Ontmoetingen

Uit onderzoek blijkt dat sociale contacten een van de drie pijlers van geluk zijn. Opvallend genoeg betreft het niet alleen de contacten met familie en vrienden, maar juist ook kleine, spontane ontmoetingen, zoals iemand die je vriendelijk gedag zegt op straat of een praatje met de kassière in de supermarkt. Zelf had ik de laatste tijd twee van die ontmoetingen die indruk op me hebben gemaakt. De ene was afgelopen week in de trein.
Ik was een boek aan het lezen toen ik geritsel hoorde. Licht geïrriteerd keek ik op. Schuin tegenover me zat een jongen met een bruine papieren zak. Ik dacht dat hij eten in de zak had zitten en met zijn vingers aan de zak zat te friemelen. Ik las weer verder, maar het irritante geritsel ging door. Ik keek weer naar de jongen en naar de zak. Ineens realiseerde ik me dat er een dier in de zak moest zitten. ‘Het is een vogel,’ zei de jongen die mijn gedachten leek te raden. De jongen had een caramelkleurige huid en een enigszins buitenlands accent. ‘Een vogel,’ riep ik verbaasd. En hij schoof de zak naar me toe en liet me een kleine, gele kanarie zien. ‘Ik houd van vogels,’ zei hij. ‘Ik ga met deze pop (benaming voor vrouwelijke kanarie) fokken. Ik heb een volière met allerlei kleuren kanaries.’ En hij pakte zijn mobieltje en showde me een foto met witte, oranje, rode, groene en gele kanaries. Het gezicht van de jongen straalde van grote blijdschap toen hij het over zijn vogels had. Belangstellend gevolgd door de andere passagiers in de coupé praatten we verder over vogels, over zijn studie megatronica en zijn toetreding tot het regionale handbalteam. Zijn Nederlands was goed, maar zijn woordenschat nog niet altijd toereikend. Soms bleef hij midden in een zin steken, op zoek naar het goede woord, dat ik dan voor hem vond en waar hij mij voor bedankte. Met een glimlach denk ik terug aan deze spontane ontmoeting met een achttien jarige.

De andere ontmoeting was in de supermarkt, terwijl ik inkopen deed voor het kerstdiner. Ik had me voorgenomen om van het boodschappen doen een ontspannende bezigheid te maken en er alle tijd voor te nemen. Ik zou nu eens niet als een razende door de winkel rennen om zo snel mogelijk alle benodigdheden te verzamelen. Ik zou me ook niet afvragen waarom al die mensen nu net in de winkel verschenen als IK boodschappen deed en me irriteren aan de drukte. Ik zou ook niet tegen mezelf zeggen dat het zonde van mijn tijd was en ik me veel liever met nuttiger dingen bezighield. Mijn voornemen werkte. Het boodschappen doen werd een tijdrovende en plezierige bezigheid. Ik sprak mensen aan, lachte, maakte grapjes en babbelde er op los.
Bij de witte wijn stond ik naast een oudere dame. We twijfelden beide welke witte wijn te kiezen: de chardonnay of toch de frisse sauvignon blanc. Spontaan rolde de vraag: ‘krijgt u eters over de vloer met de kerst?’ uit mijn mond. Ik weet ook niet waarom ik dat vroeg. ‘Nee,’ antwoordde de dame, ‘ik ben alleen met de kerst. Mijn man is overleden, ik heb geen kinderen en al mijn broers en zussen zijn ook al dood. U mag best weten dat ik van de week op een spoorwegviaduct stond en erover nadacht om te springen, omdat ik het niet meer zag zitten om alleen door te leven. Het valt niet mee hoor om helemaal alleen te zijn.’
Mijn hart kromp ineen. Het leek me vreselijk om alleen op de wereld te zijn en niemand te kennen die van je houdt. Niemand te hebben die om je geeft. Niemand die treurt om je dood. Natuurlijk heb je zelf een verantwoordelijkheid om iets van je leven te maken, maar sommige mensen worden wel erg hard door het leven getroffen en kunnen er niet altijd iets aan doen dat ze alleen en eenzaam zijn.
Ik wilde de vrouw uitnodigen om bij ons thuis te komen met de kerst en gezellig met ons mee te eten, maar ik deed het niet. De angst dat mijn familie het toch wel vreemd zou vinden om ineens een onbekende dame aan de kerstdis te zien zitten weerhield me ervan. Het zou de sfeer in huis hebben veranderd. Jarengeleden had ik eens het plan opgevat dat ik ‘gast aan tafel’ noemde. Ik wilde dan iedere week een onbekende gast uitnodigen om bij ons te eten, de ene week een zwerver, de andere week aan asielzoeker, dan weer een bejaarde of een gehandicapte. Ik zou dan zorgen voor een lekkere maaltijd en naar hun levensverhaal luisteren. Het is er (nog) niet  van gekomen.
Als ik ’s avonds in bed lig, na een gezellig en intiem kerstdiner met mijn familie, denk ik aan de eenzame vrouw uit de supermarkt. Ik zie voor me hoe ze in haar eentje aan tafel zit en de witte chardonnay drinkt die ze heeft uitgekozen. Een traan rolt over mijn wang. Het voelt een beetje alsof ik de herbergier ben die tegen Jozef en Maria zei: ‘in mijn herberg is geen plaats voor jullie.’

6 reacties

  1. Wat een mooi kerstverhaal Dorothė. Ik hoop dat het niet bij je voornemens blijft maar dat er ook uitvoering vaan gegeven wordt hoe moeilijk dat soms ook is. En een gehandicapte is niet per definitie zielig hoot, die kan soms ook fewoon genieten maar heeft wel behoefte aan begrip en niet perse met medelijden.groetjes. hoewel ik het welvgezellig vind om samen te eten maar meer om wie ik ben en niet omdat ikbgehandicapt ben of zo.

    • Ik zou de gehandicapten, zwervers, asielzoekers, alleenstaanden ook niet uitnodigen omdat ze zielig zijn, maar wel om hun verhaal te horen en hen te laten weten dat ze er gewoon bij horen als mens.

  2. Wat een geweldig verhaal weer, ja ik dacht hetzelfde als jij met die vrouw bij de wijn.
    Ze had wel bij mij mogen eten, ik zat ook alleen met kerst :p
    Volgende keer niet meer denken dat het de sfeer zal veranderen, gewoon lekker doen.
    Jij blij en die vrouw ook blij.

  3. Mooi! Eigenlijk jammer dat je haar niet igenodigd hebt, ik zou het ook niet gedaan hebben om dezelfde reden, maar wie weet hadden onze families net zo gastvrij als jij gereageerd!

Geef een reactie