Blij

Ik kon het bijna niet geloven, maar het was toch echt zo. Midden op het fietspad lag een zwarte portemonnee. Van een man wist ik direct. Ik keek even of ik geen draadje over het fietspad zag lopen, waaraan een paar achter de heg verstopte jongens zouden trekken, als ik de portemonnee op wilde rapen. Maar dit bleek niet het geval. De portemonnee lag daar zo duidelijk zichtbaar dat ik verbaasd was dat niemand anders hem had opgeraapt. Waarschijnlijk lag hij er net kwam ik tot de conclusie. Ik keek om me heen of ik iemand zag lopen of fietsen. Bij het huis naast het fietspad zag ik een oudere man op het erf lopen. Hij was in de weer om de laatste herfstbladeren bijeen te blazen. Zou de portemonnee misschien van hem zijn? Nog in gedachten raapte ik de portemonnee op die zwaar aanvoelde en nam hem mee naar huis.

Al snel kreeg ik bevestigd dat het inderdaad om een mannenportemonnee ging; er zaten allemaal pasjes in van ene Henk. Ik doorzocht de portemonnee op zoek naar een adres of telefoonnummer dat me op het spoor van de eigenaar zou kunnen brengen. Maar helaas nergens een telefoonnummer of adres te vinden. Wel bankpasjes, een identiteitskaart, een pas van de zorgverzekering en een klein beetje contant geld.

Op google toetste ik de naam van de eigenaar in. Maar er kwam niets naar boven. Deze man had geen facebookaccount, was niet actief op linked-in en zelfs niet bekend in de telefoongids.
Ik nam contact op met de politie en kwam erachter dat ze geen gevonden voorwerpen meer in ontvangst nemen. Alleen als er sprake is van een misdrijf kun je nog bij de politie terecht. Gevonden voorwerpen kun je voortaan melden bij de gemeente.
Maar zou de eigenaar op het idee komen om naar de gemeente Doetinchem te gaan en niet naar zijn eigen gemeente? Dan moest hij al weten dat hij de portemonnee ergens in Doetinchem was verloren en dat wist hij waarschijnlijk helemaal niet. Misschien dacht hij wel dat zijn portemonnee was gestolen.
Moest ik dan de portemonnee naar de gemeente brengen die op de identiteitskaart stond vermeld? Op internet zocht ik de desbetreffende gemeente op. Voor de aanmelding van gevonden voorwerpen moest je een formulier downloaden. Halverwege het invullen van de gegevens ben ik afgehaakt. Veel te bureaucratisch.

Ik besloot tot een andere tactiek. Trok mijn jas aan en liep weer naar de plaats waar ik de portemonnee had gevonden. Ik keek naar het huis naast het fietspad en vroeg me af of de portemonnee van de man kon zijn die nu met veel lawaai achter in de tuin iets aan het zagen was. Ik stond een tijdje te gluren op de stoep, terwijl ik me afvroeg of ik de man zou aanspreken en wat ik dan zou zeggen. Een voorbijganger keek nog eens om naar mij en ik realiseerde me dat ik een vreemde indruk moest maken zo op de stoep staand turend naar een huis. Ineens vond ik het een raar idee van mezelf om de man aan te spreken en ik liep terug naar huis.

Op de bank nam ik de inhoud van de portemonnee nog eenmaal helemaal door. Verstopt in een zijvakje vond ik een bedrijfshulpverleningspasje met daarop de naam van een bedrijf. Dat was een ingang. Via internet achterhaalde ik het telefoonnummer van de HR-afdeling van het bedrijf en legde het probleem voor aan de HR-secretaresse. De man was wel bekend maar werkte inmiddels niet meer bij het bedrijf en ze kon me in verband met de privacy natuurlijk niet de gegevens doorgeven, maar ze wilde de man  wel bellen en dan kon hij mij bellen als hij dat wilde.

Nu had ik gedaan wat ik kon en moest ik afwachten hoe het verder zou gaan.
Niet veel later ging de telefoon. Een vrouwenstem die vertelde dat ze net was gebeld met de mededeling dat ik de portemonnee van haar man had gevonden en me vroeg of dat inderdaad zo was. Ik beaamde het. Ze vroeg of ik alsjeblieft thuis wilde blijven dan zou ze haar man zo snel mogelijk mijn kant opsturen. Twintig minuten later ging de deurbel.

Een man met een blauwe jas keek me verwachtingsvol aan. ‘Ik hoop dat je me blij kan maken’, zei de man. ‘Ik weet zeker dat ik je héél blij kan maken’, antwoordde ik en toverde de portemonnee achter mijn rug tevoorschijn.

Ik vertelde hoe en waar ik de portemonnee had gevonden en hoe ik de man op het spoor was gekomen. Hij vertelde dat hij met zijn vrouw naar het ziekenhuis was geweest en dat ze samen over het fietspad door de Kruisbergse bossen naar huis waren gefietst. Hij had pas thuis gemerkt dat hij zijn portemonnee kwijt was. Hij had alleen geen idee hoe en waar dat gebeurd was. Hij was in paniek geweest, omdat al zijn belangrijke pasjes er in zaten.

Hij kreeg tranen in zijn ogen en zei: ‘ik kan niet geloven dat ik alles weer terug heb. Oh, ik ben zo blij.’ En daar werd ik dan ook weer blij van. Het is fijn om andere mensen blij te kunnen maken. De rest van de dag liep ik rond met een grote lach op mijn gezicht.

4 reacties

  1. Wat een mooi verhaal Dorothé, over klein leed en groot geluk.
    Fijn dat er mensen zijn zoals jij die wat op je pad komt, zo oppakken.

Geef een reactie