Göttingen

Toen Frans voor tien dagen naar Oostenrijk vertrok om een paragliding cursus te begeleiden, besloot ik om niet mee te gaan. Door alle vakanties van ons had ik het gevoel dat ik niet verder kwam dan inpakken, uitpakken, wassen en boodschappen doen. Ik had geen rust en inspiratie om te schrijven. Een week alleen zou me de gelegenheid geven om te beginnen aan mijn tweede boek, een boek waarin ik mijn talrijke jeugdherinneringen wil opschrijven.

De eerste twee dagen moet ik afkicken van Frans zijn vrolijke aanwezigheid; daarna vind ik het heerlijk om het rijk voor mij alleen te hebben. Geen schema’s, geen eettijden om rekening mee te houden, geen paragliding rotzooi in huis. Lekker opstaan en eten wanneer ik daar zin in heb. Het bevalt me goed en ik vind eindelijk weer de rust om te schrijven.

Als Frans echter meldt dat hij na tien dagen thuis zal komen om direct de volgende dag weer te vertrekken voor een paar dagen werk in Duitsland, merk ik dat ik weer verlang naar zijn gezelschap. Nu moet ik naast de konijntjes ook nog Frans missen.
Maar misschien kan ik wel mee naar Duitsland? Overdag als Frans aan het werk is zou ik in de camper kunnen schrijven en ’s avonds zouden we leuke dingen kunnen doen. Ik google wat op de omgeving van Göttingen en kom uit bij een camping aan de Seeburger See in Seeburg. Het is stralend weer en ik zie mezelf al liggen met een boekje aan de oever van het meer. ’s Avonds lekker zwemmen met Frans of een rondje om het meer fietsen. Frans vindt het een uitstekend idee.
Dus reserveer ik de camping en overleg met de collega van Frans of hij het een probleem vindt om Frans ’s ochtends op te halen in Seeburg om dan samen naar Göttingen te rijden. Gelukkig blijkt de collega het ook gezellig te vinden dat ik mee ga en is hij zeer coöperatief.
Er is eigenlijk maar één nadeel en dat is dat we de kwart finale van het EK vrouwenvoetbal in het Graafschap stadion in Doetinchem missen. Een vriend van ons had ons hier lang geleden al voor uitgenodigd. Gelukkig wisten we op dat moment nog niet dat de leeuwinnen de kwartfinale zouden halen om later zelfs Europees kampioen te worden.

Op het moment dat we naar Göttingen vertrekken begint het te regenen. We rijden door een mist van regen en opspattend water. De Tomtom signaleert dat de snelweg tussen Emmerich en Rees is afgesloten en leidt ons via de kleinst mogelijke sluipwegen naar Isselburg waar we de Autobahn op kunnen. De reis vordert langzaam. Er staan veel files en door het slechte zicht kunnen we niet hard rijden. Als we onderweg pauzeren voor een kopje koffie en thee, zien we op een scherm het Duitse nieuws dat voor het grootste deel in beslag genomen wordt door het noodweer in Midden-Duitsland. Vooral in Niedersaksen tussen Hannover en Kassel is het raak. We zien ondergelopen straten, modderstromen, drijvende auto’s en omgevallen bomen. Precies het gebied waar wij naar onderweg zijn….

We arriveren rond half acht bij de camping waar de regen nog immer hard uit de hemel valt. De camping eigenaar vertelt ons dat het al meer dan zesendertig uur achter elkaar regent. Hij had voor ons een mooie, ruime plek gereserveerd, maar helaas heeft hij ons moeten verplaatsen, want dat veld staat nu onder water. Er zijn twee grote pompen aanwezig om het water af te voeren en de camping zo goed en zo kwaad als het gaat droog te houden. De zandzakken liggen klaar voor het geval het riviertje gaat overlopen. Het spant erom.

IMG_20170725_180403 IMG_20170725_203803 IMG_20170726_182759

 

 

 

 

We vinden een plekje op een modderig veld. Helaas zijn we ons matje in een eerdere modderactie verloren en is het er nog niet van gekomen om een nieuwe te kopen. Frans komt er bovendien achter dat hij maar één slipper bij zich heeft. We proberen modder en nattigheid zo goed mogelijk uit de camper te houden. Het wordt manoeuvreren op de vierkante meter. Met het gezellige geruis van de regen vallen we langzaam in slaap, terwijl ik mijn vingers kruis en hoop dat de regen zal ophouden en de oevers van de rivier het houden vannacht.

Frans trekt zijn nette werkkleding aan en we poetsen zijn zwarte schoenen, hij stroopt zijn broek omhoog tot zijn knieën en houdt zijn zwarte schoenen in zijn hand, terwijl hij door de enkeldiepe modder waadt. Zijn collega staat bij de ingang van de camping te wachten. Het regent nog steeds.
Ik draai me nog een uurtje om in bed. Daarna zet ik een kopje thee en installeer de laptop op het tafeltje. Het kan allemaal net. Ik zit op het bed in kleermakerszit en type er lustig op los. Ik vraag me af wat de overburen, die tegenover me in hun voortent zitten, van me denken. Ze hebben alles keurig geordend en moddervrij weten te houden, terwijl onze camper is veranderd in een soort rovershol met een uitgeklapt bed, een tafeltje, kledingkratten, een pan met water, een laptop en modderige schoenen. Na een paar uur voel ik me net een marmot die zich voor de winterslaap heeft teruggetrokken in zijn hol. Ik besluit dat het tijd wordt om mijn hol te verlaten. Ik heb trek gekregen en moet op zoek naar voedsel. Helaas zijn we gisteravond vergeten ons in te schrijven voor de broodjes op de camping. Vandaag is er geen extra brood; alles is op. Gewapend met plu wandel ik door Seeburg op zoek naar de bakker. Ik zie het kleine winkeltje bijna over het hoofd. Het licht is uit en het maakt een verlaten indruk. Op een vergeeld kaartje zie ik de openingstijden: van half zeven tot half twaalf. Het is inmiddels één uur en ik heb best wel trek.

Terug in de camper inspecteer ik onze voorraad en bak een omelet van een paar eieren met tomaat en ham. Daarna kook ik de pruimen die ik van mijn ouders heb gekregen en verorber deze samen met een bakje kwark gemengd met vanille vla. Ik kan er weer tegen aan.
Rond een uur of vier wordt het eindelijk bijna droog. Ik heb dan de hele dag zitten typen en ben wel toe aan wat beweging. Ik trek mijn regenpak aan en fiets een rondje langs het meer. Op sommige plaatsen is het fietspad ondergelopen en het is spannend of ik er doorheen zal komen met de fiets zonder al te nat te worden.

Tegen de tijd dat de mannen me op komen halen schijnt er een waterig zonnetje. Op mijn verzoek rijden we richting Duderstadt; een middeleeuws stadje met prachtige vakwerkhuizen. Het is er bijna uitgestorven en we hebben moeite een restaurant te vinden. Als we na afloop bij de ijssalon een ijsje willen eten is deze al gesloten. De serveerster gaat echter overstag voor de charmes van Frans en geeft ons lachend een hoorntje terwijl ze in de koelkast kijkt welke ijssoorten er nog zijn. En zo likken we even later aan een bolletje ijs.

De volgende dag verloopt ongeveer hetzelfde als de dag ervoor met als enig verschil dat ik broodjes heb besteld op de camping. Het regent. Ik werk aan mijn boek. De mannen zijn werken in Göttingen. ’s Avonds halen ze me op en neemt de collega van Frans ons mee naar een gezellig restaurant in het centrum van Göttingen, dat een levendige studentenstad is.
Vrijdag zet ik mijn klapstoeltje voor de camper in de modder en geniet van het bleke zonnetje. Ik vorder goed met mijn boek en ga ’s middags een rondje fietsen. Dan komt een spannend moment. Zal ik weg kunnen rijden met de camper of moet ik hulptroepen inschakelen. De hele week heb ik gezien hoe campinggasten probeerden weg te komen uit de zuigende modder. Soms lukte het met behulp van de buren die met z’n allen stonden te duwen, soms moest er een trekker aan te pas komen om de caravan of camper los te trekken.

Ik ga Frans ophalen in Göttingen, want de collega wil graag direct na het werk naar huis rijden. Ik maak de camper rijklaar, doe een schietgebedje en rij zo rustig als ik kan het modderige veld af. Ik voel de wielen een beetje slippen en glibber wat heen en weer, maar het lukt om vaart te houden en ik merk dat de wielen langzaam grip krijgen. De buren steken een duim op. Dat heb ik goed gedaan.
Aangekomen bij het bedrijf krijg ik een rondleiding door het grote, verlaten gebouw. Op vrijdagmiddag gaat iedereen hier om half vier naar huis, behalve dan de twee Nederlandse bikkels die tot half zeven doorgaan om het werk af te ronden. De hal is van natuursteen en zo groot dat Dolfijncoaching dit een prima cursusruimte zou vinden. Er zijn ruimtes met honderden computerschermen en bureaus waar je achter kan staan; de nieuwe manier van werken.

En dan is het weekend en schitterend weer. Door de rollende gele velden en de groen beboste heuvels fietsen we over verlaten landweggetjes naar Eichsfeld dat precies op de oude grens van West- en Oost-Duitsland ligt.  We gaan naar het ‘Grenzlandmuseum’. Een museum dat het verhaal vertelt van de grens die Duitsland doormidden sneed en wat dat betekende voor de omwonenden. Indrukwekkend zijn de videofragmenten met ontsnappingsverhalen van overlevenden. In de jaren zeventig was er geen grensovergang en kon West-Berlijn alleen via de lucht worden bereikt. Begin jaren tachtig werd er bij Eichsfeld een grensovergang gemaakt, waardoor bewoners van West-Duitsland op bezoek konden gaan bij hun familie in het oosten. Inwoners van Oost-Duitsland moesten zes weken van tevoren een uitreispas aanvragen, die echter meestal zonder opgaaf van reden werd geweigerd.
Ik herinner me dat ik in 1988 met atletiek vereniging ‘Het Haasje’ in Berlijn was. We klommen op houten stellingen om over de bont beschilderde muur heen te kunnen kijken. Dat maakte indruk. We zagen een groot niemandsland met wachttorens waarin militairen met grote geweren ons beloerden vanachter hun verrekijkers. Op de oever van rivier de Spree stonden witte, houten kruisen voor alle mannen, vrouwen en kinderen die de vlucht via de rivier met hun leven hadden moeten bekopen.
De grens was niet een simpele lijn, maar een gebied van vijf kilometer breed, dat doorkruist moest worden om het vrije Westen te bereiken. Er waren hoge hekwerken die beveiligd waren met licht- en geluidsignalering, er waren honden die je konden grijpen en overal lagen mijnen, die je benen konden versplinteren. Bovendien speurden de grenswachten het gebied af vanuit hun wachttorens.

We fietsen een stukje langs de oude grens waar de grote metalen hekwerken en wachttorens bewaard zijn gebleven als herinnering aan een duister verleden. Ik vind het net als in 1988 nog steeds indrukwekkend.
We eten flamkuchen op een terras in Duderstadt en fietsen dan terug naar de camping. De laatste dag is het zonnig en we nemen nog even een duik in de Seeburger See, voordat we terugrijden naar huis. Het was een heerlijke combi.

IMG_20170728_153153 IMG_20170728_153137 IMG_20170726_185547

Eén reactie

Geef een reactie