Lana

(dit blog hebben jullie al een keer ontvangen, dat komt omdat er iets mis is gegaan met de opslag van de berichten en ik dit bericht opnieuw moet uploaden. Over een half uur komt er een nieuw blogbericht aan…)

Drie jaar geleden kwam er een klein, wit konijn bij ons. Ze was zacht en pluizig als wol. Daarom noemden we haar Lana, wat wol in het Spaans betekent. De fokker noemde haar trots een ‘tri colore’ dat heel bijzonder schijnt te zijn voor een konijn, maar wij vonden haar vooral heel lief. Lana was niet alleen zacht aan de buitenkant, ze had een zachtaardig en vriendelijk karakter. Zeker, ze was eigenwijs en had een sterke wil, maar ze zou nooit bijten of krabben. Dat kwam waarschijnlijk omdat ze heel ontspannen was. Ze was het meest relaxte konijn dat we ooit hadden gezien. Als baby lag ze al languit naast de wasmachine en vertrok geen spier toen de centrifuge met luid geraas aan zijn werk begon. Mijn neef dacht zelfs dat ze doof was, omdat ze niet zichtbaar reageerde op geluid.

Een paar weken geleden hoorde ik het kattenluikje klepperen toen ik in bed lag. Dat was vreemd want we barricaderen het luikje ’s nachts altijd met een grote steen. Niet zozeer om onze konijnen binnen te houden, als wel om vreemde indringers buiten te sluiten. De steen vervult deze functie prima, sinds Lana de kunststof klep van het luikje met bruut geweld heeft vernield, omdat deze niet openging toen ze naar buiten wilde. (Zoals ik al zei: ze is zachtaardig van karakter, maar als ze iets wil dan gaat ze ervoor. Een eigenschap waar ik veel waardering voor heb.)
Ik liep naar beneden en merkte op dat Lana naar buiten was gegaan door het luikje. De steen stond stil in een hoekje. Ik was hem vergeten voor het luikje te plaatsen. Toen ik buiten kwam, zag ik dat Lana nauwelijks kon lopen. Ze sleepte zich moeizaam over de grond en probeerde weg te kruipen in de kleine ruimte tussen schutting en bloembak. Toen ik haar optilde hing ze met haar zes kilo zware lijf slap en willoos in mijn armen. Het was alsof alle kracht uit haar was verdwenen. Binnen, bij het licht van de lamp, ontdekte ik bij haar rechter voorpoot een gezwel van zo’n tien centimeter. Er zat een vieze, zwarte korst op en er kwam wat pus uit. Ik streelde even haar kopje. Ze keek me aan met een vermoeide blik. ‘Lana gaat dood,’ snikte ik in de armen van Frans, ‘ze heeft een gezwel van hier tot Tokio’.

De volgende dag ging ik met Lana naar de dierenarts, die mijn verhaal vol medeleven aanhoorde en de diagnose stelde waar ik al bang voor was: een kwaadaardig gezwel met uitzaaiingen. Het kon ook nog een ontsteking zijn, maar die kans achtte ze heel klein. Ik ging huiswaarts met pijnmedicatie en de afspraak om een paar dagen later terug te komen, waarschijnlijk om Lana dan in te laten slapen.

De pijnmedicatie bestond uit drie grote, bruine pillen, bedoeld voor honden, maar ook werkzaam bij konijnen. Ik moest de pillen fijn prakken en door het eten mengen of oplossen in vloeistof en via een spuitje in de bek toedienen. Ik pureerde de pil in de blender en mengde er appel – Lana’s lievelingskostje – doorheen. De pil rook sterk naar hondenvoer. Toch had ik goede hoop dat Lana het appelprakje zou opeten. Ik zette het schoteltje flemend voor haar neer. Lana keek er vol walging naar, wende haar hoofd af en sloeg het schoteltje met haar poot omver. Het schoteltje rolde over de vloer en het appelprakje mengde zich met stro en konijnenkeutels.
Snel stapte ik op de fiets naar de supermarkt waar ik olvarit wortel en appeldiksap kocht. De dierenarts had gezegd dat dat goede middelen waren om de pil mee te vermengen. Vol goede moed pureerde ik de tweede pil en mengde deze met het olvarit wortelpapje. Helaas. Lana wilde met geen mogelijkheid eten. Ik vroeg me af of ze nog wel kon eten. Het leek of ze moeilijk kon slikken. En volgens mij had ze sinds de avond tevoren niets meer gegeten of gedronken. Ik zag dat ze er slecht aan toe was. Ze had de pijnstilling echt nodig. En snel ook. Ik loste de derde pil op in warm water en zoog deze op in de spuit. ‘Lana doe alsjeblieft je bek open’, smeekte ik. Maar Lana hield haar kaken stijf op elkaar.
Een vriendin kwam om me te helpen bij het toedienen van de pijnstilling. Ze nam Lana op schoot en hield haar stevig vast, zodat ik het spuitje aan de zijkant van de kaak naar binnen kon duwen en langzaam leegspuiten. Een triomfantelijk gevoel maakte zich van me meester. Als Lana de pijnstilling binnen kreeg zou ze zich weldra beter voelen. Maar ik had te vroeg gejuicht. Ik zag de mouw van mijn vriendin langzaam bruin kleuren. Lana liet de vloeistof langzaam uit haar bek lopen.
Ik zag Lana met het uur achteruit gaan. Er moest nu snel iets gebeuren. Ik belde de dierenarts, maar die zat helemaal vol en ik kon pas tegen de avond terecht. Ik vond het vreselijk om Lana zo te zien lijden en rende van de stress rusteloos door het huis op en neer. Gelukkig belde de dierenarts terug om te zeggen dat ik direct kon komen.
Toen ik de dierenarts vertelde dat ik alle pillen had verbruikt zonder dat Lana er ook maar iets van binnen had gekregen, vroeg ze of ik kon spuiten. ‘Nee,’ zei ik, ‘maar ik wil het wel leren.’ En zo kreeg ik even later mijn eerste injectieles. Ik leerde hoe ik de plastichuls moest vasthouden, met mijn andere hand een huidplooi moest pakken en dan de naald evenwijdig aan het lichaam in de huid prikken. De eerste keer had ik een te kleine huidplooi gepakt, waardoor ik de knalgele vloeistof er aan de andere kant weer uitspoot. De tweede keer ging het beter. Eerst resoluut door de huid prikken en dan de spuit langzaam en gelijkmatig leegduwen.
Ik kreeg pijnstilling mee voor een paar dagen. Als Lana goed reageerde op de pijnstilling konden we het nog een tijdje aankijken en de natuur zijn gang laten gaan. Als ze nog verder achteruit zou gaan en benauwd zou worden, dan zouden we haar laten inslapen.

Lana reageerde goed op de pijnmedicatie. Toch hielden we er rekening mee dat we met een paar dagen afscheid van haar zouden moeten nemen. Dit had ook zijn mooie kanten. Ik bracht uren door aan haar zijde en genoot extra van haar. Ik knuffelde zoveel ik kon en spendeerde kapitalen aan lekkere hapjes. Lana oogde tevreden. Ze verorberde de potjes verse peterselie en tijm die ik voor haar kocht met een ongekende gretigheid en knorde intens gelukkig als ik haar wangen streelde. Alwin waste haar en lag dwars over haar heen om zijn genegenheid te tonen. Op een zonnige dag huppelde ze naar buiten en knabbelde van het gras.

Eind van de week gingen we met lood in de schoenen terug naar de dierenarts. Ik was bang dat deze zou zeggen dat het hopeloos was en dat we de knoop moesten doorhakken om haar te euthanaseren. Ik vertelde de dierenarts dat ik vond dat het beter ging met Lana en dat ik zelfs dacht dat het gezwel kleiner was geworden. Om uit te sluiten dat het misschien toch om een ontsteking ging, kregen we naast de pijnmedicatie ook een antibioticakuur mee.

Het spuiten ging steeds lastiger. In het begin liet Lana zich gemakkelijk prikken, maar ze ging zich steeds meer verzetten. Als ze ons aan zag komen, kroop ze al weg in het hok, zodat we er niet bij konden en als ik de naald in haar vel stak, maakte ze heftige bewegingen, zodat ik onmogelijk de vloeistof er rustig in kon spuiten. De eerste keer spoot ik de antibiotica er dan ook half naast. Dat ontdekte ik pas later op de ochtend aan haar natte, kleverige vacht. Ook ontdekte ik een bloederig spuitgat op de plek waar ik haar had geprikt. Mijn hart kromp ineen. Wat moest dat prikken haar zeer doen. De volgende dag nam Frans de ondankbare taak op zich om Lana de pijnstilling en de antibiotica in te spuiten.

Gedurende de week had ik contact opgenomen met een dierentolk. Deze jonge vrouw had via een foto contact gemaakt met Lana en schreef dat Lana al langere tijd pijn had en benauwd was, maar dat ze er nog niet aan toe was om te sterven. Lana zou zelf aangeven als ze zover was, dan zou ze stoppen met eten.
Op de dag dat we Lana de antibiotica hadden ingespoten werd ze steeds futlozer. Als een zielig hoopje lag ze in haar mand te hijgen. Ze at en dronk niets. Af en toe kauwde ze lusteloos op een takje peterselie dat ik voor haar neus hield. Ik bedacht dat dit waarschijnlijk haar laatste dag was. Dat het morgen zo ver was om haar in te laten slapen, als ze de nacht tenminste door zou komen.
De volgende ochtend was ik bang voor wat ik zou aantreffen. Gelukkig. Ze leefde nog. Als ze vandaag niets zou eten, dan was dit haar laatste dag. Als Lana dan toch dood zou gaan, dan hoefden we haar ook niet meer te kwellen met die vervelende antibiotica injectie, zo besloten we.
Tot mijn grote en blijde verrassing at Lana die dag. Ze at alsof ze wist dat haar leven ervan afhing. Ze at appel, wortel, brokjes, peterselie, witlof, andijvie, hooi, brood en nootjes. Ze at zoals je eet als je je voorraden moet aanvullen. Ze at drie keer zoveel als normaal en met een ongekende kracht en gretigheid.

Sinds die dag gaat het steeds beter met Lana. Het gezwel is op wonderbaarlijke wijze verdwenen. De dierenarts staat voor een raadsel, maar is samen met ons heel blij dat Lana er nog is. En vandaag heeft Lana heerlijk in de sneeuw gerend samen met Alwin. We hopen dat we nog lang van haar mogen genieten.

Eén reactie

Geef een reactie