Mijn eerste bergbeklimming

Enkele dagen geleden zijn we aangekomen op camping Lou Rouchetou in de Ardèche. Een rustige camping gelegen aan een rivier met uitzicht op wijnvelden en rotsige wanden.

Vooraf waren we met onze Belgische vrienden een paar dagen naar Willemeux, aan de Noordwest kust van Frankrijk geweest. Het stormde heftig aan de Franse kust. De zee was veranderd in een kolkende witte massa en de wind blies grote schuimbellen over het strand. De kitesurfers vlogen door de lucht en maakten adembenemende sprongen, terwijl wij moeite hadden om overeind te blijven staan en ons moeizaam voortbewogen over het strand. ’s Nachts beukte de wind met een kracht van 9 op de schaal van Beaufort op ons huisje, ramen en deuren sprongen open en ik had moeite om in slaap te komen door het geloei van de storm. Het samenzijn met onze vrienden was desondanks gezellig.

De Ardèche was een aanrader van fietsvakantieminnende vrienden van ons; gelijkmatige, lange klimmen met een laag stijgingspercentage. Ideaal voor een beginnende bergfietser zoals ik.
Opgewonden als een klein kind prepareerde ik me op mijn allereerste bergklim. Het doel was de Col de Mas de L’Arye te bereiken, een klim van 14 kilometer naar de top met een stijgingspercentage van 4%. Ik had geen idee hoe zwaar mij dit zou vallen, of ik het aan zou kunnen. Maar ik had zin om de uitdaging aan te gaan. Om eindelijk te fietsen in de bergen.
En zo bracht Frans me op een kille, regenachtige ochtend naar het centrum van Les Vans aan het begin van de klim. Ik fietste weg in het één na lichtste verzet en nam me voor zo licht en soepel mogelijk te trappen. Langzaam, zo hield ik mezelf voor. Mijn krachten sparen. Ik moest het lang zien vol te houden.
Al snel moest ik overschakelen op het lichtste verzet om mijn hartslag op peil te houden. Maar het viel niet tegen. Langzaam en gestaag kroop ik als een slak de helling op. Ik merkte dat iedere verstoring van de cadans kracht kostte. Het liefst fietste ik in één tempo door. De bidon pakken en een slok nemen, deed mijn hartslag direct met tien slagen toe nemen. Ik had twee bidons: een met water en een met siroop en zout. Vooral het pakken van de verticale bidon kostte veel kracht, omdat ik zo langzaam fietste dat ik bijna omviel als ik stopte met trappen om de bidon te kunnen pakken. Ik kiende het daarom zo uit dat ik op de iets vlakkere stukken waar ik iets meer snelheid had, ging drinken.
Eten op de fiets lukte echt helemaal niet. Ten eerste kreeg ik tijdens het fietsen met geen mogelijkheid de verpakking van de reepjes open. Een banaan lostrekken lukte nog net, maar eten tijdens de inspanning ging echt niet. Ik hijgde en pufte als een oude stoomwals als ik ging eten tijdens het fietsen. Dus dan stapte ik maar even af om een banaan naar binnen te proppen. Daarna had ik moeite om weer op gang te komen.
Eten en drinken tijdens de klim was belangrijk zo werd me door diverse fietsvrienden verzekerd. Niet alleen water, maar ook isotone dranken om de mineralen aan te vullen en de spieren te voorzien van brandstof. We hadden de Franse supermarkten al afgespeurd naar isotone dranken of poeders maar die nog niet kunnen vinden. Daarom vulde ik één bidon met siroop voor de suikers en een snufje zeezout. Ook experimenteerde ik met een favoriet drankje onder paragliders: water gemengd met appelsap. De biologische appelsap die we hadden gekocht rook echter nogal muf en ging me al snel tegenstaan.
Op de helft van de klim stond mijn foerage auto met Frans die zich volledig in dienst had gesteld van mijn fietsavontuur. Hij klokte mijn tijd op 45 minuten. Snel gooide ik mijn lange broek en regenjasje uit. Ondanks de schamele dertien graden en lichte regen, was ik veel te warm gekleed. Snel dronk ik wat karnemelk en at een boterham met kaas die Frans al voor me had klaargezet. Nog wat zoute chips er achteraan voor de zouten en klaar was ik voor deel twee van de klim. Mijn allereerste klim, ik voelde mijn trots groeien, want het leek erop dat mijn lichaam het aankon. Het voelde fijn om langzaam en gestaag omhoog te klimmen. Heel rustig en gelijkmatig fietsend. Ik zorgde ervoor dat mijn hartslag niet boven de 150 slagen per minuut uitkwam. Als de hartslagmeter begon te piepen, ademde ik rustig en lang uit en nam iets gas terug met trappen. En zo bereikte ik na weer vijftig minuten fietsen de top van de Mas de L’Ayre. Moe maar voldaan sloeg ik een glas karnemelk achterover en nam een bakje kwark om de eiwitten aan te vullen. Yes, mijn eerste klim was een feit. En het allerbelangrijkste: ik vond het super leuk om te doen.

 

3 reacties

Geef een reactie