Muziek voor je brein

In de krant viel mijn oog op een advertentie. Muziek voor je Brein – pianolessen voor volwassenen stond er. Nu koesterde ik al jaren een stille wens om eens in mijn leven nog een keer piano of gitaar te leren spelen. Toch ben ik nooit naar een muziekleraar of de muziekschool gestapt. Die drempel vond ik gewoon te hoog. Bovendien was ik stiekem toch een beetje bang dat ik hiervoor al te oud zou zijn of niet muzikaal genoeg.
In de advertentie stond echter nadrukkelijk dat je geen enkele muzikale ervaring nodig had om te kunnen starten en de cursus van tien lessen was speciaal bedoeld voor mensen boven de vijfenvijftig jaar. Kortom, ik herkende me helemaal in de doelgroep, ook al had ik de gewenste leeftijd nog niet bereikt. Ik kon me vast wel een jaartje ouder voordoen dan ik was…

Nu wil het toeval dat ik een vriendin sprak die mijmerde dat ze ooit nog eens piano wilde leren spelen. Enthousiast vertelde ik haar van de cursus die ik had gezien en dat ik net als haar de wens had om piano te leren spelen. En zo kwam het dat we samen op een zaterdagochtend in Wijk bij Duurstede bij muziekwinkel van Ginkel stonden. De bevlogen eigenaar liet ons de klanken van verschillende elektrische piano’s horen, terwijl wij geobsedeerd naar zijn soepel bewegende vingers keken. Er ging een hele, nieuwe wereld voor ons open.
Een uurtje later hadden we onze keuze gemaakt, het huurcontract ondertekend en probeerden we twee elektrische piano’s, twee standaarden en twee pianokrukjes in de auto te stouwen. Wat uiteindelijk ook lukte. We konden niet wachten om te beginnen met oefenen, want de avond ervoor hadden we onze eerste les gehad.

Het leren spelen van een instrument stimuleert onze hersenen intensief. Muziek maken activeert verschillende delen in je brein. Niet alleen de motorische gebieden, maar ook de delen die verbonden zijn met je geheugen, je creativiteit, je empathie en je timing worden geprikkeld en moeten samenwerken om muziek te maken. Piano leren spelen is dus een uitstekende manier om je brein actief te houden. Tijdens de eerste les begreep ik direct waarom dit zo is.
Niet alleen kregen we uitleg over de toetsen van de piano met hun verschillende toonladders, lopend van A t/m G en de basispositie van onze handen, waarbij elke vinger correspondeerde met een cijfer. De duimen staan bijvoorbeeld voor het cijfer één, de wijsvingers corresponderen met cijfer twee en zo verder tot de pinken die de vijf vertegenwoordigen. Daarnaast leerden we dat er twee notenbalken zijn; één voor de linkerhand en één voor de rechterhand. Deze twee notenbalken moet je tegelijkertijd kunnen lezen. KANSLOOS. In mijn brein werd het één chaos van noten, letters en cijfers. Ik wist niet meer waar mijn pink zat, wat links of rechts was (dat komt wel vaker voor, ook in het dagelijks leven), laat staan dat ik een noot gedurende de juiste lengte kon aanslaan of enige melodie kon produceren.
Ik kwam er tot mijn verbijstering achter dat ik mijn vingers helemaal niet onafhankelijk van elkaar kon bewegen. Als ik een toets wilde aanslaan dan gingen al mijn vingers mee de lucht in en was ik daarna de positie van de toetsen kwijt. Het lukte mijn brein nog niet om de juiste route naar mijn wijsvinger en pink te vinden om deze een korte, krachtige beweging te laten maken, zonder dat mijn middelvinger meedeed. Dat was dus het eerste wat ik ging trainen; het onafhankelijk leren bewegen van mijn vingers. Enthousiast maar kapot kwam ik thuis van mijn eerste pianoles.

Dagelijks korte stukjes oefenen kregen we mee als tip. Tien minuutjes is effectiever dan een uur, omdat de spieren nog moeten wennen en het brein anders oververhit raakt. Ik merk dat het de ene dag veel beter gaat dan de andere dag. Als ik moe ben of als mijn hoofd veel heeft moeten nadenken dan gaat het pianospelen niet zo best. Ik vind het lastig om de positie van een noot op de notenbalk te kunnen ontcijferen – op welk lijntje staat dat ding eigenlijk  – laat staan dat ik twee notenbalken tegelijkertijd kan interpreteren. Volgens de leraar een kwestie van langdurig oefenen, dan wordt het uiteindelijk automatisme. Zo ver ben ik nog lang niet. Maar het oefenen werpt al wel zijn vruchten af; af en toe klinkt het echt al een beetje als een melodie. En dat geeft voldoening.

Ik heb nu drie lessen gehad, die ik trouw volg. Toen ik met de fiets was gevallen was één van de eerste dingen die ik dacht: ‘zou ik wel piano kunnen spelen nu ik last heb van mijn pols?’
Ik had het nog aan de dienstdoende arts van de huisartsenpost gevraagd, die mijn lip aan het hechten was: ‘denkt u dat ik piano kan spelen?’. De arts had bevestigend geantwoord, waarop ik had gezegd: ‘dat is mooi, want dat heb ik nog nooit gekund…..’ (grapje van Frans).
Gelukkig was mijn pols niet gebroken en kon ik al mijn vingers nog bewegen, al deed de duim wel wat zeer. En zo zat ik vrijdagavond met een dikke lip maar uiterst tevreden bij de pianoles.

Mijn lip heeft inmiddels weer zijn normale proporties, de hechtingen zijn eruit en mijn knieën en schenen zijn alleen nog wat geelpaars. Mijn uitdaging met de piano is nu om toetsen afwisselend hard (forte) en zacht (piano) aan te slaan, en om staccato of legato te spelen. Nog geen idee hoe dat moet, maar ik heb er veel plezier in om dit uit te vinden.

Dat mijn brein druk bezig is alle indrukken van de pianoles te verwerken, bleek toen Frans ’s nachts wakker werd van mijn vingers die piano speelden op het matras.

petit affairs  klik hier voor muziek

Eén reactie

Geef een reactie