Vakantie 2018: tour de France et Espana

Al lang van tevoren hadden we uitgekeken naar deze vier weken vakantie. Lekker samen op pad met de camper en de fietsen.
Aangezien ik net ben toegetreden tot de wondere wereld van het wielrenfietsen zal ik onze vakantie verslaan aan de hand van de etappes die we hebben afgelegd.

Etappe 1 – Parijs- Roland Garros
We slaan ons kamp op in Bois de Boulogne; een uitgestrekt stadspark in het centrum van Parijs. Het is een zwoele avond als we arriveren en overal in het park zitten mensen te picknicken, staan groepjes te swingen op muziek en spelen mensen met hun drone in de lucht. Ik moet wennen aan de hectiek van de stad, heb last van de warmte en de lawaaiige feestvierders die doorgaan tot diep in de nacht. Waarom is vakantie eigenlijk leuk zo vraag ik me knorrig en vermoeid af als ik om twee uur nog steeds niet in slaap ben gevallen.
De volgende ochtend ben ik dat al weer helemaal vergeten. Frans heeft kaartjes weten te scoren voor Roland Garros. We wandelen naar het tennispark waar het om tien uur ’s ochtends nog lekker rustig is en nestelen ons na een drankje op de tribune van het Suzanne Lenglen stadion. De eerste wedstrijd gaat tussen de boomlange reus Kevin Anderson uit Zuid-Afrika tegen de kleine Diego Schwarzman uit Argentinië, die door zijn vechtlust al snel de favoriet van het publiek is. Anderson wint de eerste twee sets gemakkelijk en we besluiten even ergens anders te gaan kijken. Met onze kaartjes hebben we toegang tot alle banen, behalve die in het hoofdstadion van Philip Chartier. Op een buitenbaan zien we een prachtige dubbelpartij. Heel bijzonder dat je zo dicht bij de spelers zit, dat je ze bijna kan aanraken.
Tot onze verbazing is de wedstrijd tussen Anderson en Schwarzman uitgelopen op een spannende vijfsetter, die wordt gewonnen door de kleine Schwarzman. Daarna is het tijd voor de dames. De hooggeplaatste Angelique Kerber speelt tegen publiekslieveling Carolien Garcia uit Frankrijk. Ondanks de aanmoedigingen van het publiek wint Kerber gemakkelijk.
Moeiteloos brengen we de hele dag door met kijken naar tennis. We wandelen pas terug naar de camping als de avond valt.

IMG_20180604_122525IMG_20180604_153045

 

 

 

 

 

 

Etappe 2 – Loirestreek
Het weer is omgeslagen en met fikse regen verlaten we Parijs. Drie uur later strijken we neer op camping La Poterie aan de Loire, strategisch gelegen tussen de kastelen van Blois, Amboise en Chenonceau.
De achterband van Frans zijn fiets is aan flarden gescheurd en we zoeken een fietsenmaker om de band te vervangen. De fietsenmaker in Amboise kijkt bedenkelijk als we in ons beste Frans uitleggen wat we graag willen. Ik ben bang dat hij gaat zeggen dat we over drie dagen maar terug moeten komen, maar tot onze verbazing zegt hij verontschuldigend dat het wel anderhalf uur kan duren… Wij natuurlijk helemaal blij. Ondertussen vermaken we ons in het karakteristieke stadje Amboise waar we een ijsje eten en een rondje wandelen langs de kastelen en landhuizen. Als we terugkomen op de camping zien we aan de half gevulde glazen, die we buiten op ons tafeltje hebben laten staan, dat het hier heel flink geregend moet hebben.
We krijgen vrolijke, zonnige berichtjes uit Nederland, maar bij ons klettert de regen tegen de ramen van de camper. Fietsen lijkt niet heel aantrekkelijk met dit weer. Dus rijden we met de camper weer naar Amboise en bezoeken Chateau Clos Lucé; het huis waar Leonardo Da Vinci de laatste jaren van zijn leven heeft doorgebracht. In de kelder van het kasteel is een ruimte waar zijn uitvindingen op schaal zijn nagebouwd. Overal staat tekst en uitleg bij en het is erg interessant. Leonardo Da Vinci was een veelzijdig man, hij ontwierp bruggen, vliegtoestellen, legervoertuigen en kruisbogen, maar met hetzelfde gemak schilderde hij prachtige portretten van welgestelde dames en heren, ontwierp tuinen en bedacht theorieën over het heelal. De tuin bij het kasteel is sprookjesachtig en door de regen lijkt het nog een extra dimensie te krijgen.
Net voor sluitingstijd brengen we een bezoek aan Chateau Chenonceau, dat bekend is geworden omdat het als een brug over de Loire is gebouwd. We hebben het kasteel voor ons alleen en zwerven door de prachtige zalen die allen uitzicht bieden op het water. Het kasteel is immers over de rivier gebouwd. Aangezien het een heerlijk plekje is koken we in de camper een snelle maaltijd die we in het park bij het kasteel opeten. We genieten van een zonnetje dat voorzichtig achter de wolken tevoorschijn komt.
En dan eindelijk is de tijd rijp om te fietsen. Langs de Loire is een traject van vierhonderd kilometer uitgezet met fietspaden en autoluwe wegen: La Loire á Velo. Vandaag fietsen we naar koningsstad Blois dat hoog op een berg ligt te pronken. We parkeren de fiets op de berg en lopen een rondje door het centrum alvorens weer terug te fietsen naar de camping. Alles bij elkaar zo’n 55 kilometer gefietst.
Het zonnetje schijnt en we genieten van een flesje witte Sauvignon Blanc uit de Loirestreek aangevuld met een zachte camembert, die ervoor zorgt dat er uit onze koelkast een enorme stank komt. Genieten op z’n Frans. Nog één dagje fietsten langs de Loire, met pittige klimmetjes en goudgele graanvelden gevuld met korenbloemen en klaprozen en dan is het tijd voor de volgende etappe.

IMG_20180605_173132 IMG_20180606_144508 IMG_20180606_162820 IMG_20180606_175515 IMG_20180606_184513 IMG_20180606_184551

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_20180608_163352  IMG_20180607_114500

 

 

 

 

 

Etappe 3 – het strand van Montalivet en Bordeaux
Frans wilde wel graag een paar dagen naar zee. En zo komen we tot onze verrassing uit in het puntje van het schiereiland boven Bordeaux. Met de boot vanaf Royan steken we over en bereiken een prachtig leeg gebied met eindeloze zandstranden en moerassige graslanden met paarden. Aan de ene kant is er de woeste Atlantische oceaan, aan de andere kant de grijze monding van rivier de Garonne. We wandelen kilometers langs het verlaten strand, duiken in de golven, fietsen door zompige bossen en stranden bijna in de natte graslanden met onze fietsen. Op de camping staan we onder de pijnbomen die heerlijk geuren en we laten ons het Franse stokbrood goed smaken. We eindigen deze etappe met een fietstocht door Bordeaux; een verrassend mooie stad met veel stijlvolle oude gebouwen en mooie musea.

IMG_20180610_122013 IMG_20180609_203807

 

 

 

 

 

 

Etappe 4 – Picos de Europa
Mijn doel voor deze vakantie is de groene noordkust van Spanje met Baskenland, Cantabrië, Asturië en als we nog tijd hebben het in het uiterste puntje gelegen Galicië. Ik wil naar de Picos de Europa, een klein maar grillig gebergte zo’n vijftig kilometer uit de kust tussen Leon en Santander.
Als we na een lange dag rijden aankomen op de camping mogen we zelf een plaatsje uitzoeken. Tot onze verrassing zijn we, behalve een fietser in een minitentje,  de enige gasten op de camping. We doen boodschappen in het pittoreske stadje Cangas de Onis, dat beroemd is om zijn Romeinse brug. De volgende dag gaan we met de openbare bus (om de natuur te beschermen is het in dit deel van het park verboden om met de eigen auto het park in te rijden) naar de meren van Covadonga. We bezoeken de hoog op een berg gelegen kathedraal, het klooster en de kleine in de rotswand gebouwde kapel, alvorens we een mooie wandeling maken langs Lago de Ercina en Lago de Enol. Als we in een berghut wat te drinken nemen vertelt de berggids ons over de grote vogels die we door de lucht zien cirkelen. Het zijn lammergieren, ook wel baardgieren genoemd. De lammergier voedt zich voor 80% met botten van kadavers. Door de grote snavelopening kan hij botten tot 18 cm groot in een keer doorslikken. Grotere botten neemt hij mee de lucht in om ze op rotsen kapot te laten vallen. Botten bevatten naast kalk veel eiwit en het merg is eveneens voedzaam. Deze vogel kan door gebruik te maken van thermiek urenlang in de lucht cirkelen zonder een enkele vleugelslag.

We benaderen de Picos de Europa vanuit drie kanten. Eerst vanuit Covadonga, daarna vanuit Las Arenas en tenslotte vanuit Potes. In Las Arenas lopen we de prachtige ‘Ruta del Cares’. Een in de rotsen uitgehakt pad van 12 kilometer lang dat je als een lint langs de rotswanden ziet slingeren. Naast het pad is een diepe afgrond met in de diepte een wilde rivier. De route is adembenemend mooi en we nemen er uitgebreid de tijd voor. Na een lunch in een dorpje aan het einde van de kloof lopen we de route terug. Moe maar voldaan springen we onder de douche.
De weg naar Potes is deels afgesloten en we krijgen te maken met een omleiding. Frans rijdt de auto’s die voor ons rijden achterna in de veronderstelling dat iedereen naar Potes gaat. De weg klimt steil omhoog en wordt smaller en smaller. Dan ineens loopt de weg dood in een klein dorpje. De auto’s voor ons draaien het raampje open en lachen ons toe. Het blijkt een grote groep schoolkinderen te zijn die gaan raften en daarom zijn afgedaald naar dit verlaten oord. Voor de weg naar Potes moeten we een hele andere route nemen. In hun beste Engels proberen ze ons op weg te helpen. De omleiding gaat dwars door de bergen en duurt vier uur extra! De tocht is spectaculair. Regelmatig moeten we wachten en steken om tegemoet komend verkeer te laten passeren.
In Potes is het druk en staan we op een volle camping met allemaal Nederlanders. Dat is even wennen.

In de vroege ochtend rijden we naar Fuente Dé waar we met een tandradbaan omhoog gaan naar 1.800 meter en de besneeuwde toppen van de Picos bijna kunnen aanraken. We lopen via een druk belopen pad naar een berghut waar we wat drinken. Een groepje Britten laat ons op een kaartje een alternatieve route zien. Dit wordt een wandeling met een gouden randje. Er is niet echt een pad en we zoeken onze weg over rotsige, groene bergen en dalen. We klauteren en klimmen over paadjes die door het vee gebruikt worden. Er zijn nergens hekken. Koeien, geiten en paarden lopen vrij rond. De koeien zien er tevreden uit, zo liggend op het gras. Ik moet denken aan de stierengevechten die hier nog plaatsvinden, die barbaarse en bloederige traditie waarbij ik altijd stiekem hoop dat de stier wint van de toreador. Maar als ik deze koeien gezellig met hun kalfjes samen zie grazen, trots overeind staand met hun horens, dan denk ik dat ze toch een beter leven hebben dan in een Nederlandse stal. Het mooist vind ik de kuddes ‘wilde’ paarden die hier rondlopen.
Opeens komt er een wild galopperend paard op ons af. Enigszins bang blijf ik staan. Het is echt een imponerend gezicht. En dan komen er uit alle hoeken en gaten van de groene vallei dravende paarden tevoorschijn en vormt zich een kudde geleid door het galopperende paard dat alleen achteraan loopt en de kudde van achteruit beschermt. Ik ben er stil van. We pauzeren op de top van een heuvel en kijken in de groene verte naar de paarden, koeien en geiten. We zijn helemaal alleen en het is een beetje spannend of we in de goede richting gaan, maar na een tijdje zien we de zendmast die bovenop de top staat en zijn we mooi op tijd voor de tandradbaan naar beneden. De Picos de Europa is zeker een aanrader.

IMG_20180616_104521 IMG_20180616_132007 IMG_20180616_155846

IMG_20180616_122735 IMG_20180616_124201 IMG_20180617_151118

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_20180617_164515 IMG_20180618_092831 IMG_20180618_105846

 

 

 

 

 

IMG_20180618_094908 IMG_20180618_104816IMG_20180620_151758 IMG_20180620_105936 IMG_20180620_111904 IMG_20180620_112034 IMG_20180620_113238

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rustdag: eten, drinken en gastvrijheid
We komen er al snel achter dat de Spaanse keuken – in dit deel van Spanje tenminste – weinig verfijnd is. Het eten is eenvoudig en weinig smaakvol, althans dat is onze mening. Dit in tegenstelling tot de bewoners die bijzonder trots zijn op hun Fabada (bonenschotel), Gabralles (in grotten gedroogde kaas) en Sidra (appelcider). Natuurlijk hebben we deze regionale streekgerechten wel uitgeprobeerd. De appelcider wordt geschonken in een ‘Sidreria’. Dit houdt in dat de ober zonder te kijken de cider van grote hoogte in een glas laat spetteren. Hierbij wordt er heel veel gelachen en geknoeid. De geknoeide cider blijft gewoon op de plakkerige vloer achter. Het van grote hoogte inschenken van de cider is bedoeld om er extra zuurstof aan toe te voegen. Na de lekkere Franse stokbroden smaakt het Spaanse brood – altijd wit – eigenlijk naar niets.

De bewoners van Asturië en Cantabrië zijn heel erg vriendelijk en gastvrij. Ze geven ons het gevoel dat we bijzonder welkom zijn en nemen altijd uitvoerig de tijd om ons te informeren. Een jonge ober die het dagmenu voor ons fotografeert met zijn mobieltje en dan via google translate de menukaart voor ons in het Engels vertaalt. Of de vrouw op de camping in Potes die uitgebreid de tijd neemt om ons de mooiste plekje van de Cantabrische kust te onthullen.

Het Spaanse ritme bevalt ons wel. ’s Ochtends niet te vroeg beginnen met een licht ontbijt. De lunch die overal genuttigd kan worden tussen twaalf en vier is de hoofdmaaltijd van de dag. Hiervoor bieden restaurants het ‘menu del dia’ aan. Het bestaat standaard uit drie gangen (het is ons niet gelukt het te beperken tot één of twee gangen, die optie was er gewoonweg niet) en kost meestal zo’n twaalf tot vijftien euro inclusief water of wijn. Ik vind het zelf heel lekker om ’s middags uitgebreid te lunchen en daarna op pad te gaan. De musea en bezienswaardigheden zijn standaard open tot acht uur ’s avonds. La Cena – de kleine avondmaaltijd – begint vanaf 21.00 uur, maar Spanjaarden komen rustig nog om 23.00 uur een restaurant binnen wandelen.

In een dorpje aan zee gaan we op zoek naar een visrestaurant. De vriendelijke ober legt ons uit wat de mogelijkheden zijn. Hij kan ons het vismenu van het huis aanbevelen. Er staan bij iedere gang wel vier soorten vis en we denken dat we telkens één soort moeten kiezen, maar al snel blijkt dat we ALLES krijgen wat genoemd staat. En zo zitten we even later achter twee bakken vol schelpen. Ik moet me even over een drempeltje heenzetten, maar dan pak ik een schelp en slurp hem leeg. Er zijn twee types die allebei heel verschillend smaken. Daarna volgt de gang met langoustines, drie soorten garnalen, gamba’s en kreeftjes. Het hoofdgerecht bestaat uit vier soorten gegrilde vis, waaronder zalm, kabeljauw en twee lokale soorten. Er zit ook nog een toetje bij (geen vis J). De bediening in het restaurant behandelt ons als speciale gasten met extra aandacht en we hebben het idee dat ze zich vereerd voelen dat wij voor dit menu hebben gekozen. Dit menu kost € 25,- pp en is inclusief een fles water en een fles witte wijn. De koffie en thee zijn van het huis en de ober biedt ons ook nog een digestief aan, maar die slaan we beleefd af, want we zijn al behoorlijk teut van de wijn. Nu eens een keertje echt smakelijk gegeten.

IMG_20180621_202453 IMG_20180615_181726

 

 

 

 

 

 

Etappe 5 – Cantabrische kust: Comillas en Santander
Op aanraden van een vriendelijke Spaanse gaan we naar Comillas aan de Cantabrische kust. Op de camping vinden we een plekje met uitzicht op zee en hebben we ons eigen ministrandje tussen de rotsen. We durven maar tot onze knieën in het water, want de golven zijn indrukwekkend. Er wordt hier dan ook volop gesurft. In Comillas staat een door Gaudi ontworpen villa waar we een uitgebreide rondleiding krijgen. Het interieur zit vol handige foefjes en staat bol van de symboliek. Via een wandeling door een park komen we bij de universiteit van Comillas. Een indrukwekkend gebouw met een grote ijzeren deur, dat in de vorige eeuw dienst deed als Jezuïetenklooster. De rondleiding is alleen in het Spaans, maar we krijgen een boekje met Engelse tekst. We lopen langs houtsnijwerk en muurschilderingen, met marmer betegelde vloeren en met balken versierde plafonds.

Santander is een stad met geweldige stranden. Er zijn er maar liefst dertien! Hoog boven de stranden loopt een kilometers lange boulevard met bankjes en bomen vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de rotsige kust en het blauwe water.
Op Netflix hadden Frans en ik de serie Grand Hotel gekeken die is opgenomen in Santander. Dus wandelen we de berg op waar dit statige hotel is gelegen. Helaas is er vandaag geen rondleiding mogelijk, want het Grand Hotel doet dienst als trouwlocatie. Er zijn vandaag drie trouwerijen zo krijgen we te horen van een beveiligingsbeambte. De eerste bruiloftsgasten arriveren al snel en wij kijken onze ogen uit; ze zijn chic en extravagant gekleed, kussen elkaar allemaal uitbundig en kletsen er vrolijk op los.
Omdat we moe zijn nemen we als echte toeristen een ritje met de bus door de stad. Hierdoor krijgen we een goede indruk van Santander en zien we de belangrijkste bezienswaardigheden. Via een oortje krijgen we ook leuke informatie te horen. Zo rijden we bijvoorbeeld langs het stadion van Racing Santander en de royale woonwijken, die zijn aangelegd toen in de jaren vijftig een groot deel van de stad door brand is verwoest.
Natuurlijk nemen we ook even een duik in zee. De zee heeft heerlijke golven. We sluiten af met een paella en een vissoep. Santander is een relaxte, schone stad.

IMG_20180622_104619 IMG_20180622_171345 IMG_20180622_183000 IMG_20180622_183649 IMG_20180623_131335 IMG_20180623_132401

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Etappe 6 – Baskenland
Op de grens tussen Spanje en Frankrijk, in het hart van Baskenland dat deels in Frankrijk en deels in Spanje ligt, ligt het plaatsje Henday. We lopen hier een kustpad. De zon brandt op onze hoofden, het is bloedheet. Gelukkig kunnen we af en toe afkoelen in zee. Ik kan niet meer zo goed tegen de warmte en krijg telkens als we gaan wandelen huiduitslag op mijn benen. Grote, rode, pijnlijke vlekken. Om mijn huid te beschermen loop ik met een spijkerbroek en T-shirt met lange mouwen en koel mijn huid zoveel mogelijk met natte handdoeken. Het kustpad is wel mooi. Het loopt langs een kasteel en gaat door een bos, daarna lopen we langs geribbelde rotsen en een azuurblauwe zee. Tot slot komen we in het havenplaatsje Saint Jean de Luz waar we de bus nemen terug naar Henday. Het zwembadje op de camping biedt verkoeling en ’s avonds kijken we op een terrasje naar de eerste WK voetbal wedstrijden.

IMG_20180626_091459 IMG_20180626_095619 IMG_20180626_134506 IMG_20180626_143553

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

IMG_20180625_215553 IMG_20180625_215549

 

 

 

 

 

 

Etappe 7 – Nogmaals de Loirestreek en Parijs
Als laatste etappe voor de reis naar huis stoppen we nogmaals in de Loirestreek. Nog één dagje lekker luieren, zwemmen, lezen en op de fiets het kasteel van Cheverny bezoeken, waar we picknicken onder de eeuwenoude bomen van de kasteeltuin. De volgende dag rijden we via Parijs weer naar huis. Alles lijkt goed te gaan, totdat onze Tomtom in Parijs ineens een alternatieve route aangeeft. Na enig overleg besluiten we toch maar om Tommies raad op te volgen. Al vrij snel komen we vast te zitten in wegonderbrekingen en omleidingsroutes en het duurt een hele tijd voor we weer op het goede spoor zitten. Als we eindelijk weer de snelweg lijken op te gaan, komen er bordjes met waarschuwingen dat er alleen voertuigen van twee meter hoogte op deze weg mogen rijden. Wat een raar bericht denken we nog, als we ineens voor tolpoortjes staan. Onze camper is met luifel erbij ongeveer twee meter en twee centimeter hoog. Uiterst langzaam rijdt Frans de camper onder de balk van de tolpoort en vraagt aan de wegwerker die daar staat of we er onder door kunnen. We krijgen een groen sein en daar gaan we. Tot onze grote schrik en verbazing rijden we een tunnel in die zo laag is dat we allebei instinctief bukken. Dat was dus de reden voor de maximale hoogte van twee meter. De tunnel is twaalf kilometer lang en er lijkt geen einde aan te komen. Frans durft niet harder te rijden dan 50 km per uur, want het dak loopt wat scheef en we zijn telkens bang om iets te raken. Met een stijve nek en een flinke dosis adrenaline komen we de tunnel weer uit.
De navigatie geeft aan dat er in Antwerpen een ernstig ongeluk is gebeurd en dat het verkeer er stil staat voor de ring. De vertraging is ruim anderhalf uur. Omrijden is ook niet echt een optie, dus maken we van de nood een deugd en besluiten een leuke tussenstop te maken in Gent. We parkeren de bus in een garage en lopen het oude centrum in dat wel een openluchtmuseum lijkt. Het ene gebouw nog imposanter dan het andere. Overal grote kerken, torens, bruggen en oude panden. Het is een vrolijke boel. De terrasjes en kades zijn gevuld met lachende mensen en door de kanalen varen kano’s en kleine bootjes. We lopen een rondje en eten aan de rand van het water een salade die we in de supermarkt hebben gekocht. Nog een lekker ijsje en dan is het tijd voor de laatste etappe naar huis. De file is helaas nog steeds niet opgelost en we worden omgeleid via de havenkant van Antwerpen, waarbij we via vele tunnels uiteindelijk in Nederland uitkomen.

We finishen om 22.00 uur in Doetinchem aan de Kruisbergseweg met 3.998 afgelegde kilometers.

Eén reactie

  1. Nou, de gele, roze en bolletjestrui is meer dan verdiend hoor! Heerlijk omgeving lezen hoe jullie genoten hebben.
    Liefs sas

Geef een reactie