Fietstocht langs de Maas

Het begon op een zonnige woensdagmiddag toen ik na lange tijd weer eens samen met Margo een fietstocht maakte. We reden op het fietspad langs de IJssel tussen Doesburg en Keppel. Margo vertelde over haar droom om ooit nog eens de ‘Groene weg naar de Middellandse zee’ te fietsen. ‘Ja’, stemde ik met haar in, terwijl mijn avontuurlijke fietshart sneller begon te kloppen: ‘het lijkt me geweldig om na weken fietsen aan te komen bij de Middellandse zee.’
Het plan was snel gemaakt. We zouden een paar dagen gaan proefdraaien in Nederland. Kijken of het fietsen met bepakking en het kamperen in een lichtgewicht tentje me zouden bevallen en of we elkaars gezelschap ook na een paar dagen fietsen nog konden waarderen. De keuze viel uiteindelijk op de nieuwe Maasroute. Een bewegwijzerde route tussen Maastricht en Rotterdam, waarbij we vanaf Gennep zouden afbuigen naar het oosten.

De route van 250 kilometer zouden we afleggen in vier dagen. Margo is gewend om 100 kilometer per dag te fietsen, maar voor mij hebben we de afstand aangepast naar zo’n 60 tot 65 kilometer per dag. Margo zou ook haar tempo, dat een stuk hoger ligt dan dat van mij,  aan mij aanpassen. Onder deze voorwaarden durfde ik het avontuur wel aan.

Enthousiast begon ik te wroeten in onze oude, lang niet gebruikte kampeerspullen op zolder. Zo vond ik de fietstassen die Frans en ik in 1986 hadden aangeschaft voor onze eerst vakantie samen: een fietsvakantie. Ik herinner me nog de pittige heuvels van Zuid-Engeland waar we met onze drie versnellingen fietsen tegen op probeerden te trappen. De stevige zeewind altijd pal in ons gezicht. De dagen vol regen, waarbij het water sopte in onze schoenen. De keren dat ik zo moe was, dat ik de fiets vol nijd in de berm smeet. Wat is er ook weer zo leuk aan fietsen?

Ik kwam er al snel achter dat de tentjes die we hadden te groot waren voor op de fiets, de slaapmatjes te dun voor mijn rug en de slaapzakken te pompeus en dik om mee te nemen. Margo regelde voor mij een lichtgewicht slaapmatje en een minuscuul, opvouwbaar stoeltje. Het tentje leende ik van mijn zus.
Ik verzamelde alle spullen die ik mee wilde nemen op de eetkamertafel en woog zorgvuldig af wat beslist mee moest en wat eventueel kon afvallen. Ik wilde zo licht mogelijk reizen, maar ook geen noodzakelijke dingen moeten missen. Op de dag van vertrek zette ik de fiets in de woonkamer, bevestigde de oude fietstas op de bagagedrager, verpakte alles in plastic diepvrieszakjes en was blij verrast dat alles er met enig proppen in paste.

Frans was bereid om Margo en mij, op zijn tocht naar de Franse Alpen, af te zetten bij het beginpunt van onze reis in Maastricht. Met de fietsen achterop en de camper volgeladen met fietstassen en paraglidersspullen reden we richting het zuiden. Ik had een camping geboekt aan de Maas in het plaatsje Eijsden, net onder Maastricht. Margo zette haar ronde, lichtgewicht tentje op en presenteerde een heerlijke maaltijd met wraps, pasta en groente. Dat was genieten.

’s Nachts had ik het voor het eerst in jaren weer eens koud. Bibberend lag ik in mijn lakenzak onder een fleecedeken, want de dikke slaapzak had ik niet meegenomen. Nu kon ik nog lekker warm tegen Frans aan kruipen, maar hoe zou dat de komende nachten gaan, als ik alleen in mijn tentje zou liggen koukleumen?

 

Fietsdag 1 – Eijsden – Maastricht – Ohé en Laak – Grathem

Na een stevig ontbijt en een kop thee, nemen we afscheid van Frans en stappen we op onze fietsen. Een beetje onwennig rijd ik de camping af. Twee fietstassen aan de zijkant van de voorwielen en een grote fietstas achterop maken dat mijn fiets aanvoelt als een moeilijk bestuurbare mammoettanker. Het fietspad tussen Eijsden en Maastricht is recht en rustig met uitzicht op de Maas. Het helpt om te wennen aan het fietsen met bepakking en aan de schoenen met kliksysteem die ik voor het eerst op de trekking bike aan heb.

We zijn al snel in Maastricht en Margo vraagt of ik al toe ben aan een koffiepauze, maar eigenlijk zit ik net lekker in het ritme, dus fietsen we door. De tocht gaat voor een deel door de stad en kruist een aantal bruggen, waarbij we even flink moeten aanzetten om boven te komen. Het is bewolkt maar droog. Volgens de buienradar kan er wat lichte regen vallen.
We passeren de pittoreske plaatsjes Borgharen en Itteren en fietsen door een natuurgebied met woeste runderen en weides vol wilde, bloeiende bloemen.

Bij Brommelen gaan we de Maas weer over. Het is een steile klim omhoog, mijn snelheid is laag en als Margo onverwachts moet afstappen om een groepje wielrenners voorrang te verlenen, val ik helemaal stil. Eén moment sta ik in balans, dan val ik om. Vergeten dat ik mijn schoenen had vastgeklikt. Op het laatste moment probeer ik nog los te klikken, maar bij een te lage snelheid lukt dat niet meer. Wielrenvrienden hadden me er al voor gewaarschuwd: vroeg of laat valt iedere wielrenner een keer, omdat hij vergeet zijn schoenen op tijd los te klikken.
Ongelukkig lig ik onder mijn fiets met mijn rechtervoet nog vastgeklikt, hangend in de lucht. Eén van de wielrenners maakt de schoen los, een ander tilt de fiets van me af en trekt me met zijn uitgestoken, corona hand, zoals hij grapt, omhoog. Met wat schaafwondjes en blauwe plekken op ellenboog, heup en knie stap ik nog een beetje bibberig van de schrik weer op de fiets.

Het waait stevig. Maar we hebben de wind in de rug en worden bijna als vanzelf vooruit geblazen. Het landschap is afwisselend met kleine dorpjes, woeste weidegebieden met wilde grazers, oude bomen en kolken.
Aan mijn slappe benen merk ik dat een hongerklop op komst is en ik tip Margo dat het tijd is voor een lunchpauze. Op een stenen muurtje genieten we van crackers met smeerkaas, een muesli bol, verse dadels en een appel, terwijl de donkere wolken boven ons hoofd voorbij razen in de lucht. Voor de zekerheid hebben we ons regenjasje aangetrokken, maar we houden het droog.
De tocht gaat verder via Urmond, Obbicht en Illikhoven naar Roosteren waar we neerstrijken op een terrasje voor een kopje thee met waarschijnlijk de laatste aspergesoep van het jaar. Dat is genieten, zeker nu de zon doorbreekt.
Met de zon en de wind in de rug vliegen de kilometers voorbij en voor we het in de gaten hebben arriveren we in Ohé en Laak waar we eigenlijk hadden willen overnachten. Maar het is pas twee uur ’s middags en het voelt nog iets te vroeg om te stoppen. We hebben nog zin om door te gaan en laten de leuke minicamping met enige weemoed aan ons voorbij gaan.
De Maas maakt hier een bocht en we krijgen te maken met tegenwind. Het tempo gaat snel omlaag en het lichte trappen verandert voor mij in zwoegen. Moegestreden tegen de wind komen we aan in Stevensweert waar we even stoppen om een plan te maken voor onze overnachting. Voor een camping moeten aan de overkant van de Maas zijn, nog een kilometer of tien te gaan. Omdat we niet zeker weten of we in de kleine dorpjes nog een supermarkt tegenkomen, doen we inkopen in het iets grotere Maasbracht. Dat wil zeggen, ik ga uitgeteld op een bankje liggen en Margo gaat de supermarkt in.
Via de app Campy heeft Margo twee campings geselecteerd. We kiezen beiden unaniem voor de kleine minicamping in Grathem in plaats van de camping bij de jachthaven in Wessem. Margo leidt ons via de kortste route naar de camping. Een prachtige route via onverharde zandpaden, bosrijke kronkelwegen en een recreatieplas. Ik heb inmiddels behoorlijk last gekregen van mijn linkerknie, maar de camping is in zicht. Rond een uur of vier arriveren we bij een leuke hoeve met geel met groen geschilderde deuren en luiken. Er staat een picknick tafel met bloemen voor ons klaar om aan te koken en we kunnen onze tentjes op een beschut plekje zetten met uitzicht op een weide met alpaca’s. Een grote bruine alpaca met een witte kop komt bij het hek staan en kijkt ons brutaal aan. ik ben even bang dat hij gaat spugen, maar hij blijft ons alleen nieuwsgierig observeren.

De tent van mijn zusje kenmerkt zich door oneindig veel haringen. Gelukkig krijg ik hulp van Margo die haar tentje in een mum van tijd heeft staan. Na een aperitiefje en een warme douche voel ik me weer een heel ander mens. Op haar één pits brandertje en met haar nieuwe pannenset tovert Margo een smakelijke pastamaaltijd tevoorschijn. De gastvrouw van de camping komt een praatje maken en informeert ons over de beverkolonie die hier huist. De bevers hebben een ondergronds nest dat half onder water zit, rond een uur of negen worden de bevers meestal actief en heb je kans om ze te spotten. Dus wandelen we even later via de achterkant van de camping richting de beek met dotterbloemen waar de bevers wonen in hun ondergrondse vesting. We hebben geen geluk, de bevers laten zich niet zien en ook de ijsvogeltjes die hun nestjes bouwen door gaten te maken in de lemen oever houden zich schuil voor ons. Later die avond vertelt de gastvrouw dat ze een bever heeft gezien in een ander deel van de beek.

Zelfs met al mijn kleren aan heb ik het nog koud in de tent. De wind waait ongenadig hard en het tocht in de tent. Ik sluip naar buiten en probeer de buitentent dichter bij de grond te krijgen, zodat de wind er niet onderdoor kan waaien. Dat helpt wel iets, maar toch slaap ik die nacht niet echt lekker, omdat ik lig te bibberen. Les één: neem altijd een slaapzak mee, ook al denk je dat het warm genoeg is, buiten slapen is een stuk kouder dan binnen in een gebouw.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fietsdag 2 – Grathem – Roermond – Venlo – Lottum

De tentjes ingepakt en ontbeten met kwark en muesli in het ochtendzonnetje. De omgeving van Grathem is prachtig en ik zou er echt van hebben kunnen genieten als ik niet zo’n pijn aan mijn knie had gehad. Via de recreatieplas waar een ‘pretpark voor duikers’ is ondergebracht (een onderwater wereld met bussen, boten en huizen waar duikers zich in uit kunnen leven), zoals de gastvrouw van de camping ons vertelde, fietsen we richting Beegden en Horn waar we via een lange brug de Maas oversteken en in het centrum van Roermond uitkomen. Tijd voor een bakje koffie.

Mijn knie blijft opspelen. Ik merk dat ik niet meer zo alert ben in het verkeer, omdat ik gewoon geen zin heb om af te stappen en weer opnieuw gang te moeten maken. Doortrappen doet pijn. Ik denk dat het een overbelaste pees is. Margo oppert dat het misschien toch van de val van gisteren is en adviseert een pijnstiller en daarnaast om een paar versnellingen lichter te gaan trappen, zodat de knie zo min mogelijk wordt belast. Misschien heb ik gisteren met de tegenwind te zwaar getrapt, mijmer ik in mezelf, en ook het telkens op gang komen met de bepakking is zwaar.

De pijnstiller lijkt te helpen, we raken in een leuk gesprek verwikkeld en de kilometers glijden onder onze banden door. Op een bankje met uitzicht op een kwakende kikkerpoel nuttigen we onze lunch. Het is droog en er schijnt een voorzichtig zonnetje. Bij Beesel steken we met een wit pontje het water over naar Kessel en bij Baarlo gaan we weer met een pontje naar het aan de overkant gelegen Steyl. Van daaruit gaat het richting Venlo, maar niet voordat we op een terras hebben geproefd van een echte Limburgse vlaai. In Venlo stoppen we om een kijkje te nemen in een kapelletje met brandende kaarsjes. Van Venlo gaat het naar Grubbenvorst en door naar Lottum waar het heerlijk geurt naar rozen. Rond een uur of vier arriveren we bij camping de Rozenhof.

Donkere wolken pakken zich samen. De buienradar voorspelt heftige buien. We besluiten de eigenaar van de camping te vragen of we vannacht onze matjes in de recreatieruimte mogen leggen. Dat heeft als voordeel dat we morgen niet in de stromende regen alles in hoeven te pakken en dat onze tentjes droog blijven. De eigenaar kijkt ons even peinzend aan en zegt dan dat hij even iets aan zijn vrouw moet vragen. Ons enigszins verrast achterlatend loopt hij weg. Even later komt hij terug. We mogen voor € 35,- in een zespersoons huis overnachten als we ons eigen beddengoed gebruiken. Superdeal.

Omdat het zo kan gaan regenen fietsen we eerst naar Lottum centrum om inkopen te doen voor ons avondeten en ontbijt. Lottum heeft alleen een bakkerij en een snackbar. Het meisje bij de bakker is bijzonder behulpzaam en geeft ons behalve broodjes ook plakjes kaas en boter mee voor ons ontbijt. Bij de snackbar scoren we een frietje dat Margo in haar rugzakje meeneemt. En zo zitten we even later aan een grote houten tafel met friet met smakelijke kip curry saus van Hak. Ons toetje is een sappige nectarine en een kop thee met een stroopwafel.

Na de warme douche wandel ik wat over het terrein van de camping. De heftige buien zijn nog niet gearriveerd. Voor ons huis is een mooie rozentuin, er zijn kassen met groenten en kruiden waar een gezellig zitje is gemaakt om te lezen en te mijmeren zo staat er geschreven op een bordje. Overal scharrelen kippen rond, voor de liefhebbers is er een groot schaakbord en er is een konijnenheuvel met grote hangoor konijnen die ik natuurlijk even wil aaien. Wat bijzonder dat we op deze fijne plek zijn uitgekomen.

De avond brengen we door met het spelen van Punto, een tactisch kaartspel en Wordfeud. Het is een genot om in een warm en zacht bed te liggen, terwijl de regen tegen de ramen slaat. We zijn zo blij dat we warm en droog de nacht door kunnen brengen en morgen zien we wel weer verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fietsdag 3 – Lottum – Bergen – Boxmeer –  Gennep – Plasmolen

Tussen negen en tien in de ochtend trekt een front over met pittige buien, daarom slapen we lekker uit, kijken foto’s liggend op onze rug in bed en geeft Margo me een aantal handige tips op het gebied van social media. Rond half elf trekken we onze regenkleding aan en stappen wederom bepakt op de fiets. In Broekhuizen pakken we de Maasroute weer op. We fietsen nu door een tuinbouw gebied. Er valt een lichte regen, mijn knie is een beetje stijf en pijnlijk, maar toch geniet ik van het fietsen.

Bij Blitterswijck wacht ons weer een pontje. Het veer ligt er verlaten bij. We willen net aan de bel trekken als de veerman verontschuldigend aan komt lopen. Hij was even een bakje koffie drinken. Hij vertelt dat hij tussen Venlo en Gennep de Maasroute heeft gecontroleerd, dus de bewegwijzering moet tiptop in orde zijn. Fijn dat er vrijwilligers zijn die dit werk doen. Wat leven we toch in een heerlijk land.
In een klein dorpje vinden we een lunchroom waar we gastvrij worden onthaald. We pellen onze natte kleding uit en hangen deze te drogen over de leuning van een stoel. We zijn de enige gasten. De courgettesoep met spekjes gaat er goed in. Nog een cola voor de suikers en dan springen we weer op de fiets. Het is droog, maar de donkere wolken om ons heen voorspellen weinig goeds.
We zijn omringd door zwarte luchten, maar tot onze verbazing fietsen we nog steeds zonder regen. En dan ineens barst het los. Ik voel het water via mijn hals naar binnen stromen, langs mijn borstkas omlaag, mijn zeem loopt vol, mijn voeten soppend in mijn schoenen, nat tot op het bot.
Het is zo extreem dat het grappig is. Even later ga ik naast Margo fietsen met een brede grijns op mijn gezicht, ik heb de neiging om keihard één of ander flauw liedje te gaan zingen. ‘Je kunt nog lachen’, zegt Margo verbaasd.
‘Wil je stoppen?’, vraagt Margo. Ik kijk om me heen. We fietsen door een verlaten landschap met weiden en akkers. Ik fiets liever door dan dat ik hier in de stromende regen onder een lekkende boom ga staan. Met fietsen blijf je tenminste warm en erger dan dit kan het niet worden.
‘Grote, diepe plas’, waarschuwt Margo me. Lachend fiets ik er dwars doorheen. Alles is toch al kletsnat en de tijd dat ik een eind achter Margo bleef fietsen, omdat haar achterwiel water en modder omhoog spatte is al lang voorbij.
Het scheelt dat de temperatuur goed is. We naderen weer een pontje. De schipper ziet ons aankomen in de stromende regen en wacht op ons voor hij naar de overkant vaart.
We fietsen door nationaal park de Maasduinen over fietspaden omringd door heggen en bossen. Bij een stenen kapelletje stoppen we. Een kleine schuilplaats om even iets te eten en uit te rusten. Er staat een mooie houten bank in waar we op kunnen zitten. Het kapelletje is splinternieuw; gebouwd in 2020 het jaar van de coronacrisis, door een moslim, een katholiek en een protestant om de eenheid te gedenken van al wat leeft, zo staat er geschreven op een bordje in de vorm van een vlinder. Onder de indruk van de ‘vlinderkapel’ delen we onze laatste muesli bol.

‘Ik moet even stoppen, mijn band maakt een vreemd geluid, ik denk dat er een steentje in zit’, zegt Margo. Even later stapt ze op de fiets en begint als een razende te trappen. ‘Shit, ik heb een lekke band’, roept ze. Net tevoren had ik nog gezegd, dat ik fietsen op de trekking bike zo fijn vind, omdat je vrijwel nooit een lekke band krijgt….
We verlaten de Maasroute en gaan richting Sambeek op zoek naar een fietsenmaker. Een vriendelijke bewoner vertelt ons dat we voor de dichtstbijzijnde fietsenmaker in Boxmeer moeten zijn. Ik fiets vast vooruit om de hulptroepen in te schakelen en Margo volgt lopend met haar fiets in de hand. In de winkelstraat van Boxmeer vind ik al snel een grote fietsenzaak. Wanneer ik aan kom rijden knijp ik hard in de remmen en val om. Voor de tweede keer deze week lig ik op het asfalt met mijn fiets boven op me. Ik kijk in het verschrikte gezicht van een oudere vrouw die me helpt de fiets overeind te tillen. ‘Kijkt u toch alsjeblieft uit’, smeekt ze me bijna. Ik voel mijn heup en ellenboog branden.
Mijn linkerschoen was ongemerkt vastgeklikt aan het pedaal en toen ik af wilde stappen, lukte dat niet. Mijn voeten waren door de regen zo gevoelloos geworden dat ik niet meer kon voelen of ik nu wel of niet vast zat.
Ik trek mijn regenkleding uit en loop de winkel binnen. ‘Geen probleem, dat bandje plakken we direct voor u.’ Ik opperde nog voorzichtig of ze ook een mobiele service hadden en ze Margo misschien tegemoet konden rijden, maar dat zat er niet in. Toen ik belde om het goede nieuws door te geven, kreeg ik een opgetogen Margo aan de  lijn, ze was er al bijna. Niet lang daarna zag ik haar blauwe jasje de hoek omkomen. De fietsenmaker zette mijn zadel, dat door de val scheef was komen te staan, weer recht en hing de fiets van Margo in de touwen. Een jonge jongen zette er een nieuwe binnenband in en we konden onze tocht zonder al te lang oponthoud weer vervolgen. Er scheen inmiddels een waterig zonnetje en wij waren in de warme fietsenwinkel weer een beetje opgedroogd.
Op een bankje in Gennep overlegden we over onze laatste overnachtingsplaats. We kozen voor camping de Geuldert in Plasmolen. Omdat we niet zeker wisten of we nog winkels tegen zouden komen, deden we voor de zekerheid boodschappen in Gennep. Bij het schoonmaken van het winkelwagentje spoot ik per ongeluk een man nat met de ontsmettingsvloeistof. Hij had zelf niets in de gaten, maar zijn hele blouse was nat. Een vrolijke dame kon er wel om lachen. ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’, fluisterde ze ons toe in het voorbij gaan.

We trakteren ons op een flesje rode wijn en toastjes met Franse kaas, dadels en gekruide amandelen. De slaapzak en andere natte spullen hangen te drogen in de zon, wij zitten op onze ministoeltjes te genieten. Het was ondanks de regen een hele leuke dag. We sluiten af met een kleurrijke groente maaltijd met kipfilet en quinoa.

Vannacht is het niet koud, maar nu is er weer iets anders dat me uit mijn slaap houdt. Een oude, dove, rokende man heeft de televisie in zijn voortent keihard staan. Ik kijk op mijn mobiel. Het is kwart voor één ’s nachts. Niks, lekkere rustige minicamping, denk ik chagrijnig. Wat ga ik doen? Opstaan en vragen of het zachter mag of het geluid negeren en proberen in slaap te vallen? Ik ga eerst naar het toilet. Als ik terugkom, sta ik even besluiteloos voor de dichte voortent te luisteren naar het lawaai dat daar vandaan komt. Ik zie vaag de blauwe lichten van een televisie, maar ik zie geen persoon. Ik heb eigenlijk niet zoveel zin om in mijn nachtkleding een vreemde tent binnen te dringen om te vragen of het zachter mag, dus sluip ik weer terug naar mijn tentje en ga op mijn zij liggen met de deken over mijn oor getrokken. Weldra val ik in slaap. De volgende ochtend hoor ik dat Margo ook last had van het lawaai, maar dat het rond één uur was gestopt.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dag 4 – Plasmolen – Sint-Jansberg – Millingen aan de Rijn – Babberich – Doetinchem

We worden opgeschrikt door een telefoontje; de man van Margo heeft een motorongeluk gehad. De motor heeft flink wat schade, maar gelukkig is hij er met een gebroken teen vanaf gekomen. Dat betekent dat Margo morgen en de komende dagen de winkel moet draaien. Bij het ontbijt bekomen we van de schrik en praten nog wat na.
Margo haalt de clips onder mijn schoenen vandaan, zodat ik – als ik nog eens val – in ieder geval niet de schoenen de schuld kan geven.

Net na Plasmolen wacht de uitdagende Sint Jansberg op ons. In een uiterst licht verzet klim ik omhoog. Ik heb er lol in. Mijn knie doet het goed vandaag. Rondom Groesbeek is het druk op de wegen, de auto’s rijden hard en ik vind het irritant dat ik telkens moet inhouden om achter Margo te komen als er een auto aankomt en daarna weer moet aanzetten. Ik kom zo niet lekker in een ritme. In Duitsland is het rustiger en kunnen we weer naast elkaar op het fietspad rijden.
Uit het weiland net naast het fietspad stijgt gracieus een ooievaar op, met zijn vleugels wiekend en zijn lange zwarte poten gestrekt naar achteren vliegt hij net voor ons langs, op weg naar een hoog nest waarop nog twee andere ooievaars staan.

In Millingen aan de Rijn stoppen we op een pleintje. We zijn op zoek naar een leuke lunchplek. ‘Zullen we naar de Millinger theetuin gaan?’, vraagt Margo. Ik stem enthousiast in. Het is wel vijf kilometer van de route, dus in totaal fietsen we er tien kilometer voor om, maar dat hebben we er wel voor over.  Ik ben al wel eens in de theetuin geweest, maar dat is lang geleden. Margo ziet altijd bordjes staan als ze in dit gebied fietst en is nieuwsgierig. We hebben wind tegen, maar de route is mooi.
Bij de theetuin aangekomen blijkt dat we entree moeten betalen, dat is een beetje een afknapper. We willen alleen even lekker lunchen en dan weer verder. Omdat er verder in de omgeving niets is aan horeca, gaan we toch naar binnen. Het ‘Muharadha’ broodje met geroosterde paprika, granaatappelpitjes en feta smaakt heerlijk en maakt veel goed. Margo vindt dat je in een theetuin toch op z’n minst losse thee zou moeten krijgen en geen thee uit een zakje. Misschien iets voor haar dochter die thee sommelier is.

Met de wind in de rug fietsen we over de dijk en pakken de pont van Millingen naar Pannerden over de Rijn. De Maas hebben we gisteren bij Gennep achter ons gelaten. Vanaf toen zijn we overgestapt op een knooppuntenroute die Margo van te voren al heeft gedownload op haar mobiel. Het is een drukke vaarroute en we moeten even wachten op een groot vrachtschip dat passeert. De pont gaat flink schommelend naar de overkant en we moeten ons goed vasthouden.

We fietsen weer in bekend terrein, langs watersport gebied de Bijland, het dijkje van Babberich en landgoed Halsaf, langs Beek en de Montferlandse bossen. Bij de waterskibaan in Braamt nemen we nog een drankje en dan splitsen zich onze wegen.

Thuisgekomen pak ik de klamme spullen uit de fietstassen, hang de tent te drogen en stop de wasmachine vol. En dan heerlijk in een bad met arnica olie om mijn stramme spieren en gewrichten te verwennen. In bad dommel ik een beetje in slaap.
Ik twijfel, maar ik pak toch de auto in plaats van de fiets,  als ik weer schoon en fris op weg ga naar Margo voor een heerlijke Thaise maaltijd en nabespreking van ons avontuur. Het fietsavontuur is goed bevallen en smaakt naar meer. Nieuwe plannen zijn al in de maak. Op naar de Middellandse zee.

Eén reactie

  1. Wat een mooi reisverhaal en sfeervolle foto’s, Dorothé. Genoten van je verslag. Geluk zit in de kleine dingen… zo lees ik er uit (en ongelukjes ook 🙂 . Mooi voorproefje van een nieuw doel. Lieve groet!

Geef een reactie