Knobbeltje

Ik had het rode vlekje aan de bovenkant van mijn borst al eerder zien zitten, maar had er verder geen aandacht aan geschonken. Nu viel mijn oog er weer op en instinctief legde ik mijn wijsvinger erop. Ik voelde een ronde, harde knobbel. Het riep herinneringen op aan vier jaar geleden. Net zo’n knobbeltje. Alleen was dit knobbeltje pijnlijker. Ik dacht in eerste instantie aan een kleine spierblessure of een opgezette lymfeklier.
We zouden een weekendje naar zee gaan en ik ging boodschappen doen en de spullen inpakken. Maar het knobbeltje bleef in mijn hoofd rondzeuren. Moest ik actie ondernemen en zo ja, welke actie dan? Ik had pas nog een mammografie gehad en die was goed. Maar ik wist ook dat mijn vorige tumor niet op de mammografie te zien was geweest.

Ik keek maar weer eens in de spiegel naar het vreemde, iets dikke, rode vlekje. Ja, de knobbel zat er nog. Hard en pijnlijk. Ineens zat het woord imflammatoire borstkanker in mijn hoofd. Ik had er wel eens iets over gelezen. Het is een soort borstkanker die pijnlijk is en vaak over het hoofd wordt gezien, omdat in eerste instantie aan een ontsteking wordt gedacht. Op de site van de borstkankervereniging zocht ik naar informatie die mijn angst zou kunnen ontkrachten. Het werkte averechts. Mijn angstige gedachten werden er alleen door gevoed. Imflammatoire borstkanker is een zeldzaam agressieve kanker die in enkele weken tijd kan ontstaan. Het wordt vaak pas ontdekt als het is uitgezaaid naar de lymfeklieren en er rode, harde plekken ontstaan, doordat de kankercellen de lymfeklieren blokkeren. De prognose is slecht.
Het idee dat de knobbel die ik voelde imflammatoire borstkanker zou kunnen zijn, haakte zich vast in mijn hoofd en vrat zich een weg door mijn brein. In één klap kantelde mijn toekomstperspectief. Weg plannen om groepen voor hoogbegaafde kinderen te beginnen of om  weekenden voor jongeren te organiseren. De beklimming van de col d’Aubisque leek ineens onwerkelijk ver weg. Misschien ben ik dan al wel dood, mijmerde ik somber. Komt er vast boven de advertentie te staan: ‘ze had nog zoveel plannen, maar het mocht niet zo zijn’,  vervolgde ik mijn treurnis.

‘Jumping to conclusions’ noemen ze dat waar ik in mijn hoofd mee bezig was. Op basis van één vooronderstelling steeds verdere conclusies trekken en dan uitkomen op een eindpunt dat heel ver van de realiteit af kan staan. Dat was juist het punt. Ik vond het allemaal heel geloofwaardig en aannemelijk, het was een reële optie dat ik imflammatoire borstkanker had. En als dat zo was, dan wilde ik zo snel mogelijk in actie komen. Maar eigenlijk wilde ik zo snel mogelijk bevestigd hebben dat ik ongelijk had. Dat er absoluut niets aan de hand was met mijn lichaam. Ik begreep dat het kansloos was om in het weekend naar de oncologie verpleegkundige te bellen, naar de eerste hulp te snellen of om mijn borst er uit voorzorg zelf maar vast vanaf te snijden. Met mijn verstand begreep ik dat heus wel. Toch was dat wel wat ik het liefst had gedaan. Bizar dat gedachten zo hun eigen leven kunnen gaan leiden in je hoofd en een emotionele staat van aan paniek grenzende angst teweeg kunnen brengen.
Die nacht sliep ik slecht. Telkens schoot ik wakker. Even voelde ik me dan rustig, maar in een flits hing de donkere wolk van dreiging dan weer boven mijn hoofd. Een gevoel van naderend onheil. Met grote somberheid werd ik de volgende ochtend wakker. We zouden een weekendje naar zee gaan. Lekker een weekend er samen op uit. Het was wel heel jammer als ik dat zou verpesten met mijn gepieker over de knobbel in mijn borst. Een knobbeltje dat zeer waarschijnlijk gewoon een verdikte spier of lymfeknoopje was. Frans hielp me het probleem van het knobbeltje te parkeren. Om het een plekje te geven in mijn hoofd en er verder niet meer aan te denken. Tot mijn verrassing ging dat – toen ik eenmaal het juiste knopje in mijn hoofd had gevonden – verrassend gemakkelijk. Ineens was het knobbeltje geen item meer, maar kon ik me focussen op het inpakken van de spullen, de camping en de leuke activiteiten die we zouden gaan ondernemen.
Het werd een heerlijk weekend in Sint Maartenszee, waarbij we fietsten door de duinen en ik genoot van mijn toegenomen conditie, waarbij we speelden in de golven, lange strandwandelingen maakten en een bezoek brachten aan natuurgebied het Zwanenwater. Het riep jeugdherinneringen op aan toen ik hier lang geleden met mijn oom en tante naar toe ging om een weekend aan zee door te brengen. We zaten op terrasjes bij leuke strandtenten en genoten van hapjes en drankjes.

IMG_20180811_174515 IMG_20180812_191008

 

 

 

 

 

 

En de knobbel?  Die zat er nog wel, maar was een stuk kleiner geworden en het rode vlekje was bijna weg. Ik besloot het even aan te zien. Als het er over een tijdje nog zat, zou ik er naar laten kijken. Toch bleef het knobbeltje in mijn hoofd zitten. Ik dacht niet langer dat het echt iets ernstigs zou zijn, maar ik was ook niet helemaal zeker van mijn zaak. Mijn lymfetherapeut en een vriendin moedigden me aan om het toch even te laten onderzoeken.

En zo nam ik op een maandagochtend contact op met het geweldige Slingeland ziekenhuis, mijn baken in onzekere tijden. De oncologie verpleegkundige verwees me door naar de mamacare verpleegkundige, die contact opnam met mijn chirurg waar ik een half uur later al terecht kon. Er is over een half uur nog een gaatje vrij en ik zie dat je dichtbij woont, had de mamacare verpleegkundige gezegd. ‘Zal ik vragen of je dan mag komen, dan hoef je niet zo lang in onzekerheid te blijven,’ vroeg ze meelevend.
Mijn borst werd helemaal onderzocht. Het knobbeltje werd niet als iets alarmerends gezien, maar als ik dat graag wilde kon er een echo worden gemaakt. Op een echo kan een verdachte plek heel nauwkeurig en gedetailleerd worden bekeken.
Met mijn benen bungelend op de rand van de onderzoekstafel keek de chirurg me onderzoekend aan. Ik nam even de tijd om te voelen wat ik wilde. ‘Ja’, zei ik, ‘ik wil toch graag de echo.’ ‘Dat is goed,’ antwoordde de chirurg, ‘loop maar mee dan maken we direct een afspraak.’
En zo kon ik de volgende ochtend al terecht om een echo te laten maken van het knobbeltje in mijn borst. De blonde radiologe smeerde wat gel op mijn borst en bewoog de scanner over de dubieuze plek. Ik kon meekijken op het scherm. Er was helemaal niets verdachts te zien, stelde de radiologe me gerust.
Op het scherm zag ik twee ronde vlekken, die eruit zagen als knobbeltjes zeewier en ik vroeg of dat het knobbeltje was dat ik voelde. De radiologe antwoordde lachend dat dat mijn ribben waren. Het knobbeltje dat ik voelde was waarschijnlijk opgezet klierweefsel of littekenweefsel, misschien ontstaan als late reactie op de bestraling, die nog tot tien jaar tijd schade aan kan richten. Het was in ieder geval geen kanker. Opgelucht kleedde ik me weer aan. Blij met de voortreffelijke zorg in Nederland. De volgende ochtend belde de chirurg nog even voor de officiële uitslag en om te horen hoe het met me ging. Wat ben ik dankbaar voor deze zorgzame en betrokken mensen in de zorg. Blij dat mijn behoefte aan geruststelling zo serieus wordt genomen.

2 reacties

  1. Ik heb respect voor de manier waaarop jij door je processen gaat. Je bent een voorbeeld voor velen. Gelukkig viel het mee. Je kan nu extra genieten, Liefs van Jo-an en groeten aan Frans.

Geef een reactie