Humberto Tan

De journaliste die me heeft geïnterviewd bij het Inloophuis Oude IJssel vraagt of ze een artikel over mij en mijn boek mag plaatsen in het weekblad Stad Doetinchem. Nou heel graag natuurlijk.

IMG_20161130_0002

Als de krant bij mij in de brievenbus valt, blader ik snel door naar de pagina waar mijn interview staat. De titel is ‘Intens geschreven boek geeft inzicht in een leven met borstkanker’ en er staat een foto bij van mij in een boom in onze tuin. Wanneer ik het artikel met trots heb gelezen, valt mijn oog op het artikel ernaast met de kop ‘Humberto Tan naar Talententuin in Ulft’. In een split second besluit ik dat dit mijn kans is om Humberto Tan kennis te laten maken met mijn boek. Helaas lees ik op de website dat alle kaartjes voor de sessie met Humberto Tan al zijn uitverkocht, maar ik besluit me hier niet door te laten afschrikken.

Vrijdagochtend tien uur rijd ik naar het Dru terrein in Ulft waar Humberto van half elf tot elf uur een lezing zal houden. Ik parkeer mijn auto en verken het terrein. Er waait een stevige, koude noordenwind. Hoe gaat zoiets in zijn werk, vraag ik me af. Komt hij in een auto met chauffeur? Verlaat hij het pand via een geheime achterdeur? Zullen er fans zijn die net als ik staan te wachten? Zal ik worden weggehouden door beveiligingsmensen? Zullen er dranghekken zijn?

Als ik bij het gebouw aankom waar de lezing zal plaatsvinden tref ik een leeg plein aan. Er is niets dat erop wijst dat in het gebouw een bekende Nederlander aanwezig is. Er zijn geen dranghekken. Sterker nog, er is helemaal niemand te zien. Ik loop een rondje om het gebouw en zoek naar een achter uitgang. Zou hij hier straks weg sneaken of zou hij gewoon via de hoofdingang naar buiten lopen? Ik speur de omgeving af naar een auto met chauffeur maar die kan ik nergens ontdekken. Dan loop ik over het parkeerterrein om te kijken of ik zijn auto kan traceren. Bijna alle auto’s vallen direct af, omdat ze op de kentekenplaat de naam van een garage uit de buurt hebben staan. Uit mijn onderzoek komen twee opties naar voren: een donkerrode Tesla en een zwarte Audi A6. Welk van die twee zal de auto van Humberto zijn? Ik gok op de zwarte Audi met op de kentekenplaat Rai garage Amsterdam.  Ik gluur naar binnen en zie behalve een caramelkleurige leren bekleding, een afgekloven appel en een geruite jas op de achterbank liggen. Ik vind het echt een jas voor Humberto. Dus besluit ik post te vatten bij de zwarte Audi. Hij zal toch een keer zijn auto in moeten stappen en nét voor dat moment zal ik hem mijn boek aanbieden. In gedachten oefen ik wat ik tegen hem zal zeggen. Ik ben bang dat mijn stem het niet zal doen op het moment suprême of dat ik het boek niet snel genoeg uit mijn tas kan krijgen. Het is kwart over elf. Ik verwacht nu dat hij elk moment kan verschijnen. Ik sta inmiddels driekwartier buiten en mijn tenen beginnen gevoelloos te worden.

De tijd verstrijkt, maar wie er ook verschijnt geen Humberto Tan. Ik voel me net een stalker. Ik sta inmiddels ruim anderhalf uur heen en weer te drentelen voor de auto waarvan ik denk dat hij van Humberto is. Ik bedenk dat hij vast via de achterdeur is ontsnapt en al lang en breed op weg is naar zijn volgende afspraak. Misschien had ik toch op die rode Tesla moeten gokken. Maar mijn intuïtie zegt dat ik gewoon moet volharden. Geduldig afwachten. Het zou toch jammer zijn als ik hem net misloop, omdat ik te vroeg naar huis ben gegaan. Het is inmiddels bijna één uur. Alles in mijn lichaam is gevoelloos geworden van de kou.

Helaas. Het is niet gelukt. Nou ja, ik heb het in ieder geval geprobeerd. Ik loop een stukje naar de parkeerplaats waar mijn auto staat. En dan zie ik een groepje opgewonden studenten aan komen lopen en ja hoor, middenvoor loopt een kleine, chocolade kleurige man met een donderblauw pak. Is dit echt Humberto? Het voelt een beetje onwerkelijk, na al die tijd wachten. Ja, hij is het echt. Het groepje loopt in rap tempo af op de zwarte Audi waar ik ruim twee uur bij heb staan wachten. Ik realiseer me dat ik slechts één kans heb en die is nu. Ik moet snel handelen anders is het moment voorbij.

Ik stap op het groepje af en roep ‘Humberto’. Hij draait zijn hoofd naar me toe en dan zeg ik snel: ‘mag ik je mijn boek aanbieden?’. Hij loopt door,  ik loop met hem mee. Hij kijkt een beetje verbaasd en neemt dan mijn boek aan. Ik zeg: ‘ik zou het heel fijn vinden als je het wil lezen. Ik hoop dat vrouwen met borstkanker kracht en inspiratie kunnen putten uit mijn boek’.  ‘Ja, dat begrijp ik’, zegt hij, maar ik krijg erg veel boeken en kan niet beloven dat ik het ga lezen. Ik zal het in ieder geval doorbladeren.’ Ik kan hem niet zo goed zien, want ik kijk tegen de zon in. Dan steekt hij snel zijn hand uit om me te bedanken.

Daarna wordt hij overvallen door de studenten die hem omringen en allemaal met hem op de foto willen. Ik sta erbij en kijk ernaar. Ik bedenk dat ik ook wel met hem op de foto wil, maar ik sta te lang te klungelen met mijn mobiel en dan is het moment voorbij. Hij stapt in zijn zwarte Audi en rijdt rustig weg. Hij is net als op televisie: relaxed, vrolijk en vriendelijk.

Even later zit ik koud en beduusd in de auto. Het is gelukt. Ik heb mijn boek kunnen overhandigen. Nu maar hopen dat hij het ook gaat lezen. Die kans is niet zo groot, want hij krijgt heel veel boeken om te lezen. Ik zie nog zijn kleine, uitgestoken hand voor me. Het deed me denken aan de hand van Lewis Hamilton, die ik ook ooit heb geschud, alleen was die veel zachter. Maar dat is een ander verhaal.

3 reacties

  1. Wauw, stoere actie! Ben benieuwd, als hij het niet zelf leest, laat hij vast iemand anders het lezen en die zal hem dan wijzen op de kracht van de schrijfster! Dan herinnert hij zich jou en dan….. Zit je bij Humberto aan tafel!

  2. Stoere actie van een stoere vrouw. Als je wat wilt, gewoon doen. Zo blijkt weer. Maar je moet wel het lef hebben en…. veel geduld. Gaaf geschreven, Dorothé.

Geef een reactie