Lek

Nee, gelukkig heb ik nog niet lek gereden, zoals ze dat in de wielerwereld noemen. Lek, slaat in dit geval op de rivier de Lek waarlangs ik een mooie tocht heb gemaakt op mijn trekkingbike.

Op een zonnige zaterdag stap ik met Frans om acht uur ’s ochtends in de camper op weg naar Ameide. We genieten van een prachtige zonsopgang en rond half tien arriveren we op het veld waar vandaag wordt geparapent. De lier staat al op zijn plaats en de zeilen waar vanaf wordt gestart liggen ook al klaar. We zijn net op tijd voor de briefing. Frans zal vandaag fungeren als startleider en een paar tandems vliegen, waaronder een tandem met een oudere man met een beperking die in een rolstoel zit en niet kan lopen of staan. Het hele team is paraat als Frans met deze man gaat vliegen. Twee mensen tillen de man op voor de start en zijn er ook weer om hem op te vangen bij de landing. De overige teamleden helpen Frans om het scherm op een veilige manier omhoog te krijgen. Ontroerend om te zien hoe blij en dankbaar de man en zijn dochter, die dit alles heeft georganiseerd, zijn.

Hierna stap ik op mijn trekkingbike en fiets over een kaarsrechte weg langs strakke weilanden met slootjes naar het plaatsje Tienhoven aan de Lek. Over de dijk fiets ik richting Ameide waar ik het voetpontje neem richting Lopik. Ik laat me verrassen, want de Alblasserwaard is een gebied waar ik nog niet eerder ben geweest. De rivier ligt blauw te schitteren in het zonlicht. De strandjes zijn begroeid met struiken die vol zitten met rode bessen. De kolken en wielen zitten vol tjilpende vogels, in de weilanden rennen paarden wild heen en weer en liggen koeien hun maaltijd te herkauwen.

Met enige spijt bedenk ik dat de dijk uitermate geschikt zou zijn geweest voor mijn racefiets. Een heerlijk parcours om flink hard te fietsen. Maar ik heb vandaag voor mijn trekkingbike gekozen. Ik fiets zo’n vijftien kilometer over de dijk en sla dan impulsief rechtsaf om in het schattige plaatsje Willige Langerak te komen. Het langgerekte dorpje ligt aan een smalle straat die is ingesloten tussen twee sloten. Op de oevers staan wilgen en oude boerderijtjes met bomen vol appels, peren en walnoten. Elk huis is omgeven door water. Er zwemmen eendjes in de sloten en overal drijven kleine roeibootjes.
Na een tijdje kom ik aan in Schoonhoven waar ik de pont naar de overkant neem. Via een lelijk industriegebied fiets ik richting Groot-Ammers en Liesveld, dat bekend staat als het ooievaarsdorp. Ik volg de ooievaarsroute maar hoe ik ook zoek en kijk, ik zie geen enkele ooievaar. Alleen vele witte reigers en een enkele roofvogel. In een boomgaard zie ik opvallende, grote witte en bruine bollen. Het lijken een soort super champignons. Ik vraag me af of dit spontaan opgekomen paddenstoelen zijn of gekweekte reuzenchampignons.

Ik heb het zo uitgekiend dat ik ben begonnen met tegenwind en voor de terugweg de wind in de rug heb. Ik heb behoorlijk trek gekregen als ik rond één uur in Nieuwpoort arriveer. De slag om Nieuwpoort herinner ik me van een geschiedenisles op de middelbare school. Nieuwpoort is een vestigingsplaatsje dat deel uitmaakt van de Hollandse Waterlinie. Om Den Haag en Amsterdam te beschermen tegen de Spanjaarden, werd een deel van Nederland onderwater gezet. Deze waterlinie moest het Spaanse leger tegen houden. Het water was te ondiep voor schepen om er overheen te varen, maar juist diep genoeg zodat voetvolk en soldaten te paard er niet doorheen konden waden. De vestingswerken, daterend uit 1672, zijn nog goed te zien.

Ik strijk neer op een zonnig terras met uitzicht op de gracht en mooie oude panden. Na een kom pompoensoep en een kop  thee vervolg ik mijn tocht richting het dorpje Waal. Rond twee uur ben ik weer terug in Tienhoven. Aangezien ik nog wel wat energie over heb, besluit ik naar de theetuin in Lexmond te fietsen. Het is een beetje een saai stukje en als ik na zeven kilometer aankom bij de theetuin blijkt deze gesloten te zijn. Het is druk op dit stuk van de dijk. Dat komt omdat er in het achterland geen wegen zijn. Zelfs voor de fiets is het achterland niet ontsloten, dus moet ik dezelfde weg terug en nu met de wind voor. Bij Sluis kan ik van de dijk af en fiets ik het binnenland in, vlak langs een natuurgebied met riet en veel water. Via kleine slingerweggetjes kom ik uit bij de A27. Ik fiets een stukje langs de snelweg en kruis dan het binnenland in waar ik paragliders in de lucht zie. Ik fiets in de richting van de paragliders, maar als ik arriveer bemerk ik tot mijn verbazing dat het een andere vliegclub is die daar actief is.

Niet veel later kom ik terecht in een wielerwedstrijd. Aan alle kanten word ik voorbij gereden door tweetallen. Vaak zijn het vader en zoon of vader en dochter. De kinderen hard vooruit fietsend met vader in het kielzog, die het maar net kan bijhouden of juist vaders die hun kleine wielrenfanaat in de nek pakken en vooruit duwen. Soms grote kerels op strakke fietsen met zwarte, dichte wielen. Ze zijn allemaal even fanatiek.

Rond drie uur ben ik weer terug bij het paragliding veld. Nog ruim op tijd om de laatste tandems en cursisten de lucht in te zien gaan. Nog even van het zonnetje genieten en dan mee helpen de spullen inpakken en met z’n allen afsluiten bij de plaatselijke snackbar. Weer een leuke fietservaring rijker.

Eén reactie

  1. Mooi verslag van jouw fietsroute Dorothé…….en leuk dat Frans de man die niet kon staan en lopen een geweldige ervaring heeft kunnen bezorgen met zijn team!!!

    Waarom je onderweg geen enkele ooievaar hebt gezien? Kan voor mij maar 1 ding betekenen: ze zijn vast allemaal onderweg om aanstaande moeders te verblijden 🙂

Geef een reactie