Zwerven

Ik ben een zwerver. Niet in de strikte betekenis van een armlastig persoon zonder vast woonadres, want ik woon in een prachtig huis en slaap bijna altijd met een dak boven mijn hoofd, maar in de zin van iemand die graag rondtrekt zonder vastomlijnd plan.

Zwerven staat bij mij voor ontdekken en avontuur. Op verkenningstocht gaan, ronddwalen zonder strak gedefinieerd doel, onbekende wegen inslaan en niet precies weten waar je uit gaat komen, de route kiezen die je intuïtie je ingeeft en genieten van wat je onderweg tegenkomt. Ik hou van zwerven. Het is gezellig als er iemand mee gaat, maar ik kan ook goed alleen zwerven.

Als ik teveel en te lang alleen in huis achter de computer heb gezeten, dan doet het vooruitzicht op een zwerftocht mijn hart sneller slaan van opwinding en plezier. Zwerven kan in de camper samen met Frans, op de fiets met een vriendin trekkend door de Achterhoek of in mijn eentje wandelend in Montferland. Het gaat om het gevoel van vrijheid. Om het avontuur van het onbekende. Rondstruinen zonder tijdsbesef. Doelloos en zonder prestatiedrang.

Soms zwerf ik met vrienden door het bos achter ons huis, waar ik na jaren van bijna dagelijkse wandelingen, toch nog nieuwe paden weet te ontdekken. Sommige vrienden schrikken wanneer ik vertel dat ik me op onbekend terrein bevind, ze pakken dan meestal snel hun mobieltje erbij om de locatie te traceren en de route naar huis terug te vinden. Ik weet dan vrij zeker dat ik niet met een medezwerver te maken heb.

Op een warme zonnige dag in april pakte ik sinds lange tijd weer eens mijn trekkingbike uit de schuur voor een zwerftocht. Ik had deze keer wel een doel (noten kopen in Zutphen met aansluitend een kopje thee drinken bij mijn zus), slechts een vage tijdsplanning (ik ben er ergens begin van de middag), maar geen uitgestippelde route. De route koos ik intuïtief, door de weg in te slaan die de grootste aantrekkingskracht op me uitoefende. Dit bracht me via de Kruisbergsebossen in de uitgestrekte landbouwgronden rond Steenderen en in het vestingstadje Bronkhorst. Via de dijk slingerde ik richting de buitenwijken van Zutphen en arriveerde ik in het oude stadscentrum waar ik een flinke voorraad noten kocht. In de tuin bij mijn zus in Eefde dronk ik een kopje thee en kletsten we zoals alleen zussen dat kunnen.
De terugweg ontvouwde zich via Huize de Voorst, naar Almen aan de Berkel, via bosrijk gebied naar landgoed Wientjesvoort en het dorpje Linde. De vogeltjes floten, aan de bomen meldde zich het eerste prille groen, de zon scheen op mijn blote huid en ik genoot met volle teugen.

Ik vond het een uitdaging door de onbekende landerijen richting Doetinchem te koersen zonder de plaatsen Hengelo of Zelhem aan te doen. En zo ontdekte ik een heel nieuw gebied bij de buurtschappen Dunsborg, Oosterwijk en Wittebrink, terwijl de zon steeds lager zakte, mijn benen slapper werden en de hongerklop toesloeg. Mijn bidon was leeg, maar gelukkig had ik een fietstas vol noten bij me. In het zonnetje in de berm van een zandpad ruste ik wat uit en at een handvol noten en cranberry’s. Het landschap was verlaten en ik had geen flauw idee waar ik was.

Ik had Frans rond vijf uur een appje gestuurd dat ik bijna thuis was, maar het was inmiddels half zeven en het leek erop dat ik nauwelijks progressie had geboekt. Uit het niets doemde het dorpje Velswijk op. Ik was weer op bekend terrein. Om kwart voor zeven fietste ik onze oprit op, moe maar weer een avontuur rijker. Hongerig viel ik aan op de maaltijd die Frans voor me had bereid.

Zwerven. Je laten verrassen en de flow zijn werk laten doen. Een rotsvast vertrouwen hebben in een mooie reis met een goede afloop. Ik word er telkens weer blij van.