Wildschönau

Van de winter toen ik nog nauwelijks iets kon, hebben we plannen gemaakt om van de zomer met mijn zus, zwager, neefjes, nichtje en mijn ouders op vakantie te gaan naar Wildschönau in Oostenrijk. Aanleiding was mijn grote neef die een cursus schermvliegen (paragliden) in de bergen wilde volgen.  Frans was natuurlijk razend enthousiast en zo ontstond het plan om met de hele familie te gaan. Mijn broer en zijn gezin hadden andere plannen anders was het feest compleet geweest. Destijds leek het nog eindeloos ver weg en het was een prachtig doel om naar toe te leven en nu ineens is het zo ver.
We hebben een donkerhouten huisje ergens halverwege een helling waar je alleen met een klein, steil weggetje kan komen. De beneden verdieping zit voor een groot deel onder de grond en vanaf het balkon heb je een heerlijk uitzicht op de bergen. Een lekker plekje om tot rust te komen na de ellenlange files op de heenreis en een gezellige pleisterplaats voor de familie. We zijn dankbaar dat we hier met zijn allen samen zijn en dat het zo goed gaat. Mijn zwager heeft, gebogen over topografische kaarten, een aantal redelijk vlakke, maar toch aantrekkelijke wandelingen met mooi uitzicht uitgekozen, zodat mijn ouders en ik mee kunnen lopen. De eerste dag maken we een wandeling door de Kundler Klamm. Het is warm en de tempo’s lopen uiteen, maar we houden een gezamenlijke picknick en aan het eind van de route gaan we met zijn allen pootje baden in de rivier om af te koelen. Na enige discussie (niet iedereen houdt van pizza, maar een aantal anderen heeft geen zin om weer in een schnitzelparadijs terecht te komen) schuiven we aan in een pizzeria en zitten al snel achter een grote pul bier. Na een paar slokjes voel ik de alcohol al naar mijn hoofd stijgen en dan zie ik ineens twee gezichten die me bekend voorkomen, maar met mijn chemobrein kom ik niet op de namen. Door de alcohol ben ik iets loslippiger en ik roep ‘kijk daar heb je twee bekenden’. ‘Van de volleybal’ roep ik erachter aan. De bekenden, die met een groepje van vijf zijn, kijken mijn kant op en dan ineens schieten de namen me te binnen. Het zijn Ronald en Michel Mulder. Niets volleybal. Het zijn de schaatsers die op de olympische spelen zo goed hebben gepresteerd. Ze hebben vast gehoord wat ik zei. Gênant. Ik verschuil me snel achter mijn halve liter bier.

De volgende dag is het bewolkt en een beetje regenachtig. We maken een wandeling rond de ‘Reintaler See’, een lieflijk groenblauw meer verscholen in het groen, eten een ijsje op de boerderij met Haflinger paarden en wollige langoor konijnen en bezoeken het oude stadje Rattenberg. In de kerk steken we twee kaarsjes aan en staan we even stil bij het feit dat we er allemaal nog zijn en dat het ook heel anders had kunnen gaan. Bij toeval lopen we een winkel binnen waar net een demonstratie glasblazen wordt gegeven en waar een grote collectie met glazen voorwerpen is uitgestald.

De derde dag gaan we kijken naar de vorderingen van mijn neef aan de paraglider. Van de vliegschool krijgen we een extra radio, zodat we mee kunnen luisteren naar de instructies die mijn neef krijgt. We zijn net op tijd om hem ‘oortjes’ te zien trekken, dat is een oefening om sneller te kunnen dalen, mocht je snel naar beneden willen. Hij landt keurig op het grasveld naast het terras waar wij aan de koffie zitten. Inmiddels hebben Frans en een vriend, die we in de winter inhuren als skileraar, zich bij ons gevoegd en ontstaat er een gesprek over tandemen. Mijn kleine neef van tien jaar wil wel met Frans de lucht in. Mijn zus zal dan tegelijkertijd met de vriend aan de tandem gaan hangen, want zij wil ook wel eens ervaren hoe het is om te vrij door de lucht te zweven. Ik ga mee naar boven om de starts te filmen. En zo zitten we even later in de gondel op weg naar de top. Mijn neefje is heel rustig en rent – precies zoals Frans heeft gezegd – de berg af, maar zijn benen zijn zo kort dat hij al snel in het luchtledige aan het sprinten is en met zijn voeten tegen de bovenbenen van Frans aan trappelt. Na de landing is het de beurt van mijn vader van 76 jaar en van mijn zwager om mee omhoog te gaan. Mijn vader gaat met Frans mee de lucht in en ze hebben samen een mooie vlucht, mijn zwager gaat mee aan de tandem van onze vriend. We hebben er allemaal van genoten.

Mijn zwager en mijn zus trekken samen een dagje de bergen in, Frans en mijn neef vertrekken zoals iedere ochtend al vroeg om te gaan paragliden en mijn ouders, mijn neefje, nichtje en ik gaan naar een mooi meertje om te zwemmen. Na enig zoeken vinden we een lekker rustig plekje aan de oever van het meer waar we de dag doorbrengen met zwemmen, kletsen en spelletjes doen. De dag daarop gaan we weer met zijn allen op stap, behalve dan mijn neef en Frans, want die vliegen iedere dag. We rijden naar Westendorf en pakken de Alpenrosenbahn omhoog. Het is vandaag boven de dertig graden en dat maakt dat we maar moeizaam vooruit komen op het eerste stuk dat iets omhoog gaat. Na de picknick in de schaduw gaat het beter en na een duik in een fris meertje omringd met lekkere ligbankjes is de terugweg een makkie. Beneden lessen we onze dorst met bier en Hollunder siroop. Als afsluiting van de dag gaan we naar een forellenkwekerij, waar we de parapent groep ontmoeten. Ik vind het fijn te merken dat ik de drukte van zo’n grotere groep weer aankan en geniet van het gezelschap en de smakelijke zalmforel, terwijl buiten het onweer losbarst.

Vrijdag de dag voordat we allemaal weer onze eigen kant op zullen gaan, wordt een beetje een hangdag. Dat komt omdat het ruim boven de 30 graden is en eigenlijk te warm is om iets te gaan doen. ’s Middags gaan we nog wel zwemmen bij het meertje en dat is leuk. Zaterdagmorgen gaan we nog samen op een terrasje ‘Kaffee und Kuchen’ doen en dan is het tijd om afscheid van elkaar te nemen. Mijn ouders gaan naar huis, Frans en ik blijven nog een dagje hier en de rest gaat via de Grossglockner Hochalpstrasse naar Heiligenblut voor een meerdaagse huttentocht. Frans en ik gaan bij Niederau omhoog en maken een leuk wandelingetje naar een meertje dat er ijskoud uitziet, maar heerlijk van temperatuur is, daarna lopen we naar beneden en wandelen naar het centrum van Niederau. We sluiten de dag en de vakantie af met een etentje met de parapentgroep en de nieuwe cursisten die net zijn aangekomen. Heel toevallig zit ik naast de man waarvan we vorig jaar een fles prosecco hebben gekregen, toen we net wisten dat ik borstkanker had. Het is een hartelijk weerzien. ’s Avonds slapen we in de camper met de deur wagenwijd open kijkend naar de sterrenhemel. Prachtig.
Een memorabele vakantie zit er op. We hebben ervan genoten.

 

 

2 reacties

  1. Mooi Dorothe je vakantie verhaal…..fijn dat jij, jullie zo genoten hebben.
    Enne dat vergissingetje….hartelijk om mee gelachen 🙂

    Liefs Miss sunshine

  2. Super om weer mee te mogen genieten. En natuurlijk nog ‘superder’ dat het je zo goed af gegaan is en dat jullie zo genoten hebben! X

Geef een reactie