De laatste

Vandaag – 12 januari 2016 – heb ik mijn allerlaatste kuur gekregen. Aan anderhalf jaar behandeling is zomaar een einde gekomen. Het voelt onwerkelijk, bijna net zo onwerkelijk als toen ik net gehoord had dat ik borstkanker had en een behandeltraject van opereren, bestralen, chemotherapie en immuuntherapie voor de boeg had. Toen leek het een eindeloos traject; een onoverbrugbare berg waar ik overheen moest zien te komen. En nu is het voorbij. Zomaar voorbij.

Voor deze laatste keer zit ik voor het eerst in de groepskamer: een groot vertrek met een aantal stoelen waar vrouwen aan het infuus zitten. Ik vind het wel leuk om dit groepsvertrek ook eens mee te maken, maar ik ben ook blij dat ik alle andere keren een privé kamertje heb gekregen. De andere vrouwen worden allemaal in een ader in hun arm aangeprikt voor het infuus. Ik heb de luxe van een port-a-cath. Ze zien er moe en futloos uit en dragen duidelijk een pruik. Het doet mij denken aan een jaar geleden, toen was ik nog midden in mijn zware chemokuur en werd ik half januari met een infectie in het ziekenhuis opgenomen. Wat lijkt dat alweer onwaarschijnlijk lang geleden en wat voel ik me nu – in vergelijking met toen – geweldig energiek en fit.

Als Frans een foto maakt van het memorabele moment dat ik voor de allerlaatste keer aan het infuus zit voor mijn immuunkuur met Herceptin, vraagt de verpleegkundige of ze de slingers op moet hangen. Ik moet lachen en denk dat het een grapje is. Maar ze zegt: ‘die hebben we echt hoor’ en even later komt ze terug met een rijtje kleurige vlaggetjes die ze vastplakt aan het infuusrekje en de stoel waar ik opzit. Zo zegt ze: ‘omdat we zo blij zijn dat we jou nooit meer hoeven te zien’. Ze flapt de woorden er spontaan uit en het is duidelijk een grapje, maar ze bloost ervan, omdat ze zich ineens realiseert dat ik het ook verkeerd zou kunnen opvatten. Dat is echter niet het geval. Ik vind dit soort humor juist erg leuk.

En dan is het moment aangebroken dat ik voor het laatst wegloop bij de dagbehandeling oncologie. Ik geef de aanwezige verpleegkundigen een hand en bedank hen voor de goede verzorging. Ik zal ze toch een beetje gaan missen en ik bedenk met enige spijt dat ik van een paar fijne verpleegkundigen die me regelmatig hebben begeleid geen afscheid heb kunnen nemen. Gelukkig is er ergens in maart nog een evaluatiegesprek.

Bij het restaurant van het ziekenhuis nemen we een kop thee met een brownie. Als de serveerster vraagt of we een kortingskaart willen, zegt Frans trots: ‘nee, die hebben we niet nodig, dit is de laatste keer.’ De serveerster zegt uit gewoonte: ‘tot ziens’. Om er dan snel achteraan te roepen: ‘nee hoor, niet tot ziens, fijn dat jullie hier niet meer hoeven te zijn, het ga jullie goed.’

laatste kuur 3

4 reacties

  1. Zo kanjers, dat hebben jullie er goed vanaf gebracht samen. Gefeliciteerd. En wat die opvliegers betreft, die horen er gewoon bij. Ik heb ze al jaren. Er is niks ergs aan om af en toe mooi rood en erg warm te worden, na een paar minuutjes is het over en kan het vest weer aan.
    Soms is het wel gemakkelijk, zoals in een koude nacht op de camping en je naar de wc wilt in het washok, gewoon op een opvlieger wachten en het is heerlijk buiten je tentje.
    Liefs Rina

Geef een reactie