Dierenvriend

Als ik thuiskom van het boodschappen doen tref ik op ons grasveld een klein egeltje aan. Ze zit een beetje in elkaar gedoken en kijkt me vragend aan. Als ik op mijn hurken bij haar ga zitten, loopt ze waggelend naar me toe. Ze loopt moeilijk en lijkt verzwakt. Op internet zoek ik op wat egels eten, maar eenduidig is dat niet. Daarom bel ik Stichting Opvang Noach, een stichting die hulp biedt aan in het wild levende inheemse dieren, om ze na verzorging en revalidatie weer terug te zetten in de natuur. Hier krijg ik het advies om kattenvoer te geven. Het liefst kip of rundvlees, want egels zijn kieskeurige eters. Dus fiets ik terug naar de winkel om een blikje kattenvoer te kopen voor de hongerige egel. De egel is helemaal niet bang en komt snuffelend op het bakje kattenvoer af dat ik in mijn hand houdt. Ze ruikt aan de vochtige brokken en begint dan voorzichtig, proevend te eten. Ze eet langzaam en maakt hierbij smakkende geluiden. Als ik een uur later terugkom is ze verdwenen. Het bakje is nog half vol. Ik hoop dat ze sterk genoeg is om de winter door te komen.

Een week daarvoor liepen we naar onze auto op weg naar een verjaardag toen ik een zielige kauw zag zitten. De kauw hipte opzij toen wij eraan kwamen, zijn vleugel meeslepend over de grond. Ik kon niet zomaar in de auto stappen en hem aan zijn lot overlaten. Ik ging achter de computer zitten en vond Stichting Opvang Noach in Halle, waar we de kauw konden brengen om weer op krachten te komen.
Maar hoe vang je een kauw zonder dat deze je hele handen aan gort pikt met zijn snavel? Dat is verrassend eenvoudig als je een doek over de kauw gooit. Noach gaf ons het advies de kauw in een kleine doos te stoppen met een doek erover heen. Het donker en de kleine ruimte geven de vogel een gevoel van geborgenheid en dan wordt hij vanzelf rustig. En dus reden we met de zielige kauw in een doos op schoot naar Stichting Noach in Halle waar ervaren vrijwilligers zich over het dier ontfermden. We gaven een vrijwillige gift voor het goede werk van deze dierenvrienden en kwamen een ervaring rijker, een uur later dan gepland op de verjaardag aan.

Gelukkig houdt Frans net als ik van dieren en vindt hij het niet gek om een gewonde kauw naar de dierenopvang te brengen, extra voer voor een egel te kopen of eindeloos te tutten met een ziek konijn. Hij ondersteunt me altijd in dit soort acties. Sterker nog: zijn liefde voor dieren is de reden dat ik als achttienjarige voor hem viel. Hij vertelde zo enthousiast en liefdevol over zijn tamme muizen, dat mijn hart direct de dierenvriend in hem herkende.
Ik weet ook nog de keer dat we samen een dagje weg zouden gaan. Het was in het prille begin van onze relatie en we woonden allebei nog bij onze ouders. Toen ik bij hem thuis arriveerde zat Frans met een uit het nest gevallen spreeuw op schoot die hij met eindeloos geduld wormen zat te voeren. Overbodig te vermelden dat we die dag niet weg gingen, maar bij de spreeuw bleven tot hij doodging.

Dus toen we laatst in het dierenasiel in Doetinchem waren om een nieuw maatje voor Alwin te zoeken, wist ik wel hoe laat het was toen Frans met tranen in zijn ogen zei: ‘deze wil met ons mee’. Het ging om ‘Bommeltje’ een vergeten konijn dat ergens tussen twee kattenrennen zat weggemoffeld in een hokje. Ze zat daar al meer dan een jaar en niemand wilde haar hebben. En nu hebben wij een konijn met chronisch snot en een darmprobleem waardoor ze extra duur voer nodig heeft, maar ze is zo ontzettend lief dat wij en Alwin heel erg blij zijn met haar.
Bovendien weet ik weer heel goed waarom ik destijds verliefd ben geworden op Frans. Mijn hart maakt een extra sprongetje voor mijn lieve dierenvriend.

2 reacties

Geef een reactie