Een lange zomer

We maken er een heerlijke, lange zomer van, vol uitstapjes, bezoekjes aan vrienden en logeerpartijtjes. We halen alles – wat we een jaar lang niet hebben gekund – ruimschoots in en doorkruisen met de camper het hele land. Ik heb nauwelijks meer tijd om te bloggen….

We beginnen met een weekendje Brugge waar we een bezoek brengen aan onze Vlaamse vrienden die we twaalf jaar geleden op Hawaii hebben leren kennen. Het is fijn hen na meer dan een jaar weer te zien, hoewel de aanleiding minder fijn is: de begrafenis van de vader van onze vriendin. Toch is het geen droevig weerzien. Dat komt waarschijnlijk ook, omdat de vader zijn naderende dood had geaccepteerd, toen er in april kanker bij hem werd geconstateerd waar de artsen geen antwoord op hadden. Hij had gezegd: ‘ik aanvaard het, ik heb een mooi leven gehad.’ Hij had nog volop genoten van zijn laatste maanden en iedereen had gelegenheid gehad om afscheid te nemen en aan het idee te wennen.
De vier kinderen hebben een mooie afscheidsviering in elkaar gezet, die hun vader eer aandoet. Verrassend voor iedereen is dat de vader zelf ook iets heeft geregeld: de pastor bedankt namens de vader alle kleinkinderen, de kinderen en zijn vrouw, die een prachtige bos bloemen krijgt, omdat ze meer dan 45 jaar aan zijn zijde heeft gestaan. Er wordt menig traantje weggepinkt en ook bij mij stromen de waterlanders overvloedig, omdat er zoveel liefde spreekt uit dit gebaar. En dan ineens klinkt er ‘lalalalala, pour een flirt, avec toi’  door de kerk en iedereen is verbaasd, maar het is het dansnummer waarop ze elkaar hebben leren kennen en dat het begin van hun relatie markeert. Het geeft een vrolijke noot aan het afscheid.
We voelen ons vereerd dat we worden uitgenodigd voor de warme maaltijd die eigenlijk alleen voor de naaste familie is, maar zij vinden het bijzonder dat we helemaal uit Nederland komen om erbij te zijn. Na een aperitief in de prachtige tuin met vijver, stroomt iedereen naar binnen voor een uitgebreid drie gangendiner. Rond vier uur is het bijzetten van de urn op het kerkhof. Anders dan in Nederland krijg je de urn met de as van de overledene nog dezelfde dag en de vader heeft gekozen voor een plaatsje op het kerkhof. Wij gaan niet mee naar deze besloten gelegenheid die we echt iets vinden voor de naaste familie, bovendien ben ik inmiddels behoorlijk moe.
Frans rijdt de camper naar De Haan, een mondain plaatsje aan zee, waar we eerst een dutje doen in de camper en vervolgens een duik nemen in de golven. Ter nagedachtenis aan de vader, die aardappelhandelaar was, eten we een patatje en ik moet terug denken aan een bijzonder moment. Onze vriendin had gevraagd of we licht naar haar vader wilden sturen en verbinding wilden maken met de engelen om zijn overgang te vergemakkelijken. Als Frans en ik ons in gedachten afstemmen op de vader en de engelen vragen om hem te omringen met liefde, horen we een zacht, klapperend geluid dat we niet goed thuis kunnen brengen. We kijken op en zien tot onze verbazing een grote vlinder, die met zijn vleugels klappert. Het lijkt wel of de vlinder dat doet om onze aandacht te trekken. Waar is die vlinder nu plotseling vandaan gekomen vragen we ons af. Hoe heeft de vlinder binnen kunnen komen terwijl alle ramen en deuren gesloten zijn?  We openen het raam en de vlinder vliegt weg de wijde wereld in. Precies op dat moment voel ik een fontein van licht en blijdschap in me stromen. Ik heb het gevoel dat dit de ziel van de vader is die zich losmaakt van het lichaam. Ik voel een onbeschrijfelijke vreugde en ervaar een intens gevoel van vrijheid. Het is een moment dat ik niet snel meer zal vergeten. Als we een paar dagen later bij onze vrienden in België arriveren, gaan we even in de tuin zitten, omdat zij wat later thuis komen dan gepland. We hebben ons nog niet in de lekkere, luie tuinstoelen genesteld of er komt een grote, fleurige vlinder op mijn hand zitten. Even later vliegt de vlinder naar Frans toe. We hebben allebei het idee dat het de vader van onze vriendin is die ons even komt begroeten. Ik heb het altijd een bijzondere man gevonden en had hem nog wel graag een keer gesproken voor zijn overlijden, maar door mijn eigen ziekte lukte dat niet. Nu is het net of we toch even contact hebben gehad.

Hoewel de kinderen, twee jongens, nog klein zijn en we hen meer dan een jaar niet gezien hebben, ontstaat er toch weer snel een vertrouwensband en vinden ze het superleuk om ’s nachts bij ons in de camper te slapen, die we langs de kant van de weg hebben geparkeerd. De volgende dag worden mijn zintuigen flink geprikkeld als we met zijn allen naar een subtropisch zwemparadijs gaan. Er is een wildwaterbaan die erg in de smaak valt, maar waar ik met mijn arm niet vanaf durf, wel ga ik samen met onze vriend op een band van de glijbaan. Het is dolle pret.

Direct de volgende dag hebben we met mijn zus afgesproken om naar de kinderboerderij in Holten te gaan, omdat ze daar heel veel leuke jonge konijntjes hebben, die je in een mandje op schoot mag zetten om te knuffelen. De kleine konijntjes zijn handtam en er aan gewend om geknuffeld te worden. Ze zijn erg schattig, vooral de zwarte met grote hangoren vallen bij mij in de smaak, maar we kunnen de verleiding weerstaan om er direct één of twee mee te nemen. We moeten er nog eens goed over nadenken vind ik. Aan de ene kant is het heerlijk om weer zo’n knuffel te hebben, aan de andere kant zijn we veel weg en genieten we ook erg van onze vrijheid.
Het is die dag ruim boven de dertig graden en we gaan met bijna de voltallige familie afkoelen in een zwemplas bij Zutphen. De barbecue in de tuin maakt het vakantiegevoel compleet.

Frans wil nog wel naar zee om samen met onze neef te ‘ground handlen’ – het oefenen van technieken om de paraglider beter onder controle te krijgen – en zo ontstaat het plan om met degene die daar zin in hebben volgend weekend naar Wijk aan Zee te gaan. Omdat Frans met mij had afgesproken om dat weekend te gaan fietsen in Drenthe komen we tot een compromis: zaterdag samen fietsen over de bloeiende heide bij het Dwingelerveld en zondag en maandag naar het strand. Een plan waar we allebei blij mee zijn.
We vinden in het Drentse Ruinen een gezellige camping van waaruit we onze fietstocht DSCN4920
beginnen. Ik vind het landschap erg mooi met de vele vennen en heidevelden. De volgende dag rijden we via de afsluitdijk naar Wijk aan Zee. Het is de eerste keer dat ik over de afsluitdijk rijd en ik verbaas me over het verschil tussen de rustige Waddenzee die rechts van ons ligt en het woeste water van het IJsselmeer dat links van ons ligt. Toch bijzonder dat wij Nederlanders dit hebben kunnen bouwen denk ik trots.
Om elf uur treffen we mijn zus en de kinderen op de parkeerplaats van Wijk aan Zee. In een strandtentje drinken we koffie en thee en dan lopen we door het mulle zand naar het gebied waar paragliders op het strand zijn toegestaan. Er breekt enige hilariteit uit onder de kinderen als blijkt dat dit ook tevens het naaktstrand is. Hoewel het een stralende dag is, is het op dit gedeelte van het strand echter vrijwel verlaten. Niemand die zich druk maakt of we nu met of zonder badpak de zee in gaan. Alle mensen concentreren zich rondom de strandtentjes en strandopgangen, die we in de verte als kleine stipjes zien liggen.
Het is lang geleden dat ik een hele dag naar het strand ben geweest en ik bescherm mezelf met een flinke dosis zonnebrand en een petje. Door de zonnebrand is mijn gezicht helemaal wit uitgeslagen en zie ik eruit als een Pierrot-clowntje. De dag gaat voorbij met zwemmen, kletsen en naar de paragliders kijken. Vandaag is een bijna windstille dag en de zee is glad als een spiegel. Te weinig wind voor de jongens om lekker te ground handlen. We gaan naar camping de Banjaard waar we onze camper en een klein tentje opzetten en door mijn zus zelfgemaakte tomatensoep eten. Onder de douche spoelen we het zand van ons af en ik moet denken aan vorig jaar, toen ik hier samen met Frans was en ik tijdens het douchen aan de knobbel in mijn borst voelde en bang was dat de tumor zich aan het uitzaaien was. Ik wilde het liefst ter plekke die knobbel weghalen. En nu is het alweer ruim een jaar verder en ligt het grootste deel van de behandeling al achter me. Ik weet al zoveel meer en ben al zoveel ervaringen rijker dan vorig jaar. Wat is een jaar? Wat is tijd? Het is voorbij voor je het weet. En dat geldt eigenlijk voor het hele leven. Het gaat zo snel voorbij, ik kan bijna niet geloven dat ik hier al bijna vijftig jaar rondloop, het voelt nog maar zo kort.

’s Avonds spelen we harten jagen (het kaartspel!) en dan duiken we ons bed in: drie personen in de tent en drie in de camper.

De volgende dag waait het stevig en de mannen moeten alles uit de kast halen om de paraglider in bedwang te houden. Ze genieten met volle teugen en dat doen wij ook. We maken een flinke strandwandeling en spelen in de golven. We sluiten de dag af met een warme maaltijd in een strandtent en dan keren we huiswaarts. Moe maar voldaan.

DSCN4946DSCN4932


 

 

 

 

 

We brengen een bezoek aan mijn broer in Gennep, waar ik door de kinderen met een waterpistool helemaal nat word gespoten (ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik weinig moeite heb gedaan om het te vermijden of misschien zelfs wel enigszins heb uitgelokt…), waarna ik besloot om dan maar met kleren en al in het zwembad te springen en de anderen ook nat te spetteren. We worden uitgenodigd door vrienden die in de Ooijpolder op een huis passen om te genieten van de tuin, lekker te eten en weer eens bij te praten. We maken een wandeling langs de Waalstrandjes en door het natuur landschap met wilde paarden. ’s Nachts slapen we in de camper die we op de inrit hebben geparkeerd. De volgende dag bezoeken we vrienden in Berg en Dal. We horen de verhalen van deelname aan de  Norseman ondersteund met foto’s, maken een lekkere wandeling door de bossen, eten samen en wisselen ervaringen uit. Het leven is goed.

En dan is er nog het logeerpartijtje van twee nichtjes en een neefje waar we geweldig veel plezier aan beleven. Op verzoek van de kinderen eten we ‘foppertjes’: friet met poffertjes en doen we een cola test. We testen welke cola het lekkerst is en ook proberen we te raden welke cola we proeven. Van tevoren mag je zeggen hoeveel je er goed denkt te hebben. Frans en de kinderen hebben boodschappen gedaan en maar liefst zes soorten cola gevonden. Er komt geen unanieme winnaar uit de bus; de meningen zijn verdeeld. Verder spelen we eindeloos potjes tafeltennis en doen we een hilarisch tekenspel, waarbij ik de slappe lach krijg.

DSCN4973

DSCN4972

 

 

 

 

 

 

In het gehucht Sinderen bij speeltuinboerderij Groot-Nibbelink is in een maisveld een doolhof gemaakt en een speurtocht uitgezet waarbij je letters en cijfers moet verzamelen. Van de letters kun je een zin maken en de cijfers moet je bij elkaar optellen. We maken twee groepen: de jongens tegen de meisjes. De meisjes mogen beginnen en al snel lopen we door het maisveld te dolen, maar het duurt niet lang of de jongens halen ons in. Dat ligt niet aan de meiden, die werkelijk door het doolhof sprinten, maar aan mij. Ik kan het tempo niet bijbenen en ze moeten regelmatig op me wachten.

We spreken met de jongens af om bij de volgende splitsing elk een eigen kant op te gaan. Voor de meiden pakt dat heel goed uit: we komen bij een doodlopend stukje waar een letter en een cijfer hangen. We noteren de gegevens en sluipen dan stiekem achter de jongens aan. We hebben op twee na alle gegevens die we nodig hebben. De jongens willen een dealtje sluiten, maar dat slaan we arrogant af. Nogmaals gaan we speurend door het hele doolhof, maar we vinden niet één letter of cijfer meer. Het is warm tussen het mais, ik ben moe en heb honger en vraag me af, waarom ik toch altijd zo fanatiek moet zijn. Als we het maisveld uitkomen zitten de jongens al lang klaar en wat nog erger is: ze hebben alle cijfers en letters gevonden.

Het spannende speurwerk heeft zijn tol geëist: we zijn allemaal moe en hebben honger. Ineens komt bij mij het idee binnen om pannenkoeken te gaan eten bij het Pannenkoekenhuis in Westendorp. Dit idee slaat aan en even later genieten we allemaal van een pannenkoek inclusief wespen. ’s Middags neemt Frans de kinderen mee naar de bioscoop en ga ik uitgeput naar bed. Ik slaap maar liefst twee uur en ben net op tijd wakker voor het avondeten. Na zoveel snacks en zoetigheid snak ik naar een beetje groente. Dus ik maak snel een groentesoepje en een salade, die ik bij de broodmaaltijd serveer. Ik vind het leuk om te merken dat de kinderen open staan om nieuwe dingen te proeven en uit te proberen. Eéntje vind de groentesoep lekker, een ander probeert geitenkaas met honing en walnoot en een derde gaat aan de avocado. Nog één keer tafeltennissen en nog één keer het tekenspel en dan is het tijd om ze terug te brengen naar hun ouders; aan alles komt een einde.

Eind augustus bezoeken we onze vrienden in Maastricht. In mei hadden ze een speciale dag DSCN4966te vieren, maar destijds was het voor mij nog te vermoeiend om er bij te zijn, daarom doen we het nu dunnetjes over. We eten bij restaurant La Fleurie in Valkenburg waar we ons laten verwennen met zalm, garnalen, kreeft, heilbot en tournedos, alles vers bereid en gekruid met bloemessences, dat speciale smaaksensaties geeft. We overnachten op camping Den Dries in het hartje van Valkenburg. De volgende dag toeren we door Zuid-Limburg, lunchen bij boshut Het Hijgende Hert en maken bij Vijlen een mooie wandeling. We sluiten af op een terras, voor we richting Elst rijden, waar we onze camper voor twee weken omruilen voor een grote Volvo. Kennissen van ons gaan er twee weken mee op vakantie. Na twee weken gaat Frans met hun Volvo richting de Alpen om een weekje te paragliden en zal de grote wisseltruc nogmaals plaatsvinden.

Wat ik met dit verhaal wil aangeven is dat we van de zomer één lange vakantie hebben gemaakt. Héérlijk!

Eén reactie

  1. Lieve Dorothé,

    Wat heerlijk te lezen dat je samen met Frans weer zoveel dingen kunt ondernemen !
    Echt GENIETEN van het leven ! Een ware levenskunst !

    Hartegroet uit België !
    Marleen

Geef een reactie