Vriendelijk

Op momenten in mijn werk of opleiding dat ik feedback of een beoordeling kreeg, werd vaak genoemd dat ik een vriendelijke uitstraling heb. Ik zag dat eigenlijk nooit als een positieve eigenschap. Ik had liever dat ze me deskundig, capabel of doortastend noemden in plaats van vriendelijk. Maar recentelijk ben ik anders tegen vriendelijkheid aan gaan kijken. Ik ga vriendelijke mensen steeds meer waarderen. Het is prettig toeven met hen. Ze maken de wereld een stukje aangenamer.

Vanavond heb ik voor het eerst in mijn leven gecollecteerd voor een goed doel en ik merkte dat het hierbij heel prettig was om vriendelijke mensen te treffen in de deuropening. Collecteren voor de Nationale Stichting voor het Gehandicapte Kind (NSGK) heeft me een rijke ervaring aan menselijke reacties opgeleverd. Ik wist niet dat collecteren zo leerzaam was.

Rond half vijf hing ik mijn legitimatiepasje om mijn nek en ging wat onwennig met de lege collectebus op pad. De dove buurvrouw naast ons deed niet open, hoewel het overduidelijk was dat ze wel thuis was, want de televisie stond aan. Zou ze de bel niet gehoord hebben? Of had ze gewoon geen zin in een collecte? Ik drukte nogmaals op de bel. Maar de deur bleef dicht. Met lichte teleurstelling liep ik naar de volgende deur. Hier waren de ramen gebarricadeerd met rolluiken en ik wilde net rechtsomkeer maken, toen ik wat gestommel hoorde. Het duurde lang voor de bejaarde man alle sloten van de deur had gehaald en eindelijk opendeed. Op mijn vraag of hij iets over had voor het gehandicapte kind antwoordde hij: ‘tuurlijk’ en liep weg om zijn portemonnee te halen. Even later rinkelden de eerste muntjes in de collectebus.
Ik had mij altijd afgevraagd of degene die collecteert zou zien wat ik in de collectebus deed. Of een collectant in de gaten heeft welk bedrag je geeft. Ik kan nu uit ervaring vertellen dat dat inderdaad het geval is. Ik had precies in de gaten of iemand zijn laatste losse stuivers offerde of met een solide twee euro munt aankwam.
Sommige mensen kieperden verontschuldigend hun bijna lege beurs om of mopperden dat ze geen contant geld hadden, anderen waren meer voorbereid en hadden een potje met euro’s voor  collectanten klaarstaan. Nieuw was dat mensen ook met hun mobiel-bankieren app een storting konden doen. Dat was een mooi argument als ze zeiden geen cash geld in huis te hebben. De meesten vonden dit echter te ingewikkeld of zeiden zo’n app niet te hebben. Slechts één echtpaar gaf de voorkeur aan het scannen van de QR-code via de app op de mobiel. Na lang gepruts bleek het toch niet te werken en werden uiteindelijk toch nog ergens in huis muntjes gevonden. Het viel me op dat mensen op de meest vreemde plaatsen in hun huis munten tegen kwamen. ‘Ik vond nog een euro in de badkamer,’ zei een vriendelijk man. Een vlotte mevrouw trof wat verdwaalde munten aan tussen het speelgoed van haar kinderen.

De meeste mensen waren bereid om iets te geven voor het goede doel. Af en toe deed er een puber open, die dan zonder iets te zeggen de deur weer dichtdeed of onhandig zei dat hij niets kon geven, omdat zijn ouders niet thuis waren. Nee, dan het kleine jongetje dat alleen thuis was en belangstellend vroeg voor welke kindjes het geld dan bedoeld was. Toen ik dit had uitgelegd, pakte hij een bakje met munten, koos met precisie een aantal munten uit en doneerde deze in mijn bus, die al aardig zwaar begon te worden. Na anderhalf uur langs de huizen gaan, was ik behoorlijk verkleumd en had ik een lamme arm van de collectebus vasthouden.

Door te collecteren kreeg ik een inkijkje in de inrichting en vormgeving van de verschillende huizen. Ik gluurde overal naar binnen om een indruk te krijgen van de stijl van de bewoners. Ik zag tientallen deurbellen, voordeuren en naambordjes. Ik merkte dat de entree tot de woningen heel divers was. Soms open en uitnodigend, soms verstopt achter een heg of ronduit vijandig door een afgesloten hekwerk. Als de bewoners naar hun geld zochten en mij buiten voor de deur lieten wachten, kreeg ik een goede indruk van de hal. Er waren huizen die een rommelige indruk maakten, met sleetse meubels en afgetrapte plinten. Andere huizen toonden een ruime hal met stijlvolle trap. Telkens weer was ik benieuwd welk gezicht ik zou treffen en hoe de bewoner zou reageren op mijn verzoek voor een donatie. Ik geef je hieronder een korte bloemlezing van de bewoners die me het meest zijn bijgebleven.

Het was donker toen ik aanbelde en ik ging er eigenlijk vanuit dat er niemand thuis was. Plotseling ging het licht aan en zag ik een man met een mobiel aan zijn oor die de hal instormde, daarbij een kastje omver stootte en er met kletterend lawaai een vaas aan diggelen viel. De man deed alsof hij van dit alles niets had gemerkt, opende rustig de deur en zei: ‘even geduld, ik ga voor je op zoek. Terwijl hij zich omdraaide zei hij nog: ‘de hond is lief hoor.’ Op dat moment stormde Guus, een witbruin gevlekte jachthond luid blaffend op me af. In gedachte houdend dat hij een lieve hond was, bleef ik rustig staan. Toen zijn baasje terugkwam, liet hij het geld per ongeluk uit zijn handen vallen. De twee euro’s rolden onbereikbaar door het rooster waar ik op stond. Ik stond even beteuterd te kijken en besloot toen maar om te vertrekken. Guus wilde me echter niet laten gaan en versperde luid blaffend mijn ontsnappingsroute. Toen ik een pas zijn richting uitkwam sprong hij tegen me op en bevuilde mijn spijkerbroek. Het baasje moest alle zeilen bijzetten om Guus te bewegen om me te laten gaan.

Ik had al op de bel gedrukt toen ik het bordje zag met ‘collectanten zijn niet welkom’. Ik maakte me snel uit de voeten. Toen ik bij de overburen aanbelde, hoorde ik een man schreeuwen ‘Belletje trekken hé. Ik krijg je wel hoor.’ Hij bleef nog even door tieren, tegen niemand in het bijzonder. Ik geloof dat hij dacht dat de buurjongen bij hem op de bel had gedrukt. Ik liet hem wijselijk in die waan. En ik bedacht hoe ontzettend onvriendelijk en onaangenaam het bordje en het gedrag van de man op mij overkwamen.

Toen ik de woonkamer in gluurde op weg naar de voordeur, zag ik een oudere man met een jongetje op de bank liggen. Het duurde even voor de voordeur openging. Voor mijn neus stond een vrolijke blonde vrouw met een schort aan. Bijna uitbundig begroette ze mij. ‘Ja, natuurlijk geef ik iets voor het gehandicapte kind’ zei ze blij. ‘Graag zelfs.’ Terwijl ze me het geld overhandigde, keek ze me diep in de ogen en zei: ‘bedankt dat u dit doet. Dank u wel.’

Er staat een gevulde collectebus in onze hal. De helft van de opbrengst is voor Kanjers voor Kanjers, het goede doel waar ik in het voorjaar voor ga fietsen.

Ik heb me voorgenomen collectanten vanaf heden hartelijk te verwelkomen en om gul te geven. Gulheid en vriendelijkheid maken het leven zoveel aangenamer. En dat geldt niet alleen voor collectanten, maar voor iedereen.

Eén reactie

  1. Mooie ervaringen Dorothé!!!
    En idd super goed dat je dit doet voor het gehandicapte kind!

    Ik lees ook dat jij gaat fietsen voor Kanjers voor Kanjers, top!

    Maar weet je wat hier in de regiokrant stond en waar ik, als dat mogelijk is een handje bij ga helpen? Doesburg wil een ‘samen-loop-voor-hoop’ organiseren, en hoewel men nu vooral van KWF vraagt naar mensen die het op gaan zetten…….
    ga ik vragen of ik straks als de taken ed bekend zijn iets kan doen bij de praktische zaken die voor het evenement nodig zijn.

Geef een reactie