Dolomieten en Spanje

Vrijdag 16 september om elf uur rijden we – na een uitgebreide knuffelsessie met Lana – weg van ons witte huis aan de Kruisbergseweg. De spullen zijn gepakt voor vijf weken rondtoeren door Europa. We zijn nog maar net op weg als we een vreemd geluid horen dat we beiden vrijwel direct associëren met een kapotte uitlaat. Dus eerst maar even langs de garage. Het euvel is snel verholpen, maar Frans begint over een of ander oplaadsnoertje voor de telefoon en deze technische ingreep duurt ruim een uur. Rond half één rijden we richting Groessen om nog even de gerepareerde vakantiebroek van Frans op te pikken bij een lieve tante die deze voor ons heeft gemaakt. En dan hebben we honger. Dus besluiten we eerst nog maar eens lekker te lunchen. Bij van de Valk in Duiven nemen we een omelet en een maaltijdsalade en dan zijn we eindelijk echt klaar voor vertrek. Het is inmiddels drie uur ’s middags en het duurt dan ook niet lang voor we in de vrijdagmiddag spits in Duitsland terechtkomen.

Twee jaar geleden hadden we al de wens om met de camper naar Spanje te gaan, maar door mijn behandelingen voor de borstkanker kon dat toen niet. Nu zijn we vrij om te gaan en te staan waar we willen. Het oorspronkelijke plan was om samen vier weken weg te gaan, maar omdat de jaarlijkse vliegweek van Frans toevallig net voor onze vakantie viel, hebben we die er maar aan vast geplakt. De eerste week staat daarom volledig in het teken van vliegen. Ik word gedoogd, maar heb geen eigen inbreng in het groepje gepassioneerde paragliders. De avond voor vertrek is het nog onduidelijk waar we naar toe zullen gaan. Dit wordt bepaald door de twee weergoeroes van het vliegclubje. Vrijdagochtend krijgen we het bericht dat het zeer waarschijnlijk de Dolomieten in Italië gaan worden, maar dit kan zonder opgaaf van reden worden aangepast. Flexibiliteit is een vereiste deze eerste week. Ik suggereer voorzichtig het meer van Annecy, omdat dat nog een beetje in de richting van Spanje is, maar mijn opmerking wordt genegeerd.

Ik realiseer me ineens dat het koud kan zijn in de bergen en ben blij dat ik op het laatste moment nog wat warme kleding heb toegevoegd aan alle zomerjurkjes en korte broeken. Het voelde wat surrealistisch om een dikke fleecetrui in te pakken voor de vakantie, terwijl het zweet in straaltjes van mijn oververhitte lijf liep, door de uitzonderlijk hoge najaarstemperaturen in Nederland. Het kwik kwam zelfs boven de dertig graden, hoewel in het bos de eikels al naar beneden vielen. Raar idee om straks terug te komen in een landschap met kale bomen en lage temperaturen.

Langzaam maar gestaag vervolgen we onze weg door Duitsland. Het is prima weer om te rijden, bewolkt maar droog en met twintig graden een aangename temperatuur. Zoals gewoonlijk zijn er veel wegwerkzaamheden, die de nodige vertraging opleveren. Vooral tussen Karlsruhe en Stuttgart is het drama en rijden we zelfs op vrijdagavond tien uur nog in de file, die zich als een lang slingerend lint met rode lampjes voor ons uitstrekt. Frans vind via de app van NKC (Nederlandse Kamper Club) een kleine camperplaats in het plaatsje Kirchberg am Neck. Hier parkeren we onze camper en installeren we ons voor de nacht.

De volgende dag is het rustig herfstweer met een waterig zonnetje en een aangename temperatuur. Als snel krijgen we een appje vanuit de Dolomieten met de mededeling dat het regent en vier graden is. Ik vraag of de plannen niet beter bijgesteld kunnen worden in de richting van Frankrijk, maar hier wordt niet op in gegaan. Omdat het niet erg aantrekkelijk is om op een camping te zitten in de regen bij vier graden, besluiten we te genieten van het heerlijke weer nu het nog kan en eerst een lekkere wandeling te maken. Frans stuurt de camper van de snelweg bij Bad Ditzenbach. Een van de vele plaatsjes in de heuvelachtige omgeving van Stuttgart met een thermaal bad. Het is een omgeving met veel kuuroorden. Na ons ontbijt op de parkeerplaats van het thermaal bad, trekken we onze wandelschoenen aan en klimmen de steile Galgenberg op. Bovenop hebben we een mooi uitzicht over de met herfstkleuren getooide beboste heuvels. Het is al veel meer herfst dan in Nederland. De bodem is bedekt met een tapijt van geelgekleurde bladeren. Eigenlijk wilden we maar een uurtje wandelen, maar we lieten ons verleiden om het pad verder te volgen in plaats van om te keren. We liepen verder over glooiende velden met plukjes bos en weidse vergezichten. Het liep allemaal behoorlijk uit en voor we het wisten was het één uur en stopten we bij een leuk terras waar we alleen iets wilden drinken, maar waar de ober zo enthousiast zijn versgebakken pruimentaart – met pruimen uit de naastgelegen boomgaard – aanbeveelde, dat we deze wel moésten proeven. Mmmm, echt lekker. Voldaan lopen we verder over een hooggelegen pad met mooi uitzicht op de omgeving richting Bad Ditzenbach. Rond half drie zijn we terug bij de camper en vervolgen we onze weg richting de Dolomieten. Het is echter nog ruim zes uur rijden en dat betekent dat we niet voor het donker aan zullen komen. We besluiten daarom te overnachten in Brixen (Bressanone) en de laatste etappe door de bergen te bewaren voor de volgende dag. In Brixen weten we een leuke camping in de tuin van een hotel met als bijkomend voordeel een heerlijk Italiaans restaurant. Hier gaan we naar toe. We laten ons de pizza en de risotto met witte wijn goed smaken en rollen daarna samen onze knusse camper in.

Na een uitgebreid ontbijt rijden we via een prachtige, slingerende weg naar het hart van de Dolomieten. In Wolkenstein stoppen we voor een koffiepauze en maken kennis met de Italiaanse tiramisu. De laatste etappe is echt heel mooi. We rijden tussen de kilometers hoge rotspartijen door. De imposante reuzen van de Dolomieten. Rond twaalf uur zijn we op de camping in Campitello waar het zachtjes regent en ik kennismaak met het vliegclubje van Frans. Het is een leuk gezelschap en ik voel me al snel op mijn gemak. De sfeer is gemoedelijk. En we gaan eerst gezamenlijk onder de luifel van een grotere camper uitgebreid brunchen. ’s Middags maak ik met Frans een wandelingetje langs de rivier naar Canazei waar we wat drinken en dan langzaam teruglopen. Ik ben moe en heb last van de hoogte. Het lijkt wel of mijn benen gewoon niet vooruit willen. Terug bij de camper ga ik even plat en dan gaan we met de hele groep eten bij de pizzeria in het dorp waarbij de rode wijn rijkelijk vloeit.

Maandag 19 september is het weliswaar een zonnige dag, maar de wind is hard en komt uit het noorden en dat betekent dat de föhn actief is. Het is gevaarlijk om nu te vliegen, omdat de föhn van over de hoge bergen naar beneden blaast. Maar het is een heerlijke dag om te wandelen. Drie mannen van ons groepje gaan omhoog naar de Passo Pordoi om een pittige wandeling te maken naar een hooggelegen berghut. Wij maken met Loes en Joost een wandeling vanaf de Col de Rodella langs de voet van de Langkofel. Er waait een stevige, koude noorden wind en we pakken ons dik in met mutsen en handschoenen. Gelukkig komen we al snel een berghut tegen waar we ons kunnen warmen aan koffie met chocoladetaart. We nemen dezelfde route terug, maar dat is geen straf, want het is echt een prachtige wandeling langs de voet van alle imposante bergtoppen van de Dolomieten. ’s Avonds gaan we BBQen bij een temperatuur die dicht tegen het vriespunt aanzit. We zijn allemaal behoorlijk verkleumd als we naar bed gaan.

De eerste sneeuw is al gevallen. De mannen die op de Passo Pordoi hebben gewandeld laten foto’s zien van hun tocht. Het lijkt wel een expeditie naar de Noordpool. ’s Avonds slaap ik voor het eerst in een half jaar weer onder een dekbed en ik heb niet eens last van opvliegers. We zitten echt op het einde van het seizoen. Er zijn nog maar een paar liften open en die gaan over twee weken ook dicht, totdat met Kerst het winterseizoen begint.

De camping in Campitello is echt top en ligt hoog op ruim 1.400 meter. Niet alleen heb je naar alle kanten een prachtig uitzicht, ook het sanitair is wonderbaarlijk mooi met overal marmeren stenen, mozaïek, ruime douches met een zitbankje en niet te vergeten een verwarmde ruimte waar we met de hele groep kunnen zitten. De mannen dopen deze ruimte om tot ‘mancave waar vrouwen welkom zijn’ en waar ze iedere avond hun vluchten van die dag uploaden en de vliegroute voor de volgende dag uitzetten. Er wordt uitvoerig naar het weerbericht gekeken, er worden afspraken gemaakt over de route die ze gaan volgen en natuurlijk wordt alle apparatuur opgeladen.

IMG_20160920_131255Dinsdag is het dan eindelijk zover. Het is vliegbaar, zoals ze dat noemen. Opgewonden en licht gespannen treffen de mannen hun voorbereidingen om een lange overland vlucht te maken. Het weer is echter toch niet zo goed als was voorspeld en het is lastig starten met nulwind op de steile helling. Toch kiezen ze allemaal het luchtruim en al snel zie ik vanaf de camping de vrolijke kleurtjes van al die parapents hoog in de blauwe lucht. Ze proberen een grote ronde te IMG_20160920_131307vliegen, waarbij ze eerst hoogte opbouwen en dan de oversteek over het dal wagen naar het volgende bergmassief. Tegen de middag ga ik met de gondel omhoog naar de startplek. Samen met Loes, de enige andere vrouw in het gezelschap – waar ik het gelukkig prima mee kan vinden – lopen we met de mannen mee naar de lager gelegen zuidstart. Twee van de zes mannen hangen nog steeds in de lucht, de andere vier zijn geland en met de gondel weer omhoog IMG_20160920_132908gekomen. Zij gaan voor hun tweede vlucht. Helaas begint het licht te regenen en Frans besluit niet meer te starten. Met z’n drietjes klauteren we de steile grashelling omhoog en gaan met de gondel weer omlaag.

 

Woensdag hangen de wolken in het dal. De mannen gaan omhoog met de gondel in de hoop dat de wolken in de loop van de ochtend optrekken en zij toch nog lekker kunnen vliegen. Ik maak er een rustig dagje van bij de camper met lekker lezen en mijn blog schrijven. Loes heeft een portofoon en een verrekijker, hiermee kunnen we de capriolen van onze mannen in de lucht volgen. Via de portofoon kunnen we met elkaar communiceren en weten we wie waar uithangt. Met de verrekijker turen we naar de lucht, maar we weten niet goed wie welk scherm heeft. Eind van de middag lopen Loes en ik naar het landingsterrein om onze mannen te verwelkomen. We kijken goed naar alle schermen en prenten de kleuren in ons hoofd. Frans heeft een blauw met groen scherm. In een café sluiten we de dag af met een biertje. De stemming zit er goed in. Daarna koken we allemaal ons eigen potje en gaan vroeg slapen.

IMG_20160922_155801Donderdag is door de mannen bestempeld als de beste vliegdag van de week. Er is voldoende zon en de wolkenbasis hangt hoog genoeg om een verre tocht te maken. Loes en ik besluiten een mooie wandeling te maken hoog in de bergen. We pakken eerst de bus naar Canazei en vandaaruit twee gondels omhoog naar de Col de Rossi waar we een paadje over de kam van de berg volgen. We genieten van de telkens wisselende uitzichten. Loes is prettig gezelschap en we hebben bijna hetzelfde wandeltempo. Halverwege bij Via del Piane pauzeren we in een berghut met thee en vers gemaakte linzentaart. Daarna vervolgen we onze wandeling met uitzicht op de besneeuwde toppen van de Marmolada, de hoogste berg van de Dolomieten en het azuurblauwe stuwmeer aan de voet van deze imposante reus. Het laatste deel van de wandeling is een steile afdaling met hier en daar een kabel om ons aan vast te houden. Rond
vier uur zijn we bij het stuwmeer. We hebben nog tijd om in het zonnetje een drankje te nuttigen, voordat de laatste bus van die dag ons weer naar Campitello brengt. Ik heb erg genoten van deze wandeling. Via de portofoon horen we dat de mannen inmiddels ook allemaal weer veilig aan de grond staan. Sommigen hebben zo’n zes uur in de lucht gehangen. Frans heeft een mooie tocht van 35 kilometer gemaakt in twee en half uur vliegen. Hij landt in de buurt van Moena en lift terug. ’s Avonds gaan we met de hele groep uit eten bij onze vaste pizzeria van het dorp. We worden vrolijk begroet door de bediening, die ons inmiddels als vaste klanten beschouwt.

Vrijdag gaan we met z’n allen omhoog naar de Col de Rodella. Het is goed vliegweer en het is dan ook behoorlijk druk op de top. Overal liggen parapents klaar voor de start. Loes en ik kijken hoe de zes paragliders van ons clubje één voor één starten en volgen ze in de lucht met de portofoon en de verrekijker. Ze proberen met z’n allen een tocht te maken. Helaas heeft Frans geen verbinding met de portofoon en mist daardoor de aansluiting in de lucht, omdat de koers vanwege de wind is gewijzigd. Frans maakt vandaag twee vluchten, waarvan één helemaal naar Monte ….. in een zijdal van Predazzo. Hij maakt een zogenaamde buitenlanding – een landing buiten het officiële landingsterrein – en komt via drie liften van vriendelijke bewoners weer terug in Campitello. Loes en ik maken in de tussentijd een wandelingetje, eten taart op een terrasje, omdat het eindelijk heerlijk weer is en gaan dan naar het landingsterrein waar we de week afsluiten met een biertje. Het was een supergezellige week. Nog een laatste keer uit eten en dan zit het erop.

Volgens de weersberichten wordt het morgen een dag met laaghangende bewolking, waardoor de mannen eensgezind besluiten om naar huis te rijden in plaats van nog een dagje te vliegen. Met knuffels nemen we afscheid van elkaar en gaan we in groepjes uit een. Alleen Frans en ik blijven achter in Campitello. We moeten even wennen aan de nieuwe situatie en gaan eerst achter de laptop zitten om de kaart van Europa te bekijken. Alles ligt open. Onze Belgische vrienden, die we half oktober in Valencia zouden treffen, hebben afgezegd omdat hij zijn enkelbanden heeft gescheurd en waarschijnlijk eerst geopereerd moet worden. We bewaren Valencia wel tot een andere keer. Wat zullen wij gaan doen? Waar zullen we terecht komen?

We besluiten in ieder geval nog een dag in de Dolomieten te blijven en een mooie wandeling te maken ondanks de lage bewolking die de bergtoppen verbergt. Op weg naar de lift komen we langs een sportwinkel waar mijn aandacht wordt getrokken door een wandelbroek, die sterk is afgeprijsd. Al snel sta ik in een pashokje kleding te passen. Er zijn veel leuke spullen voor een aantrekkelijke prijs en zo staan we een half uurtje later weer buiten met drie wandelbroeken, sokken en een shirtje. Frans heeft een donkerblauwe afritsbroek gekozen. Ik een grijze en een zuurstok roze. We gaan eerst onze nieuwe aankopen terugbrengen naar de camper en dan is het middagpauze met de lift. We besteden de tijd goed door te lunchen en gaan dan met de eerste gondel omhoog. We wandelen langs de Langkofel naar de Alberto Pertini hut waar we maandag ook geweest zijn met Loes en Joost. Na een heerlijke Hollunder siroop kiezen we voor een steile afdaling via het Val du Duron naar Campitello. Dit blijkt een goede keuze te zijn. Het is een enorm steil pad vol keien en glijdend grint en het is een aanslag voor onze knieën, maar het is ook erg mooi met frisse bergweiden, geurende dennenbomen, bruisende beekjes en uitzicht op de toppen met een strakblauwe lucht, want de wolken zijn inmiddels allemaal verdwenen. De blauwe lucht is vol met kleurige parapents. De afdaling lijkt eindeloos te duren en mijn benen trillen gewoon van de inspanning. Uiteindelijk komen we uit op een breder pad dat ons naar een pittoreske hut leidt waar we thee en chocoladetaart nemen om krachten op te doen voor de laatste etappe. Het is inmiddels al rond zes uur. Een ree kruist ons pad en kijkt ons nieuwsgierig aan. Een roodbruin eekhoorntje volgt ons springend van boom naar boom. Rond half zeven lopen we het gehuchtje Piane binnen en zien we Campitello beneden ons liggen. We dalen via trappen af naar de kerk van Campitello en bereiken de camping rond zeven uur.

Zondagochtend gaat Frans eerst een paar uur aan het werk voor een klant, terwijl ik de afwas doe, de spullen inpak en zorg voor een kopje thee. Rond half één nemen we afscheid van Campitello, we voelen ons een beetje weemoedig om deze fijne plek achter ons te laten en langzaam laten we ook de Dolomieten achter ons. Het is een mooie route richting Trento waar we zowaar het fietspad herkennen waar we van het voorjaar hebben gefietst. Toen stonden de appelboomgaarden in bloei, nu hangen er volop rijpe appels. We rijden bij toeval tegen een idyllisch gelegen restaurant aan waar we stoppen voor een middagpauze. De menukaart oogt aantrekkelijk en we besluiten tot een warme maaltijd met uitzicht op de rotswanden van Trento. Ik heb last van een naar, branderig gevoel in mijn keel en slokdarm. Ik ben er chagrijnig van. Het slaat ook op mijn stem, waardoor ik moeite heb met praten. Ik ben er nog niet uit of het van mijn maag komt of dat het een opkomende verkoudheid is.

We koersen richting Genua. Bij het Gardameer is het druk en staan we een stukje in de file. Frans moet goed opletten in het hectische verkeer. Op de één of andere manier klinkt Genua niet heel aantrekkelijk om de nacht door te brengen. Mijn oog valt op La Spezia en ik moet denken aan jaren geleden toen we een bezoek hebben gebracht aan de vijf dorpjes van Cinque Terre. Het besluit is snel genomen, we stellen onze koers bij en rijden richting La Spezia. Het is wel een stukje om, maar wat maakt het uit. We doorkruisen eerst de saaie Povlakte, die wel met een strijkbout lijkt bewerkt, zo vlak als die is. We zijn een beetje knorrig, omdat we op weg zijn naar iets nieuws en iets vertrouwds achter laten en nog niet weten waar we uitgaan komen. Op dit moment vinden we even niets leuk. Langzaam wordt het landschap interessanter met beboste heuvels en kleurige dorpjes. Dan doemen onverwacht de Apennijnen op. Grijze toppen in een groen landschap. Machtig mooi. De snelweg waar ik op rijd is er één vol met bochten, heftige bruggen en donkere tunnels. Ik waan me af en toe op een circuit van de formule 1 met zulke cascades van bochten. We rijden eerst naar La Spezia en dan via de kust naar Cinque Terre waar Frans in Levanto een camping heeft uitgezocht. Via een steile bergweg komen we bij een kleine, afgelegen camping. We arriveren net voor donker bij de receptie. We krijgen een minuscuul plekje toegewezen waar onze camper maar net kan staan. Mijn humeur keldert nog wat verder. Ik vind het hier helemaal niet leuk. Er hangt een muffe geur, het is warm, de toiletten zijn primitief en we kunnen nauwelijks de camper uitkomen zo krap is het. Omdat het inmiddels pikdonker is geworden, besluiten we hier toch maar de nacht door te brengen. We doen de gordijnen dicht, maken een soepje warm, drinken een kopje thee en dan is het toch gewoon weer gezellig.

Maandagochtend pakken we onze spullen in en vertrekken nog voor het ontbijt naar het centrum van Levanto waar we in een supermarkt allemaal lekkere dingen inkopen. We ontbijten in de camper en rijden dan naar het station waar we een treinkaartje kopen voor de dorpjes van Cinque Terre. We kunnen overal waar we willen uit- en instappen en hebben met het kaartje ook toegang tot het kustpad dat de dorpjes met elkaar verbindt. Een deel van het kustpad is gesloten wegens recente landverschuivingen. In oktober 2011 is er hier een overstroming geweest met allesvernietigende modderstromen en hierbij zijn het kustpad en een flink aantal huizen volledig weggevaagd. De foto’s die er hangen tonen een enorme ravage. In 2012 is het pad hersteld, maar opnieuw getroffen door noodweer en aardverschuivingen. Gelukkig is veel alweer hersteld. De dorpjes Monterosso, Vernazza en Corniglia zijn lopend te bereiken, voor de andere twee dorpjes is het pad afgesloten.

Op het station moeten we even wennen aan de drukte. We kopen een kaartje voor Corniglia, een klein plaatsje dat hoog op een berg geplakt ligt. We beginnen de wandeling met een stevige trap omhoog naar het centrum van Corniglia, waar we een terrasje met uitzicht op zee pakken om iets te drinken en naar het toilet te gaan. De wandeling gaat over een smal stenen pad dat omhoog en omlaag slingert over de groene toppen en met uitzicht op de Azuurblauwe zee. Het is warm en zonnig en ik vind de wandeling behoorlijk pittig. Een kleine twee uur later komen we aan in Vernazza. We strijken eerst weer neer op een pittoresk terrasje hoog boven de zee. Hier drinken we verse jus en eten er een lekkere bruchetta bij. Het is tenslotte lunchtijd. Via steile trappen dalen we af naar het centrum van Vernazza waar het gezellig druk is in de smalle, kronkelige straatjes met roze en geel gekleurde huizen. DSCN6248 - kopieIn de kleine baai die aan het centrum grenst, nemen we een duik in zee. Op het strandje en de grote keien rondom de baai liggen overal mensen te zonnen en te lezen, terwijl kleine bootjes de haven in en uit varen. Het water is helderblauw en ik zie overal kleine visjes wegschieten als ik voorzichtig het water in loop. De grote stenen zijn bedekt met een laagje zeewier en zijn spekglad. Het water voelt zijdezacht aan. Rond vier uur pakken we de trein terug naar Levanto waar we op zoek gaan IMG_20160926_155201 - kopie
naar een andere camping. We kiezen voor San Michele. Het voelt direct goed. De ontvangst is hartelijk en we vinden een mooie plek op een heuvel met uitzicht op de bergen. De camping is klein en primitief, maar de sfeer is goed. Van de zes toiletten, zijn er twee gesloten (volgens mij wegens verstopping), twee bestaan er uit de bekende ‘schietstoelen’ en dan is er nog een toilet met een kapotte bril, waardoor slecht één toilet overblijft. De deuren van de toiletten zien eruit IMG_20160926_140823alsof ze meer dan honderd jaar oud zijn met grote metalen schuifsloten die in een gat in de witgekalkte muur verdwijnen. Het water voor de afwas is koud, maar dit lossen we op door warm water van de douches te tappen. De douches zijn gratis en hebben lekker warm water. We hebben het hier direct naar onze zin. Frans gaat zowaar aan het bier (alcohol vrij, dat dan weer wel). We genieten nog even van de avondzon en dan ga ik kokkerellen. Frans heeft een skypemeeting over de overname van de vliegschool. We eten buiten met een kaarsje een maaltijd van pasta met verse pesto, pijnboompitjes, tonijn, salade, olijven en feta. De temperatuur is hier heerlijk. Het blijft de hele nacht aangenaam, zodat je ’s nachts rustig onder de sterrenhemel in je nachthemdje naar het toilet kan lopen. We slapen met de deur wagenwijd open. Het is hier muisstil.

We zijn echte langslapers geworden (ik was dat altijd al, maar Frans is het nu ook). We gaan rond half elf slapen en worden meestal pas weer wakker tussen acht en negen uur ’s ochtends. Daarna is het uitgebreid ontbijten – in Cinque Terre kunnen we voor het eerst deze vakantie lekker buiten eten – en dan is het vaak alweer elf uur voor we enige actie ondernemen. We besluiten ons verblijf in Cinque Terre met een dag te verlengen. Wat is dat toch wat Italië zo’n prettig land maakt? Ik denk dat het komt, omdat de mensen echte levensgenieters zijn. Ze houden van lekker eten en drinken en weten overal een gezellige sfeer te creëren. Vandaag gaan we met de trein naar Vernazza waar Frans eerst een cappuccino drinkt en we daarna een echt Italiaans ijsje nemen, alvorens te starten met de wandeling naar Monterosso. We starten de wandeling met een forse klim, daarna loopt het smalle pad redelijk vlak met hier en daar een uitschieter omhoog. Hoewel het laagseizoen is, vind ik het behoorlijk druk. Regelmatig moeten we stoppen om tegemoetkomende wandelaars te laten passeren op het smalle keien pad. Ik vraag me af hoe druk het is in het hoogseizoen. Kun je hier überhaupt nog wel lopen dan? Het laatste stuk van de wandeling gaat langs en door op terrassen aangelegde akkers met bevloeiing van kanaaltjes. We lopen over rotsen die diep beneden ons uitkomen in de zee, die helderblauw onder ons schittert. Op het strand van Monterosso trekken we onze zwemkleding aan en laten ons drijven in het zoute water. Ik heb in het water een leuke ontmoeting met een Italiaanse dame die me allerlei tips geeft voor uitstapjes in de omgeving.

Monterosso blijkt een verrassend leuke plaats te zijn en we dwalen nog wat rond door de nauwe straatjes en gezellige pleinen voor we de trein terugpakken naar Levanto. Vanaf het treinstation in Levanto wandelen we naar het centrum en daarna naar het strand. We zijn net op tijd om de zon schitterend te zien ondergaan. Bij een bar op het strand bestellen we – net als bijna alle Italianen om ons heen – een Aperol als aperatief. Het is borreltijd. Het terrasje aan zee zit stampvol met rokende en drinkende Italianen. Dat roken is wel een nadeel, maar gelukkig vinden we een tafeltje met frisse zeebries. We krijgen er een plateau met chips, olijven, pizza en foccacia bij. Zomaar van het huis. We bestellen nog een pizza die we samen delen en genieten van de golven die zacht op het strand rollen. Via het oude centrum van Levanto lopen we terug naar het station, waar de camper gelukkig nog op ons staat te wachten. Terug op de camping nemen we nog een drankje en een watermeloen bij kaarslicht op ons privé terras.

De volgende dag nemen we afscheid van ons fijne plekje en van Italië en koersen richting Frankrijk. Frans vindt het leuk om een stukje binnendoor te rijden, dus volgen we de kleine blauwe bordjes richting Genua. Al snel klimmen we over een kronkelig bergweggetje naar huiveringwekkende hoogte. Ik durf nauwelijks naar de fonkelend blauwe zee te kijken die diep beneden ons ligt. Het is de enige weg die de geïsoleerde bergdorpjes met elkaar verbindt en we komen een bonte verzameling aan vervoermiddelen tegen, uiteenlopend van een Piaggio driewielauto die een keuken vervoert die tot driekwart over de laadklep naar buiten hangt tot grappige scooters en een grote, lege bus. Na een half uur rijden zijn er geen dorpjes meer en is de weg van ons alleen. Het is een intens verlaten gebied met gele bloemen en verschroeide bomen. Maar het duurt niet lang of we komen weer in de bewoonde wereld waar we de snelweg naar Genua pakken. Het is een smalle, drukke snelweg vol met grote vrachtauto’s en om de paar honderd meter een tunnel. Ik moet wennen aan de drukte en zie overal potentieel gevaar. Frans wordt er moe van. Het branderige gevoel in mijn keel en slokdarm is overgegaan in keelpijn met een doffe hoest. Vandaag ben ik snipverkouden met intense niesbuien en traanogen. De weg blijft druk en hectisch. Langzaam maar gestaag rijden we richting Frankrijk. Rond een uur of vier passeren we de grens Italïe – Frankrijk. Frans installeert de telepass die hij van zijn broer te leen heeft op onze voorruit en zo kunnen we de talloze tolpoortjes bijna ongemerkt passeren. De Franse driebaans snelweg is een genot om te rijden: breed met soepele bochten. We weten nog niet goed waar we naar toe gaan. We proberen op internet te zoeken, maar de verbinding is slecht vanwege al de tunnels. Tot irritatie van Frans is de internet- en mobiele verbinding trouwens de hele vakantie al bedroevend slecht. We zijn in Nederland gewoon verwend.

We proberen eerst een aantal campings in de buurt van Theoel sur Meyr, maar deze zijn allemaal al gesloten. We besluiten dan naar het iets verderop gelegen Fréjus te rijden, dit is een plaats met een aantal grotere campings waarvan we denken meer kans te maken. Via het Estrelle gebergte rijden we naar Club Le Colombier. De glooiende heuvels zijn bedekt met waaiervormige naaldbomen die een glanzende groenblauwe gloed uitstralen in het late zonlicht. Club Le Colombier oogt heel sjiek. Bij de poort worden we tegen gehouden. De portier vraagt of we een reservering willen maken. We wandelen naar de receptie waar een knappe Fransman ons in het Nederlands verwelkomt. Ze hebben nog een plekje voor ons en de prijs is tot onze verrassing de laagste van alle campings tot nu toe. De Fransman rijdt ons rond op een golfkarretje en toont ons welke plekjes nog vrij zijn. Het zijn ruime, ommuurde plekken met bloeiende bloemen en een eigen watervoorziening.

We worden kosteloos lid van Club Le Colombier en krijgen een armbandje om onze pols geknoopt als teken dat we erbij horen. Op de camper komt een sticker met een code die wordt gelezen door de slagbomen, die voor ons openveren. We zijn net op tijd om nog even te zwemmen in de lagune, een rondlopend zwembad met een eilandje in het midden en drie grote glijbanen. In zomer zal het vast een gegil en geschreeuw zijn van alle kinderen in het waterparadijs, maar nu is het heerlijk rustig. We zijn helemaal alleen in het zwembad op de twee ‘safeguards’ na dan, die nauwlettend in de gaten houden of we niet verdrinken in het 1.20 diepe water. Als we naar het toilet gaan worden we verwelkomd – geloof het of niet – door meditatiemuziek. We kokkerellen wat bij de camper en eten bij kaarslicht buiten, terwijl de ondergaande zon de hemel roodpaars kleurt.

Donderdagochtend gaat Frans na het ontbijt even aan het werk voor een klant, terwijl ik ga lezen in mijn boek ‘De honderdjarige die uit het raam klom en verdween’. Wat ik nog vergeten was te vertellen: Frans heeft een boek mee over paragliding (Mastering paragliding) waar hij erg enthousiast over is en dat geschreven is door Kelly Farina. Nu heeft Frans in de Dolomieten Kelly Farina ontmoet toen ze allebei op de start stonden. Frans was erg onder de indruk en heeft nog net niet om een handtekening gevraagd. Kelly was natuurlijk erg blij dat Frans zijn boek zo goed vindt.

Tegen de middag pakken we de camper en rijden naar een grote Carrefour. Ik mis de kleine, kneuterige Italiaanse supermarktjes waar ze tot je verrassing alles blijken te hebben. In de Franse supermarkt is alles te groot: ik loop met een veel te grote winkelwagen, over een veel te groot parkeerterrein, door een winkel waar je kilometers kan afleggen. Ik raak verstrikt in de keuzemogelijkheden: dertig soorten muesli, veertig soorten brie en vijftien soorten bronwater.

IMG_20160929_174054We kopen twee lekker gevulde baguettes die we bij gebrek aan een leuke lunchplek in de camper verorberen. Daarna gaan we op zoek naar de beginplek van het kustpad voor een mooie wandeling langs de zee en over de rotsen. Hoe we ook zoeken we kunnen het niet vinden. Dan besluiten we maar om naar het eindpunt te rijden en de wandeling in tegengestelde richting te maken. Helaas kunnen we het pad ook hier niet ontdekken. Een beetje mopperig besluiten we dan maar om op het strand te gaan liggen en lekker te gaan zwemmen. Het is een mooie baai met uitzicht op de groene heuvels en kalm, blauw water. Het is er druk. Het lijkt wel of ze hier een aantal busladingen met bejaarden hebben uitgeladen en die in het water hebben gezet voor aquarobics. Het is hier mooi, maar we moeten wennen aan het drukke verkeer, de vele mensen, de schaalgrootte. Het is niet onze plek.

Vrijdagochtend vertrekken we nog voor het ontbijt richting Spanje. Van een ochtendspits is niets te merken. De driebaanssnelweg ligt helemaal voor ons open en dankzij de Telepass scheuren we langs de tolpoortjes. Na Marseille wordt het drukker en volgt er een saai, vlak landschap. Autorijden is niet zo ons ding. We hebben de neiging om meer te pauzeren dan te rijden en dat betekent meestal dat het niet erg opschiet. We houden een lange lunchpauze onder een verdorde boom, waar Frans onze tafel met stoelen heeft neergezet voor een picknick. Dan koersen we richting de Spaanse grens. Op de één of andere manier heb ik altijd gedacht dat Perpignan, een stoere stad hoog in de bergen was – misschien komt het door de naam dat ik dat altijd heb gedacht – , maar het bleek juist in een vlak stuk land te liggen dat me niet kon bekoren.

Als bijrijder zoek ik op internet naar een leuke plaats om een aantal dagen te verblijven. De keuze is beperkt, want de meeste campings zitten tot onze verbazing al dicht. Hoe zit dan met al die overwinteraars vragen wij ons af? Op het schiereiland Cap de Creuses vind ik een camping in het plaatsje Roses die het hele jaar door open is. Dit lijkt me een goede keuze. Zeker omdat ik lees dat Cap de Creuses een natuurgebied is. Rond twee uur arriveren we bij de camping. Ik heb zeker al een voorgevoel als ik Frans vraag om de camper aan de kant van de weg te parkeren en eerst te gaan kijken. We lopen een rondje over het terrein. Ik word er mistroostig van. Hier wil ik echt niet staan. Het is een ommuurde zandbak met op elkaar gestouwde caravans en kampers. Vreselijk. Hoe kunnen die mensen hier allemaal vrijwillig staan, vraag ik me af. Is dit Spanje of hebben we gewoon nog niet het goede gebied gevonden zo vragen we ons af.

We besluiten verder te rijden naar Begur, een plaatsje waar mijn zwager en schoonzus met hun gezin van de zomer zijn geweest. Ik kan me niet voorstellen dat zij drie weken voor de lol in zo’n zandbak hebben gestaan. Het moet vast een mooie camping zijn. Deze camping is nog maar twee nachten open, daarom hadden we hem niet direct uitgekozen.

Richting Begur wordt het landschap steeds mooier. Heuvelachtig groen met rustieke Spaanse stadjes. Dit begint te lijken op het beeld wat ik van Noord-Spanje heb. Camping Begur is een verademing. We kunnen een plekje uitzoeken op de vrijwel lege camping, die over twee dagen sluit. Het is er groen en we kiezen een plekje op een heuvel onder de bomen met uitzicht op het zwembad. We drinken snel iets, pakken de zwemspullen en wandelen richting Platja Aiguablava, een wandeling van twintig minuten. We komen bij een haventje uit waar we omheen wandelen, dan klauteren we via een bergpad en vele rotsen richting Platja Fonda. De route is gemarkeerd met rood-wit. Platja Fonda is een kleine baai waar de zee met donderend geweld op de rotsen slaat. We durven hier niet te gaan zwemmen. We houden het bij pootje paden en zitten een tijd romantisch samen op een rots naar de golven te kijken. Daarna lopen we in een pittig tempo terug, want het wordt al bijna donker. We maken nog even gebruik van het verwarmde zwembad op de camping dat om acht uur sluit en nemen een verkwikkende douche. Van onze schoonzus krijgen we per app informatie over een goede eetgelegenheid: de pizzeria in Calella de Parafrugell. We vinden de pizzeria vrij gemakkelijk in het gezellige plaatsje en eten een verrukkelijke pizza en ijs als dessert. De temperatuur is hier ideaal. Zelfs ’s avonds kun je nog lekker buiten zitten zonder dat het verstikkend warm is om te slapen. We slapen wel met de deur van de camper open voor de frisse lucht.

Het is tijd om te wassen en aangezien ze op de camping een wasmachine hebben, koop ik bij de receptie een muntje en doe nog voor het ontbijt de was. Daarna willen we gaan zwemmen, maar het zwembad gaat pas om tien uur open, daarom loop ik naar de supermarkt, die net naast de camping is, voor vers brood, terwijl Frans wat werkzaamheden verricht voor een klant in nood. Na een uitgebreid ontbijt lopen we eerst naar het stadje Begur (helaas op zaterdag rijden er geen bussen) vanwaar we een wandeling willen maken naar Ses Negres Reserva Marina. We hebben wat moeite om het beginpunt van de route te vinden. Er staan wel bordjes maar het vervolg zijn we telkens na een paar honderd meter kwijt. We hebben al drie pogingen gedaan als een vriendelijke, goed Engels sprekende Spaanse ons op het juiste spoor zet. Ze heeft de wandeling toevallig pas zelf gedaan. Het was wel spoorzoeken geweest, vertelde ze, maar het is ook de moeite waard en aan het einde wacht het strand als beloning, moedigt ze ons aan. Het is een woest pad langs een opgedroogd riviertje. We komen telkens sportende, groepjes mensen tegen en na een tijdje vragen we maar eens wat ze aan het doen zijn. Het blijkt dat ze meedoen aan een honderd kilometer loop: de oncotrail. Het is een estafetterace om geld in te zamelen voor kanker. Jammer genoeg is er nauwelijks publiek voor deze sportieve mensen met het hart op de goede plaats, daarom moedigen wij ze luid klappend aan terwijl we onze duim omhoog steken en af en toe ‘bueno’ roepen. Het is altijd weer leuk om te zien hoe aanmoedigingen mensen nieuw elan kunnen geven en een glimlach op de gezichten tovert. Dit weten we uit ervaring van de triatlon wedstrijden met Indra.

We komen uit bij Sa Riera, wat niet geheel volgens plan is, maar wat maakt het uit. Het is een mooi strand waar we lekker kunnen zwemmen. Daarna vervolgens we onze tocht over steile rotsen langs de kust richting Ses Negres wat we echter niet kunnen vinden. We lopen richting Aiguafreda, maar ook dit strandje vinden we niet. We besluiten dan maar om terug te gaan naar Begur. Het is naar inschatting nog een flinke wandeling en het is al bijna zes uur. Na enig speurwerk vinden we het bospad dat ons naar Begur leidt. We komen nu via een andere kant het plaatsje binnen en zijn verrast door de steile straatjes en de leuke winkeltjes en pleintjes. Terug op de camping genieten we van de stilte en eten buiten met een kaarsje een zelfgebrouwen maaltijd, terwijl we naar de sterren kijken. We gaan vroeg slapen, want ik ben moe van de lange wandeling.

IMG_20161002_170757 - kopie IMG_20161002_174340 - kopie IMG_20161003_123706 - kopie IMG_20161003_123600 - kopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jammer dat we deze fijne plek moeten gaan verlaten. We waren graag nog wat langer gebleven. Een beetje weemoedig nemen we afscheid en rijden naar camping Mas Patoxas, één van de twee campings in dit gebied die het hele jaar door open zijn. Het is een wat grotere camping met veel caravans met vaste plaatsen die zij aan zij staan opgesteld in verschillende rechte straten. Gelukkig vinden we een rustig plekje in een vrijwel lege straat. We geven het nummer door aan de receptie en vertrekken direct weer richting Pals, een middeleeuws vestingstadje met toren, kerk en huizen van gestapelde stenen. Echt de moeite van een bezoek waard. Hierna rijden we naar het strand van Tamariu waar het op de zondagmiddag gezellig druk is.

IMG_20161002_125943 - kopieWe zoeken een plekje in de beschutting van de rotsen en nemen dan een duik in zee. Het water is lekker van temperatuur en glad als een spiegel. In Nederland zou ik nooit zo diep de zee in gaan, maar hier heb je de beschutting van de baai en bovendien loopt het strand heel steil af, waardoor je met twee passen al niet meer kan staan. Je kan hier echt zwemmen in de zee en ik zwem dan ook de baai een aantal keren heen en weer. Helaas is de zon verdwenen achter de wolken en waait er een koude wind. We trekken onze kleren weer aan en volgen een rood-wit gemarkeerde route over de rotsen langs de zee. Het is een pittige klim, maar erg de moeite waard. Na een tijdje gaan we op een grote rots zitten met uitzicht op de baai. We komen nu echt tot rust. Tegen een uur of zes rijden we naar Calella de Parafruguell waar we onze pizzeria weer opzoeken. Deze is echter nog gesloten. De Spanjaarden hanteren wat andere etenstijden dan we in Nederland gewend zijn. Tussen half twee en drie uur gaan de Spanjaarden uitgebreid lunchen. Eigenlijk is dit hun hoofdmaaltijd. Tot vijf uur is dan alles gesloten en vanaf acht uur beginnen ze met het diner, maar het is ook heel gewoon om dit nog om elf uur ’s avonds te doen.

We lopen over het lieflijke strandje in Calella de Parafrugell en gaan op een bankje zitten kijken naar de ondergaande zon. Daarna is onze pizzeria open en bestellen we een bruchetta met tomaat, een gemengde salade en twee pizza’s. En niet te vergeten een glas wijn. Wat een heerlijke vakantie is het toch.

Als ik de volgende ochtend wakker word op camping Mas Patoxas zie ik dat wij als enige de camper dwars hebben neergezet in plaats van in de breedte zoals iedereen. Hierdoor hebben we een mooi uitzicht over de vrijwel lege straat met bomen. Na het ontbijt verlaten we de camping en rijden we naar Cap de San Sebastian. Vanaf hier hebben we een mooi uitzicht over de rotsen en de kleine badplaatsjes beneden ons. We maken een wandeling richting Tamariu door de bossen en langs de kust. Daarna parkeren we de camper in Llafranc waar we nog even gaan zwemmen. Weer een ander strandje met een andere sfeer. Het is heerlijk weer vandaag en we wisselen het zwemmen af met lezen. Ik heb mijn boek bijna uit. Ik vraag me af hoe fel de zon nog is en of het nog nodig is om me in te smeren met zonnebrand. Voor de zekerheid doe ik het toch maar, ik wil mijn huid niet laten verbranden. Als afsluiting van het strandleven nemen we nog een ijsje in Calella de Parafrugell en dan stellen we de Tomtom in op Vacarisses waar we bij Montse en Luis een AirB&B hebben geboekt voor twee nachten. Ik wilde graag naar de ronde bergen van Montserrat waar we ruim twintig jaar geleden zijn geweest met een vriendin van ons. We konden nergens in de buurt een camping vinden en toen kwam Frans op het goede idee om een AirB&B te boeken. Hier hebben we immers goede ervaringen mee.

Ik rijd langs de kust naar Barcelona waar we in de avondspits terechtkomen. Vanaf Barcelona rijden we het binnenland in tot in de verte de ronde bergen van Montserrat verrijzen. De Tomtom stuurt ons langs, kleine steile, kronkelwegen steeds verder van de bewoonde wereld af. Voor ik het in de gaten heb rijd ik over een onverhard pad met flinke kuilen. Ik houd de vaart er een beetje in, anders ben ik bang om niet tegen de heuvels omhoog te komen met onze camper. We rijden verder en verder, maar ik heb nog geen argwaan, omdat ik nog bandensporen zie in het rode zand. Na nog eens tien minuten begin ik toch te twijfelen aan de Tomtom. Dit kan toch niet goed zijn? Er komt nu een helling aan die ik niet durf te nemen met de camper. Frans en ik vinden het beiden verstandig om om te keren. Frans helpt me met keren op de helling met grote rotsen. Het doet me denken aan het rijden op de onverharde wegen van Hawaiï. Ik ben trots dat het keren zo goed lukt. Heel rustig laat ik de camper over het grindpad naar beneden rollen. Frans probeert met Google Maps te traceren waar we zijn, maar we zien alleen een blauw bolletje in een eindeloze groene zone zonder wegen. Dan maar gewoon dezelfde weg terugrijden. En ja hoor, als we weer in de bewoonde wereld aankomen, zien we dat we er gewoon straal langs op gereden zijn. Frans had namelijk Calle de Reu 5 ingetikt, omdat de Tomtom het nummer 5Bis niet begreep. We bellen aan bij de houten poort en vragen ons af of Montse de vrouw of de man des huizes is. Al snel komt er een vrouw aan lopen die de poort voor ons opent, waarna Frans de camper de steile oprit oprijdt. Het kan allemaal net, we houden geen centimeter extra over om de bocht te kunnen maken.

Montse blijkt de vrouw des huizes te zijn. Luis is een man met een grote bos grijze krullen. Ze spreken beiden voornamelijk Catalaans. Montse toont ons de gezellige houten slaapkamer met aangrenzende badkamer. We mogen gebruik maken van het zwembad en de tuin en dan is er als surprise nog een grote kelder waar het ontbijt geserveerd wordt en waar een grote televisie, een computer, een bank en een voetbalspel staan waar we allemaal gebruik van mogen maken.

Als we willen kunnen we eten laten bezorgen. Aangezien we niet veel fut meer hebben om weer met de camper op pad te gaan door deze verlaten bergstreek, lijkt ons dat een goed idee. We hebben wat tijd nodig om de menukaart te ontcijferen die in het Catalaans is en tot een besluit te komen. We vragen Luis om voor ons te bellen. We zien hem met zijn hoofd schudden, terwijl hij ‘bale, bale’ roept. Het thuisbreng restaurant is vanaf vandaag gesloten. Montse komt met een kaart aan waarop ze uitlegt waar een restaurant zit waar we kunnen eten. We rijden er redelijk gemakkelijk naar toe. Er is niet veel keus en het eten is matig. De ober is erg verstrooid. Eerst vergeet hij helemaal om ons een menukaart te geven en dan vergeet hij de drankjes te serveren en dan ontkurkt hij speciaal voor mij een fles rode wijn, terwijl ik een glas witte wijn heb besteld. Het is al laat als we terugrijden richting ons logeeradres dat niet in de Tomtom en niet in Google maps te vinden is. Ergens hebben we een afslag gemist, maar waar dat blijft een mysterie. We komen uit in een vreemde stad en het lukt ons niet om ons te oriënteren. Wonderwel komen we toch vrij snel uit bij onze overnachtingsplek.

Ik ben geurgevoelig en dat is best lastig. Ik kan genieten van heerlijke geuren, maar meestal irriteren ze me mateloos. In dit geval betrof het het beddengoed dat gewassen was met een wasmiddel dat een penetrante geur verspreide waarvan mijn neus direct dichtsloeg en me hoofdpijn bezorgde. Daarom haalde ik mijn eigen kussen, laken en fleecedeken uit de camper. Midden in de nacht constateerde ik een beginnende blaasontsteking. Hiervoor had ik middelen meegenomen: ik vroeg Frans om voor mij een limoen, een citroenpers en ontsmettingsmiddel uit de camper te halen. Het was inmiddels drie uur. Hierna kon ik de slaap niet vatten. Het leek wel of ik telkens een zacht speldenprikje in mijn benen voelde, alsof ik werd gebeten. Het idee van bedbugs kwam in me op. Ik knipte zelfs even het licht aan om te kijken of ik beestjes kon ontdekken. Maar ik zag niets en zei tegen mezelf dat ik niet van die rare dingen moest denken. Gewoon gaan slapen Dorothé zo vermande ik mezelf.

Het ontbijt bestond uit cake met warm water uit de magnetron waar we thee van maakten. Hoewel de cake prima smaakte werd ik al snel misselijk van het zoete spul in mijn maag op de vroege ochtend. Eerst maar eens een ‘supermercat’ opzoeken, zodat we met eten wat minder afhankelijk zijn van wat de pot schaft hier in Spanje. Het kost ons ruim een uur om een supermarkt te bereiken. We slaan eten in voor twee dagen en rijden dan via een spannende bergweg naar het klooster van Montserrat. Tot onze verrassing is het hier behoorlijk druk. Waar komen al die mensen vandaan? We lunchen eerst op een bankje in de zon en gaan dan op onderzoek uit. Het klooster van Montserrat is gebouwd tegen grillige rotsen aan. Hoe hebben ze het kunnen bouwen vraag ik mezelf af. Het klooster heeft een mooi binnenplein en een fraaie gevel. Binnen in is het vrij donker. Het klooster van Montserrat is onder andere beroemd vanwege de zwarte Madonna, de zwarte Maria, die al veel mensen heeft genezen en geholpen met hun problemen. Er staat een hele lange rij van mensen te wachten op een ontmoeting met de zwarte Madonna. De zwarte Madonna staat in een grote nis die helemaal versierd is met goud en edelstenen en fraaie mozaiëk. De mensen worden via een speciale route één voor één naar Maria geleid waar ze even een momentje samen hebben met de Heilige maagd. Vanuit de kerkbanken waar wij zitten kunnen we het allemaal goed bekijken.

Het is al drie uur als we aan een lange wandeling naar Saint Jeroni – de hoogste top hier in de omgeving – beginnen. Via trappen klimmen we omhoog en zien weldra het klooster diep beneden ons liggen. Het is een inspannende tocht en ik ben blij dat ik dit weer zonder problemen kan. Toch is de wandeling naar de top voor vandaag te ver. We lopen tot half vijf, nemen een pauze met uitzicht op de markante, ronde toppen en lopen dan de vele trappen weer terug naar beneden. Morgen gaan we vroeger op pad en gaan we de top vanaf een andere kant benaderen.

We parkeren de auto op een parkeerplaats in de natuur met uitzicht op het gebergte en maken een lekkere maaltijdsalade met mozzarella, tomaat, tonijn, mais en zwarte olijven. Een watermeloen maakt de maaltijd compleet. Net voor donker zijn we terug bij de woning van Montse en Luis, die ons op staan te wachten. Ze moeten met ons praten. Montse loodst ons naar de computer en start google translate op. Ze vraagt of we last hebben van bultjes en rode huiduitslag. De mensen die zondag bij hen hebben gelogeerd hebben een mailtje gestuurd: ze hebben last van jeukende huiduitslag en de huisarts heeft verteld dat dit komt door ‘bedbugs’. Ze denken de bedbugs te hebben opgelopen bij Montse en Luis. Ze willen geen risico lopen dat wij er ook last van krijgen, daarom willen ze ons een hotelkamer aanbieden in de buurt. We wimpelen dit voorstel weg. We kunnen prima in de camper slapen. Probleem is alleen dat ik mijn beddengoed in de slaapkamer heb gebruikt. Alles wat in de slaapkamer heeft gelegen, moet op zestig graden worden gewassen om de bedbugs uit te bannen. Montse zal alles voor ons wassen. Ik twijfel. Als ik mijn nieuwe roze broek en mijn zomerjurkje op zestig graden laat wassen blijft er weinig van over. We zoeken alles uit wat op zestig graden gewassen kan worden en de rest verpakken we in een aantal vuilniszakken die we dichtknopen. Hopelijk zijn ze bedbugproof. Thuis gaan deze spullen dan een week de diepvries in om het ongedierte te bestrijden.

Er dient zich een nieuw probleempje aan. We zijn vanwege de frisse lucht gewend om met een open deur te slapen, maar er lopen drie schattige katten rond, die zich graag door ons laten aaien en vast en zeker vannacht een bezoekje aan ons bed willen brengen. Straks hebben we niet alleen bedbugs, maar ook nog vlooien. Daarom zetten we het keukenraam wagenwijd open en hopen dat dit voldoende zal zijn voor de frisse lucht en dat het de katten buiten houdt. Felle tuinlampen verlichten onze slaapruimte. Frans oppert om deze af te dekken met de afwasbak, maar ik ben bang dat de boel in brand vliegt. Mijn beddengoed zit nog in de was, dus neem ik plaats onder een badhanddoek. En zo brengen we de nacht door in onze camper.

Woensdag 5 oktober proberen we eerst het zwembad van Montse en Luis uit, dan is er weer ontbijt met cake en thee. Bij het afscheid is Montse ontroert en krijgen we een stevige hug. Ze is blij dat we geen probleem van de bedbugs hebben gemaakt en dat we gewoon één nacht willen betalen. Luis is de hele kamer aan het uitmesten en gaat vandaag naar Barcelona om een nieuwe matras te kopen.

IMG_20161005_140932 IMG_20161004_140841 - kopie DSCN6271 - kopie DSCN6272 - kopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We rijden weer naar Montserrat waar we deze keer de ‘funicular’ naar St. Joan nemen. Het treintje kruipt de bijna loodrechte helling op. Boven hebben we een machtig uitzicht op de toppen van Montserrat die grappige namen dragen als ‘de olifant’ en ‘moeder met kind’. Over de wandeling die volgt ben ik verrukt. Na elke bocht sta ik stil om oh of ah van bewondering over het uitzicht te roepen en een foto te maken. Na een uur vlak lopen, begint de steile klim naar de top van Mont Saint Jeroni op 1.256 meter. Buiten adem, maar volmaakt gelukkig plof ik neer op de rotsen als we op de top zijn aangekomen. Wat een machtig uitzicht. Na een picknick wandelen we terug via het pad dat we gisteren al een eind hebben verkend. Rond vier uur zijn we terug bij het klooster. We krijgen allebei het idee om even bij de zwarte Madonna te gaan kijken. Misschien is het op dit tijdstip van de dag iets rustiger. Er is geen rij te zien. Er is zelfs geen mens te zien. We denken al dat de toegang gesloten is, ook al geeft het bord aan dat de Madonna tot zes uur te bezoeken is. Voorzichtig duwen we de deur open en lopen de hal in, erop voorbereid dat we zullen worden weggestuurd. De schoonmaakster die we tegenkomen knikt ons echter vriendelijk toe en laat ons doorlopen. We komen door een ronde marmeren poort met beelden van de apostelen en lopen een trap op met gebrandschilderde ramen en dan is er de met edelstenen en gouden mozaïek versierde nis waar de zwarte Madonna staat. Het is een uniek moment. We zijn even helemaal alleen met Moeder Maria en ik bedank haar dat ik helemaal genezen ben. Dan komen er een aantal vrouwen aan en ik laat hen de ruimte ook hun moment met Maria te hebben. Het voelt als een magisch, geleid moment en blij glimlachend lopen we naar buiten.

Gisteravond heb ik, terwijl Frans aan het werk was, een plaats in de Spaanse Pyreneeën gevonden waar je mooi kan paragliden. Het plaatsje Àger schijnt een waar paradijs voor paragliders te zijn. En er is ook nog een camping: Val D’ Àger. Ik stuur een mailtje met de vraag of ze nog open zijn en krijg vrijwel direct een leuk antwoord terug. Ze zijn nog open en wij zijn van harte welkom. Het is geen probleem als we wat later aankomen. Dus stellen we de Tomtom in op Àger en starten onze tocht door de binnenlanden van Spanje. Het landschap is goudgeel met glooiende akkers en bruingroene olijfbomen. De boeren zijn het graan aan het oogsten en ploegen hun droge land. Het is ongeveer half acht als we in Àger aankomen. We zoeken een rustig plekje op de camping. De plekjes zijn afgeschermd met stenen muurtjes, er staan veel bomen voor de schaduw en de grond is stoffig. We hebben een prachtig uitzicht op de bergketen van Mont Sec en daarachter de Pyreneeën.

Ik slaap die nacht slecht. Ik heb telkens het idee dat de bedbugs bezit hebben genomen van onze camper en me overal bijten. Het beddengoed dat Montse heeft gewassen ruikt heftig naar het waspoeder waar ik allergisch voor ben, dus slaap ik weer onder een badhanddoek. De volgende ochtend wassen we om de eventueel achtergebleven bedbugs te verdrijven én om de wasmiddelen geur uit ons beddengoed te krijgen alle lakens, slopen en dekens die we mee hebben. Het is een hele onderneming om alles weer droog te krijgen. Rond half drie wandelen we op ons gemak naar het tien minuten verderop gelegen Àger. Het kleine stadje met ommuurde straten van natuurstenen ligt er verlaten bij. Er is geen levend wezen te bekennen. Het is uitgestorven. We wandelen naar de kerk en het middeleeuwse klooster met toren die op een heuvel in het plaatsje liggen, maar alles zit dicht. Het schijnt al heel oud te zijn en zo ziet het er ook uit. Overal wappert fier de Catalaanse vlag. We ontdekken een restaurant. Tot onze verrassing is de deur open. Als we naar binnen lopen zien we een groot en modern restaurant met bar. Het is er gezellig druk. Dit hadden we helemaal niet verwacht. We nemen een drankje en wandelen dan weer terug naar de camping. Vanaf vijf uur komt Àger tot leven. Als we ’s avonds om acht uur bij het restaurant gaan eten staan de straten vol met geparkeerde auto’s en zitten er mensen op de stoep een sigaretje te roken. De vriendelijke ober vertaalt de Catalaanse menukaart voor ons in het Engels, zodat we een beetje een idee hebben wat we gaan eten. Frans kiest voor carpaccio van tomaat en tonijn en ik voor de Catalaanse pastaschotel met vis, als hoofdgerecht hebben we geroosterde kip en als toetje een taartje. We zijn alles bij elkaar dertig euro kwijt en dan hebben we ook nog wijn en water gedronken!

Vrijdag 7 oktober belt Frans eerst zijn broer om hem te feliciteren met zijn verjaardag. Het is heerlijk weer en we wandelen naar Àger om brood te kopen. We vinden een bakker waar de plaatselijke bevolking aan kleine tafeltjes zit te ontbijten: espresso met zoete broodjes en taartjes. We kopen een ‘barra’, een wit, breed stokbrood en vinden dan een winkeltje waar ze op een vierkante meter alle benodigde levensmiddelen verkopen, zoals kaas, water, appelsap, meloen. Hoe langer ik kijk hoe meer ik ontdek. Omdat we het Spaanse drinkwater niet vertrouwen en het bovendien erg naar chloor ruikt, gebruiken we flessen met water waar we ons eten mee bereiden, waar we thee van zetten en dat we gewoon drinken. We kopen een fles van acht liter voor 1.20 euro.

IMG_20161008_135447 - kopie IMG_20161008_134848 IMG_20161010_104546 IMG_20161009_173827

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via een slingerende bergweg waar geen einde aan lijkt te komen rijden we naar de startplaats van de paragliders op Mont Sec. We staan op de top van een bergmassief en er waait een harde, koude wind. Ik trek snel mijn donsjack aan en zet een muts op. Dat is even wennen. Er zijn wel een paar paragliders aanwezig, maar niemand start. We komen in contact met Nicky, een Engelse die al vijftien jaar in Àger woont, omdat het hier zo vreselijk mooi is. Ze vertelt dat er op 2.300 meter een stevige noordwesten wind waait die voor turbulentie en een plafond zorgt, waardoor je niet hoger kunt komen. Zaterdag en zondag zullen betere vliegdagen worden, voorspelt Nicky, bovendien is er dan de afsluiting van de Catalaanse vliegcompetitie. Frans besluit vandaag niet te gaan vliegen. Als we naar de camper lopen zien we twee honden aankomen, een grote witte en een zwarte, wollige pup. Ze hebben de tong op hun voeten hangen en komen nauwelijks vooruit. Volgens mij hebben ze dorst. Ik geef ze een liter water dat ik beetje bij beetje uitgiet op het blik, van onze stoffer en blik. Ze slobberen het dankbaar op. Tot slot voer ik ze de plakjes ham van Frans, omdat ze ook wel honger zullen hebben. Ik ben een beetje bang dat ze tegen me op zullen springen en het eten uit mijn handen rukken als ik met iets te eten aankom, maar ze reageren goed op mijn strenge commando ‘zit’ en gaan rustig zitten, terwijl ik ze beiden twee plakjes ham toewerp die ze gemakkelijk met hun bek opvangen en met één soepele beweging doorslikken. Het lijkt erop dat het geen wilde honden zijn. In tegendeel, ze lijken wel opgevoed. Ze gaan tevreden bij onze camper liggen dutten. Nicky oppert dat ze waarschijnlijk van de geitenhoeder zijn. Ze vertelt ook dat er een hele mooie kloof is waar je kunt wandelen. Echt de moeite waard en heel dicht bij. Omdat het vliegen toch niets wordt vandaag, rijden we eerst naar het kleine dorpje Corca, waar we bordjes volgen naar La Pertusa, het beginpunt van de wandeling. Althans dat denken we. Na een kwartier rijden komen we uit bij een groenblauw meer. Nergens zijn er tekens die duiden op het beginpunt van de wandeling. Toevallig komen er net twee mensen aan en we vragen hen naar de wandeling door de kloof. Ze vertellen dat je alleen kan kanoën door de kloof. Er is geen andere mogelijkheid om er te komen. Nou blijkbaar zitten we hier niet goed. We rijden weer terug naar Corca. Hier staat echt een bordje met La Pertusa. Na even zoeken vinden we een stukje onverharde weg, dat na de bocht al snel weer asfalt krijgt. De weg is heel smal en kent steile bochtige stukken. Ik hoop maar dat we geen tegenligger krijgen, want dan moet één van ons een heel stuk achteruit. Alleen de weg naar La Pertusa is al een avontuur. Na een kilometer of drie komen we bij een parkeerplaats met een bord met uitleg over Congost de Mont Rebei. Dat is vast de kloof. We wandelen een stukje en zien het oude vervallen kerkje dat La Pertusa heet en dat hoog boven op een steile rots is gebouwd en uitziet over de kloof met smaragdgroen water. We wandelen steeds verder over de grijze rotsen en krijgen bij iedere bocht weer een nieuw adembenemend uitzicht. Na een half uur keren we om. Het is inmiddels half vijf en het lukt ons vandaag niet om de hele wandeling van zeven uur te volbrengen, dat gaan we van de week nog wel een keer doen. Dit kleine stukje was echter al zeer de moeite waard.

De Spaanse Pyreneeën zijn zo dun bevolkt dat je er heel goed naar de sterren kunt kijken. Op de helling naar Mont Sec zit een sterrenwacht: L’Oberservatorium d’Univers. Vanavond is een bijzondere avond, want het observatorium met z’n ronde koepels is geopend voor het publiek. Er zijn lezingen met uitleg over het universum en je kunt als bezoeker door de telescopen kijken. We hebben gehoord dat het verstandig is om te reserveren, omdat het anders waarschijnlijk vol is. We bellen maar krijgen een bandje. Dan sturen we een mailtje met Frans en Dorothé uit Holland die graag de avond bij willen wonen. Na de wandeling bij de kloof, rijden we de camper direct naar het observatorium, maar alles zit nog dicht. Ik bereid daarom eerst een lekkere maaltijd die we buiten op een muurtje in de zon opsmikkelen. Inmiddels is het gebouw open en ik loop naar binnen om alvast kaartjes te kopen. Helaas, alles is uitverkocht. Ik noem nog even dat we vanmiddag een mailtje hebben gestuurd om kaartjes te reserveren en dan breekt er een lach door op het gezicht van het jonge meisje. ‘Yes, from Olanda’, zegt ze stralend, en dan tovert ze twee kaartjes tevoorschijn. Ze verontschuldigt zich dat het helaas alleen in het Catalaans is. Nou ja, we zullen wel zien.

Rond acht uur stroomt de entree vol. Wij hebben dan al uitleg gehad met een walkman in het Engels over de geboorte en sterfte van sterren. Er hangen prachtige foto’s van melkwegstelsels, sterrennevels en kometen. Het is een onvoorstelbare wereld. Er zijn miljarden melkwegstelsels. In één daarvan leven wij op een minuscuul puntje, aarde genaamd. De foto van ons melkwegstelsel ziet eruit als een platte schijf met daaromheen een gedraaide staart van sterren. Wat ik het meest bijzonder vind is dat er prachtige kleuren zijn. Ja, zegt één van de medewerkers, het hele universum is in kleur, alleen onze menselijke ogen kunnen die niet zien. Ze werken met filters om de kleuren vast te stellen. Wat me opvalt is dat de astronomen over de sterren praten alsof het levende wezens zijn. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘dit is een sterrenfamilie die dicht bij elkaar leeft’, ‘dit is een tweelingster, deze sterren blijven hun hele leven met elkaar verbonden’, ‘kleine sterren leven langer dan grote sterren’.

We nemen plaats in één van de ronde koepels op grote, luie, achterover geklapte fauteuils, terwijl op het ronde dak verschillende sterrenbeelden worden geprojecteerd waar wij met onze 3D-brillen naar kijken. Hierdoor zie je het heelal in 3D en dat geeft toch echt een heel bijzonder effect. Van de uitleg in het Catalaans begrijpen we weinig tot niets. Alleen het woord ‘telescopi’, dat veelvuldig gebruikt wordt, herkennen we. Ik word al een beetje slaperig, als er plotseling een prachtige muziek klinkt. Langzaam schuift het dak open, de wanden verdwijnen en dan zitten we buiten en kijken we naar ontelbare sterren boven ons hoofd. We zien de maan en de sterrennevels van Andromeda, die eruit zien als lichte wolken. Het is een magisch en ontroerend moment.

Hierna lopen we in het donker naar de volgende koepel waar stoelen staan opgesteld rond een grote telescoop met televisieschermen. Via de schermen krijgen we te zien wat de telescoop ziet. We kijken eerst naar de ‘nubuli’, de plaats waar de sterren worden geboren. Vervolgens zien we een groep compacte sterren en tenslotte kijken we naar de maan. De medewerker legt uit hoe de telescoop werkt en wat de beelden betekenen. Dan mogen we buiten zelf nog door een telescoop naar de maan kijken. Ik zie het bekende maanlandschap met kraters en bedenk dat het allemaal in kleur is die mijn menselijke ogen helaas niet kunnen zien. Onder de indruk rijden we met stadslicht de berg af. Op de camping staar ik nog eenmaal naar de sterren.

Zaterdag 8 oktober doen we rustig aan en gaan dan tegen elf uur weer met de camper naar Mont Sec om te kijken of Frans vandaag kan vliegen. Het waait stevig en er zijn geen andere piloten. Van de Catalaanse competitie is niets te merken. Voor de zekerheid wachten we nog een tijdje, maar dan besluit Frans toch een vlucht te gaan maken. Ik vind het doodeng en heb er kramp van in mijn maag. Frans treft rustig zijn voorbereidingen en legt het scherm klaar. Ik moet het een beetje tegenhouden als de harde wind het scherm omhoog blaast. En dan gaat hij na een nette achterwaartse start de lucht in. Hij klimt al snel omhoog met zijn blauwgroene scherm en ik bid dat hij straks weer veilig landt. Ik loop een stukje over de toppen van de Mont Sec en geniet van het weidse uitzicht. Dan rijd ik rustig de lange, bergweg naar beneden terug naar de camping. Frans is al geland op het veldje naast de camping en zit op een terras met een drankje. Hij heeft anderhalf uur in de lucht gehangen en zo’n twaalf kilometer gevlogen. Hij vertelt dat de thermiek stevig was en dat hij aan het begin een flinke ‘inklapper’ heeft gehad. Gelukkig heb ik dit niet gezien. Ik sta nu eenmaal doodsangsten uit als hij in de lucht hangt.

Op de camping die vanochtend nog vrijwel verlaten was, gonst het van de activiteit. Er zijn allemaal jongelui met kleine tentjes, het terras is geopend, het restaurant van de camping is ineens in bedrijf, er wordt gevoetbald. Een bedrijvigheid die we niet meer hadden verwacht en die na het weekend ook weer is verdwenen. ’s Avonds gaan we eten in het restaurant van het dorp. De ober vraagt of we hebben gereserveerd. Dat hebben we niet. Alles lijkt vol te zitten, maar we krijgen toch nog een plekje, omdat we zo vroeg zijn. Het is half negen. We krijgen in een recordtempo de drie gerechten voorgeschoteld die in het weekend ineens vijf euro duurder zijn. Het smaakt weer goed. Vrolijk van de wijn kruipen we in ons bedje.

Bij het ontbijt merken we dat de gasfles leeg is. Frans informeert bij de receptie of er misschien ergens gasflessen te koop zijn. En ja hoor, er blijkt nóg een supermarkt te zijn in het dorp en die verkopen gasflessen. Ook op zondag. We wandelen er naartoe en kopen moeiteloos een nieuwe gasfles. Het dorpje Àger blijft ons verbazen. Eerst lijkt er niets te zijn, maar nu heeft het een bakker, twee winkels, drie paragliding scholen, een school, een bejaardentehuis en niet te vergeten een groot, modern restaurant.

Frans wil heel graag een keer vijftig kilometer vliegen. En we vragen het universum of dat vandaag mag gebeuren. We besluiten iets later in de middag naar boven te gaan, zodat de zon voldoende kans heeft om de lucht op te warmen. Rond twee uur zijn we er. Het is druk vandaag. In een mum van tijd starten de vele wedstrijdvliegers met hun uiterst ranke schermen en al snel is de lucht gevuld met kleurige paragliders. Er zijn ook veel deltavliegers. Zij rennen met hun gevaarte de berg af en duiken de diepte in. Ik begrijp nu ook waarom ze wel ‘dragon fly’ worden genoemd. Ze lijken in de lucht precies op grote libellen. Zo sierlijk en snel. Frans heeft een mooie start en ik volg hem een tijdje in de lucht. Ik heb een portofoon, waarmee we af en toe contact kunnen hebben. Hij vliegt eerst de ‘ridge’ af naar links, komt dan weer over de start gevlogen en gaat dan naar rechts richting het observatorium en de kloof. Hij vertelt later dat hij boven de kloof heeft gevlogen. Helaas kan hij geen foto’s maken, want hij is zijn GoPro verloren in de Dolomieten. Ik maak een wandeling over de toppen van Mont Sec, waarbij ik de overnachtingsplaats van de geiten tegenkom, want er liggen honderden geitenkeutels. Als ik terugkom bij de camper ligt mijn vriendje, de grote zwarte pup er, die blij verrast opspringt als hij me ziet. Tegen vijven rijd ik langzaam terug naar beneden en ben net op tijd om Frans te zien landen op het veldje naast de camping. Hij heeft bijna drie uur in de lucht gehangen en heeft 51 kilometer kunnen vliegen. Hij is helemaal gelukkig. We nemen eerst een drankje op het terras om deze mijlpaal te vieren, dan opent hij de website Xcontest om zijn vlucht met gegevens te uploaden. Zijn vlucht wordt dan vergeleken met vluchten van paragliders over de hele wereld op die dag. Hij mag trots zijn: hij is veruit de beste Nederlandse vlieger van die dag en staat op de vijfde plaats van alle vluchten die die dag in Spanje zijn gemaakt en de verste vlieger van Àger! En dat met al die wedstrijdvliegers in de lucht. Ik ben beretrots op mijn liefje.

We hebben waarschijnlijk te lang buiten gezeten, want ineens merken we dat we allebei verkleumd zijn. Na zonsondergang wordt het snel koud. Een paar dagen terug konden we nog genieten van zwoele avonden, maar dat is nu verleden tijd. We gaan lang en warm douchen en om negen uur val ik al in slaap. In ben onverklaarbaar moe. De volgende dag ben ik nog steeds moe. Ik slaap tot tien uur, laat me door Frans masseren en ontbijt met stokbrood en brie in het zonnetje. Vandaag trakteren we onszelf op een dagje helemaal niets doen. We baden ons in het zonlicht, doen een dutje, lezen een boekje, drinken een kopje thee en koken een potje. ’s Avonds maken we plannen voor het vervolg van de vakantie. Zullen we naar Valencia gaan of toch naar Bilbao? In Valencia is het nog lekker weer, maar Bilbao ligt wat meer op de route naar huis. Het is allebei nog ruim 500 km rijden. We kiezen voor Bilbao waar we een Airbnb uitzoeken in het centrum van de stad. Er is een weersomslag op komst. Morgen is het nog lekker weer, maar dan gaat het regenen. En met regen en kou is het wat relaxter om in een warm huis te zitten. We boeken de Airbnb voor drie nachten .

De wekker gaat om half acht en dat voelt als midden in de nacht. Het is nog pikdonker en behoorlijk fris met vier graden. We kleden ons snel aan en maken de camper rijklaar. Vandaag staat de wandeling naar Congost de Mont Rebei op het programma. Zodra de bakker om half negen opengaat, sprinten we naar binnen om een stokbrood voor de lunch te kopen en dan rijden we naar Corca en vandaar via de spannende, eenbaansweg naar La Pertusa. Ik voel me wat gespannen als we aan de wandeling beginnen. Ik weet niet zeker of ik het wel aankan. De wandeling is alles bij elkaar zo’n achttien kilometer en dat met veel klimmen en dalen. We gaan rond half tien van start. Het is rond de zes graden en de wolken hangen als een nevel in het dal boven het meer. Het is heerlijk wandelweer en de tocht verloopt voorspoedig. Rond twaalf uur komen we aan bij het begin van de kloof. We dalen af naar de spectaculaire hangbrug waar we duizelingwekkende foto’s maken. Als je op de brug staat kun je door de bodem naar de diepte beneden je kijken. We zien grote vissen zwemmen in het groenblauwe water en hebben nu naar twee kanten toe een fraai uitzicht op de imposante kloof. Er loopt nog een steil pad vanaf de brug naar Mont Falco waarbij ze een ‘passarel’ hebben gemaakt: een DSCN6283 - kopiehouten trap die tegen de rotsen aanhangt om af te dalen. Het ziet er spectaculair uit en het lijkt me super gaaf om er vanaf te gaan, maar dat betekent eerst nog een uur klimmen en dat moeten we allemaal ook weer terug. In plaats van naar Mont Falco te gaan, lopen we terug naar het beginpunt van de kloof en gaan dan verder dieper de kloof in. Na een flinke klim komen we bij het smalste punt van de kloof. Hier is het pad in de rotsen uitgehakt. Ik vind dit zó cool. We lopen DSCN6305 - kopie
verder en verder over het smalle pad met naast ons de afgrond. Er zijn relingen om je aan vast te houden. Rond twee uur hebben we het verste punt bereikt. We ontmoeten een Canadees die het pad vanaf de andere kant heeft gelopen. Dat is minder ver én minder inspannend. Hij biedt aan om ons met zijn auto terug te brengen naar La Pertusa, maar we slaan zijn vriendelijke aanbod af. Ik voel dat ik het hele pad ook weer terug wil lopen. Het is hier zo mooi. En ik voel me DSCN6328 - kopienauwelijks moe. Mijn lichaam is verrassend fit en het lopen gaat gemakkelijk. We zien grote roofvogels boven de rotsen in de blauwe lucht cirkelen. Frans vertelt dat hij met vliegen zo’n grote roofvogel is tegengekomen. De vogel met zijn brede kop en grote, gele snavel had hem indringend aangekeken en was daarna rustig opzij gewenkt. Het is hier oneindig stil. We horen geen vogels, geen geruis van de wind, zelfs geen gezoem van insecten. Af en toe nemen we een DSCN6333 - kopiepauze op een grote steen om het landschap op ons in te laten werken. Tijdens de wandeling helpt Frans nog een klant in nood, die daar heel blij mee is. Om kwart over vijf zijn we terug bij de parkeerplaats waar onze camper staat te blinken in de late avondzon. Terug op de camping doe ik een dutje en ga dan warm douchen. Wat een heerlijke dag. Wat fijn dat ik dit weer kan. ’s Avonds gaan we weer uit eten bij het restaurant van het dorp. Ik ga bijna van mijn graatje van de DSCN6299honger. Het duurt eindeloos voor ze langskomenmet de menukaart en de bestelling opnemen. Frans regelt alvast wat brood en olijven om de ergste honger te stillen. We genieten na van de prachtige tocht. Wat is de natuur hier imposant.

Bij de bakker doen we vandaag mee met de plaatselijke bevolking. We schuiven aan bij een tafeltje en bestellen een chocolade croissant en een appeltaartje. We drinken er thee en espresso bij. Nog een stokbrood voor de lunch en dan is het tijd om afscheid te nemen van Àger. Frans moet nog even wat werken op zijn laptop en ik ben alvast wat spullen aan het inpakken die ik vanavond mee wil nemen naar het appartement in Bilbao, als er een gestreepte kater miauwend om eten komt vragen. Ik ben wel gecharmeerd van hem, vooral als hij me kopjes tegen mijn been geeft en ik noem hem Oscar. Ik voer hem het laatste plakje ham. Nu komen er ineens overal poesjes in allerlei kleuren en maten tevoorschijn, die ook honger lijken te hebben, maar Oscar jaagt ze allemaal weg. Ik kan al die vragende blikken niet weerstaan en maak in een oud bakje een papje van stokbrood met melk. Eerst giet ik wat op het blik en geef dit aan Oscar, die het dankbaar verorbert. Dan plaats ik een bakje met de broodpap op een andere plaats, zodat de kleine poesjes hiervan kunnen eten, terwijl ik in de tussentijd Oscar afleidt. De mensen op de camping zullen zich wel afvragen wat ik aan het doen ben, want ik zet op verschillende plaatsen bakjes op de grond, zodat zoveel mogelijk katjes kunnen eten en af en toe loop ik naar Oscar om hem nog iets te eten te geven, daarna haal ik de bakjes allemaal weer op en ontsmet alles met Unicura zeep. Het zal niet voldoende zijn om ze de winter door te helpen, maar ik hoop dat ik de poesjes een fijne ochtend heb bezorgd.

Voor het eerst in twaalf weken regent het in Àger. Ik hoop dat de aarde de regen kan absorberen, want het is heel hard nodig. We rijden door een goudgeel landschap met glooiende heuvels en olijfbomen. Het is een weids landschap. De dichtstbijzijnde stad is Balaguer op 28 kilometer van Àger. Het eerste stukje is binnendoor, daarna pakken we de snelweg naar Zaragoza. De tolwegen zijn rustig en het rijdt heel relaxt. Met een lekker muziekje op de achtergrond zien we het landschap aan ons voorbij rollen. Soms vlak, dan weer vol heuvels met authentieke dorpjes. Na driehonderd kilometer komen we in Rioja, een gebied met eindeloze wijngaarden. Als we Baskenland binnenrijden passeren we een imposante bergketen en abrupt verandert het landschap van goudgeel in grasgroen. Ineens zien we weelderige loofbossen, weilanden met runderen en schapen én palmbomen.

Voor we het in de gaten hebben zijn we in Bilbao. Waar we maar moeizaam de weg kunnen vinden en we regelmatig worden opgeschrikt door toeterende auto’s. We moeten wennen aan de drukte en hectiek van de grote stad. Als we het adres van de Airbnb naderen, staan de auto’s bumper tegen bumper geparkeerd, vind ik de grote flats mistroostig en meen ik overal ongure types waar te nemen. ‘Oh nee’, zeg ik tegen Frans, ‘we zitten ook nog boven een nachtclub’, terwijl ik wijs op het rode uithangbord met de tekst ‘Eroski’. Ik weet even niet meer of ik die Airbnb midden in Bilbao wel zo’n goed idee vind. We appen naar Javi, de eigenaar van het appartement, of hij ons kan helpen een parkeerplaats te vinden, want dat ziet er vrij hopeloos uit. Als we het adres hebben gevonden, wordt Frans opgejaagd door toeterende auto’s en lukt het niet om te stoppen. We rijden het adres voorbij en komen op een weg met gescheiden rijbanen, waardoor we niet kunnen keren. Al snel zijn we helemaal de weg kwijt en de Tomtom kan het ook allemaal niet meer bijbenen. Hij stuurt ons doodlopende straatjes in waar Frans dan weer achterwaarts uit moet zien te komen. Frans moet alle zeilen bijzetten in de smalle, steile straten van Bilbao. Na ruim twintig minuten arriveren we weer bij Calixto Leguina Kalea 5 waar Frans de bus brutaal schuin de stoep op rijdt. Het duurt even, maar dan zien we iemand een eind verderop op de hoek van de straat naar ons zwaaien. Ik loop er snel naar toe. Het is Javi die een parkeerplek voor ons heeft gevonden. Hij loodst Frans een onverhard parkeerterrein op met grote, uitstekende putdeksels en flinke kuilen. Frans schampt bijna één van de geparkeerde auto’s, maar het gaat net goed. Nu niet denken aan hoe we hier ooit weer uit gaan komen. We vragen Javi of onze camper hier veilig staat, want daar hebben we een beetje onze twijfels over. Hij wijst op drie ramen. Het zijn de ramen aan de achterkant van ons appartement. We kunnen de camper vanbinnen uit in de gaten houden. Javi loopt met ons mee naar het appartement en wijst ondertussen op het uithangbord met Eroski. ‘Lekker handig, de supermarkt dichtbij’, zegt hij. Ik had bij Eroski toch echt andere associaties dan een supermarkt. Vandaag is een nationale feestdag en zitten alle winkels en waarschijnlijk ook alle restaurants dicht. Het is een feest dat je thuis met familie viert.

IMG_20161014_182358Bij het appartement vallen we letterlijk met de deur in huis. Het is een kleine, witte oase in een drukke stad. Javi heeft het appartement modern, stijlvol en efficiënt ingericht. Er is een strakke witte keuken met inductiekookplaat. Alles is aanwezig: koffie, thee, olijfolie, suiker, peper en zout, afwasmiddel. We voelen ons er direct thuis. Er zijn twee piepkleine badkamers, een lekkere slaapkamer en in de woonkamer een witte leren bank. Javi geeft ons een plattegrond en tekent met een pen voor ons uit waar de highlights van Bilbao zich bevinden en vertrekt dan naar zijn familie. We nestelen ons gezellig in het appartement. Buiten regent het en we hebben geen zin om erop uit te gaan. We halen de belangrijkste spullen uit de camper, koken met de ingrediënten uit onze campervoorraad en ik werk het blog bij. Ik kijk wel af en toe angstvallig uit het raam om te checken of de camper er nog staat.

De volgende ochtend haalt Frans stokbrood bij Eroski. Het motregent een beetje als we het centrum inlopen op zoek naar het Guggenheim museum. Het lijkt hier vaak te regenen, want in de winkels en restaurants zijn speciale paraplu bakken en bij de flats hangen overal wasrekjes buiten met daar boven een zeiltje gespannen. We komen al snel bij de rivier uit, die door het hart van Bilbao stroomt. We lopen over de glazen brug en dan vangen we al een IMG_20161014_154801glimp op van het Guggenheim museum. Het is een heel bijzonder gebouw dat je niet zomaar kan natekenen. De architect heeft zich laten inspireren door de bewegingen van een vis. Alles in het gebouw golft en lijkt in elkaar over te lopen. De buiten muren zijn van titanium en stellen de schubben van een vis voor, die het zonlicht weerkaatsen. We gaan ook naar binnen en nemen een rondleiding. Niet zozeer voor de kunst die hier hangt, maar veel meer om het gebouw ook IMG_20161013_132500 - kopievanbinnen te ervaren en meer te leren over de architectuur. Binnen biedt het gebouw telkens weer een verrassing. Hoge, ronde plafonds, glazen liften, schuin lopende puien, loopbruggen. Ik raak er een beetje gedesoriënteerd van. Er is ook bijzondere kunst met lichtreflexie en een ruimte met meerdere videoschermen waarop mensen muziek lijken te maken, alleen dan zonder hun instrument. En er is een hal met extreem, grote metalen voorwerpen waar je doorheen kunt lopen IMG_20161013_132511 - kopieen die een heel spannend gevoel geven, omdat je de schaal niet kent. We brengen de hele dag door in het Guggenheim museum. Tussendoor eten we ‘pinxos’, het Baskische woord voor ‘tapas’. Het Baskisch is een opvallende taal. Het lijkt in niets op het Spaans. Het Spaanse ‘muchas grazias’ is in het Baskisch bijvoorbeeld ‘erdil eznunk’. En de oude binnenstad wordt aangeduid met ‘erdonal litsbili’. We zijn moe van alle indrukken en besluiten terug te gaan naar ons appartement. We IMG_20161013_134433 - kopiedoen boodschappen bij Eroski en drinken dan op ons piepkleine balkon een glaasje wijn, terwijl we genieten van het uitzicht op de stad en de laatste zonnestralen van die dag. Ik vind het balkon een beetje eng. Ik krijg hoogtevrees als ik door het antieke hekwerk naar beneden kijk. Ik ben bang dat het balkon afbreekt. Het lijkt alsof we hoog boven de straat zweven zonder enig houvast.

Vrijdag slapen we lang uit en wandelen dan naar de oude binnenstad met zijn smalle straten en statige, rechte gebouwen met gekleurde luiken. We bezoeken de kathedraal van Begona waar we een tijdje zitten te mijmeren in de oude banken en waar we steun vragen voor alle DSCN6335 - kopiemensen die ziek zijn. We drinken koffie met zoete broodjes en eten pinxos in het culturele centrum van Bilbao. Ineens ziet Frans een winkel waar zijn hart sneller van gaat slaan. Ze verkopen er de nieuwe versie van de Thermomix, onze veelzijdige keukenmachine. Frans is direct enthousiast en wil graag de nieuwste versie aanschaffen. Ik denk vooral: ‘wat moeten we met weer zo’n apparaat’.

Natuurlijk wandelen we nog even langs het IMG_20161014_134013Guggenheim museum en bekijken het vanaf de overkant van de rivier vanwaar we een goed overzicht hebben op het wonderlijke bouwwerk. Voor 95 cent nemen we de ‘funicular’ omhoog voor een panoramisch uitzicht over de stad. We wandelen langzaam terug en pauzeren nog even voor een drankje en een hapje voor we ons appartement weer hebben bereikt. Na het eten wandelen we in het donker nog eenmaal langs de rivier naar het Guggenheim museum dat prachtig blauwpaars verlicht is. We maken foto’s uit allerlei hoeken en standen, zitten een tijdje op een bankje te kijken naar het lichtschouwspel en nemen dan afscheid van het Guggenheim. Moe maar tevreden duiken we het comfortabele bed in.

’s Ochtends word ik gewekt door de huislijke geluiden van de buren; de wasmachine die draait, iemand die naar het toilet gaat, een stoel die wordt verschoven. Dat heb je als je met zoveel mensen in een oud flatgebouw woont. Ik ben dankbaar dat ik in een huis mag wonen met privacy en een parkeerplaats voor de deur.

En dan komt het onvermijdelijke moment van de camper uit de parkeerplaats rijden. We hebben het lang voor ons uitgeschoven, maar nu is het moment aangebroken. Frans gaat achter het stuur zitten en ik loods hem zo goed mogelijk, centimeter voor centimeter achteruit tussen de geparkeerde auto’s door. Achter de ramen en op de balkons zie ik overal glurende ogen die ons staan te bekijken. We worden nauwlettend in de gaten gehouden. Frans manoeuvreert de camper achterwaarts tussen de auto’s door. Het gaat tot op de centimeter. Soms moet ik een spiegel van een geparkeerde auto inklappen. Maar het gaat goed. We komen er zonder krassen of deuken uit. Een goede samenwerking.

Bij de ingang van de Eroski supermarkt staat al dagenlang een vriendelijke jongen met een dikke muts en oorwarmers op. Hij houdt bescheiden een bekertje voor zich, zonder iets te vragen. Hij zegt alleen maar vriendelijk goedendag. Ik wil hem graag iets geven. Terwijl Frans op het uiteinde van de parkeerplaats staat, ren ik snel naar de jongen toe. Hij glimlacht breed als ik hem vraag wat hij daar bij de ingang van de supermarkt doet. Hij heeft geen baan én geen papieren. Hij komt uit Nigeria. Hij vraagt waar ik vandaan kom. Als ik antwoord dat ik uit Holland kom en vraag of hij dat misschien kent, antwoord hij: ‘oh yes, Oranje, plays very nice football. I like, Ruud van Nistelrooy playing with Manchester United. Ik ben telkens weer verrast hoe populair het Nederlandse voetbal wereldwijd is. Het gezicht van de jongen komt helemaal tot leven, hij is één stralende lach. Ik merk dat hij het leuk vindt om te praten, maar ik moet er vandoor, naar Frans die in de auto zit te wachten. Ja, denk ik, je zult toch in een vreemd land zijn, waar niemand tegen je praat, waar niemand je ziet staan en waar je officieel niet eens bestaat. Ik ben blij dat ik mijn gevoel heb gevolgd en hem iets heb gegeven, al is het natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat.

Via de snelweg rijden we naar Zarautz waar we een camping vinden die op een hoog plateau ligt. We krijgen een plaats met uitzicht op zee en de omringende, sappige, groene heuvels. Het is lekker weer geworden en de lucht is strak blauw. We lunchen vanaf ons mooie plekje en wandelen dan naar zee. We volgen een pad met houten treden dat tegen de steile heuvel is aangelegd. Het landschap heeft iets weg van Engeland vinden we. We komen in een prachtige, weidse baai met helder blauw water en geel zandstrand. Het water is hier fris met hoge golven. Ik durf er eerst niet goed in te gaan. Ik ben bang dat de golven me tegen de grond slaan. Van één van de vele surfers leer ik dat ik eerst door de branding heen moet zien te komen, daarachter is het veilig. Zeker omdat het nu vloed wordt. We spelen een tijdje in de golven en laten ons dan op het strand opwarmen door de zon. We maken een wandeling langs het strand en in de late middagzon nemen we op een terrasje een drankje. Het is gezellig druk. Overal zijn spelende kinderen, maken mensen gezellig een praatje met elkaar of drinken samen iets. De zee ligt vol kleine stipjes: de surfers die wachten op een hoge golf. Rond zessen wandelen we terug naar de camping. Wat is het leven toch mooi.

IMG_20161018_130857Het is zaterdagavond en we besluiten in Zarautz iets te gaan eten. We vinden een parkeerplaats voor de camper en lopen het centrum in. Het is ongelooflijk druk in de straten. Overal staan mensen op straat met wijn en bier. Het is zo druk dat we bijna niet kunnen lopen. De bars en restaurants puilen uit. We vinden een leuk restaurant, maar krijgen te horen dat alles voor vanavond vol zit. Het is feest in Zarautz. Ze vieren het feest van de vriendschap. Dit betekent dat je IMG_20161015_133421samen met je vrienden in hetzelfde T-shirt rondloopt en samen uit eten gaat. De kans dat we een plekje in een restaurant zullen vinden is nihil. We duiken net voor sluitingstijd een supermarkt in en graaien snel wat eetbare spullen bij elkaar. Het is inmiddels negen uur en we hebben flink honger. Om de ergste honger te stillen nemen we alvast een ijsje, daarna rijden we terug naar de camping. We willen eerst nog gaan koken, maar het is inmiddels tien uur geweest en we gaan aan IMG_20161015_133502de crackers met chips en nootjes als avondmaaltijd. We zitten in de camper, want achter ons staan een aantal tentjes met blowende jongeren en ik word spontaan high als ik buiten ga zitten. Ik kan de slaap niet vatten. Ik schrik telkens wakker van het lachen en praten van een groepje jongens dat buiten bij hun tentjes zit. Ik gun ze een plezierige zaterdagavond, maar om half twee stap ik uit bed en loop in mijn nachthemdje naar ze toe met het verzoek of het IMG_20161015_195650wat zachter kan, omdat ik probeer te slapen. Het werkt. Hierna is het muisstil op de camping en val ik in een verkwikkende slaap.

Zondag 16 oktober gaan we naar het twintig kilometer verderop gelegen San Sebastian, dat in het Baskisch, Donostia heet. We parkeren de auto op goed geluk in een parkeergarage en zijn stom verbaasd als we bij het naar buiten lopen op een strand uitkomen. Voor ons ligt de zee met rollende golven, links en rechts zien we mondaine gebouwen, een wandelpromenade en sierlijke lantaarnpalen. Frans vindt het tijd voor een kopje koffie met uitzicht op zee. We wandelen langs de zee richting de haven van San Sebastian. Hier vinden we een authentiek, klein visrestaurant. Het is bijna lunchtijd, dus strijken we neer op de harde klapstoeltjes en vragen aan de ober wat hij ons kan adviseren, want op de menukaart staan voor ons onbekende vissen. Vandaag beveelt hij de ‘Monkfish’ aan. We bestellen Monkfish voor twee personen en weldra komt er een schaal met een grote, witte vis met grote botten en veel gebakken knoflook met aardappels. De vis smaakt heerlijk zacht en stevig.

Met een goed gevulde maag wandelen we naar Monte Urgull; een heuvel met een middeleeuwse vesting en een immens Christusbeeld dat in de hele stad te zien is. Vanboven af hebben we een mooi uitzicht over de baai. We wandelen via de andere kant terug en komen zo in de oude binnenstad met z’n smalle straatjes, barokke kerken en kathedralen. In een bar kijken we voetbal uit de Spaanse competitie en eten diverse ‘pinxos’ (hartige hapjes), die staan uitgestald op de bar. Op het plaza de Contistution nemen we nog een drankje. Op dit plein vonden ooit bloedige stierengevechten plaats die door belangstellend publiek werden aanschouwd vanuit de genummerde balkons met luiken. Er zijn meer dan vijftig balkons.

De schemering valt en San Sebastian krijgt extra glans in het donker. Het is bijna sprookjesachtig. Het strand, de zee, de lichtjes, de roodpaarse lucht. We maken wat foto’s en dan lopen we de parkeergarage in terug naar de camper.

Wat meer naar het binnenland ligt het natuurpark Paguta waar we vandaag een mooie wandeling maken. We parkeren de auto in het pittoreske dorpje Aia en lopen via een lokaal uitgezette wandeling naar Orio. Het pad is afwisselend en biedt vergezichten over de ronde, groene heuvels met boerderijen. Het heeft iets weg van Oostenrijk. De boerderijen hebben geen adres, maar staan aangegeven met naambordjes. Elke boerderij heeft een Baskische naam. We lopen langs landerijen en weide gebieden. We klauteren over hekken en afrasteringen, dan weer komen we in het bos en wandelen langs een riviertje. Op het eind lopen we tussen de wijngaarden door.

In het bos treffen we een ranke, bruinrode koe met een klein kalfje aan. Ze kijkt ons alert aan en ziet eruit of ze bereidt is ons op haar scherpe horens te spiesen als we ook maar één vinger naar haar kalfje durven uitsteken. Ze blijft ons even indringend aankijken en loopt dan met een verrassend elegante spurt weg, dwars door greppels en sloten heen dravend met het kleintje achter haar aan. Een uurtje later zien we de twee weer terug, grazend op een sappige heuvelrug. Mams, kijkt ons weer oplettend aan en besluit dan dat we waarschijnlijk geen gevaar vormen, want ze grazen rustig verder. Dit in tegenstelling tot een ram met flinke horens die er met zijn vijf vrouwen als een razende vandoor gaat.

Onderweg treffen we wat boeren aan bij wie we over het erf lopen. Ze maken een praatje met ons.  We merken dat de mensen het hier leuk vinden dat we het pad gebruiken dat zij voor toeristen hebben uitgezet. In Orio nemen we de bus terug naar Aia. Vanuit Aia is het nog twintig minuten rijden naar onze camping in Zarautz. We hebben genoten van de landelijke wandeling en weer een betere indruk gekregen van het leven in Baskenland.

Onze laatste dag in Spanje is aangebroken. Het is vandaag met zestien graden wat frisser dan normaal, maar de zon schijnt en dat maakt veel goed. De wind is gedraaid van zuid naar noord en dat betekent dat het kouder gaat worden. We maken een wandeling langs de kust naar Getaria dat op een klein schiereilandje ligt. Bij de haven nemen we een drankje en dan pakken we de bus terug naar het strand van Zarautz. Het is eigenlijk net te koud om te zonnen, maar we doen het toch. Nog even wat vitamine D opslurpen voor we de Hollandse winter in duiken. We nemen ook een verfrissende duik in zee en springen in de hoge golven als een klein kind. Ik krijg zo’n energie van de zee, de golven en het frisse water. Ik geniet met volle teugen en voel me helemaal opgeladen als we terug de berg op klauteren naar de camping.

’s Avonds rijden we naar het centrum van Zarautz en doen inkopen voor onderweg.  We willen deze laatste avond in Spanje uit eten gaan. Maar wat schetst onze verbazing? Alle vier de restaurants van Zarautz zitten dicht. De één wegens vakantie, de ander wegens familie omstandigheden en de anderen om onbekende redenen. We hebben geen geluk bij het uit eten gaan in Zarautz: zaterdag zat alles vol, nu zit alles dicht. Op de weg terug naar de camping vinden we een afhaal pizzeria, die gelukkig hele lekkere pizza’s blijkt te hebben.

Woensdag 19 oktober staan we nog in het donker op en nemen afscheid van deze fijne plek. Dag Zarautz. Tot de volgende keer. We komen hier vast nog een keertje terug. Al snel zitten we op de snelweg richting Bordeaux en passeren we de Spaans-Franse grens. We ontbijten in Frankrijk met stokbrood en brie én een heel lekker frambozen gebakje. De 1.400 kilometer naar huis zijn voor ons te ver om in één keer af te leggen. We zullen ergens halverwege overnachten. Dit is precies in de Loire streek en ik bedenk dat het leuk is om het nuttige met het aangename te verenigen en een mooie overnachtingsplaats bij één van de vele kastelen te regelen. De keuze valt op kasteel Chamblon waar we op het terrein een nieuwe camperplaats met twaalf plaatsen vinden. We komen rond vijf uur aan op het grote landgoed waar we eerst een wandeling om het kasteel maken om ons een beetje te oriënteren en de benen te strekken na de lange autorit. Het wordt al snel donker en het begint te regenen, maar dat is niet erg want het is warm en knus in onze camper. Als we het lampje uitdoen is het echt pikdonker. Er is op het landgoed geen verlichting en ik zie letterlijk geen hand voor ogen.

IMG_20161020_100107We worden wakker van de zon die goudgeel schijnt op de bomen met herfstkleuren. De lucht is strakblauw en het kasteel ziet er imposant uit. We kopen kaartjes voor het kasteel en krijgen een tablet mee met uitleg in het Nederlands. Het pronkstuk van het kasteel is een dubbele wenteltrap die midden in het kasteel staat en die van vier kanten af te betreden is. Het zijn eigenlijk twee in elkaar draaiende trappen. Twee mensen die allebei een verschillende trap nemen komen IMG_20161020_115247elkaar niet tegen! Er zijn fraai ingerichte vertrekken met meubilair uit de tijd van de Franse koningen. Er is ook een kapel en een zogenaamde ‘bidkamer’. Hier mediteerde de Franse koning. Ik kan merken dat de kamer hier ook echt voor is gebruikt. Er hangt een hele fijne energie. In de kapel is een tentoonstelling die ‘Terre de Loire’ heet. Een Japanse kunstenaar heeft 1.000 stukjes aarde uit het Loiregebied gedroogd, gezeefd en op een wit blaadje neer gelegd. Dit geeft een prachtig mozaïek van verschillende tinten aarde. Daarnaast heeft hij een opstelling gemaakt van parfumflesjes met de verschillende stukjes aarde die een mooie kleurschakering geven. Indrukwekkend.

We lunchen uitgebreid bij de tearoom op het terrein van kasteel Chamblon en koersen dan richting Parijs. De reis verloopt voorspoedig en we zijn dan ook totaal niet voorbereid op het verkeersinfarct in de Franse hoofdstad dat ons te wachten staat. Om half drie ’s middags staan we muurvast op één van de rondwegen. We schuifelen vooruit met een gemiddelde snelheid van 6 km per uur zie ik op de tomtom. De tomtom probeert naarstig alternatieve routes te bedenken en loodst ons van snelweg naar snelweg, tot we geen idee meer hebben waar we zitten. Als de tomtom ons van de snelweg af stuurt, denken we dat hij ons met een grote boog om Parijs heen wil sturen, maar helaas, we komen nu uit in de binnenste ring van de stad en dat is niet echt een vooruitgang. Ik sta op een helling met drie rijen dik auto’s naast elkaar die proberen samen te komen tot één rijbaan. De Parijzenaars rijden arrogant en agressief. Je moet jezelf er tussendrukken, anders maak je geen kans. We houden onszelf voor dat er uiteindelijk een einde moet komen aan de file. Maar het vergt wel enig geduld. Rond zes uur hebben we 34 kilometer file gehad en komt er weer wat ruimte op de weg. We hebben het omgedoopt tot interessante ervaring. Wanneer maak je nu zoiets mee?

We krijgen het idee om langs onze vrienden in Brugge te gaan. Dat is maar een klein stukje om en dan kunnen we ze tenminste nog even zien. We sturen een appje dat we graag een kopje thee komen drinken. Nick blijkt een presentatie voor zijn werk te geven in Antwerpen en zal niet voor elf uur vanavond thuis zijn. Els geeft in Brugge een lezing. We besluiten Els te verrassen en rijden naar het adres waar ze de lezing geeft. We drukken op de bel en worden als vanzelfsprekend binnen gelaten. Niemand die ons vraagt wie we zijn of wat we komen doen. We trekken onze schoenen uit en worden al snel opgenomen door de groep. Els haar ogen worden zo groot als schoteltjes als ze ons ziet. Stralend komt ze ons omarmen. We zijn net op tijd om het gedeelte na de pauze mee te beleven. En zo zitten we even later relaxed te mediteren en te luisteren naar wat Els te vertellen heeft. Het is leuk om Els aan het werk te zien. Ze kan boeiend vertellen en het inspireert mij om zelf lezingen te gaan geven.

We gaan mee naar huis en praten in een paar uur bij onder het genot van een kopje thee. Het is al laat als we gaan slapen. Ons laatste nachtje in de camper.

De volgende ochtend worden we gewekt door de kindjes. We ontbijten samen en brengen de kinderen naar school. Nog even kletsen met Els en dan is het tijd voor de laatste etappe. Ik heb een boost energie gekregen van onze ontmoeting. Het is druk op de weg en het laatste stuk rijden valt ons zwaar. Thuis is het wennen aan de kou, aan de woonkamer die aanvoelt als een balzaal en aan Lana, die als een hondje om onze voeten drentelt en ons geen moment alleen laat. Het went snel. Het is fijn om weer thuis te zijn, ook al overweeg ik voor volgend jaar een overwintering in Spanje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4 reacties

  1. Prachtige foto’s. Leuk dat je die erbij geplaatst hebt. Die miste ik eerst in je verhaal. Nu kan ik me een nog betere voorstelling van jullie vakantie maken. Echt mooi.

  2. 5 Wk vakantie in 2 dg uitgelezen en het was een genot. Het water liep me meerdere keren in de mond bij de omschrijvingen van het heerlijke eten en ik kijk met hele andere ogen nu naar Spanje. De foto’s zijn prachtig.
    Ps stiekem jaloers op Frans met de nieuwe thermomix…..heb trouwens erg leuke vega recepten om daarin te maken oa broccolidip en wortelveganaise.

Geef een reactie