Gevallen vrouw

Ja, ik ben een gevallen vrouw. Hoe dat zo is gekomen? Nou, dat zal ik je vertellen.

Afgelopen donderdag ging ik met een vriendin naar een boekpresentatie in de stad. Ik vond het leuk een andere schrijfster uit de Achterhoek te ontmoeten. Ze had meegedaan aan een schrijfwedstrijd en was tweede geworden. Van de winnaar zou het verhaal worden uitgegeven als boek. De uitgever vond haar bijdrage echter zo goed dat ook haar thriller ‘Op het verkeerde moment’ in boekvorm was uitgegeven. Een beetje onwennig, maar met gevoel voor humor en zelfspot, stond de schrijfster tegenover haar toekomstige lezers, terwijl ze vertelde dat ze als klein meisje al spannende verhalen verzon en ervan droomde om schrijfster te worden.
Ik maakte een praatje met de dames van de uitgeverij, die zich volledig hadden gespecialiseerd in het spannende boek. Het thriller genre is populair in Nederland. Meedoen met een schrijfwedstrijd biedt een goede gelegenheid om je in de kijker te schrijven en in beeld te komen bij een uitgeverij. Willen ze je manuscript eenmaal uitgeven dan verzorgen zij de publiciteit;  ze organiseren boekpresentaties en zorgen voor recensies in kranten en tijdschriften. Dat heb ik voor mijn boek allemaal zelf moeten doen.
Onder het genot van een kopje thee en een paar bitterballen kletste ik wat met mijn vriendin en wat andere mensen, totdat het tijd werd om naar huis te gaan. Het miezerde een beetje toen ik huiswaarts keerde op mijn fiets. Ik neuriede een liedje in mezelf, want ik voelde me blij en tevreden dat ik voor het eerst in dagen niet misselijk was en verheugde me op de maaltijd die Frans voor me aan het klaarmaken was. Zonder ook maar het geringste vermoeden van wat me te wachten stond.

Verbaasd constateerde ik dat ik vol met mijn gezicht op de straatstenen was terechtgekomen. Daar lag ik dan op straat naast de artiesteningang van het Amphion theater. In flits had ik mijn achterwiel weg voelen glijden, om het volgende moment met een smak tegen de grond te slaan. ‘Au, au, wat doet dat zeer’, kermde ik luid. Van alle kanten kwamen mensen aanlopen. Ik voelde een stekende pijn door mijn linkerpols en beide knieën trekken. Ik weet niet meer of ik zelf ben opgestaan of dat vriendelijke omstanders me overeind hebben getrokken. Ik weet nog dat ik daar verdwaasd en bibberig van de schrik stond en uitprobeerde of ik mijn benen nog kon bewegen.
Kan ik iets voor u doen mevrouw? Moeten we hulp inroepen? Wilt u niet even op het trapje gaan zitten? Ik dacht diep na, maar mijn hoofd kon geen goed antwoord verzinnen. Ik wist wel dat ik naar huis wilde en helemaal geen zin had om op een trapje in de regen te gaan zitten. Ik kon mijn armen en benen nog bewegen dus volgens mij viel het allemaal wel mee.
‘Hier, een zakdoekje voor het bloeden, mevrouw’. Een jongeman overhandigde me een papieren zakdoekje. ‘Ik wil best met u mee lopen hoor.’
Ik voelde me ineens een heel erg oude vrouw, waarvan niemand in de gaten heeft dat ze pas vierenvijftig jaar is. Gevallen met de fiets. Zomaar midden in de stad. Zonder enige aanleiding. Ik die op de racefiets over bospaden had gehobbeld, onverharde zandpaden had getrotseerd en me zelfs voorzichtig had gewaagd aan een slingerende afdaling. Hoe kon ik hier nu vallen?

Ik schudde mijn hoofd. ‘Ik denk dat het wel gaat, dank je wel’, zei ik tegen de bezorgde jongen.
Het leek me het beste om voorzichtig naar huis te fietsen. Toen ik wilde opstappen, zag ik echter dat mijn stuur helemaal verbogen was. Twee sterke mannen fatsoeneerden het stuur zo goed mogelijk en daar ging ik. Ik had het koud. Stram en een beetje wankel fietste ik richting Kruisbergseweg. Bij het passeren van het ziekenhuis bedacht ik dat het misschien wel goed was om even langs de huisartsenpost te gaan.
Toen ik me meldde bij de balie met de mededeling dat ik was gevallen met de fiets had ik geen idee hoe mijn gezicht er aan toe was. Ik wist wel dat ik bloedde, maar niet waar dat bloed vandaan kwam. ‘Dat moet gehecht worden’, zei de assistente, ‘neemt u maar plaats in de wachtkamer.’
Ik moest denken aan die keer dat ik onder een bromfiets was gelopen. Toen was ik ook met mijn gezicht op straat terecht gekomen en had de arts mijn neus met schuurpapier behandeld om de kleine steentjes eruit te krijgen. Ik weet nog dat ik toen dagenlang met een rietje heb gedronken en dat eten heel pijnlijk was.
Twee weken geleden had ik nog lacherig gedaan over vallen. Nou ja, dan heb ik osteoporose, dacht ik, de kans dat ik iets breek door te vallen is verwaarloosbaar klein. Wanneer val je nou? De laatste keer dat ik echt was gevallen was op de middelbare school, toen er een dikke laag ijs op het wegdek had gelegen en ik in een bocht hard onderuit was gegaan met de fiets. Ik had nog wekenlang last van een pijnlijke heup.

Ik belde Frans om te vertellen dat ik was gevallen met de fiets en voor de zekerheid even bij de huisartsenpost was langs gegaan.
‘Zal ik naar je toe komen?’
‘Ja, dat vind ik wel gezellig.’
Er verstreken vijftien minuten en nog steeds geen Frans. Ik appte met de vraag of hij er bijna was.
‘Ik zit al in de wachtkamer.’
‘Eh???’
‘Dan zou ik je toch moeten zien, want ik zit daar ook.’
‘Ja, in de wachtkamer bij de spoedeisende hulp.’
‘Nee, ik zit bij de huisartsenpost.’

‘Mevrouw Huijsmans’, riep de jonge huisarts, terwijl hij een hand uitstak en me mee loodste naar een soort tandartsstoel. Met een doekje met water maakte hij de wond op mijn lip schoon. Ik ga het hechten, dat kan even zeer doen hoor. Het zijn maar twee hechtinkjes, dat is net zoveel als twee prikjes, dus ik zet geen verdoving.

Ik voelde de naald in mijn vlees snijden en een stukje verder er weer uit komen. Het naarste gevoel was echter het aantrekken van de draad. Er waren twee hechtingen nodig. Er rolde een traan uit mijn oog. De huisarts vroeg hoe het gebeurd was. Of ik uit mijn werk op weg naar huis was. Intussen plaatste hij de tweede hechting.
‘Ik zeg even niets’, beet ik hem toe.
‘Nu ben ik net een tandarts die van alles vraagt als hij in je mond bezig is hé?’, realiseerde de arts zich.
Hij boog zich over me heen om het resultaat te bekijken. ‘Helaas is het rafelig ingescheurd, dat blijft wel zichtbaar.’ Hij plaatste een derde hechting. Het aantrekken van de draad gaf een naar gevoel. Toch niet tevreden over het resultaat, haalde hij de derde hechting er weer uit.
‘Ik doe er toch maar wat lijm in’, zo mompelde hij in zichzelf. De lijm prikte in mijn wond. Ik had nog steeds geen idee hoe ik eruit zag.

Mijn pols kon gebroken zijn, daar twijfelde hij over. Ik kon het rustig twee dagen aankijken. Mocht het niet beter worden, kon ik altijd een foto laten maken. Voor het eindresultaat zou dat niets uitmaken. Mijn knieën waren blauw en gezwollen, maar leken nog goed te functioneren.
De assistente gaf me een tetanusprik en drukte me op het hart om het weekend vooral terug te komen als de wond zou gaan ontsteken.

Frans zat in de wachtkamer en samen wandelden we door de regen naar huis met de fiets aan de hand. In de spiegel in de hal zag ik onder mijn neus een rommelig tafereel van draadjes en korstjes bloed. Mijn bovenlip was opgezwollen, waardoor ik iets weg had van Katrien Duck.
Met een klein lepeltje hapte ik voorzichtig van de pasta die Frans had klaargemaakt. Het was lastig mijn mond vergenoeg open te krijgen om het eten binnen te krijgen. Net nu ik na dagen misselijkheid weer flinke trek had. Ik was blij dat ik tijdens de boekbespreking wat lekkere hapjes had verorberd.
Even later zat ik op de bank knus tegen Frans aan. Hij had een warme kruik gemaakt, want ik bleef maar bibberen. Ik had icepacks op mijn knieën en pols gelegd en in mijn mond klemde ik een koud, nat watje in de hoop dat mijn bovenlip wat zou slinken.

Een gevallen vrouw. Hoe wonderlijk en onverwachts kan het leven gaan.

3 reacties

  1. Dat is behoorlijk schrikken als je ineens tegen de straat kwakt. Ik hoop dat je inmiddels weer bekomen bent van de schrik en dat je pols niet gebroken is. Toevallig was ik afgelopen week ook een gevallen vrouw. Ik gleed in huis ineens onderuit op de onderste 2 traptreden. Maar gelukkig behalve de schrik en een grote blauwe plek op mijn linkerarm geen andere gevolgen. Ik wens je een goed herstel van je lip en pols.
    En wat leuk dat je met pianoles bent begonnen. Lieve groet, Angela

Geef een reactie