopen.
De grens was niet een simpele lijn, maar een gebied van vijf kilometer breed, dat doorkruist moest worden om het vrije Westen te bereiken. Er waren hoge hekwerken die beveiligd waren met licht- en geluidsignalering, er waren honden die je konden grijpen en overal lagen mijnen, die je benen konden versplinteren. Bovendien speurden de grenswachten het gebied af vanuit hun wachttorens.

We fietsen een stukje langs de oude grens waar de grote metalen hekwerken en wachttorens bewaard zijn gebleven als herinnering aan een duister verleden. Ik vind het net als in 1988 nog steeds indrukwekkend.
We eten flamkuchen op een terras in Duderstadt en fietsen dan terug naar de camping. De laatste dag is het zonnig en we nemen nog even een duik in de Seeburger See, voordat we terugrijden naar huis. Het was een heerlijke combi.

IMG_20170728_153153 IMG_20170728_153137 IMG_20170726_185547