Fietstrainer

In het kader van ‘help Dorothé de Col d’Aubisque op’ worden alle mogelijke hulpmiddelen ingezet door mijn enthousiaste, ondersteunende man Frans. Alles wordt uit de kast gehaald om mij zo goed mogelijk voor te bereiden op mijn eerste bergbeklimming. Zo heb ik van Frans bijvoorbeeld een fietstrainer gekregen.
Nee, geen  fietstrainer in de vorm van een persoonlijke begeleider die me achter de broek zit om zoveel mogelijk te trainen, maar een apparaat waar ik mijn racefiets in kan klikken. Een moderne uitvoering van de hometrainer. Handig wanneer het lastig is om buiten te trainen door sneeuw en kou.
De fietstrainer, door ons ‘de Tacx’ genoemd, staat pontificaal in de woonkamer vlak voor de tafel met daarop een laptop en onze televisie. Het leukste element van de fietstrainer is namelijk dat je echte bergritten kunt fietsten. Op het scherm zie je bijvoorbeeld het berglandschap van de Alpen en volg je de beklimming van de Alpe d’Huez, de Col de la Madeleine of de Passo di Stelvio. Er zitten ontelbaar veel fietsroutes in, variërend van beroemde beklimmingen als de Mont Ventoux of de Col du Tourmalet tot avontuurlijke ritten door Yosemite National Park, de Spaanse Picos d’Europa of de Schotse hooglanden. Er staan ook vlakke trainingsroutes bij; zoals fietsen langs de Nederlandse en Vlaamse kust en een citytrip door Barcelona. Alleen wat er niet bij zit – je raadt het natuurlijk al – is de Col d’Aubisque. Erg jammer.

Met de wijze woorden van mijn fietsvrienden in mijn achterhoofd besluit ik niet als een dolle van start te gaan en direct voor de Mont Ventoux te kiezen (wat ik eigenlijk wel het liefst zou willen), maar het rustig op te bouwen. Dus begin ik met een fietstocht door het vlakke Vlaamse land.
En zo zit ik op een druilerige maandagochtend met mijn fietsoutfit op de Tacx en geniet van een groen en zonnig landschap met ondergaande zon. Hoewel ik de schuifpui wagenwijd heb opengezet (sorry, vandaag ben ik even niet milieubewust) loopt het zweet in straaltjes van mijn hoofd. Dat heb ik buiten, zelfs op een warme zomerdag, nog nooit gehad. Het is een lekker gevoel.
Het fietsen op de Tacx is statisch en zwaarder dan buiten fietsen. Maar het is erg stimulerend om je eigen verrichtingen te volgen op het scherm. Ik kan precies zien hoe hard ik fiets, hoeveel omwentelingen per minuut ik maak en welke afstand ik heb afgelegd. Ook wordt bijgehouden hoeveel kracht ik op de pedalen zet.
Licht en soepel fietsen heb ik geleerd van mijn ervaren fietscollega’s. De benen moeten het werk doen. Het aantal omwentelingen per minuut moet bij voorkeur liggen tussen de 80 en 100 RPM (Rounds Per Minute). Met een beetje moeite kom ik aan 85 RPM op een heel licht verzet en fiets ik stabiel zo’n 24 km per uur. Dat is meer dan ik buiten haal, maar dat komt omdat ik op de Tacx niet op het verkeer hoef te letten. De stoplichten op de film staan altijd op groen en voorbij komende auto’s of voetgangers kun je gewoon negeren.
Ik heb me voorgenomen om de dag te trainen en de training iedere keer met tien minuten te verlengen. Het doel is dat ik uiteindelijk vier uur op de fiets kan zitten.
De eerste trainingen gaan lekker en de vierde keer kan ik het toch niet laten om alvast een bergparcours uit te proberen. Ik kies de route in de Picos d’Europa naar de meren van Covadonga waar we afgelopen zomer zijn geweest. Ik vind het heel leuk om de route die ik fiets te herkennen, omdat ik er zelf geweest ben. Dat geeft een extra stimulans.
Niet overdrijven en niet over mijn grens gaan, zo heb ik mezelf voorgenomen. Dus stap ik na vier kilometer bergopwaarts netjes af. Tevreden noteer ik de trainingsgegevens in mijn fietsdagboek.

Eén reactie

Geef een reactie