Muizen

We hebben muizen. Ze zitten in de bijkeuken en knabbelen aan het konijnenvoer, rotzooien in het plastic afval en knagen randjes van onze sportschoenen en regenlaarzen. We houden van muizen. Toen ik Frans leerde kennen had hij een nest jonge muizen en voerde hij de chocola die ik voor hem kocht aan zijn muizen. Toch zijn we het erover eens dat muizen in ons huis niet wenselijk zijn. Ze fokken maar raak en voor je het weet heb je een hele kolonie. Daarom hebben we een muisvriendelijke muizenval gekocht. Het is een kooitje waar je de muizen met voer in lokt en waar ze niet meer zelfstandig uit kunnen.
We hebben op deze manier al wel twintig muizen gevangen. Iedere ochtend loop ik met het kooitje met daarin een goed doorvoede muis naar het bos, waar ik het deurtje voor ze open maak. Sommige muizen zijn zo zenuwachtig dat ze niet doorhebben dat het deurtje open is, anderen sprinten er meteen vandoor. Op internet heb ik opgezocht dat de actieradius van een muis ongeveer honderd meter is. Dus het bos moet ver genoeg zijn om ons huis niet meer te kunnen bereiken. Al grapte er iemand dat ze dan gewoon na twee dagen weer bij ons terug zijn.
Omdat het wel erg veel muizen zijn die we vangen, begonnen we toch te twijfelen of we niet telkens dezelfde muizen vingen. Met dit doel had ik geprobeerd een stipje nagellak op hun hoofd te zetten. Hierdoor zouden we de al eens door ons gevangen muizen kunnen traceren. Maar muizen zijn zo beweeglijk dat het me niet lukte een stipje op hun kop te zetten en het halve muizenvalletje nu onder de roze nagellak zit.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik bij regenachtig of koud weer niet altijd zin had om de muis helemaal naar het bos te brengen. Ik liet de muis dan achterin de tuin vrij. Een vrij zinloze actie. Dat begreep ik zelf ook wel. Waarschijnlijk was de muis nog eerder terug in huis dan ik. Een keer maakte ik het wel erg bont. Het regende pijpenstelen, ik opende de voordeur en liet de muis er op de stoep uit, waarop deze direct via de voordeur weer naar binnen sprong. Foei Huijsmans, zo sprak ik mezelf toe, straks zitten die muizen door jouw domme actie niet alleen in de bijkeuken maar door het hele huis.
Soms zag ik ’s avonds wel eens een muis lopen, die klom dan gewoon recht omhoog tegen de wasdroger op en begon daar aan het vogelvoer te knabbelen of in het plastic te rommelen. Ik vroeg me wel eens af of de muizen die ik naar het bos bracht het wel zouden overleven. Of ze het niet koud hadden. Of ze wel genoeg te eten hadden. Of ze niet een langzame, wrede dood zouden sterven en of het niet humaner was ze gewoon met één klap in een echte muizenval dood te maken. Maar dan dacht ik hun lieve ronde kraaloogjes en aan vroeger toen ik nog kind was en muizen op mijn slaapkamer had. Ik hoorde de muizen dan zachtjes rondtrippelen in de nacht. Als kind vond ik dat best een beetje eng. Ik was bang dat ze bij mij in bed zouden komen. Mijn ouders zetten muizenvallen en die hoorde ik dan met een klap dichtslaan. De muis was niet altijd ineens dood. Soms hoorde ik de muizenval heen en weer slaan in een verwoede poging van de muis om zich te bevrijden. Het gevecht duurde tot de muis was uitgeput en langzaam de moed opgaf. De volgende ochtend vond ik dan onder mijn bed de muizenval met het muizenlijkje. Ik vond het vreselijk naar dat de muizen zo aan hun einde moesten komen en kon er vaak niet van slapen.

Vanochtend zat er een muis op onze muisvriendelijke muizenval. Hij zat daar en keek me aan. Eerst dacht ik nog: zeker een muis die we al vaker hebben gevangen en niet meer bang is voor me. Maar toen ik beter keek zag ik dat hij met zijn pootje verstrikt zat in het metaaldraad van de kooi. Hij probeerde zich los te rukken, maar zijn pogingen zorgden er alleen maar voor dat hij nog vaster verstrikt raakte. Ik deed tuinhandschoenen aan, zodat de muis me niet kon bijten en probeerde met een tangetje het ijzerdraad te verbuigen. De muis raakte zo in de stress dat hij geen moment stil zat en het een steeds bloederiger tafereel werd. Zijn ragfijne, blanke muizenpootje zat onder het bloed, net als zijn kleine staartje. Zijn dijbeen zag er vreemd dik en gedraaid uit. Het lukte me niet om het draad ook maar een millimeter opzij te krijgen. Ik vroeg me af of ik de muis dood moest maken en hoe ik dat het beste kon doen. Ik kon dit gemartel niet langer aanzien. De muis vocht voor zijn leven, maar raakte steeds meer uitgeput. Uiteindelijk haalde ik een grote nijptang uit de kelder. Hiermee moest het lukken. Ik was alleen bang dat ik met de grote nijptang per ongeluk een pootje mee zou nemen en het drama alleen maar groter zou maken. Met mijn linkerhand hield ik de muis in bedwang met de rechterhand kneep ik zo hard ik kon. Na een tijdje wrikken schoot de muis plotseling los en verdween pijlsnel met een dikke ijzerdraad pin in zijn been onder de diepvries.
Ik gooide de muizenval in de afvalcontainer. Weg ermee. Dit was al het derde slachtoffer dat de muizenval had gemaakt. Twee arme muizen waren de hongerdood gestorven, omdat wij niet in de gaten hadden dat ze erin zaten en ze niet tijdig hadden bevrijd. De muizen kwamen ook op de muizenval af als we er geen voer in deden.
Een langzame hongerdood sterven of met een ijzerdraad pin langzaam creperen onder de diepvries was iets wat ik de muizen absoluut niet aan wilde doen. Dat was nog vele malen erger dan gewoon pats boem dood.
De hele dag voelde ik me rot en dacht aan de pijn die de muis moest voelen. Zou hij al dood zijn? Ik stuurde de muis wat helende Reiki energie en bad dat hij snel uit zijn lijden verlost zou worden.
’s Avonds legde ik stiekem wat zonnebloempitjes voor hem neer bij de diepvries.

Onze pogingen om een muizenvrij huis te krijgen zijn tot nu toe vrij kansloos. En ik denk dat dat nog wel even zo blijft…

huismuis2 huismuis 1

Eén reactie

  1. Brrrrrrr, hoe je zo poëtisch kunt schrijven over kleine diertjes waar ik van in paniek raak…. Dat is nog eens liefde voor dieren! Ik zeg: Marianne Thieme aan de kant hier is je nieuwe boegbeeld!

Geef een reactie