Eindelijk dan de Reschenpas

Twee jaar geleden wilde ik al een fietstocht maken van de Reschenpas op de grens tussen Oostenrijk en Italië naar het Gardameer. En nu is het dan zover. We gaan het echt doen. Lekker met z’n tweetjes. De fietsen hebben een beurt gehad, we hebben Reitsma’s fietsroute aangeschaft en bedacht wat we mee willen nemen. We hebben er heel veel zin in en dan zie ik twee dagen voor vertrek per ongeluk het weerbericht. Bah, dat kan toch niet waar zijn. Precies deze week is er een lage drukgebied in heel Europa, dat zorgt voor kou en nattigheid. Voor Oostenrijk is sneeuw tot in de dalen voorspeld. Tien dagen lang zie ik alleen maar zwarte wolkjes met sneeuw afgebeeld in de Weather Pro app, die Frans wel eens voor het vliegen gebruikt. Ik vraag me af of we wel moeten gaan. Een beetje regen vind ik niet erg, maar een week lang regen wel.

Na rijp beraad besluiten we de fietsvakantie te verplaatsen naar eind mei. Voor nu gaan we zolang mogelijk genieten van het goede weer, dat volgens de voorspellingen nog precies één dag zal aanhouden. We gaan een fietstocht maken langs de fruitbloesems in de Betuwe nu de zon nog schijnt. En zo rijden we vrijdag 22 april niet naar het natte zuiden, maar naar de in bloei staande Betuwe. We maken een prachtige fietstocht over dijkjes met appelbomen die nog net niet in bloei staan, nemen een pontje over de rivier bij Deil en fietsen over de landerijen van landgoed Mariënwaerdt. IMG_20160422_135458We pauzeren in het rustieke plaatsje Buren. Achter een kop thee en een Bossche bol gluur ik naar mijn buurvrouw die me zo bekend voorkomt. Ineens weet ik het: het is een oud-collega van de Zorggroep, die ik al zeker vijftien jaar niet meer heb gezien. Het is een hartelijk weerzien. In tien minuten tijd praten we elkaar bij over onze levens. Ze blijkt ook borstkanker te hebben gehad en heeft net na tien jaar haar laatste controle gehad. We wensen elkaar het beste en stappen weer op de fiets. Na 34 km fietsen ben ik moe maar voldaan en doe ik een tukkie in de camper, terwijl Frans de fietsen op de camper sjort. We besluiten deze geslaagde dag in Tiel bij restaurant ‘ bij Casper’ waar we genieten van verse asperges en drentelende schoolmeisjes in galajurken, die naar hun eerste bal gaan. Ik vind het leuk om naar alle verschillende jurken te kijken.

Op de terugweg in de auto pak ik nogmaals de Weather Pro app erbij en zie dat de verwachtingen iets zijn bijgesteld. Donkere wolkjes hebben plaatsgemaakt voor kleine zonnetjes, die voorzichtig achter een wolk tevoorschijn piepen. Nog wel erg koud, maar niet meer zo nat. De Reschenpas begint toch weer te kriebelen. En weer stellen we onze plannen bij: we gaan toch. Reschenpas here we come.

Zaterdag pakken we onze spullen in, nemen afscheid van onze konijnen en koersen door wind en regen richting Oostenrijk. Als de avond valt daalt de temperatuur richting de drie graden en verandert de regen bijna in natte sneeuw. Ik ben gespannen voor wat we op de Fernpass, die we nog moeten trotseren, gaan aantreffen en zie mezelf al een week ingesneeuwd in de bergen staan. Frans is echter vol vertrouwen, ook al hebben we onze sneeuwkettingen en winterbanden thuisgelaten. Volgens hem kunnen we het beste doorrijden zolang het nog gaat, als het vannacht gaat sneeuwen, dan is het de volgende ochtend nog moeilijker om de pas over te komen. Rustig tuffen we door in de stromende regen, terwijl ik angstvallig de temperatuur in de gaten houd. Als we door een lange tunnel rijden loopt de temperatuur op en als we aan de andere kant naar buiten komen is het ineens tien graden warmer. Rond half tien ’s avonds vinden we nog een plekje op een camping in Imst waar we snel het bed induiken. Hoewel ik moe ben van de reis kan ik de slaap niet vatten. Ik heb het veel te warm onder ons superdikke donsdekbed en krijg last van claustrofobie, daarom zet ik de escape in en vraag Frans om het dak omhoog te zetten. Normaal slapen we allebei beneden, maar voor nu prefereer ik de koelere bovenverdieping van de camper.

De volgende ochtend is het tien graden en er is nergens sneeuw te bekennen. We gaan op weg richting de Reschenpas. We zijn gisteravond helemaal vergeten een autobahnvignet te kopen, maar durven de tien kilometer snelweg die we moeten overbruggen wel zonder vignet af te leggen. We zijn al tientallen keren in Oostenrijk geweest, hebben altijd braaf een vignet gekocht en zijn nog nooit gecontroleerd, dus dat risico nemen we. Net na de afrit van de snelweg worden we aangehouden door een drietal controleurs. Frans doet nog een vage poging om onschuldig te lijken en murmelt iets van ‘ wir sind es ganz vergessen’, maar we weten allebei dat het kansloos is. Dom, dom,dom. Na het betalen van de boete mogen we doorrijden, dat vignet gaan we dus nooit meer vergeten.

Bij de Reschenpas is het rond de drie graden en er waait een striemende, ijskoude wind. We laden de fietsen van de camper, trekken onze dikke winterjassen aan, zetten onze muts op en trekken de handschoenen aan, dan zijn we klaar voor vertrek. We vinden vrij snel het IMG_20160424_123745
vrijliggende fietspad dat ons via een lichte stijging door de weilanden omhoog brengt naar de rand van de Reschensee, die er stralend blauw bij ligt als de zon zich even laat zien. Het sneeuwt licht, maar de route is adembenemend mooi. Via de oostelijke oever van het meer gaat het afwisselend omhoog en omlaag. Bij de lastige stukken krijg ik ‘ trapondersteuning’  van Frans die me dan een duwtje in de rug geeft. Na de Reschensee volgt de lieflijke Haidersee waar we in een observatiehut een boterhammetje eten en naar de dansende schuimkoppen op het meer kijken. Het waait stevig, maar gelukkig hebben we de wind in de rug. Ik heb mijn regenbroek en een onooglijke regenjas van Frans aangetrokken om me te beschermen tegen de snerpende wind. Als ik moet stoppen, blijf ik met de jas achter het zadel haken en boem daar lig ik op het asfalt. Een paar blauwe plekken rijker begin ik aan de afdaling richting Burgeis. Het is een bochtig fietspad met een helling van 10 tot 15%. Ik durf niet harder dan 35 km per uur te gaan en knijp de remmen flink in. Het is een prachtige afdaling langs kleine, klaterende  beekjes, groene weiden en oude burchten. We blijven maar dalen en ik krijg zere handen van het remmen. Uiteindelijk bereiken we Glurnsch, een ministadje met een oude stadsmuur en vier poorten uit het jaar 1580. We parkeren de fietsen en nemen de bus terug richting de Reschenpas waar we onze camper oppikken. Omdat de temperatuur niet boven de twee graden uitkomt, DSCN5961trakteren we onszelf op een hotelovernachting en een warm bed. Hotel zur Post is een oud familiehotel en we krijgen een kamer met houten vloer en een groot balkon met uitzicht op de tuin met fruitbomen en een rustieke, houten schuur. Na een warme douche en een klein dutje wagen we ons aan het drie gangenmenu van de dag en witte Nosia wijn uit de streek. Daarna rollen we zo het bed in en slapen een gat in de dag.

Na een heerlijk ontbijt zetten we onze fietstocht langs het bruisende riviertje de Adige voort. De vogeltjes fluiten, de zon schijnt over de ontelbare boomgaarden met appelbloesems, maar het is nog steeds flink koud en we zijn blij met onze dikke jassen, sjaals en handschoenen.
DSCN5948De fietsroute is werkelijk heel mooi en verloopt geheel over vrijliggende fietspaden en autoluwe wegen, door rustieke dorpjes, fruitgaarden en wijngaarden. Vandaag hebben we ook weer flinke afdalingen, waarvan een stukje onverhard met een hellingshoek van 20%. We fietsen met de harde wind pal in de rug, terwijl het fietspad licht daalt, zodat we nauwelijks hoeven te trappen en eigenlijk vanzelf vooruit suizen. Frans zegt: ‘leuker dan dit zal fietsen nooit worden’. Midden in het DSCN5958
bos komen we ineens bij een meertje met een zonnig terras waar we huisgemaakte aardbeien tiramisu nemen met een warme kop thee. Rond een uur of vier heb ik de pijp leeg. We parkeren onze fietsen in het plaatsje Naturns en nemen de trein terug naar Glurnsch waar we bij hotel Zur Post onze camper oppikken. Op de camping in Naturns bereidt Frans een voedzame maaltijd.
Op de kleine camping hebben ze heel verrassend een binnenzwembad en een sauna, die we na een DSCN5955uitgebreid ontbijt met roerei en verse jus, gaan uitproberen. De campings zijn tegenwoordig echt lux met overal toiletpapier en zeep om je handen te wassen. In principe hoef je nooit meer met een rol wc-papier over de camping te slenteren. Ik wist dat nog niet en had ons keukenkastje volgestouwd met een hele voorraad.
We pakken de camper en rijden richting Merano waar we midden in het centrum een camping vinden. We willen eigenlijk met de trein en de DSCN5973fietsen terug naar Naturns om de route te vervolgen, maar we komen er achter dat de eerstvolgende trein pas eind van de middag gaat, daarom stellen we onze plannen bij. We
fietsen via kleine klimmende steegjes naar kasteel Trauttmansdorf dat op de mediterrane heuvels van Merano ligt en van waaruit je een prachtig uitzicht hebt op de omgeving. We brengen de middag door in de botanische tuinen die ik echt geweldig mooi vind en sluiten de dag af met een DSCN5989pizza en tiramisu.

Merano is een stad met een mediterraan klimaat, maar daar is vanochtend weinig van te merken. Storm en regen geselen de camper. De palmbomen zuchten
in de wind. Merano heeft een traditie als kuuroord met warmwater bronnen en zo liggen we even later in een warmwater bad met uitzicht op de groene heuvels. Er zijn verschillende baden met
IMG_20160427_131822bronwater en zoutwater, maar mijn ‘iceman’ vindt ze allemaal véél te warm en gaat vrolijk een kwartier in het koude bad zitten.
Eind van de middag rijden we de camper naar het plaatsje Auer, ook wel Ora genoemd. We zitten in het gebied dat Alte Adige of Zuid-Tirol heet en waar bijna alle plaatsen een Duitse en een Italiaanse naam hebben. De taal is voornamelijk Duits, het eten voornamelijk Italiaans. Een prima combi. We maken een mooie fietstocht langs de IMG_20160425_153750Kalterer see waar we pauzeren bij een terrasje aan het water. Het is met 10 graden nog steeds fris, maar de zon schijnt en dat maakt veel goed.

Op de camping in Auer hebben ze een klein onverwarmd buitenzwembad waar wij nog voor het ontbijt een plons in nemen, terwijl we door oude Italiaanse mannetjes hoofdschuddend worden aangekeken. Vandaag vervolgen we onze fietstocht langs de Adige richting Trento. We DSCN6006
fietsen langs metershoge rotswanden tussen de wijnvelden door. Iets voor Trento bij het plaatsje Lavis zijn bij mij de knollen op. We pakken eerst de stoptrein naar Trento en gaan dan met de fietsen in de trein terug naar Auer waar onze camper bij het station geparkeerd staat. We rijden met de camper naar de Kalterer see en gaan lekker uit eten.
De laatste dag alweer van onze fietsvakantie. We starten bij het station van Rovereto en pikken hier DSCN6013de route weer op. Rovereto is een leuk, oud Italiaans plaatsje en het  is even spoorzoeken voor we ons fietspad weer hebben gevonden. De laatste dag heeft pittige klimmetjes met als toetje een steile afdaling van maar liefst 2 km. Terwijl we in de verte het blauwe Garda meer zien blinken, suizen we in sneltreinvaart naar beneden. Mijn handen doen zeer van het remmen, mijn haren wapperen in de wind als we ons doel naderen: Lago di Garda. We zijn er. Tevreden likken we aan DSCN6016een Italiaans ijsje met uitzicht op het golvende water. Deze fietsvakantie is ons heel goed bevallen en is voor herhaling vatbaar.

4 reacties

  1. Wat leuk om te lezen en vooral te voelen dat jullie zo ontzettend genieten van al jullie belevenissen. Bedankt voor het delen. Ik fietste een klein stukje mee, maar dan vanuit Bali waar wij nu verblijven

Geef een reactie