Fietsvrienden

Nu ik zelf ben begonnen met fietsen valt me pas op hoeveel vrienden ik heb die ook van wielrennen houden en deze sport actief beoefenen. Bijna zonder uitzondering zijn ze enthousiast over mijn deelname aan de Tristan Hofman Challenge en bieden ze aan om hun kennis en ervaring met me te delen en om samen een rondje te fietsen. Zo heb ik al een heel scala aan leuke aanbiedingen binnen.

Op een warme zomerdag reed ik met de auto naar Deventer voor een fietstocht langs de IJssel met mijn vriend Huub. De eerste kilometers fietsten we kriskras langs beboste wegen richting Olst. Huub stuurde behendig over kruisingen en bochtige fietspaden, ik volgde hem behoedzaam en een stuk minder soepel. Na zo’n vijftien kilometer opperde ik voorzichtig dat ik honger kreeg. ‘Nou,’ zei Huub, ‘dat komt goed uit.’ En hij loodste me naar een gezellig terrasje waar ik trakteerde op koffie met appelgebak en slagroom.
Eén van de gevolgen van het fietsen is dat ik er zwaarder van word. En dan heb ik het niet over de toegenomen spiermassa van mijn benen, maar over het vetpercentage van mijn buik en middel. Om de hongerklop voor te blijven eet ik me ongans aan koolhydraatrijke producten als mueslireepjes, boterhammen, pastasalades en dus ook appeltaart. Waarschijnlijk eet ik iets téveel en bouwt mijn lichaam reserves op voor tijden van nood. Maar als ik niet eet of te weinig eet krijg ik last van duizelingen, vlekken voor mijn ogen en trillende armen en benen. Dan ben ik niet meer vooruit te branden. Bovendien smaakt alles zo lekker tijdens een fietstocht. Sinds ik fiets heb ik honger als een wolf en eet ik als een beer.

Na de appeltaart fietste ik weer een stuk lekkerder en al snel kwamen we bij Fortmond waar we het pontje over de IJssel naar Veessen pakten. Door de lage waterstand moesten we steil naar beneden afdalen en kon het pontje nog maar net in de vaart blijven. Het was druk met boten op de IJssel en we moesten even wachten voor we de overtocht konden maken.
In Veessen fietsten we via de dijk met de wind in de rug richting Welsum. We schakelden over op een groter verzet en stoven langs de uiterwaarden. We passeerden een gezellige uitspanning en Huub vroeg of ik alweer honger kreeg. Ik knikte bevestigend en we draaiden om voor een pauze aan het water. Huub trakteerde me op een maaltijdpasta. Zelf koos hij voor een clubsandwich. Na een lange pauze hervatten we onze fietstocht en reden via de IJssel terug richting Deventer.
Ik weet niet of het kwam door het zwaardere verzet dat ik gebruikte of doordat ik met enige bravoure de toch wel steile fietsbrug op reed, maar na afloop had ik voor het eerst in mijn leven last van mijn knieën. De aanhechtingen aan het bot lieten zich voelen door een zeurend pijntje. De waarschuwende woorden van een ervaren fietsvriendin dreunden na in mijn oren. Altijd rijden met een licht verzet, anders rijd je je knieën aan gort, had ze gezegd. Bah, moest ik rustig aan gaan doen, terwijl het net zo lekker ging.

De IJsseltocht had 47 kilometer aan mijn fietsteller toegevoegd, waardoor het totaal aantal gereden kilometers in twee weken tijd was opgelopen tot 159. Niet slecht voor een beginneling. Maar misschien moest ik toch wat rustiger aandoen. Ik besloot de fietstochtjes met mijn andere fietsvrienden nog even uit te stellen. Maar deze had ik op zak en ik had er onwijs van genoten.

 

pontje Deventer

 

Eén reactie

Geef een reactie